Zakelijke vs. persoonlijke rechten:
Zakelijk recht = recht op een goed persoonlijk recht = recht op een prestatie
Zakelijke rechten ➔ daaruit volgend twee logische principes … (van belang bij insolventie)
• Anterioriteitsbeginsel: wie eerst komt, eerst maalt
• Volgrecht sensu lato (erga omnes): als het goed tot iemand toebehoort, bv. een
roerende zaak, kan het goed niet opnieuw verkocht worden
- Zakelijke rechten: gekenmerkt door absoluut karakter (exclusieve aanspraak)
- Volgrecht: goed volgen in handen van wie het zich bevindt, goed volgen naar
degene naar wie het is overgedragen (bv. eigendom ➔ revindicatie)1
Bij uitstek van belang bij insolventie!
Begunstigde oefent recht uit tegenover de derde-verkrijger
Titularis kan in beginsel recht tegenwerpen aan iedere jongere verkrijger van
zakelijk recht op het goed (art. 3.4 BW)
- Beperkt zakelijke rechten: meer een echt volgrecht (bv. bij vruchtgebruik: blote
eigenaar kan enkel de blote eigendom verkopen)
- Zakelijke zekerheidsrechten: volgrecht sensu stricto!2
Gemaakt met oog op samenloopsituaties (insolventie)
Afscheidingsrecht (separatist): recht om individueel te executeren
In ieder geval: afzonderingsrecht (apart afrekenen of bij voorrang betaald)
• Het zakelijk recht van één = de beschikkingsonbevoegdheid (BOB) van de ander
• MAAR: soms bescherming van derden die te goeder trouw
beschikkingsbevoegdheid verkrijgen (titularis verzuimt bepaalde
publiciteitsmechanismen) ➔ volgrecht zakelijk recht botst op bescherming …
- Onder bepaalde omstandigheden zijn derde-verkrijgers beschermd!
- Roerende zaken: bezit te goeder trouw verkregen onder bezwarende titel
- Onroerende goederen: overschrijving + te goeder trouw
- Schuldvorderingen: kennisgeving aan de debiteur
• Geldt deze bescherming ook voor schuldeisers die hun chirografaire
schuldvordering realiseren? ➔ krijgen ‘recht met zakelijke werking’ (confer infra)
- Er ontstaat een zakelijk recht dat in regel leidt tot voorrang t.a.v. jongere
zakelijke rechten, maar tussen beslagleggende chirografaire schuldeisers
onderling geldt het anterioriteitsprincipe niet
1
In sommige gevallen is de sanctie niet-tegenwerpelijkheid van strijdige beschikking aan titularis ouder
zakelijk recht (bv. vestiging opstalrecht na een hypotheekvestiging) ➔ volgrecht + niet-tegenwerpelijkheid
zorgen dat titularis ouder recht zakelijke aanspraak op goed behoudt, maar op een verschillende manier.
2
Conventionele zakelijke zekerheidsrechten onderworpen aan publiciteit voor tegenwerpelijkheid
(hypotheek + pand): bescherming tegen ouder zakelijk zekerheidsrecht zelfs zonder goede trouw ➔ bv: A
vestigt hypotheek t.g.v. B en later t.g.v. C. Op basis van anterioriteitsbeginsel zou B voorrang krijgen. Indien
hypotheek echter niet werd ingeschreven, krijgt C voorrang, zelfs indien die op de hoogte was van de oudere
hypotheek en dus niet te goeder trouw was.
1
,Voorbeeld volgrecht:
Op onroerend goed van A rust een hypotheek ten gunste van B. eigenaar A verkoopt aan
C vrij van hypotheek. B was niet bevoegd om het vrij van hypotheek te verkopen. Het
volgrecht van hypotheekhouder B zorgt ervoor dat er toch een bevoegde overdracht aan
C voorligt, door de beschikking in te perken tot verkoop bezwaard MET hypotheek. Na
beschikking moet hypotheekhouder B zijn hypotheekrecht uitoefenen tegen C.
niet-tegenwerpelijkheid: titularis mag doen alsof onbevoegde beschikking nooit heeft
plaatsgevonden en aanspraken blijven uitoefenen (gevallen die onmogelijk kunnen
geherkwalificeerd als bevoegde beschikking zonder afbreuk zakelijke recht begunstigde,
bv. dubbele verkoop van eenzelfde goed).
Vereisten gesteld aan het voorwerp van een zakelijk recht:
• Specialiteitsbeginsel: zakelijke rechten hebben in beginsel steeds betrekking op
een specifiek goed dat individueel kan worden bepaald (art. 3.8, §1 BW)3
• Eenheidsbeginsel: houdt in dat de onderdelen van eenzelfde zaak het
zakenrechtelijk statuut volgen van het geheel (art. 3.8, §2 BW)4
• Uitzonderlijk: zakelijke rechten op meerdere zaken (bv. de ‘hoop’)
- Feitelijke algemeenheden: in sommige opzichten als bepaalde zaak behandeld
(zakelijk recht op feitelijke algemeenheid)
Tot op zekere hoogte: indien goed tot feitelijke algemeenheid behoort
- Juridische algemeenheid (afgescheiden vermogens/boedels) = rechtspersoon
Deelgenoot heeft aandeel in geheel – tussen boedel en zaken in boedel
gelden de gewone goederenrechtelijke regels
• Bepaaldheidsbeginsel: geen betrekking op niet-gespecifieerde zaken in een
grotere hoeveelheid soortgoederen (art. 3.8, §1 BW) ➔ vermenging?
- Overdracht of vestiging heeft pas plaats bij specificatie
- Voorbeeld: geld ➔ in wet staat dat je geld niet kan revindiceren, dit zou immers
het geldverkeer in gevaar brengen (geld moet rollen)
• Goed moet bestaan: bij een toekomstig goed vindt de overdracht of vestiging pas
plaats wanneer het goed ontstaat
- Verbintenisrechtelijk mogelijk: alle toekomstige en huidige schuldvorderingen
in pand geven, ½ van toekomstig huis schenken
Wijze waarop zakelijk recht wordt verkregen:
• Afgeleide verkrijging onder bijzondere titel afgeleide verkrijging onder algemene
titel oorspronkelijke wijze van verkrijging
• Afgeleide verkrijging onder bijzondere titel:
- Beschikkingsbevoegdheid vereist
- Geldige titel vereist (bv. eigenaar, blote eigenaar, …)
- Levering
- Overdraagbaarheid
- Andere objectieve vereisten
3
Nuancering door art. 3.12: zakelijk recht verdwijnt niet, maar wordt een mede-eigendomsrecht op een
grotere hoop (zakelijke rechten op recht op vermengde goederen uitoefenen in verhouding tot rechten).
4
Inherent bestanddeel = een noodzakelijk element van dit goed dat niet kan worden afgescheiden zonder
afbreuk te doen aan de fysieke/functionele substantie (bv. vierde poot van een stoel).
2
,Persoonlijke rechten = recht op een prestatie:
• ‘Relatief’ (in concurrentie): geen specifiek goed ➔ in beginsel alle goederen
• Verhaal op vermogen (executierecht): beslag creëert recht met zakelijke werking5
• In concurrentie: bij samenloop wordt opbrengst naar evenredigheid verdeeld
(concurrentieel recht op ganse vermogen van schuldenaar)
• ‘Asset dilution’: goederen zomaar weggeven
• ‘Claim dilution’: heel veel schulden aangaan
• ‘Claim subordination’
• Accessoria executierecht van houder persoonlijk recht: zijdelingse vordering
pauliana vordering wegens herstel van collectieve schade
- Pauliana (art. 5.243): onderpand uitgehold door bv. dingen gratis weg te geven
Bedrieglijke miskenning rechten ➔ niet-tegenwerpelijkheid overeenkomst
Voorbeeld: je hebt een opeisbare claim, maar vordert deze niet in, zodat
schuldeisers geen verhaal op hem kunnen uiten
Voorbeeld: eenmanszaak ➔ eigenaar leent geld van vennootschap
- Vordering voor collectieve schade: in bepaalde omstandigheden is het niet
mogelijk om het specifieke goed te bepalen
Voorbeeld: onderneming werd op onredelijke manier voortgezet, of er is
geen goed meer omdat het teniet is gegaan
Zakelijke rechten Persoonlijke rechten
Erga omnes (prioriteitsregel) Relatief (in concurrentie)
Volgrecht sensu lato Verhaal op vermogen
Numerus clausus Vrijheid, blijheid
Vereisten gesteld aan het voorwerp van het Vrijheid, blijheid
zakelijk recht
Handhaafbaar door zakelijke subrogatie
(art. 3.10 BW)
Vermogen als verhaalsobject: persoonlijke rechten zijn ‘relatief’ (in concurrentie) ➔
verhaal op vermogen mogelijk.
Zwakte van persoonlijke rechten:
• Schuldeiser moet in beginsel de goederenrechtelijke toestand van het vermogen
van zijn schuldenaar respecteren
• Tenzij: derde-medeplichtigheid aan wanprestatie (beslag leggen vormt echter
nooit grond tot derde-medeplichtigheid)
• Tenzij: schuldeiser te goeder trouw beschermd wordt door niet-
tegenwerpelijkheidsregel (zie vooral art. 3.30 BW)
• Tenzij: niet-tegenwerpelijkheid door pauliana
Bijzonder geval: schuldvordering als goed
• Persoonlijk recht is zelf ook voorwerp van zakelijke rechten ➔ schuldeiser kan
gezien worden als eigenaar van zijn schuldvordering
5
Geen zakelijk recht an sich: relatieve beschikkingsonbevoegdheid beperkte derdenbescherming
volgt niet volledig het anterioriteitsbeginsel.
3
, • Opgelet: schuldvordering wordt gespecifieerd door de interne verhouding tussen
schuldeiser en schuldenaar
• Zakelijke werking van de interne bepalingen:
- Mits intern verbintenisrechtelijk geldig (zie bv. art. 3.53 BW)
- Behoudens bedrog
- Behoudens vertrouwensleer
- Behoudens wettelijke uitzonderingen
• Uitzondering = art. 64 Pandwet ➔ “tussen de pandgever en schuldenaar van de
verpande schuldvordering gesloten overeenkomst waarbij de schuldvordering die
de betaling van een geldsom tot voorwerp heeft niet vatbaar is voor overdracht of
verpanding is niet tegenwerpelijk aan derden, behoudens indien deze zich hebben
schuldig gemaakt aan derde-medeplichtigheid aan de schending van dit beding”
• Nuance: ‘externe’ bepalingen hebben die zakenrechtelijke werking niet (bv.
overdrachtsbeperkingen op aandelen in een aandeelhoudersovereenkomst)6
• Bijzonder geval = schuldvordering als goed7
- Art. 7:78, §1: de statuten, uitgiftevoorwaarden van effecten of
overeenkomsten kunnen perken stellen aan overdraagbaarheid,
onder levenden of bij overlijden, van aandelen, inschrijvingsrechten of alle
andere effecten die toegang geven tot aandelen
§ 2: een overdracht in strijd met overdrachtsbeperkingen die in regelmatig
openbaar gemaakte statuten zijn opgenomen, kan aan de vennootschap of
derden niet worden tegengeworpen, ongeacht de goede of kwade trouw van
de overnemer, zelfs wanneer de statutaire overdrachtsbeperking niet in het
aandelenregister is opgenomen
• A heeft krachtens een aandeelhoudersovereenkomst een voorkooprecht op
aandelen van B in een NV ➔ C koopt de aandelen van B in de wetenschap dat B
hiermee de overeenkomst met A schendt
- B kan C aanspreken o.b.v. derde-medeplichtigheid en kan eventueel de
afgifte van aandelen van C vekrrijgen als schadeherstel
• A heeft krachtens een aandeelhoudersovereenkomst een voorkooprecht op
aandelen van B in een NV ➔ C is op de hoogte van A’s voorkooprecht en werd
ingeschreven in het aandelenregister ➔ C legt beslag
- C is schuldeiser van A en legt uitvoerend beslag op aandelen, dat C op hoogte
is van B’s voorkooprecht is geen beletsel voor beslag (niet gebonden)
• A heeft krachtens een aandeelhoudersovereenkomst een voorkooprecht op
aandelen van B in een NV ➔ B gaat failliet ➔ de curator wil de aandelen
verkopen aan de hoogste bieder
- Aanleiding tot contractuele vordering wegens wanprestatie, maar louter
schuldvordering in boedel (geen uitvoering door afgifte van aandelen)
6
Wettelijke/statutaire overdrachtsbeperking: tegenwerpelijk aan persoonlijke schuldeisers aandeelhouder,
op dezelfde manier als die schuldeiser wordt getroffen door statutaire afspraken (bv. winstverdeling)
contractuele beperking: louter externe obligatoire afpsraak die interne goederenrechtelijke inhoud van
aandeel niet wijzigt.
7
Bij roerende zaken is er een standaardbundel rechten, die niet bepaald wordt door contractuele afspraken
m.b.t. die zaak (art. 3.28, §1 BW) zakelijk recht op schuldvordering/aandeel: juridische inhoud (geen
standaardbundel) is enkel wat bepaald is in de overeenkomst of statuten die schuldvordering/aandeel doen
ontstaan als een goed ➔ derde moet onderzoek doen (in statuten).
4