150 Oefenvragen 2026
Antwoorden • Uitgebreide uitleg • Berekeningen • Examencasussen
Gericht op het initiële examen vanaf 1 april 2026
Onafhankelijk samengesteld oefenmateriaal
Geen officiële CDFD-examenvragen. De vragen zijn zelfstandig opgesteld voor oefening en examenvoorbereiding.
, Inleiding
Deze oefenbundel hoort bij Wft Hypothecair Krediet 2026 en is bedoeld om de theorie actief toe te
passen. De bundel bevat 150 unieke vragen met een mix van kennis, professioneel gedrag,
berekeningen en klantcasussen.
Het officiële initiële examen vanaf 1 april 2026 bestaat volgens CDFD uit 37 vragen en 60 punten: 14
Kennis & Begrip-vragen, 1 Professioneel Gedrag-vraag en 22 Vaardigheden & Competenties-vragen.
Vooral toepassing weegt zwaar. Daarom ligt ook in deze oefenbundel het zwaartepunt op toepassen en
analyseren.
Werk bij voorkeur eerst alle vragen zonder de antwoorden te bekijken. Noteer bij rekenvragen steeds:
Gegeven - Gevraagd - Plan - Uitwerking - Controle. Gebruik daarna de uitwerkingen om te begrijpen
waarom een antwoord juist is.
Jaarlijks wijzigende normen zijn waar nodig expliciet als 2026-gegevens vermeld. Voor deze bundel zijn
onder meer de CDFD-examenkenmerken vanaf 1 april 2026 en de NHG-grenzen 2026 als
actualiteitskader gebruikt.
Wft Hypothecair Krediet 2026 • 150 Oefenvragen Pagina 2
, Inhoudsopgave
1. Vragen 1-30 - Fundament, juridisch, financiering en hypotheekvormen
2. Vragen 31-60 - Fiscaliteit, NHG, risico's en professioneel gedrag
3. Vragen 61-90 - Berekeningen, inkomen, rente en advies
4. Vragen 91-120 - Integrale klantcasussen en life events
5. Vragen 121-150 - Verdieping, beheer en examenvaardigheden
6. Antwoorden en uitgebreide uitleg - vragen 1-150
7. Score-indicatie en foutenanalyse
Wft Hypothecair Krediet 2026 • 150 Oefenvragen Pagina 3
, Vragen 1-5
Vraag 1 | KB - Adviesproces
Wat is het belangrijkste doel van de inventarisatiefase bij hypotheekadvies?
A. De goedkoopste geldverstrekker selecteren
B. De persoonlijke en financiële situatie, doelstellingen en risico's van de klant vaststellen
C. Direct de maximale hypotheek berekenen
D. Alleen de gewenste rentevastperiode noteren
Vraag 2 | KB - Adviesproces
Wat is het verschil tussen risicobereidheid en risicodraagkracht?
A. Er is geen verschil
B. Risicobereidheid is wat de klant wil accepteren; risicodraagkracht is wat de klant financieel kan
opvangen
C. Risicobereidheid gaat alleen over rente en risicodraagkracht alleen over overlijden
D. Risicodraagkracht wordt uitsluitend door de geldverstrekker bepaald
Vraag 3 | KB - Juridisch
Wat is juridisch gezien een hypotheekrecht?
A. Een verzekering
B. Een zekerheidsrecht op een registergoed
C. Een koopovereenkomst
D. Een belastingaftrek
Vraag 4 | KB - Juridisch
Welke partij passeert in beginsel de leveringsakte van een woning?
A. De makelaar
B. De hypotheekadviseur
C. De notaris
D. De taxateur
Vraag 5 | KB - Koopproces
Waarom kan een financieringsvoorbehoud in een koopovereenkomst belangrijk zijn?
A. Het garandeert altijd een lagere rente
B. Het kan de koper onder de afgesproken voorwaarden beschermen als financiering niet wordt verkregen
C. Het vervangt de taxatie
D. Het maakt eigen geld overbodig
Wft Hypothecair Krediet 2026 • 150 Oefenvragen Pagina 4