Zie leerdoelen!
LES 1
INLEIDING
Persoonlijkheid = heeft betrekking op de kenmerkende individuele verschillen tussen mensen in de
manier waarop ze zich gedragen, hoe ze zich voelen en hoe ze denken. Deze individuele verschillen
zijn vrij stabiel, deels genetisch bepaald en openbaren zich in verschillende situaties
• Psychologische individuele verschillen
• Kenmerkende patronen in hoe mensen zich typisch gedragen, voelen en denken
= datgene wat een persoon karakteriseert
Persoonlijkheidspsychologie = de tak van de psychologie die zich bezighoudt met het bestuderen van
persoonlijkheid. De aandacht wordt gericht op algemene kenmerken die passen bij het mens zijn en
individuele eigenschappen waarin mensen van elkaar verschillen.
Trekken = eigenschappen die gelijkenissen/verschillen tussen mensen beschrijven
• Gemiddelde neigingen (gemiddeld genomen, niet 1x verlegen)
• Persoonlijkheidseigenschappen zijn nuttig: beschrijven, verklaren en voorspellen van
(toekomstig) gedrag
• Relatief stabiel doorheen de tijd (je kan hierin evolueren) + niet in elke situatie kan je een
eigenschap zien
• Consistent overheen situaties (state (= persoonlijkheidstrek) ≠ trait)
• Zijn deels erfelijk bepaald + omgeving is belangrijk!
• Gedragsgenetisch onderzoek
“Persoonlijkheid is de verzameling van psychologische trekken en mechanismen binnen een individu,
die georganiseerd en relatief stabiel zijn, en die de interacties met en de aanpassingen aan de
intrapsychische, fysieke en sociale omgeving beïnvloeden.” (Larsen et al., 2021)
• Persoonlijkheid = intern
• Trekken zijn georganiseerd: geen willekeurige verzameling van trekken, maar een coherent geheel
• Invloed op onze interacties
Ø Bv. perceptie elementen uit omgeving (bv. achterdocht) (hoe je bent, heeft invloed op
hoe je denkt en naar de omgeving kijkt)
1
, Ø Bv. selectie van omgeving op basis van onze persoonlijkheid
• Invloed op hoe we ons aanpassen aan de omgeving
TERMINOLOGIE
• Individuele verschillen: uiterlijk + innerlijk
• Persoonlijkheid: temperament, attributiestijl, zelfconcept, waarden
• Temperament: emotionaliteit, activiteitsniveau
o Kan je al op jonge leeftijd zien (baby): aandacht houden of niet, energie of niet
HISTORISCH
Temperare = mengen
Hippocrates: verband tussen 4 basissappen en ziekte (fysiek)
Galenus: toepassing op persoonlijkheid
• Evenwicht tussen 4 sappen of humores = gezond
• Onevenwicht = mentale stoornis
HEDENDAAGS
• Persoonlijkheidseigenschappen die al in de baby- en kindertijd aanwezig zijn: emotionaliteit,
activiteitsniveau, energie
Persoonlijkheidspsychologie = tak van de psychologie die zich bezighoudt met het bestuderen van
persoonlijkheid
Doel persoonlijkheidspsychologie:
• Begrijpen van individuele verschillen tussen mensen
• Classificatie van persoonlijkheidseigenschappen
• Aantal en organisatie/structuur van trekken
• Meten van persoonlijkheid
• Ontwikkeling van persoonlijkheid
2
, • Begrijpen van pathologie en allerlei levensuitkomsten vanuit een persoonlijkheidsperspectief
In persoonlijkheidspsychologie aandacht voor algemene kenmerken en heel individuele
eigenschappen.
• Impliciete persoonlijkheidstheorieën (steretypen)
o 1 soort situatie, eerste indruk
o Linken leggen met uiterlijke kenmerken en persoonlijkheidstrekken
o Bv. vorm van schedel -> deliquent gedrag = stereotypes
• Intuïtief
• Selectieve waarneming
• Vaak evaluatief
• Wetenschappelijke persoonlijkheidstheorieën
o Beschrijven van menselijke kenmerken
o Persoonlijkheid als psychologisch construct
- niet direct observeerbaar
- determinant van gedrag
3
, 3 analyseniveaus:
Iedereen is op een bepaalde manier:
• Zoals alle anderen = human nature (universeel) = behoefte om erbij te horen
• Zoals sommige anderen = indivuele en groepsverschillen
• Zoals niemand anders = individuele uniciteit = iemands unieke, typerende manier van boos
worden, omgaan met stress
Moeilijk generaliseerbaar: veel weten over individu, maar niets over de groep
Theorie vs onderzoek
4