Praktische informatie over het vak (1 pagina, vanaf pagina 2 begin eigenlijke les)
Handboek is niet verplicht, is om de leerstof aan te vullen, dus gewoon kort samenvatten is
voldoende.
Het boek dient dus eerder als aanvulling, niet als verplichte leerstof.
Het examen is meerkeuze met cesuur (waarschijnlijk ook tweede zit zo).
Op blackboard staan proeftoetsen -> leerstof beter bevatten -> best met twee oplossen,
zodat iemand de vraag kan stellen, de toelichting waarom antwoord goed is staat erbij, dus
gewoon doornemen is niet heel nuttig
Immuunsysteem: functies
Verdediging: pathogenen, schadelijke stoffen (bijvoorbeeld schade door zon ->
ontstekingsreactie ter hoogte van huid geïnduceerd door Uv-straling en dus niet door
een pathogeen -> immuunsysteem herkend die schade en zal bijdragen tot herstel)
Pathogenen en schadelijke stoffen: micro-organismen (bacteriën, schimmels,
parasieten en ‘virussen’ tussen haakjes want heeft gastheercel nodig dus is volgens
strikte definitie geen MO), toxines (bijvoorbeeld gestoken door wesp/bij/spin dan
toxines die vrijkomen en daartegen zal immuunsysteem optreden), tumor (tumor
surveillance -> een functie van immuunsysteem is ervoor zorgen dat er geen kanker
kan ontstaan, maar kanker heeft trucks om dit te omzeilen), afgestorven weefsel
(bijvoorbeeld als de huid verbrand is door de zon en dan zo opruimen van
beschadigde huid)
Moet een onderscheid maken tussen wat is lichaamseigen en wat is lichaamsvreemd
Wat lichaamsvreemd is: hier onderscheid maken tussen schadelijk-onschadelijk ->
tegen voeding moet er niet opgetreden worden, tegen bacteriën bijvoorbeeld wel =
tolerantie
Qua grootte is er veel variatie dus
puur op basis daarvan zal het
immuunsysteem al anders moeten
optreden
IC of EC -> andere dingen
aanspreken -> bijvoorbeeld
antistoffen geraken niet IC dus dan
is humorale afweer niet nuttig
Vaak zal bij IC de hele cel gedood
worden
CTL = cytotoxische T-cel, NK =
natural killer cel => vooral bij IC
Een eerste uitdaging voor het immuunsysteem = grote diversiteit en variatie aan pathogenen
Het immuunsysteem heeft niet de tijd om hier lang over na te denken, op moment dat we
worden geïnvadeerd door pathogeen dan kan de vermenigvuldiging ervan snel gaan, dus
immuunsysteem moet snel kunnen optreden, en het moet ook overal kunnen optreden
,Het immuunsysteem is dus overal in lichaam aanwezig, maar vooral in de huid en in de
submucosale weefsels
Een virus bijvoorbeeld is vooral schadelijk voor slijmvliezen (mucosaal epitheel is vaak een
toegankelijk doelwit voor virussen om in een gastheercel te geraken), een bacterie is dit veel
minder
Bepaalde parasieten kunnen rechtstreeks door de huid dringen
Belangrijk gegeven: waar gaat een pathogeen zich bevinden? => IC of EC => belangrijk
onderscheid om te maken in eerste instantie bij kijken naar pathogeen en gedrag ervan
Bij EC wordt de gastheercel gerust
gelaten worden, zien we vooral bij
bacteriën/schimmels/parasieten ->
deze blijven dus beschikbaar voor
de humorale verdediging
Humorale is vooral een eiwitten
verhaal, de humorale afweer dat
verworven is zijn de antistoffen
Zolang een pathogeen EC blijft
kunnen ook andere spelers zoals
monocyten, neutrofielen, … eraan
wat de aangeboren cellulaire
immuniteit is
Aangeboren humoraal =
complement, acute-fase eiwitten,
cytokinen, antimicrobiële
peptiden, …
IC hebben we heel ander verhaal -> klassiek voorbeeld zijn de virussen en de mycobacteriën
Virussen hebben een heel specifiek target bijvoorbeeld bij hepatitis is de hepatocyt of
levercel de doelcel, bij HIV de CD4+ T helper cellen, bij COVID cellen in het luchtwegsysteem,
…
De verdediging tegen IC pathogenen is voornamelijk cellulair, want componenten van de
humorale verdediging geraken er niet bij
Aangeboren zal dit voornamelijk NK zijn, verworven vooral de cytotoxische T-cellen of CD8+ T
cellen
Th1 en Th17 zijn subsets van T helper cellen waarbij Th1 vooral cellulaire afweer zal
stimuleren zoals bijvoorbeeld cytotoxische T-cellen of macrofagen & Th17 zal vooral
verdedigen tegen extracellulaire pathogenen door aantrekken/activeren neutrofielen,
stimuleren epitheelcellen tot maken antimicrobiële peptiden
, Dit is de cellulaire en
humorale immuniteit van
het verworven
immuunsysteem, hier staat
niets bij van het
aangeboren
immuunsysteem.
Humoraal hebben we
vooral de antilichamen bij
het verworven
immuunsysteem, die
geproduceerd worden door
geactiveerde B-cellen die
veranderen in plasmacellen
Cellulair -> 2 soorten T-cellen
Verschil tussen B-cel en T-cel: een B-cel ziet het antigeen want heeft op membraan
immunoglobulines en zo gaat de cel de ziekteverwekker herkennen, een T-cel ziet dit zelf niet
en heeft een presentatie van het antigeen nodig door een andere cel
We hebben 3 T-cellen: cytotoxische, helper en regulerende (regulerende staan niet op de
afbeelding hier)
De cytotoxische gaan voornamelijk betrokken zijn bij aanvallen van een besmette cel,
bijvoorbeeld een hepatocyt besmet met hepatitis zal aangevallen worden door een
cytotoxische T-cel en zal hierdoor in apoptose gejaagd worden zeg maar
Een T-helper cel gaat vooral cytokines maken, afhankelijk van welk type T-helper cel zal het
een ander profiel van cytokines zijn (hier komen we later uitvoerig op terug)
Bepaalde cytokines hebben we nodig om de B-cellen te activeren tot aanmaken van
immunoglobulinen, andere cytokines hebben we nodig om cytotoxische T-cellen te helpen
met hun cytotoxische activiteit
Cytokines en chemokines (cytokines vooral verantwoordelijk voor chemotaxis = aantrekken
en sturen van immuuncellen naar de juiste plek) => 2 BELANGRIJKE BEGRIPPEN DIE ZEKER TE
KENNEN ZIJN
1) Redundantie = wanneer verschillende cytokines dezelfde biologische functie hebben
voorbeeld: IL-1 en IL-6 op beenmerg => voordeel hier is dat als je een verlies mutatie
hebt en een cytokine niet maakt, dan kan een ander cytokine dit (deels) overnemen
en dan heb je misschien niet 100% werking van immuunsysteem maar wel nog een
goede opvang nog
2) Pleiotropie = wanneer 1 cytokine verschillende functies heeft, voorbeeld: IL-6 op
centraal zenuwstelsel, lever, beenmerg TLR4 = toll-like receptor 4 = een eiwit dat op
Oefening op deze 2 begrippen membraan zit van fagocyterende cellen (een PRR =
pattern recognition receptor die hoort bij aangeboren
immuniteit) en TLR4 herkend LPS (lipopolysachariden
dat op gram negatieven aanwezig is, maar het
herkend ook lipoteichoïnezuur dat aanwezig is op
gram+ en het laat ook toe dat F-eiwit van RSV kan
binden
Die TLR4 heeft verschillende functies dus = vorm van pleiotropie
, We hebben 3 ‘lagen’ eigenlijk
1) De barrières (fysiek vooral)
2) Innate = aangeboren
3) Adaptive = verworven
Ze staan hier achter elkaar, maar in het echt is het niet zo,
behalve dat je eerst een barrière moet doorbreken
De eerste keer dat een pathogeen binnenkomt, gaat je
verworven immuunsysteem niet weten wat doen,
aangeboren wel
Maar de zoveelste keer gaat verworven IS wel weten wat
doen en dan komen de hordes wat naast elkaar te liggen
precies
Verdedigingslinies
Niet immunologische barrières
Immunologische barrières: humoraal en cellulair (aangeboren en verworven)
Het aangeboren immuunsysteem vormt de eerste lijn van verdediging tegen indringers,
waarbij huid en slijmvliezen effectieve barrières vormen. Cellen van het aangeboren
immuunsysteem kunnen moleculaire patronen op MO herkennen. Maar aangeboren en
verworven IS staan niet los van elkaar, het verworven IS kan niet functioneren zonder een
adequaat werkend aangeboren IS, andersom helpt het verworven IS bij verwijderen en
doden van pathogenen door het aangeboren IS.
Als je een snede hebt in vinger dan niet aflikken -> in mond hele ‘zoo’ van pathogenen, wij
als mens moeten dit deftig ontsmetten
Tegen avond heeft hij een dikke en kloppende rode vinger en kan die niet goed plooien
Rubor Calor Tumor Dolor Function Laesa = Roodheid Warmte Zwelling Pijn Functieverlies = 5
tekenen lokale ontstekingsreactie => afhankelijk van waar de ontsteking zit gaan bepaalde
van die 5 meer prominent zijn dan de anderen
Dag nadien: voelt hij zich helemaal niet goed, koorts, pijn in oksel aan kant waar in vinger
gesneden, in oksel zit een pijnlijke zwelling
Huisarts: gele schijn door dus prikt in vinger en komt etter uit, start ook AB
Hierna koorts weg en pijn ook, na weken klierzwelling in oksel ook weg