Leerdoelen – hoofdstuk 3: WETEN
1. Je kan de zorgethische competentie ‘Weten’, kaderen binnen het
zorgethisch handelen
1. Wat is Weten in zorgethiek?
Het gaat niet enkel om objectieve, wetenschappelijke kennis (diagnoses,
protocollen, medische feiten).
Het is vooral een relationeel en ethisch weten: ontdekken wat er voor de
zorgontvanger (ZO) op het spel staat, welke opgaven hij ziet, wat hem bezielt
en hindert.
Dit weten ontstaat in de relatie en vraagt betrokkenheid, nabijheid en morele
nederigheid.
2. Plaats binnen zorgethisch handelen
Zorgethisch handelen wordt vaak beschreven via kernhoudingen zoals aandacht,
verantwoordelijkheid, competentie en responsiviteit.
Weten is de basis: je kan pas verantwoordelijkheid nemen en responsief
handelen als je begrijpt wat voor de ander van waarde is.
Het is dus een kennisbron die richting geeft aan het doen, maar altijd ingebed
in de zorgrelatie.
3. Relativiteit van kennis
Wetenschappelijke en professionele kennis is noodzakelijk maar nooit
voldoende.
Het moet steeds verbonden worden met persoonlijke kennis van de ZO en zijn
context.
Wat vandaag geldt, kan morgen anders zijn → kennis is dynamisch en relatief.
4. Verbinding met andere competenties
Weten ↔ Doen (ervaren): Reflectie verbindt beide. Ervaring kan misleiden,
maar door reflectie wordt ervaring omgezet in betekenisvolle kennis.
Persoongericht ↔ Objectgericht kijkraam: Weten vraagt om een balans.
Objectieve observaties zijn nodig, maar moeten steeds gekoppeld worden aan
het persoongerichte perspectief: wie staat hier voor mij, wat betekent dit voor
hem/haar?
5. Voorbeelden uit de casussen
Lieva: medisch weten (slechte prognose) is belangrijk, maar ethisch weten gaat
over haar diepste zorg: dat haar dochter Anna blijvend geliefd zal zijn.
Erica: betrokken weten ontstaat door nabij te blijven in haar verwarring en
verdriet, ook al is er geen oplossing.
Malnutritie: kennis over voeding is nodig, maar onvoldoende zonder inzicht in
de persoonlijke betekenis van eten en verlies.
1
, De lift: weten gaat hier over waardigheid: niet ingrijpen tenzij gevraagd, omdat
autonomie belangrijker is dan de haast van anderen.
6. Samenvatting
De zorgethische competentie Weten betekent:
Relationeel: kennis ontstaat in dialoog en nabijheid.
Contextueel: algemene kennis moet verbonden worden met de unieke situatie
van de ZO.
Ethisch: weten draagt verantwoordelijkheid en vraagt reflectie.
Dynamisch: het vormt de brug naar doen en klinisch redeneren, ingebed in de
zorgrelatie.
2. Je legt de deelcompetentie Weten vanuit zorgethisch perspectief uit (zie
o.m. slide 11), toegepast op een casus/zorgsituatie
Deelcompetentie Weten vanuit zorgethisch perspectief
Niet enkel medisch-wetenschappelijk weten: protocollen, diagnoses en
objectieve feiten zijn noodzakelijk, maar ze zijn nooit voldoende.
Ethisch weten: het gaat om ontdekken wat er voor de zorgontvanger (ZO)
werkelijk op het spel staat, welke opgaven hij ziet, wat hem bezielt en hindert.
Relationeel weten: kennis ontstaat in de ontmoeting en verbondenheid met
de ander. Het is een weten dat gevoed wordt door betrokkenheid en dat de
zorgverlener engageert tot verantwoordelijkheid.
Universele kwetsbaarheid en tragiek: zorgethisch weten erkent dat lijden
en kwetsbaarheid gedeeld menselijk zijn, en dat verbondenheid het lijden
draaglijker maakt.
Toepassing op een casus: Lieva
Medisch weten: Lieva heeft een ernstige aandoening met slechte prognose;
dit is objectieve kennis.
Zorgethisch weten: wat er voor haar werkelijk op het spel staat, is dat haar
dochter Anna – met een mentale beperking – na haar dood blijvend geliefd en
gedragen zal zijn.
Relationeel weten: Martine, de palliatief verpleegkundige, begrijpt dit door
verhalen en nabijheid. Ze laat merken dat ze bondgenoot is in Lieva’s missie en
creëert vertrouwen.
Betrokken weten: dit gaat verder dan medische feiten; het is weten wat Lieva
bezielt en waar haar diepste zorg ligt.
Samenvatting
De deelcompetentie Weten betekent dus:
Vanuit zorgethiek: zien wat er echt toe doet voor de ZO.
In de praktijk: objectieve kennis verbinden met relationele en ethische kennis.
In casus Lieva: weten is niet alleen de prognose kennen, maar vooral
begrijpen dat haar grootste zorg de blijvende liefde voor Anna is.
2
1. Je kan de zorgethische competentie ‘Weten’, kaderen binnen het
zorgethisch handelen
1. Wat is Weten in zorgethiek?
Het gaat niet enkel om objectieve, wetenschappelijke kennis (diagnoses,
protocollen, medische feiten).
Het is vooral een relationeel en ethisch weten: ontdekken wat er voor de
zorgontvanger (ZO) op het spel staat, welke opgaven hij ziet, wat hem bezielt
en hindert.
Dit weten ontstaat in de relatie en vraagt betrokkenheid, nabijheid en morele
nederigheid.
2. Plaats binnen zorgethisch handelen
Zorgethisch handelen wordt vaak beschreven via kernhoudingen zoals aandacht,
verantwoordelijkheid, competentie en responsiviteit.
Weten is de basis: je kan pas verantwoordelijkheid nemen en responsief
handelen als je begrijpt wat voor de ander van waarde is.
Het is dus een kennisbron die richting geeft aan het doen, maar altijd ingebed
in de zorgrelatie.
3. Relativiteit van kennis
Wetenschappelijke en professionele kennis is noodzakelijk maar nooit
voldoende.
Het moet steeds verbonden worden met persoonlijke kennis van de ZO en zijn
context.
Wat vandaag geldt, kan morgen anders zijn → kennis is dynamisch en relatief.
4. Verbinding met andere competenties
Weten ↔ Doen (ervaren): Reflectie verbindt beide. Ervaring kan misleiden,
maar door reflectie wordt ervaring omgezet in betekenisvolle kennis.
Persoongericht ↔ Objectgericht kijkraam: Weten vraagt om een balans.
Objectieve observaties zijn nodig, maar moeten steeds gekoppeld worden aan
het persoongerichte perspectief: wie staat hier voor mij, wat betekent dit voor
hem/haar?
5. Voorbeelden uit de casussen
Lieva: medisch weten (slechte prognose) is belangrijk, maar ethisch weten gaat
over haar diepste zorg: dat haar dochter Anna blijvend geliefd zal zijn.
Erica: betrokken weten ontstaat door nabij te blijven in haar verwarring en
verdriet, ook al is er geen oplossing.
Malnutritie: kennis over voeding is nodig, maar onvoldoende zonder inzicht in
de persoonlijke betekenis van eten en verlies.
1
, De lift: weten gaat hier over waardigheid: niet ingrijpen tenzij gevraagd, omdat
autonomie belangrijker is dan de haast van anderen.
6. Samenvatting
De zorgethische competentie Weten betekent:
Relationeel: kennis ontstaat in dialoog en nabijheid.
Contextueel: algemene kennis moet verbonden worden met de unieke situatie
van de ZO.
Ethisch: weten draagt verantwoordelijkheid en vraagt reflectie.
Dynamisch: het vormt de brug naar doen en klinisch redeneren, ingebed in de
zorgrelatie.
2. Je legt de deelcompetentie Weten vanuit zorgethisch perspectief uit (zie
o.m. slide 11), toegepast op een casus/zorgsituatie
Deelcompetentie Weten vanuit zorgethisch perspectief
Niet enkel medisch-wetenschappelijk weten: protocollen, diagnoses en
objectieve feiten zijn noodzakelijk, maar ze zijn nooit voldoende.
Ethisch weten: het gaat om ontdekken wat er voor de zorgontvanger (ZO)
werkelijk op het spel staat, welke opgaven hij ziet, wat hem bezielt en hindert.
Relationeel weten: kennis ontstaat in de ontmoeting en verbondenheid met
de ander. Het is een weten dat gevoed wordt door betrokkenheid en dat de
zorgverlener engageert tot verantwoordelijkheid.
Universele kwetsbaarheid en tragiek: zorgethisch weten erkent dat lijden
en kwetsbaarheid gedeeld menselijk zijn, en dat verbondenheid het lijden
draaglijker maakt.
Toepassing op een casus: Lieva
Medisch weten: Lieva heeft een ernstige aandoening met slechte prognose;
dit is objectieve kennis.
Zorgethisch weten: wat er voor haar werkelijk op het spel staat, is dat haar
dochter Anna – met een mentale beperking – na haar dood blijvend geliefd en
gedragen zal zijn.
Relationeel weten: Martine, de palliatief verpleegkundige, begrijpt dit door
verhalen en nabijheid. Ze laat merken dat ze bondgenoot is in Lieva’s missie en
creëert vertrouwen.
Betrokken weten: dit gaat verder dan medische feiten; het is weten wat Lieva
bezielt en waar haar diepste zorg ligt.
Samenvatting
De deelcompetentie Weten betekent dus:
Vanuit zorgethiek: zien wat er echt toe doet voor de ZO.
In de praktijk: objectieve kennis verbinden met relationele en ethische kennis.
In casus Lieva: weten is niet alleen de prognose kennen, maar vooral
begrijpen dat haar grootste zorg de blijvende liefde voor Anna is.
2