Goederenrecht
Pagina | 1
,Les I: Algemene goederenrechtelijke spelregels
Handboek: pg. 1 – 25 en 199 – 212
1.1. Wat is goederenrecht?
Onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten:
Patrimoniale rechten: de zakelijke rechten, vorderingsrechten en intellectuele rechten
o Deze hebben pecuniaire waarde
o Patrimoniale rechten = in geld waardeerbaar
o Categorie: de vorderingsrechten of de persoonlijke rechten (gaan we niet zien)
Kern van het verbintenissenrecht = de persoon (wie is er schuldeiser en wie is er
schuldenaar)
Verbintenis ten aanzien van een cliënt: een inspanningsverbintenis
Inspanningsverbintenis: de client moet aantonen dat de advocaat te weinig moeite heet
gedaan (bewijslast bij de client)
Resultaatsverbintenis: de client moet aantonen dat er iets niet is gedaan (de bewijslast
ligt bij de advocaat => moeten aantonen dat er overmacht is)
Doel borgtocht: een extra schuldenaar creëren
o Categorie: intellectuele eigendomsrechten (IP-rechten) (gaan we niet zien)
Bv. octrooi/ patent (= vestigen op uitvindingen -> 5 tot 10j marktleider van een bepaald
product = marktvoordeel)
Bv. auteursrecht
Bv. merkrecht
o Categorie: zakelijke rechten
= eigendomsrecht, mede-eigendom, erfdienstbaarheid, opstal, erfpacht, ..
U kunt zelf geen zakelijke rechten creëren -> de enige die bestaan staan in het wetboek
Extrapatrimoniale rechten: de persoonlijkheidsrechten en de familiale rechten
o Deze hebben geen pecuniaire waarde
o Extrapatrimoniale rechten ≠ in geld waardeerbaar
Bv. lijst van de punten naar 50 advocatenkantoren -> inbreuk op het recht van de GPR ->
schadevergoeding?: geen idee want voor de ene persoon boeit het niet terwijl voor een
andere misschien wel meer
o Enige GPR recht dat in geld waardeerbaar is (zuiver) omdat u contractueel overeenkomt: het
portretrecht van een bekende sporter
Dat heeft een bepaalde waarde
Staat niet bepaald in de wet
Wel contractueel bepaald door de voetbalbond
De term ‘goederenrecht’ is eigenlijk correcter dan ‘zakenrecht’:
o Goed (= lichamelijk en onlichamelijk)
Alle tastbare als de niet tastbare goederen
Bv. aandelen, crypto, IP rechten
o zaak (= lichamelijk/ tastbaar goed)
Bv. een ko ie, laptop, GSM, kleding, …
Zakenrecht komt vanuit de tijd van Napoleon: u had toen geen aandelen of crypto, ….
Verbintenissen verbonden aan de hoedanigheid van de eigenaar van het goed (overdraagbaar)
verbintenissen verbonden aan de persoon van de schuldenaar (in regel niet overdraagbaar)
Louter formele benadering: zakelijke rechten worden erkend door de wetgever
Twee groepen:
Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten (eigendom, mede-eigendom, vruchtgebruik,
erfpacht, opstal, recht van gebruik, recht van bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en
erfdienstbaarheden)
Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten (hypotheek en pand)
Numerus-clausus-beginsel: de partijen moeten bij het vestigen van een zakelijk recht dus steeds de wezenlijke
bestanddelen ervan respecteren (artikelen 3.1 en 3.3 BW)
Hoofdzakelijk van aanvullend recht zolang u de spelregels ervan respecteert
Pagina | 2
,1.2. De algemeen kenmerken van zakelijke rechten
(a) Het volgrecht (ook sommige vorderingsrechten)
Bv. huur – artikel 1743 oud BW
Bv. de auto wordt verhuurd aan A, daarna aan B en daarna aan C -> de houder van het zakelijk recht kan
het goed altijd volgen
(b) Het recht van voorrang
Doorbreking van de regel van de pondspondsgewijze verdeling onder schuldeisers
o Bv. A heeft verschillende schuldeisers-> curator ziet dat de vordering € 1mil is en dat er in de
vennootschap nog €200 zit -> strikt wettelijk gelijk gaan verdelen -> een voorrangsrecht = de
curator gaat kijken/ zoeken wie de schuldeisers zijn en die worden in een piramide gekapt
o Een zakelijkrecht hebben gaat u hoger in die piramide zetten
o Voorrang op andere schuldeisers
Zakelijke rechten voorrang op vorderingsrecht
o Het oudste zakelijke recht heeft voorrang
Zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel
o = kijken wat het oudste zakelijke recht is en dat heeft voorrang
o (!!) 2023 (puur mondeling), 2024 (geregistreerd) en 2025 (op papier) => 2024 heeft dan voorrang
die kan het bewijzen
(c) Het specialiteitsbeginsel
Individualisatie is steeds vereist (artikel 3.8 § 1 BW)
Het zakelijk recht slaat steeds op een bepaald goed of op een geheel van goederen
o Het eenheidsbeginsel
Dwingend recht
(d) Zakelijke subrogatie
= voorwerp waar een zakelijk recht op rust, dat voorwerp verdwijnt en er komt een ander voorwerp in de
plaats -> het zakelijkrecht strekt zich over naar dat ander goed
o Bv. oorspronkelijk object een auto -> die wordt gestolen -> een verzekeringsuitkering komt in de
plaats -> het vruchtgebruik van de auto komt op de verzekeringsuitkering
Enkel titularis van het zakelijk recht
Oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat (juridisch of materieel) verloren
Oorspronkelijke object van het zakelijk recht wordt vervangen door een andere object dat de waarde
ervan vertegenwoordigt
Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object moeten steeds individualiseerbaar
zijn geweest
Subsidiaire rechtsfiguur
Het anterioriteitsbeginsel: In geval dat er meerdere rechten op eenzelfde goed rusten, dan heeft het ouder
zakelijk recht voorrang op het jonger zakelijk recht (artikel 3.4 BW)
Het eenheidsbeginsel: Een zakelijk recht heeft betrekking op een goed als geheel en niet op één of meerdere
bestanddelen (artikel 3.8 §2 BW)
(e) Het accessoriumregel
Bijgoed volgt hoofdgoed (artikel 3.9 BW)
Een bijgoed wordt wordt omschreven als een goed dat duurzaam verbonden of bevestigd is met het
hoofdgoed, of in dienste staat van de uitbating of bewaring van het hoofdgoed.
Het zakelijk recht dat slaat op het hoofdgoed heeft van rechtswege ook betrekking op het bijgoed (tenzij
anders wordt bepaald).
Pagina | 3
, 1.3. Onderverdeling van goederen: algemeen
Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend (artikel 3.46 BW)
Roerend = verplaatsbaar
Onroerend = alles van gebouwen en gronden
Vroeger stond de verplaatsbaarheid van een goed centraal. Thans is dit toch enigszins achterhaald
Belang van het onderscheid licht hem in
De publiciteit
o Onroerende goederen moeten steeds gepubliceerd worden
o Roerende goederen moet je in regel nooit publiceren
De verkrijgende verjaring
o Op basis van wachten kan u eigendomsrechten bemachtigen
o Roerende goederen = 30 jaar wachten
Ook de verschillende fiscale behandeling kan een rol spelen
o Onroerende voorhe ing roerende voorhe ing
Procedure voor een rechter
o Bv. een schuldenaar van A zijn -> A legt beslag op een onroerende goed -> veel zwaardere
procedure die de rechter minder snel zal toestaan -> beter beslag leggen op een auto of een tv
(roerend goed)
Bijzondere categorie: de registergoederen
= roerende goederen die een enorme waarde hebben en toch gepubliceerd moeten worden
Bv. schepen, vliegtuigen, treinen, …
Hoewel roerend, zijn zij onderworpen aan de hypothecaire inschrijving
Onderverdeling van goederen: de onroerende goederen
(a) Onroerende goederen door zijn aard (artikel 3.47 BW)
De grond en de samenstellende volumes
De grond: zowel erop als eronder, in de hoogte en in de diepte
Delfsto en
Voor ontginning: onroerend uit hun aard. Vanaf ontginning -> roerend vanuit hun aard
Uitzondering: vervroegde roerendmaking
Bv. ertsen, fossielen, brandsto en, aardolie, goud, aardgas, …
Uitzondering water is altijd roerend uit haar aard
Opgelet: de schat van Piet Piraat is ook altijd roerend uit haar aard
Volume: dit is een bestanddeel van de grond dat in drie dimensies wordt bepaald (onder, op en boven de
grond).
Dit is een legislatieve verankering van de jurisprudentiële ontwikkelingen binnen het opstalrecht
(volumes in de ondergrond), met als doel om de bebouwde volumes niet langer tegenover de
onbebouwde volumes te zetten.
Dit is een techniek voor het afbakenen van onroerende eigendom (vgl. met Nederland en Frankrijk) die
door landmeters en de administratie zal moeten worden overgenomen.
(b) Onroerende goederen door incorporatie (artikel 3.47 BW)
Incorporatie is een noodzakelijke maar voldoende vooraarde
Er zijn twee mogelijke onroerende goederen door incorporatie
(!!) Incorporatie = u hangt vast aan de grond (enige uitzondering = een onderdeel van een huis)
Werken en gebouwen
Ruime opvatting: alle voorwerpen die zowel duurzaam als gewoonlijk met de grond zijn verbonden
Hof van Cassatie 15/09/1988: verschuiving van een objectief naar een subjectief criterium (bv.
tankstations)
Pagina | 4
Pagina | 1
,Les I: Algemene goederenrechtelijke spelregels
Handboek: pg. 1 – 25 en 199 – 212
1.1. Wat is goederenrecht?
Onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten:
Patrimoniale rechten: de zakelijke rechten, vorderingsrechten en intellectuele rechten
o Deze hebben pecuniaire waarde
o Patrimoniale rechten = in geld waardeerbaar
o Categorie: de vorderingsrechten of de persoonlijke rechten (gaan we niet zien)
Kern van het verbintenissenrecht = de persoon (wie is er schuldeiser en wie is er
schuldenaar)
Verbintenis ten aanzien van een cliënt: een inspanningsverbintenis
Inspanningsverbintenis: de client moet aantonen dat de advocaat te weinig moeite heet
gedaan (bewijslast bij de client)
Resultaatsverbintenis: de client moet aantonen dat er iets niet is gedaan (de bewijslast
ligt bij de advocaat => moeten aantonen dat er overmacht is)
Doel borgtocht: een extra schuldenaar creëren
o Categorie: intellectuele eigendomsrechten (IP-rechten) (gaan we niet zien)
Bv. octrooi/ patent (= vestigen op uitvindingen -> 5 tot 10j marktleider van een bepaald
product = marktvoordeel)
Bv. auteursrecht
Bv. merkrecht
o Categorie: zakelijke rechten
= eigendomsrecht, mede-eigendom, erfdienstbaarheid, opstal, erfpacht, ..
U kunt zelf geen zakelijke rechten creëren -> de enige die bestaan staan in het wetboek
Extrapatrimoniale rechten: de persoonlijkheidsrechten en de familiale rechten
o Deze hebben geen pecuniaire waarde
o Extrapatrimoniale rechten ≠ in geld waardeerbaar
Bv. lijst van de punten naar 50 advocatenkantoren -> inbreuk op het recht van de GPR ->
schadevergoeding?: geen idee want voor de ene persoon boeit het niet terwijl voor een
andere misschien wel meer
o Enige GPR recht dat in geld waardeerbaar is (zuiver) omdat u contractueel overeenkomt: het
portretrecht van een bekende sporter
Dat heeft een bepaalde waarde
Staat niet bepaald in de wet
Wel contractueel bepaald door de voetbalbond
De term ‘goederenrecht’ is eigenlijk correcter dan ‘zakenrecht’:
o Goed (= lichamelijk en onlichamelijk)
Alle tastbare als de niet tastbare goederen
Bv. aandelen, crypto, IP rechten
o zaak (= lichamelijk/ tastbaar goed)
Bv. een ko ie, laptop, GSM, kleding, …
Zakenrecht komt vanuit de tijd van Napoleon: u had toen geen aandelen of crypto, ….
Verbintenissen verbonden aan de hoedanigheid van de eigenaar van het goed (overdraagbaar)
verbintenissen verbonden aan de persoon van de schuldenaar (in regel niet overdraagbaar)
Louter formele benadering: zakelijke rechten worden erkend door de wetgever
Twee groepen:
Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten (eigendom, mede-eigendom, vruchtgebruik,
erfpacht, opstal, recht van gebruik, recht van bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en
erfdienstbaarheden)
Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten (hypotheek en pand)
Numerus-clausus-beginsel: de partijen moeten bij het vestigen van een zakelijk recht dus steeds de wezenlijke
bestanddelen ervan respecteren (artikelen 3.1 en 3.3 BW)
Hoofdzakelijk van aanvullend recht zolang u de spelregels ervan respecteert
Pagina | 2
,1.2. De algemeen kenmerken van zakelijke rechten
(a) Het volgrecht (ook sommige vorderingsrechten)
Bv. huur – artikel 1743 oud BW
Bv. de auto wordt verhuurd aan A, daarna aan B en daarna aan C -> de houder van het zakelijk recht kan
het goed altijd volgen
(b) Het recht van voorrang
Doorbreking van de regel van de pondspondsgewijze verdeling onder schuldeisers
o Bv. A heeft verschillende schuldeisers-> curator ziet dat de vordering € 1mil is en dat er in de
vennootschap nog €200 zit -> strikt wettelijk gelijk gaan verdelen -> een voorrangsrecht = de
curator gaat kijken/ zoeken wie de schuldeisers zijn en die worden in een piramide gekapt
o Een zakelijkrecht hebben gaat u hoger in die piramide zetten
o Voorrang op andere schuldeisers
Zakelijke rechten voorrang op vorderingsrecht
o Het oudste zakelijke recht heeft voorrang
Zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel
o = kijken wat het oudste zakelijke recht is en dat heeft voorrang
o (!!) 2023 (puur mondeling), 2024 (geregistreerd) en 2025 (op papier) => 2024 heeft dan voorrang
die kan het bewijzen
(c) Het specialiteitsbeginsel
Individualisatie is steeds vereist (artikel 3.8 § 1 BW)
Het zakelijk recht slaat steeds op een bepaald goed of op een geheel van goederen
o Het eenheidsbeginsel
Dwingend recht
(d) Zakelijke subrogatie
= voorwerp waar een zakelijk recht op rust, dat voorwerp verdwijnt en er komt een ander voorwerp in de
plaats -> het zakelijkrecht strekt zich over naar dat ander goed
o Bv. oorspronkelijk object een auto -> die wordt gestolen -> een verzekeringsuitkering komt in de
plaats -> het vruchtgebruik van de auto komt op de verzekeringsuitkering
Enkel titularis van het zakelijk recht
Oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat (juridisch of materieel) verloren
Oorspronkelijke object van het zakelijk recht wordt vervangen door een andere object dat de waarde
ervan vertegenwoordigt
Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object moeten steeds individualiseerbaar
zijn geweest
Subsidiaire rechtsfiguur
Het anterioriteitsbeginsel: In geval dat er meerdere rechten op eenzelfde goed rusten, dan heeft het ouder
zakelijk recht voorrang op het jonger zakelijk recht (artikel 3.4 BW)
Het eenheidsbeginsel: Een zakelijk recht heeft betrekking op een goed als geheel en niet op één of meerdere
bestanddelen (artikel 3.8 §2 BW)
(e) Het accessoriumregel
Bijgoed volgt hoofdgoed (artikel 3.9 BW)
Een bijgoed wordt wordt omschreven als een goed dat duurzaam verbonden of bevestigd is met het
hoofdgoed, of in dienste staat van de uitbating of bewaring van het hoofdgoed.
Het zakelijk recht dat slaat op het hoofdgoed heeft van rechtswege ook betrekking op het bijgoed (tenzij
anders wordt bepaald).
Pagina | 3
, 1.3. Onderverdeling van goederen: algemeen
Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend (artikel 3.46 BW)
Roerend = verplaatsbaar
Onroerend = alles van gebouwen en gronden
Vroeger stond de verplaatsbaarheid van een goed centraal. Thans is dit toch enigszins achterhaald
Belang van het onderscheid licht hem in
De publiciteit
o Onroerende goederen moeten steeds gepubliceerd worden
o Roerende goederen moet je in regel nooit publiceren
De verkrijgende verjaring
o Op basis van wachten kan u eigendomsrechten bemachtigen
o Roerende goederen = 30 jaar wachten
Ook de verschillende fiscale behandeling kan een rol spelen
o Onroerende voorhe ing roerende voorhe ing
Procedure voor een rechter
o Bv. een schuldenaar van A zijn -> A legt beslag op een onroerende goed -> veel zwaardere
procedure die de rechter minder snel zal toestaan -> beter beslag leggen op een auto of een tv
(roerend goed)
Bijzondere categorie: de registergoederen
= roerende goederen die een enorme waarde hebben en toch gepubliceerd moeten worden
Bv. schepen, vliegtuigen, treinen, …
Hoewel roerend, zijn zij onderworpen aan de hypothecaire inschrijving
Onderverdeling van goederen: de onroerende goederen
(a) Onroerende goederen door zijn aard (artikel 3.47 BW)
De grond en de samenstellende volumes
De grond: zowel erop als eronder, in de hoogte en in de diepte
Delfsto en
Voor ontginning: onroerend uit hun aard. Vanaf ontginning -> roerend vanuit hun aard
Uitzondering: vervroegde roerendmaking
Bv. ertsen, fossielen, brandsto en, aardolie, goud, aardgas, …
Uitzondering water is altijd roerend uit haar aard
Opgelet: de schat van Piet Piraat is ook altijd roerend uit haar aard
Volume: dit is een bestanddeel van de grond dat in drie dimensies wordt bepaald (onder, op en boven de
grond).
Dit is een legislatieve verankering van de jurisprudentiële ontwikkelingen binnen het opstalrecht
(volumes in de ondergrond), met als doel om de bebouwde volumes niet langer tegenover de
onbebouwde volumes te zetten.
Dit is een techniek voor het afbakenen van onroerende eigendom (vgl. met Nederland en Frankrijk) die
door landmeters en de administratie zal moeten worden overgenomen.
(b) Onroerende goederen door incorporatie (artikel 3.47 BW)
Incorporatie is een noodzakelijke maar voldoende vooraarde
Er zijn twee mogelijke onroerende goederen door incorporatie
(!!) Incorporatie = u hangt vast aan de grond (enige uitzondering = een onderdeel van een huis)
Werken en gebouwen
Ruime opvatting: alle voorwerpen die zowel duurzaam als gewoonlijk met de grond zijn verbonden
Hof van Cassatie 15/09/1988: verschuiving van een objectief naar een subjectief criterium (bv.
tankstations)
Pagina | 4