• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 24 pages
Resume

Samenvatting Aardrijkskunde Vakinhoud | De wereld in met aardrijkskunde | Saxion | 2026/27

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 24 pages

Studiemateriaal voor het PABO-vak 'De wereld in met aardrijkskunde' aan Saxion Hogeschool. Dit document behandelt het gehele boek, dat begint over het Systeem Aarde, inclusief de vier sferen (atmosfeer, lithosfeer, hydrosfeer, biosfeer), plaatsbepaling op aarde met geografische coördinaten, en endogene krachten zoals platentektoniek, vulkanisme en aardbevingen. Ideaal voor lerarenopleiding-studenten om de fundamentele aardrijkskundige concepten goed te begrijpen en uit te kunnen leggen in het basisonderwijs.

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 1 Systeem aarde
De aarde als systeem

Plaatsen op aarde worden gevormd door verschillende elementen die
elkaar beïnvloeden. Vier zogenoemde ‘sferen’ vormen samen de aarde:

- De atmosfeer: de luchtlaag rondom de aarde, waarin ook het weer
plaatsvindt.
- De lithosfeer: het buitenste deel van de aardkorst, met het reliëf,
de bodem en de ondergrond.
- De hydrosfeer: al het water op aarde, waaronder het grondwater
en land- en drijfijs.
- De biosfeer: al het leven op aarde, waaronder mensen, planten en
dieren.

Het reliëf (de hoogteligging) heeft grote invloed op de temperatuur in de
dampkring, en boomwortels zorgen ervoor dat zandkorrels in de bodem op
hun plaats blijven. Zo vormen de sferen een systeem.

Verschillende kringlopen zijn onderdeel van dit systeem. De
waterkringloop en de gesteentekringloop bevinden zich geheel in de
hydrosfeer en de lithosfeer. Koolstof echter verplaatst zich gedurende de
koolstofkringloop tussen verschillende sferen: planten, die onderdeel zijn
van de biosfeer, nemen koolstof op uit de atmosfeer en zetten dit om in
suikers. Fossiele planten vormen uiteindelijk steenkool (lithosfeer), en het
koolstofdioxide komt na verbranding weer in de atmosfeer terecht.

Plaatsbepaling op aarde

Om de ligging van een plek op aarde aan te geven, kun je gebruik maken
van de relatieve ligging (locatie t.o.v. andere plaatsen) of de absolute
ligging (geografische coördinaten t.o.v. de evenaar en de nulmeridiaan).
De horizontale lijnen (in totaal 3 boven en 3 onder) op een kaart heten
breedtegraden of parallellen. Deze staan evenwijdig met de evenaar.
Plaatsen op lage breedte/graden liggen dicht bij de evenaar
(breedteligging). Om aan te geven hoe oostelijk of westelijk een plaats
ligt (lengteligging), wordt aangegeven waar deze zich bevindt t.o.v. de
nulmeridiaan (180 meridianen, loopt door Greenwich (London)).

- Absolute afstand: kilometer (hemelsbreed)
- Relatieve afstand: uitgedrukt in tijd of geld.

De aarde in het zonnestelsel

De aarde is een planeet: een hemellichaam dat draait rond een
(lichtgevende) ster. In ons geval is die ster de zon. De zon, de acht

,planeten die daaromheen draaien en de ruim zeventig manen die rond de
planeten draaien, vormen samen het zonnestelsel.

Endogene krachten

Veel processen in de lithosfeer, zoals vulkanisme en gebergtevorming,
ontstaan door endogene krachten: bewegingen die ontstaan binnen de
aarde.

- Aardkern, bestaat uit een binnenkern van vast ijzer en een
buitenkern van vloeibaar ijzer.
- Daaromheen zit een vaste aardmantel, het buitenste deel van de
aardmantel is taai-vloeibaar, dit heet de asthenosfeer. Heet
gesteente stijgt hierin op en stroomt opzij. De afkoeling zorgt voor
daling. Deze bewegingen heten convectiestromingen.
- Boven op de taai-vloeibare asthenosfeer drijven platen: stukken
aardkorst waarop de oceanen en continenten liggen. Oceanische
korst (dun) bestaat vooral uit basalt (gesteente). Continentale korst
is iets dikker en bestaat uit lichtere gesteenten, zoals graniet.

Platentektoniek: Door de conventiestromingen zijn de platen die daarop
drijven langzaam in beweging. Dit zorgt voor verschuiving van
continenten. Er zijn drie bewegingen:

1. De platen drijven uit elkaar (divergentie). Dit komt bijna alleen
maar voor bij twee oceanische platen en hierbij wordt nieuwe
aardkorst gevormd. Magma stroomt tussen de uit elkaar bewegende
platen naar buiten. Zo ontstaan mid-oceanische ruggen:
langgerekte onderzeese gebergteketens met vulkanisme.
2. De platen bewegen naar elkaar toe (convergentie). Hierbij zijn drie
verschillende mogelijkheden:
a. Een oceanische plaat botst tegen een continentale plaat. De
zwaardere oceanische plaat duikt dan onder de continentale plaat
en zinkt in de mantel. Dit heet subductie. Door het zinken ontstaat
er een trog en zinkend in de mantel smelt het gesteente van de
oceanische korst. Opstijgende bellen met magma veroorzaken
vulkanisme en aardbevingen langs de subductiezone.
b. Subductie en een trog ontstaan wanneer twee oceanische platen
botsen. De oudste, zwaarste plaat zakt dan onder de jongere. Het
vulkanisme dat hiermee gepaard gaat, vormt een vulkanische
eilandenboog.
c. Twee continentale platen botsen. Door het lichtere gesteente van
gelijk gewicht treedt geen subductie op, maar ontstaat er een
plooiingsgebergte waarbij continentale korsten in en over elkaar
worden geduwd en waarbij ook aardbevingen plaatsvinden.

, 3. De platen schuiven horizontaal langs elkaar (transforme
beweging). Door de opbouw van spanning in de aardkorst komen
veel aardbevingen voor.

Type vulkanen:

1. Vulkanen waarin het magma erg dun en vloeibaar is, daardoor
makkelijker ver wegvloeit voordat het stolt en dus flauwe hellingen
oplevert, heten schildvulkanen of bij een langgerekte scheur
spleetvulkanen. De komen voor bij hotspots en divergerende
plaatgrenzen.
2. Vulkanen met steile wanden opgebouwd uit lagen lava en
vulkanische as zijn stratovulkanen. Deze vulkanen komen voor bij
subductiezones, waar een combinatie van het oceanische basalt en
het continentale graniet het magma taai en stroperig maakt.

Wanneer een vulkaanuitbarsting zó explosief is dat het centrale deel wordt
opgeblazen en instort, noemen we het resultaat een caldera. In de diepte
kan een kratermeer ontstaan, en soms ook een nieuwe vulkaan.

Bij vulkanen komen niet alleen erupties en aardbevingen voor. Er zijn ook
vulkanische verschijnselen die ontstaan doordat het hete magma zich op
sommige plaatsen heel dicht onder het aardoppervlak bevindt. Dat kunnen
mineraalrijke warmwaterbronnen zijn, fumarolen (die soms giftige
dampen uitstoten) of geisers (waarbij water zich in een ondergrondse
bron verzamelt tot het kookpunt is bereikt en dan in een kokendhete straal
omhoogkomt).

 Hypocentrum: hier ontstaat de aardbeving in de aardkorst.
 Epicentrum: het punt aan de oppervlakte daar recht boven.

De kracht van een aardbeving wordt uitgedrukt op de schaal van Richter.

Een aardbeving die op de zeebodem ontstaat, kan resulteren in een
schokgolf: tsunami. Dichter bij de kust neemt de snelheid af, maar door
de geringere diepte neemt de hoogte van de golf toe.

Plooiingsgebergten, die ontstaan bij convergente plaatbewegingen,
behoren tot de grootste gebergten van de wereld.

Reliëf kan ontstaan door endogene krachten (binnenuit) wanneer in de
aardplaten scheuren en barsten ontstaan (breuken). Een deel van de
bodem kan langs zo’n breuk wegzakken (slenk), en wanneer delen
daarnaast minder diep zakken, spreken we van een horst. Deze
gebergten zijn minder hoog.

Exogene krachten

Livre connecté
 image
Anouk Adang, Marian Blankman De wereld in met aardrijkskunde
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789046907146 Édition: 1

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Oui
Publié le
6 septembre 2026
Nombre de pages
24
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€7,73

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
3
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
4 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions