1.Wat vinden we in de jaarrekening?
Balans
De bronnen en bestemmingen van de financiële middelen, opsomming
van alle schulden en eigendommen (momentopnamen, foto)
Activa: opsomming van alle eigendommen (Vaste Activa,
Vlottende Activa)
Passiva: bronnen van alle geld (eigen vermogen, LT schulden, KT schulden)
Beide kanten moeten altijd in evenwicht zijn.
Resultaten rekening
Alle opbrengsten en kosten en de eruit vloeiende winst of het verlies, men
noteert alles wat er door het jaar uitgegeven of binnen gekomen is
(periodeopname, film)
Toelichting
Het schatten van de waarden van die eigendommen
Sociale balans
Werknemers etc.
,2.Ratioanalyse
Horizontale analyse: met deze analyse kan men gegevens over
meerdere periodes vergelijken (we blijven op 1 rechte lijn) bv huidige jaar
vergelijken met vorig jaar vanuit de JRR
Verticale analyse: met deze analyse kan men de verschillende posten
van een financieel overzicht vergelijken binnen 1 periode. Bv omzet
vergelijken met belastingen, nettowinst etc. percentages berekenen
4 categorieën:
- Liquiditeit: kan een bedrijf zijn KT verplichtingen nakomen?
doel: kunnen we op KT (binnen het jaar) onze schulden betalen?
Current ratio (>1,5):
voorraden +klantenvorderingen+ cash
¿
schulden op KT
Vlottende activa
Liquiditeit =
VVKT
Quick ratio (>1):
klantenvirderingen+cash
¿
schulden op KT
vlottende activa−voorraden
acid ratio=
VVKT
Bedrijfskapitaal (>>0€):
¿ vlottendeactiva−VVKT of EV +VVLT −VA
Het netto bedrijfskapitaal geeft aan hoeveel er van de vlottende
activa overblijft indien de schulden op korte termijn worden voldaan.
Voorbeeld:
Een graanimporteur moet een nieuwe scheepslading graan kopen
om zijn stock tijdig aan te vullen. Er blijkt dat de te betalen
leveranciersschulden groter zijn dan de verwachte betalingen van
klanten. Alle krediet is opgebruikt en op de bankrekening staat net
genoeg om de salarissen van die maand te betalen.
De quick-ratio van dit bedrijf is kleiner dan 1. De graanimporteur kan
het graan dus niet zonder extra hulp aankopen. Hij dient een extra
, kaskrediet te bekomen van de bank of hij moet een langer
betalingsuitstel bekomen bij de exporteur.
- Solvabiliteit: kan een bedrijf zijn LT verplichtingen nakomen?
doel: schulden op LT kunnen betalen
Formule:
EV
solvabiliteit ( ¿ 25 %−30 % ) =
Totaal vermogen
Bij minder dan 25% betekend het eigenlijk dat de eigenaar niet
‘gelooft’ in hun onderneming en het risico niet willen lopen. Dus een
ander bedrijf zal zeker geen risico willen lopen en minder snel hun
goederen verkopen aan hen.
Voorbeeld:
In het voorgaande voorbeeld was de liquiditeit van de
graanimporteur dus te weinig om op eigen kracht het graan te
kunnen aankopen. Stel dat op de balans van deze importeur het
eigen vermogen goed is voor 400.000 euro op een totaal passief van
600.000. Dit wil zeggen dat er voldoende eigen vermogen aanwezig
is om de schulden te dekken. Ofschoon het eigen vermogen
onvoldoende liquide is (bestaat grotendeels uit vaste activa) kan hij
de exporteur misschien toch overtuigen om te leveren aangezien
deze in het slechtste geval toch ten gelde
kan worden gemaakt op langere termijn (door bijvoorbeeld verkoop).
- Rentabiliteit: kan een bedrijf zijn eigenaars voldoende rendement
op de investering bieden ?
doel: hoger staan dan bij de concurrentie
Commerciële rentabiliteit = men gaat kijken hoe het zit in
dezelfde sector, dus men gaat geen verschillende sectors
vergelijken.
brutobedrijfsresultaat ( winst / verlies)
bruto verkoopsmarge=
omzet
netto bedrijfsresultaat ( winst /verlies)
netto verkoopsmarge=
omzet