Sociologie
H1: Een mens leeft nooit alleen
Les 1: de mens maakt de samenleving
LEERDOELEN!
BEGRIPPENLIJST
Sociologie
= ontstaan, voortbestaan en veranderen van allerlei patronen en structuren in de
samenleving & het sociaal handelen van mensen in interactie met die patronen
en structuren
Bv: langer thuis blijven wonen (komt door de eco & huisvestingsmarkt) ih
noorden gaan ze sneller uit huis ligt aan de structuur (door bv
tegemoetkomingen voor studenten in Finland)
Bv: Stijging zelfmoorcijfers na bv corona doordat er meer druk is komen te
staan op vrouwen door de taakverdeling ‘vrouwen vervullen de
hulpverlenende taak’
Sociaal handelen
- Interpreteren
- Civil inattention (+ experiment Garfinkel)
- Thomas theorema
- Orde
- Groep
- Peergroup
- Doelgroep
- Organisatie
- Referentiekader
- Institutie
- Gestandaardiseerd gedrag
- Samenleving
1.1.1Mensen maken de sml
Hoe kunne we samen-leven?
Interactie
Communicatie Voorwaarde = interpreteren
‘Samenleving’ is pas mogelijk wnr mensen aan dezelfde situatie dezelfde
betekenis (interpretatie) geven (mensen maken de sml & de sml maakt de mens)
,Waarom is die gelijke interpretatie van de situatie belangrijk?
- Civil inattention (Goffman) = iemand beschaafd gaan negeren, komt bij
veel mensen voor bv: in een lift
- Ongeschreven regels thuis (Garfinkel)
- Aanschuiven: want iedereen moet wachten op zijn/ haar beurt
Voorspelbare gedragspatronen zorgen voor ‘orde’ in de sml voorspelbaarheid,
rust en routine
Hoe maakt de mens de sml?
Met gedeelde betekenissen en bijhorende voorspelbare interactiepatronen
Thomas Theorema
= De mens creëert zijn eigen sociale realiteit/ werkelijkheid
= Als mensen situaties als echt definiëren, dan w dit echt in hun gevolgen
Bv: iemand roept ‘er is brand’ iedereen gaat dan weglopen
Bv: Is je tegen mensen zegt dat het luxe eten is, dan gaan hun dat
helemaal geloven: iedereen zei dat het veel lekkerder was dan Macdonalds
1.1.2 GROEPEN EN ORGANISATIES MAKEN DE SML
Groep= geheel van mensen die duurzame interacties hebben met elkaar, die
mensen hebben een gevoel van samenhorigheid, °groepsregels, leden hebben
positie in een groep
, Primaire groep
- Meestal klein
- Met emotionele kant (verbonden)
- Frequent en intensief
Het is heel moeilijk om deze groep te verlaten bv: het gezin
Peergroep
- Gelijke leeftijd
- Gelijke situatie
- Langdurige contacten
Heeft een grote invloed op hoe wij een situatie gaan interpreteren Bv:
vrienden, ong zelfde leeftijd & fase doormaken
Secundaire groep
- Zakelijk
- Minder intens
- Zonder emotionele kant (onpersoonlijker)
Bv: collega’s, deelnemers groepsreis met reisorganisatie, monitorenploeg,
…
Doelgroep
- Geen echte groep (gn samenhang)
- Mensen die iets gemeen hebben/ eenzelfde kenmerk hebben
- Mensen kennen elkaar niet per se
Organisatie (5 kenmerken)
1. Mensen die samenWERKEN
2. Gemeenschappelijk doel
3. Vanuit duidelijk omschreven posities
4. Herkenbaar als geheel
5. Werkt samen met andere organisaties
Er is ook altijd een hiërarchie, om een samenwerking vlot te laten verlopen
Referentiekader = sociale werkelijkheid die jij hebt opgebouwd in al je
organisaties en groepen (primaire groepen en secundaire groepen)
1.1.3 INSTITUTIES MAKEN DE SML
Institutie= collectief bewustzijn
Daardoor situatie op dezelfde manier interpreteren
Zelfde gedrag vertonen
5 kenmerken/ definitie bv: school
1. Zorgt voor gestandaardiseerd gedrag, routine, voorspelbaarheid en orde in
de hele samenleving
Bv: iedereen heeft een pen vast en is aan het noteren
2. Door mensen gecreëerd
Bv: geeft ons verkeersregels (nt door rood rijden)
H1: Een mens leeft nooit alleen
Les 1: de mens maakt de samenleving
LEERDOELEN!
BEGRIPPENLIJST
Sociologie
= ontstaan, voortbestaan en veranderen van allerlei patronen en structuren in de
samenleving & het sociaal handelen van mensen in interactie met die patronen
en structuren
Bv: langer thuis blijven wonen (komt door de eco & huisvestingsmarkt) ih
noorden gaan ze sneller uit huis ligt aan de structuur (door bv
tegemoetkomingen voor studenten in Finland)
Bv: Stijging zelfmoorcijfers na bv corona doordat er meer druk is komen te
staan op vrouwen door de taakverdeling ‘vrouwen vervullen de
hulpverlenende taak’
Sociaal handelen
- Interpreteren
- Civil inattention (+ experiment Garfinkel)
- Thomas theorema
- Orde
- Groep
- Peergroup
- Doelgroep
- Organisatie
- Referentiekader
- Institutie
- Gestandaardiseerd gedrag
- Samenleving
1.1.1Mensen maken de sml
Hoe kunne we samen-leven?
Interactie
Communicatie Voorwaarde = interpreteren
‘Samenleving’ is pas mogelijk wnr mensen aan dezelfde situatie dezelfde
betekenis (interpretatie) geven (mensen maken de sml & de sml maakt de mens)
,Waarom is die gelijke interpretatie van de situatie belangrijk?
- Civil inattention (Goffman) = iemand beschaafd gaan negeren, komt bij
veel mensen voor bv: in een lift
- Ongeschreven regels thuis (Garfinkel)
- Aanschuiven: want iedereen moet wachten op zijn/ haar beurt
Voorspelbare gedragspatronen zorgen voor ‘orde’ in de sml voorspelbaarheid,
rust en routine
Hoe maakt de mens de sml?
Met gedeelde betekenissen en bijhorende voorspelbare interactiepatronen
Thomas Theorema
= De mens creëert zijn eigen sociale realiteit/ werkelijkheid
= Als mensen situaties als echt definiëren, dan w dit echt in hun gevolgen
Bv: iemand roept ‘er is brand’ iedereen gaat dan weglopen
Bv: Is je tegen mensen zegt dat het luxe eten is, dan gaan hun dat
helemaal geloven: iedereen zei dat het veel lekkerder was dan Macdonalds
1.1.2 GROEPEN EN ORGANISATIES MAKEN DE SML
Groep= geheel van mensen die duurzame interacties hebben met elkaar, die
mensen hebben een gevoel van samenhorigheid, °groepsregels, leden hebben
positie in een groep
, Primaire groep
- Meestal klein
- Met emotionele kant (verbonden)
- Frequent en intensief
Het is heel moeilijk om deze groep te verlaten bv: het gezin
Peergroep
- Gelijke leeftijd
- Gelijke situatie
- Langdurige contacten
Heeft een grote invloed op hoe wij een situatie gaan interpreteren Bv:
vrienden, ong zelfde leeftijd & fase doormaken
Secundaire groep
- Zakelijk
- Minder intens
- Zonder emotionele kant (onpersoonlijker)
Bv: collega’s, deelnemers groepsreis met reisorganisatie, monitorenploeg,
…
Doelgroep
- Geen echte groep (gn samenhang)
- Mensen die iets gemeen hebben/ eenzelfde kenmerk hebben
- Mensen kennen elkaar niet per se
Organisatie (5 kenmerken)
1. Mensen die samenWERKEN
2. Gemeenschappelijk doel
3. Vanuit duidelijk omschreven posities
4. Herkenbaar als geheel
5. Werkt samen met andere organisaties
Er is ook altijd een hiërarchie, om een samenwerking vlot te laten verlopen
Referentiekader = sociale werkelijkheid die jij hebt opgebouwd in al je
organisaties en groepen (primaire groepen en secundaire groepen)
1.1.3 INSTITUTIES MAKEN DE SML
Institutie= collectief bewustzijn
Daardoor situatie op dezelfde manier interpreteren
Zelfde gedrag vertonen
5 kenmerken/ definitie bv: school
1. Zorgt voor gestandaardiseerd gedrag, routine, voorspelbaarheid en orde in
de hele samenleving
Bv: iedereen heeft een pen vast en is aan het noteren
2. Door mensen gecreëerd
Bv: geeft ons verkeersregels (nt door rood rijden)