Uitdrukkingen / expressions = stukjes code die een resultaat terug geven
Vb: 1 + 2 = 3
Variabelen worden gebruikt voor…
→ Resultaten en waarden op te slaan
→ Gemaakt door er iets aan toe te wijzen
Vb: result = 1 + 2
Result = 3 result + 2 = 5
Om variabele aan te maken in Python -> enige wat je moet weten is de naam vd variabele
Wat is een geldige variabele naam?
-> bestaan uit letters, nummers en underscores (spaties en leestekens zijn NIET toegestaan)
-> woorden als if, not, and, … zijn ook NIET toegestaan (hebben andere functies)
-> is hoofdlettergevoelig (zoals alles in Python)
Vb: this_is_ok = 10
→ ‘NameError’ = naam gebruiken die niet bestaat
Naam van functies kan ook gebruikt worden als variabele MAAR dit overschrijft de functie
-> naam kan NIET beginnen met een nummer
-> gebruik zinvolle variabele namen (verhoogt leesbaarheid)
Variabele types -> type volgt uit de uitdrukking bij toewijzing
1
, Strings:
-> aanhalingstekens gebruiken voor het maken van een onderscheid tussen andere codes
-> int / integer = geheel getal (a)
-> float = kommagetal
-> string (b)
Boolean -> meest eenvoudige variabele type -> letten op hoofdletter!!
-> True (waar) of False (onwaar)
SAMENVATTING -> 3 types variabelen
→ int / integer = geheel getal
→ float / floating point number = kommagetal
→ string = korte stukjes tekst gekenmerkt door aanhalingstekens (enkele & dubbele)
→ boolean = True / False
Controleren wat soort variabele mijn tekst is?
type(variabele) -> int / str / bool / float
de + operator werkt anders met getallen als met cijfers
-> tekst aan elkaar geplakt = concatenation
2
, FUNCTIES:
-> ‘de werkwoorden van de taal’ -> zaken die iets uitvoeren met de variabelen
= stukje code die een bepaalde actie uitvoert
Afrondfunctie: round(3.1415) => 3 -> round rond getallen af
-> functie en variabele herkennen door de haakjes
Printfunctie: print(“Hello world!”) => Hello world!
-> print gebruikt om tekst weer te geven op het scherm (handig voor tussentijdse output)
Constructors = functie die variabele omzet naar een bepaald type
-> elke variabele type heeft constructor
-> constructor is naam variabele waarmee je andere variabelen kan omzetten naar variabele van
dat type
-> vb: int() / float() / str() / …
Inputfunctie = via deze functie kan aan de gebruiker van het programma om input gevraagd
worden + deze kan opgeslagen worden als variabele
-> input()
Opgelet!! Input registreert altijd een variabele als type string!! (geen getal)
3