Dringende zorgverlening
H1 – Adequaat handelen bij verstoring van vitale parameters
1. Opvang van de (vitaal) bedreigende zorgontvanger
LEERDOELEN:
- De student kan de C-ABCDE benadering beschrijven en het belang verklaren
1.1 Algemeen
- ABCDE(F)-benadering
- Deze methode helpt om levensbedreigende problemen snel te herkennen en
in de juiste volgorde te behandelen
- De symptomen van een ernstige verslechtering zijn meestal vergelijkbaar,
ongeacht de onderliggende oorzaak
- Belang van de methode:
o Voorkomt dat belangrijke problemen worden gemist
o Zorg dat eerst het meestal levensbedreigende wordt behandeld
o Maakt teamwork en communicatie eenvoudiger
1.2 Opvang volgens de C-ABCDE(F) methode
- De volledige systematiek staat voor:
o C – Catastrophic bleeding (catastrofale bloeding)
o A – Airway (luchtweg)
o B – Breathing (ademhaling)
o C – Circulation (circulatie)
o D – Disability (neurologische toestand)
o E – Exposure (blootstelling, omgeving)
o F – Full set of vital signs/ family
o D – Danger (vooraf)
▪ Voor je begint:
• Is de scène veilig?
• Gebruik PBM’s
1
, 2. Bleeding control (C) – catastrofale bloedingen
LEERDOELEN:
- De student kan de verschillende soorten bloedingen benoemen en uitleggen
- De student kan de verschillende manieren om een bloeding te stelpen benoemen
en uitleggen
- De student kent de verschillende aandachtspunten bij het aanleggen van een
tourniquet
- De student kent de gewenste systolische druk bij een bloeding en kan deze
verklaren
Algemeen
- Een catastrofale bloeding heeft absolute prioriteit omdat dit de meest
voorkomende oorzaak is van een vermijdbare dood na trauma
- Vooral arteriële bloedingen zijn levensbedreigend
- De bloeding moet worden gestelpt voor je verdergaat naar de luchtweg of andere
stappen
2.1 Soorten bloedingen
Capillaire bloeding - Oppervlakkig, schaafwonde
- Niet levensbedreigend
Veneuze bloeding - Donkerrood bloed, vloeit gelijkmatig
- Meestal te controleren met directe druk
- Risico bij grote aders of langdurige bloedverlies
Arteriële bloeding - Helderrood, pulserend of “spuitend”
- Zelfs kleine arteriële letsels kunnen fataal zijn
- Snelle aanpak vereist
2.2 Methoden om bloeding te stelpen
Directe - Eerste keuze bij de meeste bloedingen
druk - Gebruik verband of hemostatisch verband
- Tijd:
o Gewoon verband: min 10 min onafgebroken druk
o Hemostatisch verband: 3 min
- Nadien kan een goed aangedrukt drukverband worden
aangebracht
Tourniquet - Wordt gebruikt wanneer directe druk onvoldoende werkt of
wanneer er te weinig hulpverleners zijn
- Richtlijnen bij aanleggen:
o Aanbrengen hoog bij oksel of lies
o Aandraaien tot de bloeding volledig stopt
o Tourniquet niet bedekken, zodat controle mogelijk blijft
o Tijdstip van aanbrengen opschrijven
- Tijdens operaties worden tourniquets veilig 120-150 min gebruikt
2
, Dringende zorgverlening
Junctionele - Bloeding ter hoogte van:
bloeding o Lies
o Oksel
o Onderbuik
- Hier kan geen tourniquet geplaatst worden
- Directe druk op de nabijgelegen arterie is de enige juiste
aanpak
2.3 Gewenste bloeddruk bij majeure bloeding
- Bij zware bloedingen probeer je niet de bloeddruk volledig te normaliseren
- Een te hoge druk verergert het bloedverlies
- Streefwaarde systolische druk: 80-90 mmHg → voldoende om vitale organen te
perfunderen zonder de bloeding te doen toenemen. Dit wordt permissieve
hypotension genoemd
3. Primary survey en de Airway (A)
LEERDOELEN:
- De student kan de symptomen van een partiële en een totale verstikking
herkennen bij zowel een bewust als een bewusteloos slachtoffer
- De student kan, aan de hand van een anatomische tekening, uitleggen op welke
plaatsen in de luchtwegen een obstructie kan voorkomen
- De student benoemt de verschillende maatregelen die genomen dienen te
worden bij zowel en partiële als volledige obstructie van de luchtwegen, zowel bij
een volwassenen als bij een baby/ kind. Hij/ zij houdt rekening met de ERC-
richtlijnen
3.1 Inleiding
- Binnen de C-ABCDE komt A – Airway direct na het controleren van een eventuele
bloeding
- Het doel van de primaire survey is:
o Snelle herkenning van bedreiging van vitale functies
o Onmiddellijke stabilisatie
3
, 3.2 Airway
Bewustzijn - Alert: vrije luchtweg
volgens APVU of - Reactie op aanspreken of pijn/ niet-responsief: luchtweg is
WAPA mogelijk bedreigd
Luchtweg - Let op:
controleren o Hoorbare ademhaling (snurken, stridor, rochelen)
o Afwijkend stemgeluid
o Aanwezigheid van:
• Bloed
• Braaksel
• Vreemd voorwerp
• Slijmzwelling
- Bij twijfel: voel luchtstroming aan mond/ neus met je wang
Vrijmaken van de - Head tilt-chin lift (als geen vermoeden wervelletsel)
luchtweg - Jaw thrust (bij trauma C-spine risico)
- Aspiratie bij bloed/ braaksel (Yankauer)
Anatomisch - Neus (zwelling, vreemd voorwerp)
plaatsen van - Mond (prothese, voedsel, braken)
obstructie - Keelholte (verstikking, tong bij bewusteloosheid)
- Larynx (oedeem, spasme)
- Trachea/ bronchiën (corpus alienum, water, braaksel,
astma)
3.3 Luchtwegobstructies
Er zijn twee types:
Partiële - Slachtoffer kan nog spreken en hoesten
obstructie - Angstig maar luchtstroom is aanwezig
- Actie: enkel hoesten stimuleren
- GEEN rugslagen, want risico dat voorwerp dieper schiet
Totale - Symptomen:
obstructie o Grijpen naar keel
o Kan niet spreken of hoesten
o Paniek waardoor kans op cyanose
o Risico op bewustzijnsverlies
Behandeling - Bewust volwassene:
o 5 rugslagen (steunen en voorover
buigen)
o 5 buikstoten → afwisselen tot voorwerp
loskomt of patiënt bewusteloos wordt
- Bij kinderen >1 jaar:
o Rugslagen in voorovergebogen houding
o Als dit niet helpt: buikstoten
• Vuist tussen navel en borstbeen
• Snelle beweging naar binnen en
boven
4
H1 – Adequaat handelen bij verstoring van vitale parameters
1. Opvang van de (vitaal) bedreigende zorgontvanger
LEERDOELEN:
- De student kan de C-ABCDE benadering beschrijven en het belang verklaren
1.1 Algemeen
- ABCDE(F)-benadering
- Deze methode helpt om levensbedreigende problemen snel te herkennen en
in de juiste volgorde te behandelen
- De symptomen van een ernstige verslechtering zijn meestal vergelijkbaar,
ongeacht de onderliggende oorzaak
- Belang van de methode:
o Voorkomt dat belangrijke problemen worden gemist
o Zorg dat eerst het meestal levensbedreigende wordt behandeld
o Maakt teamwork en communicatie eenvoudiger
1.2 Opvang volgens de C-ABCDE(F) methode
- De volledige systematiek staat voor:
o C – Catastrophic bleeding (catastrofale bloeding)
o A – Airway (luchtweg)
o B – Breathing (ademhaling)
o C – Circulation (circulatie)
o D – Disability (neurologische toestand)
o E – Exposure (blootstelling, omgeving)
o F – Full set of vital signs/ family
o D – Danger (vooraf)
▪ Voor je begint:
• Is de scène veilig?
• Gebruik PBM’s
1
, 2. Bleeding control (C) – catastrofale bloedingen
LEERDOELEN:
- De student kan de verschillende soorten bloedingen benoemen en uitleggen
- De student kan de verschillende manieren om een bloeding te stelpen benoemen
en uitleggen
- De student kent de verschillende aandachtspunten bij het aanleggen van een
tourniquet
- De student kent de gewenste systolische druk bij een bloeding en kan deze
verklaren
Algemeen
- Een catastrofale bloeding heeft absolute prioriteit omdat dit de meest
voorkomende oorzaak is van een vermijdbare dood na trauma
- Vooral arteriële bloedingen zijn levensbedreigend
- De bloeding moet worden gestelpt voor je verdergaat naar de luchtweg of andere
stappen
2.1 Soorten bloedingen
Capillaire bloeding - Oppervlakkig, schaafwonde
- Niet levensbedreigend
Veneuze bloeding - Donkerrood bloed, vloeit gelijkmatig
- Meestal te controleren met directe druk
- Risico bij grote aders of langdurige bloedverlies
Arteriële bloeding - Helderrood, pulserend of “spuitend”
- Zelfs kleine arteriële letsels kunnen fataal zijn
- Snelle aanpak vereist
2.2 Methoden om bloeding te stelpen
Directe - Eerste keuze bij de meeste bloedingen
druk - Gebruik verband of hemostatisch verband
- Tijd:
o Gewoon verband: min 10 min onafgebroken druk
o Hemostatisch verband: 3 min
- Nadien kan een goed aangedrukt drukverband worden
aangebracht
Tourniquet - Wordt gebruikt wanneer directe druk onvoldoende werkt of
wanneer er te weinig hulpverleners zijn
- Richtlijnen bij aanleggen:
o Aanbrengen hoog bij oksel of lies
o Aandraaien tot de bloeding volledig stopt
o Tourniquet niet bedekken, zodat controle mogelijk blijft
o Tijdstip van aanbrengen opschrijven
- Tijdens operaties worden tourniquets veilig 120-150 min gebruikt
2
, Dringende zorgverlening
Junctionele - Bloeding ter hoogte van:
bloeding o Lies
o Oksel
o Onderbuik
- Hier kan geen tourniquet geplaatst worden
- Directe druk op de nabijgelegen arterie is de enige juiste
aanpak
2.3 Gewenste bloeddruk bij majeure bloeding
- Bij zware bloedingen probeer je niet de bloeddruk volledig te normaliseren
- Een te hoge druk verergert het bloedverlies
- Streefwaarde systolische druk: 80-90 mmHg → voldoende om vitale organen te
perfunderen zonder de bloeding te doen toenemen. Dit wordt permissieve
hypotension genoemd
3. Primary survey en de Airway (A)
LEERDOELEN:
- De student kan de symptomen van een partiële en een totale verstikking
herkennen bij zowel een bewust als een bewusteloos slachtoffer
- De student kan, aan de hand van een anatomische tekening, uitleggen op welke
plaatsen in de luchtwegen een obstructie kan voorkomen
- De student benoemt de verschillende maatregelen die genomen dienen te
worden bij zowel en partiële als volledige obstructie van de luchtwegen, zowel bij
een volwassenen als bij een baby/ kind. Hij/ zij houdt rekening met de ERC-
richtlijnen
3.1 Inleiding
- Binnen de C-ABCDE komt A – Airway direct na het controleren van een eventuele
bloeding
- Het doel van de primaire survey is:
o Snelle herkenning van bedreiging van vitale functies
o Onmiddellijke stabilisatie
3
, 3.2 Airway
Bewustzijn - Alert: vrije luchtweg
volgens APVU of - Reactie op aanspreken of pijn/ niet-responsief: luchtweg is
WAPA mogelijk bedreigd
Luchtweg - Let op:
controleren o Hoorbare ademhaling (snurken, stridor, rochelen)
o Afwijkend stemgeluid
o Aanwezigheid van:
• Bloed
• Braaksel
• Vreemd voorwerp
• Slijmzwelling
- Bij twijfel: voel luchtstroming aan mond/ neus met je wang
Vrijmaken van de - Head tilt-chin lift (als geen vermoeden wervelletsel)
luchtweg - Jaw thrust (bij trauma C-spine risico)
- Aspiratie bij bloed/ braaksel (Yankauer)
Anatomisch - Neus (zwelling, vreemd voorwerp)
plaatsen van - Mond (prothese, voedsel, braken)
obstructie - Keelholte (verstikking, tong bij bewusteloosheid)
- Larynx (oedeem, spasme)
- Trachea/ bronchiën (corpus alienum, water, braaksel,
astma)
3.3 Luchtwegobstructies
Er zijn twee types:
Partiële - Slachtoffer kan nog spreken en hoesten
obstructie - Angstig maar luchtstroom is aanwezig
- Actie: enkel hoesten stimuleren
- GEEN rugslagen, want risico dat voorwerp dieper schiet
Totale - Symptomen:
obstructie o Grijpen naar keel
o Kan niet spreken of hoesten
o Paniek waardoor kans op cyanose
o Risico op bewustzijnsverlies
Behandeling - Bewust volwassene:
o 5 rugslagen (steunen en voorover
buigen)
o 5 buikstoten → afwisselen tot voorwerp
loskomt of patiënt bewusteloos wordt
- Bij kinderen >1 jaar:
o Rugslagen in voorovergebogen houding
o Als dit niet helpt: buikstoten
• Vuist tussen navel en borstbeen
• Snelle beweging naar binnen en
boven
4