Les 7: Assessment van persoonlijkheid
Alle testen moeten betrouwbaar en valide gemeten worden
Psychodiagnostiek
7.2 Soorten persoonlijkheidsinstrumenten
1. Persoonlijkheidsvragenlijsten en -interviews
Meest gebruikte methode
Zelf- of peerbeoordelingen: ervaringen, gevoelens, gedachten, verlangens,
meningen, …
Intensieve manier: bestaan meestal uit verschillende subschalen en veel items
Vaak gebaseerd op een bepaalde theorie of model
MAAR soms ook o.b.v. empirisch onderzoek (altijd valide en betrouwbaar!)
Verschillende vraagvormen:
- Ongestructureerd
Open vragen
Vb. Twenty statements test
- Gestructureerd
Gesloten vragen met vaste antwoordmogelijkheden
Trekbeschrijvende adjectieven:
Checkbox
Likertschaal
Trekbeschrijvende zinnen
Ja/nee
Likertschaal
2. Experience sampling
Verschillende keren op een dag bevragen hoe iemand zich voelt
Stemmingswisselingen?
Bv. met app
Bv. narrative clips: toestel neemt op bepaalde tijdstippen foto’s (patronen van
gedrag bestuderen)
1
, Persoonlijkheidspsychologie
3. Observatie
Bij moeilijk verkrijgen van informatie bv. wanneer mensen sociaal wenselijke
antwoorden geven
Observatie in natuurlijke omgeving
Gestandaardiseerde laboratoriumsituatie gedrag uitlokken
- Rollenspel, presentatie geven, …
- “Strange Situation Test” (kinderen)
Bridge-building test
Proefpersoon moet samen met 2 ‘assistenten’ een brug maken
Er wordt gevraagd om de leiding te nemen (‘leiderschapskwaliteiten meten’)
Assistenten:
1) 1 domme persoon
2) 1 betweter
Frustratietolerantie + omgaan met tegenslag wordt gemeten
Test van Megargee
Heel dominante persoonlijkheden en heel niet-dominante persoonlijkheden in een test
1 persoon moet leiding nemen, andere moet volgen
hoog dominante man – laag dominante man 75% van hoog dominante
mannen neemt de leiding
hoog dominante vrouw – laag dominante vrouw 70% van hoog dominante
vrouwen neemt de leiding
hoog dominante man – laag dominante vrouw 90% van hoog dominante
mannen neemt de leiding
hoog dominante vrouw – laag dominante man 20% van hoog dominante
vrouwen neemt de leiding
Dominantie lokt hier ander gedrag uit: dominante vrouw verdeeld de rollen
(kiest niet altijd voor leidinggevende rol)
Testsituaties kunnen bepaalde trekken uitlokken
Kritische blik over mogelijke andere invloeden of waar trek tot uiting komt
Beperkingen:
- Artificiële setting natuurlijk gedrag?
- Invloed experimentleider?
4. Projectieve testen
2