BIOMATERIALEN
GUTTA PERCHA
Gutta percha =
- Thermoplastisch
- i.c.m. wortelkanaalcementen (=sealers, bijv. ZOE, CaOH 2)
- bestaat uit poly-isopreen
o isomeer van rubber
o formule = (C5H8)n
- THK-ig GP bestaat hierbij ook nog uit
o ZnO (59-75%)
o BaSO4 of ander zwaar metaal (1-17%)
o Was (1-4%)
- Technieken:
o Koude techniek (meest/normaal)
o Warme techniek (opwarmen en inspuiten)
o Capsuletechniek (naaldje gevuld met GP)
o Thermocarrier (rond carrier zit GP, wordt verwarmd en zal zo afsluiten)
- Relatief grote krimp bij verharding, zwelt in alcohol en aceton.
TANDHEELUUNDIGE CEMENTEN
TOEPASSINGEN VAN CEMENTEN
- Vulmateriaal
- Fixatiecement
- Bodem/onderlaag (pulpa-capping?), als
o Mechanische, thermische, elektrische, chemische bescherming.
- Kan gebruikt worden in parodontologie/stomatologie als wondverband.
VOORKOMEN VAN CEMENT
- Poeder/vloeistof
o Poeder is protondonor, vloeistof is acceptor
o Wordt een zout gevormd
o Water is deel van het onverharde en uitgeharde cement.
- Pasta/pasta
o Chemische verharding zodra ze worden gemengd. Goed weten welke base en welke katalysator.
o Wordt hard door vocht in de mond
- Enkelvoudige pasta
- (Vernis)
,CLASSIFICATIE VAN CEMENTEN
ZnO - Licht therapeutisch
- Biocompatibel
- Relatief zwak cement
F-Al-Si-Glas - Sterker
- Cariostatisch door F-afgifte
Ca(OH)2 - Zeer therapeutisch
- Desinfecterend
- Cel stimulerend (om dentine aan te maken)
- Heel zwak
Kunsthars - Sterker, minder oplosbaar
- “On-command curing” (zelf kiezen wanneer uitharden)
- Methyl-methacrylaat
Overzichtsschema:
Gele ballen zijn reactanten
Bijv:
ZnO laten reageren met fosforzuur → ZnF-cement.
ZnF-cement laten reageren met Si uit F-Al-Si-glas → SiF
(was in dit geval de verbeterde versie van ZnF
,CLASSIFICATIE OP BASIS VAN BASISBESTANDDELEN
ZnO bevattende cementen - ZnO-cement
- ZnO-eugenol-cement
- Ca(OH)2-silicylaatcement
- ZnPO4 cement
- Polycarboxylaatcement
Ca(OH)2-cementen - Ca(OH)2
Kunstharscementen - Methylacrylcement of composietcement
F-Al-Si-glas bevattende cementen - Silicaatcement
- Silicofosfaatcement
- GI-cement
- HG-GI-cement
Hybride cementen - Cementen met F- en Ca-afgifte
- Cementen met F-afgifte
- HG-GI
CLASSIFICATIE OP MATRIXVORMING
Fenolaatcementen - ZnO-eugenol-cement of ZOE
(gaan Fenolaat vormen) - Ca(OH)2-silicaatcement
Acrylaatcementen - Methylacrylaat-cement of composietcement
(Gaan Acrylaat vormen, zijn kunstharsen) - HG-GI
Carboxylaatcementen - Polycarboxylaatcement
(bevatten allemaal PAZ) - GI
(hebben COOH-groepen) - HG-GI
Fosfaatcementen - ZnPO4-cement
- SiPO4-cement
, SOORTEN CEMENTEN
• Caviteitsvernissen
• ZnO-cement
• ZOE
• ZnPO4-cement
• Silicaatcement (niet meer gebruikt)
• Silicofosfaatcement
• Polycarboxylaatcement
• Glasionomeercement
CAVITEITSVERNISSEN
- Voor cement aangebracht → bescherming dentine
- Na cement aangebracht → bescherming cement (bijv. waterabsorptie blokkeren)
- Bevat vluchtige component, die verdampt en zo vernis achterlaat
- Werd veel gebruikt onder Ag en op GI
ZOE
Harden uit onder aanwezigheid van water en vormen hierbij naaldvormige kristallen (eugenolaat)
Klassiek ZOE:
- Poeder/Vloeistof
o P = ZnO
o E = Eugenol
- Eigenschappen
o Kleurloos, → geel
o Onbestendig aan licht
o Scherpe geur en smaak
o Wordt traag hard (gunstig voor WKB)
- Indicaties
o Voorlopig vulmateriaal
o Kanaalvulmateriaal
o Wondverband
Snelhardend/gewijzigd ZOE:
- Zelfde maar met toegevoegde materialen
o Bindtijdsmodificatoren
▪ Versnellers (Zinksteraat, ZnCl2, Zinkacetaat)
▪ Vertragers (ZnCO3)
o Natuur en kunstharsen
▪ Colophoniumpoeder (allergieën?)
▪ Natuurhars van terpentijnolie
▪ PMMA of PS
o Plasticeermiddel (voor minder snel hard worden)
▪ Olijfolie
o Antimicrobiële agentia
▪ Thymol
▪ 8-HO-quinoline