Computational thinking op de basisschool:
Van concept naar 21 -eeuwse vaardigheid
Naam: Bart Wisselink
Klas: VR1A
Datum: 10-04-2019
Docent: Lizette de Man
1
, Samenvatting
De term computational thinking werd voor het eerst gebruikt in 1980 en later weer in 1996. De ideeën
van computational thinking zijn echter veel ouder. In dit onderzoek wordt gekeken naar wat
computational thinking nou eigenlijk is. Computational Thinking werd een paar keer als term gebruikt,
en er is een concept naar wat het nou eigenlijk is. Het onderwerp wordt nog steeds zo weinig gebruikt,
dat het onderwerp haast een taboe is geworden. Er wordt gekeken naar wat ervoor zorgt dat in
Nederland het onderwerp nog zo weinig aan de orde komt, en wat men eraan kan doen om het
onderwerp echt erkend te laten worden.
In het theoriehoofdstuk (hoofdstuk 1) wordt geconstateerd dat basisscholen en scholen in het
voortgezet onderwijs eigenlijk vrij weinig doen aan het geven van CT. Verder is er eigenlijk nog zo
weinig onderzoek naar Computational Thinking gedaan, dat men er eigenlijk nog niet veel over kan
vertellen. Er is dus behoefte naar onderzoek.
Dit wordt ook duidelijk in het praktijkhoofdstuk (hoofdstuk 2). De geïnterviewde mensen hebben zeker
verstand van computational thinking, maar ook zij kunnen af en toe niet echt antwoord geven op de
vragen, omdat er nog zo weinig onderzoek naar is gedaan.
Als conclusie komt eruit dat er ten eerste meer onderzoek moet worden gedaan naar Computational
Thinking. Ten tweede moet de overheid gaan investeren in materiaal voor de scholen, zodat CT op
een goede manier kan worden gegeven. Leraren moeten een bijscholing krijgen, en er moet meer tijd
komen om de ct-lessen te kunnen geven. Helaas komt Computational Thinking de komende tijd nog
niet aan de orde, als het aan de overheid ligt.
2
, Inhoudsopgave
Inleiding blz. 4
Hoofdstuk 1: Theoretisch hoofdstuk blz. 5
1.1: Computational Thinking blz. 5
1.1 – Voordelen computational thinking blz. 5
1.1.2 – Rol van de overheid blz. 6
1.2 – Computational thinking op basisscholen blz. 6
1.2.1 - Stand van zaken op Nederlandse basisscholen blz. 6
1.2.2 – Rol van leerkrachten blz. 7
1.2.3 – Beschikbare materialen blz. 7
Hoofdstuk 2: Praktijk hoofdstuk blz. 9
2.1: Inleiding blz. 9
2.2: Methode blz. 9
2.2.1: Onderzoeksgroep blz. 9
2.2.2: Onderzoeksmethode blz. 9
2.3: Resultaten blz. 10
2.4: Conclusies blz. 11
Hoofdstuk 3: Conclusies en aanbevelingen
3.1: Conclusies blz. 12
3.2: Aanbevelingen blz. 12
Literatuurlijst blz. 13
Bijlagen blz. 14
Onderzoeksvoorstel blz. 14
Interview schema blz. 18
Uitwerking interview 1 blz. 20
Uitwerking interview 2 blz. 21
3
Van concept naar 21 -eeuwse vaardigheid
Naam: Bart Wisselink
Klas: VR1A
Datum: 10-04-2019
Docent: Lizette de Man
1
, Samenvatting
De term computational thinking werd voor het eerst gebruikt in 1980 en later weer in 1996. De ideeën
van computational thinking zijn echter veel ouder. In dit onderzoek wordt gekeken naar wat
computational thinking nou eigenlijk is. Computational Thinking werd een paar keer als term gebruikt,
en er is een concept naar wat het nou eigenlijk is. Het onderwerp wordt nog steeds zo weinig gebruikt,
dat het onderwerp haast een taboe is geworden. Er wordt gekeken naar wat ervoor zorgt dat in
Nederland het onderwerp nog zo weinig aan de orde komt, en wat men eraan kan doen om het
onderwerp echt erkend te laten worden.
In het theoriehoofdstuk (hoofdstuk 1) wordt geconstateerd dat basisscholen en scholen in het
voortgezet onderwijs eigenlijk vrij weinig doen aan het geven van CT. Verder is er eigenlijk nog zo
weinig onderzoek naar Computational Thinking gedaan, dat men er eigenlijk nog niet veel over kan
vertellen. Er is dus behoefte naar onderzoek.
Dit wordt ook duidelijk in het praktijkhoofdstuk (hoofdstuk 2). De geïnterviewde mensen hebben zeker
verstand van computational thinking, maar ook zij kunnen af en toe niet echt antwoord geven op de
vragen, omdat er nog zo weinig onderzoek naar is gedaan.
Als conclusie komt eruit dat er ten eerste meer onderzoek moet worden gedaan naar Computational
Thinking. Ten tweede moet de overheid gaan investeren in materiaal voor de scholen, zodat CT op
een goede manier kan worden gegeven. Leraren moeten een bijscholing krijgen, en er moet meer tijd
komen om de ct-lessen te kunnen geven. Helaas komt Computational Thinking de komende tijd nog
niet aan de orde, als het aan de overheid ligt.
2
, Inhoudsopgave
Inleiding blz. 4
Hoofdstuk 1: Theoretisch hoofdstuk blz. 5
1.1: Computational Thinking blz. 5
1.1 – Voordelen computational thinking blz. 5
1.1.2 – Rol van de overheid blz. 6
1.2 – Computational thinking op basisscholen blz. 6
1.2.1 - Stand van zaken op Nederlandse basisscholen blz. 6
1.2.2 – Rol van leerkrachten blz. 7
1.2.3 – Beschikbare materialen blz. 7
Hoofdstuk 2: Praktijk hoofdstuk blz. 9
2.1: Inleiding blz. 9
2.2: Methode blz. 9
2.2.1: Onderzoeksgroep blz. 9
2.2.2: Onderzoeksmethode blz. 9
2.3: Resultaten blz. 10
2.4: Conclusies blz. 11
Hoofdstuk 3: Conclusies en aanbevelingen
3.1: Conclusies blz. 12
3.2: Aanbevelingen blz. 12
Literatuurlijst blz. 13
Bijlagen blz. 14
Onderzoeksvoorstel blz. 14
Interview schema blz. 18
Uitwerking interview 1 blz. 20
Uitwerking interview 2 blz. 21
3