3de graad Examencommissie
Samenvatting Nederlands 1 – 3de graad Examencommissie 1
,DEEL 1 – LITERATUUR
1. Algemeen
1.1 Fictie / Non-fictie
→ Fictie → verzonnen, uit fantasie van schrijver (romans, films, sprookjes)
→ Non-fictie → op feiten gebaseerd (krantenartikels, geschiedenisboeken)
→ Factie → mengvorm feiten + fictie (Titanic, Schindler's List, Forrest Gump)
1.2 Proza / Poëzie
→ Proza → tekst loopt door in regels en alinea's, ritme/rijm niet leidend
→ Poëzie → compact, beeldspraak, klank, ritme, rijm; bewust afgebroken regels
1.3 Epiek / Lyriek / Dramatiek
→ Epiek → verhalend: personages, plaatsen, handelingen centraal
→ Lyriek → gevoelens, emoties, ik-gericht (liefde, verdriet, verwondering)
→ Dramatiek → opgevoerd door acteurs, dialoogvorm, regie-aanwijzingen
1.4 Gelaagdheid
→ Oppervlakte-laag → letterlijk wat je leest/ziet
→ Symbolische laag → diepere betekenis van personages/voorwerpen/gebeurtenissen
→ Psychologische laag → menselijke emoties, conflicten, verlangens
→ Maatschappelijke laag → kritiek of reflectie op samenleving, politiek, normen
1.5 Canon
Verzameling werken/auteurs die als cultureel waardevol worden beschouwd (eregalerij van literatuur).
1.6 Humor – vormen
Vorm Betekenis
Situatiehumor Komische situaties of reacties
Taalhumor Spelen met taal: dubbelzinnigheid, letterlijk/figuurlijk
Absurde humor Geen logica of realiteit
Zwarte humor Leed van anderen, gevoelige onderwerpen
Ironie Het omgekeerde zeggen van wat je bedoelt
Sarcasme Bijtende spot, kan kwetsen
Cynisme Zwartgalligheid, verwacht het slechtste
Parodie/persiflage Spottend nabootsen van een gekend werk
Satire Ironische/sarcastische maatschappijkritiek
Woordspeling Combineren/wisselen van betekenissen van woorden
Hyperbool Overdrijving van eigenschap of feit
2. Stijl en Stijlfiguren
Stijlfiguren = bewuste afwijking van normale schrijfstijl om boodschap te versterken.
Stijlfiguur Uitleg + voorbeeld
Anafoor Herhaling aan begin van verzen → 'I have a dream'
Samenvatting Nederlands 1 – 3de graad Examencommissie 2
, Analogie Uitgebreide vergelijking: Ze zijn net Romeo en Julia
Antithese Tegenstelling: dag vs. nacht, oorlog vs. Vrede
Woordspeling Bewust komisch effect: 'Word bokser: meer kans op slagen'
Cliché Beeldspraak die originaliteit verloor: 'als paddenstoelen uit de grond'
Ellips Opzettelijk woorden weglaten: 'mijn aanstaande (vrouw)'
Hyperbool Opzettelijke overdrijving: 'ik heb eeuwen gewacht'
Litotes Ontkennen van tegendeel: 'niet slecht' (= goed)
Understatement Opzettelijke afzwakking: 'het regent een beetje' (terwijl het giet)
Onomatopee Klanknabootsing: woef, koekoek, sissen
Paradox Schijnbare tegenstelling die klopt: 'schrijven is de kunst van
schrappen'
Parallellisme Gelijke zinsvorm: 'spreken is zilver, zwijgen is goud'
Chiasme Kruisstelling/spiegelbeeldvolgorde: 'Het leven is kort x Lang is de
eeuwigheid'
Retorische vraag Vraag zonder verwacht antwoord: 'Dat had je toch kunnen weten?'
2.2 Beeldspraak
Beeldspraak Uitleg + voorbeeld
Vergelijking Met vergelijkingswoord (als/zoals/alsof): 'zo koppig als een ezel'
Metafoor Zonder vergelijkingswoord: 'hij is een ezel'
Allegorie Uitgebreide metafoor over hele tekst: Animal Farm: Boek gaat over
dieren, echte betekenis is politiek.
Personificatie Levenloos krijgt menselijke eigenschap: 'de wind fluisterde'
Antropomorfisme Dieren/objecten handelen als mensen: (film) Cars, Gelaarsde Kat
Associatie Beelden roepen elkaar op: zomer → zon, strand, zwemmen
Synesthesie Zintuigen worden gemengd: 'warme stem', 'schreeuwende kleuren'
→ Verschil personificatie vs. antropomorfisme:
• Personificatie → object doet iets menselijks (beeldspraak, blijft object)
• Antropomorfisme → object heeft volwaardige menselijke eigenschappen (denkt, praat, kiest)
3. Stijlperiodes / Stromingen
Literatuur: Spiegel van tijd, elke tijd heeft zijn eigen trends en stijlen.
Middeleeuwen (500–1500)
De middeleeuwse literatuur weerspiegelt de waarden, normen en idealen van de samenleving. Verhalen
werden vooral mondeling verspreid door troubadours, dichters en vertellers en hadden vaak een
opvoedende of morele functie.
Belangrijke vormen:
Voorhoofse literatuur: nadruk op moed, trouw, eer en strijd.
Hoofse literatuur: nadruk op hoffelijkheid, verfijning en hoofse liefde.
Rederijkersliteratuur: stedelijke literatuur met aandacht voor moraal, religie en maatschappij.
Samenvatting Nederlands 1 – 3de graad Examencommissie 3