, Competentieontwikkelend leren
Competenties: de bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in
het handelen op een geïntegreerde wijze aan te wenden voor
maatschappelijke activiteiten.
Soorten:
o Sleutelcompetenties, persoonlijke competenties, sociale
competenties, beroepscompetenties, wetenschappelijke
competenties.
Competentieontwikkelend leren: ontwikkelen van competenties binnen een
bepaalde context om zo de totaalervaring van het leren te bereiken.
o Samenhang tussen kennis, vaardigheden en attitudes;
o Context: realiteits- of beroepsgebonden;
o Verantwoordelijkheid;
o Autonomie.
Kennis, vaardigheden en attitudes
Doordachte selectie uit het leerplan.
Integratie in het jaarplan.
Algemene/specifieke doelstellingen.
VOETen: uitdovend in de vernieuwingen van het secundair onderwijs.
In de vernieuwde leerplannen mogen de attitudes niet meer geëvalueerd
worden voor beoordelingen. Ze wijn niet indicatief meer voor het rapport.
Context creëren
Video/beeldmateriaal Getuigenissen Situatieschets/verhaallijn
Bedrijfsbezoek Gastspreker Concreet/tastbaar
lesmateriaal
Verantwoordelijkheid en autonomie
Student-gecentreerd -> opdracht gestuurd;
Proces en product;
Diverse mogelijkheden om het eindresultaat te bereiken;
Transparantie in doelen en brede evaluatie.
Geïntegreerd werken: hoe?
Projectwerk
Kenmerken:
o Maatschappelijke werkelijkheid;
o Creativiteit van de leerlingen staat centraal;
o Vakoverstijgend;
o Procesgericht karakter.
2
, Thematisch werken
Vakkenintegratie door kennis, vaardigheden en
Aspect attitudes geïntegreerd aan te brengen door
1
middel van thema’s.
Aandachtspunten:
Aspect Them Aspect
4 a 2 - Koppeling met
realiteit/beroepscontext:
concrete situatie.
Aspect - Toenemende
3
complixiteit/moeilijkheidsgraad.
- Toenemende vrijheidsgraad/verantwoordelijkheid.
- Rekening houden met diverse leerstijlen.
Hoekenwerk
Individueel/kleine groepjes.
Sterk gestuurd/veel vrijheid.
Begeleid zelfstandig leren: studiewijzers
BZL: het zelfstandig en met zin voor verantwoordelijkheid de sturing van
leerprocessen in handen nemen in verband met leerdoelen, de leeractiviteiten
en de zelfbeoordeling. Bij BZL wil men aan de verdeling van
verantwoordelijkheid tussen leraar en lerende verschuivingen doorvoeren in de
richting van de lerende, die actiever bij zijn leerproces betrokken wordt.
Papieren vs. elektronische versie.
Combinatie van beide.
Casemethode
Casus: min of meer gedetailleerde beschrijving van een situatie,
gebeurtenis of probleem in een bepaalde context.
Casemethode: werkvorm waarbij studenten individueel en/of in groep een
casus analyseren en brainstormen over behandelingen of beslissingen.
In een aansluitende casediscussie confronteren de studenten elkaar met
hun visie en trachten door overleg en discussie tot een oplossing te
komen. De docent is daarbij degene die de discussie faciliteert en
structureert.
2
, Praktische uitvoering
Case-analyse: individueel en/of in groep: geef dit duidelijk aan in de
instructies
Case-discussie: bespreking van de casus met de leerkracht als
moderator. Voor de vragen met meerdere mogelijke scenario’s ligt
mogelijks de nadruk op het discussiemoment en niet zozeer op de finale
uitkomst. De leerkracht kan als afsluiter dan wel een soort van synthese
opmaken van de discussie.
Extramuros
Met extramuros activiteiten worden alle onderwijsactiviteiten bedoeld die
plaats vinden buiten een vestigingsplaats van de school waar de leerling is
ingeschreven. Voor leerlingenstages gelden afzonderlijke richtlijnen.
Twee categorieën
1. Lessen in een andere school of vormingsinstelling, observatieactiviteiten
en bedrijfsbezoeken;
2. Anderzijds zijn extramuros activiteiten ook alle binnen- of buitenlandse
schooluitstappen of daaraan verwante activiteiten.
Gemeenschappelijk is dat alle extramuros activiteiten door de schoolpolis
moeten zijn gedekt.
Onder het begrip "school" moet voor het DBSO het "centrum" worden
verstaan.
Binnen- of buitenlandse schooluitstappen of daaraan
verwante activiteiten
Voor deze activiteiten gelden onderstaande richtlijnen:
Criteria: de activiteit
2