ZIEKTELEER BLOEDVATEN &
HART
PETER VERHAMME
STOLLING & VAATLIJDEN
STOLLING & ONTSTOLLING : TROMBOSE VS HEMOSTASE
HEMOSTASE= stoppen v bloeding: fysiologisch
1) Vasconstrictie: vaatwand
2) Bloedplaatjesaggregatie: vorming bloedplaatjes ‘plug’
3) Coagulatie: fibrine netwerk door activatie SF plasma
Triade v Virchow:
- Stase bloed
- Verandering bloedvatwand
- Verandering componenten vh bloed zelf
TROMBOSE= pathologische stollingsactivatie: verstopping ve slagader dor klonter
DE BLOEDPLAATJESFUNCTIE KAN JE OPDELEN IN:
Adhesie: BP binden aan collageen en vWF die vrijkomen bij beschadiging van de
bloedvatwand
Activatie: activatie van BP door high shear stress, vaatwandbeschadiging, chemische
stofjes en stimulatie van hun membraanreceptoren
Secretie: BP gaan hun intracel. granules vrijzetten
,Aggregatie: BP gaan aan elkaar kleven en bloedklonter vormen
Beschadiging: snelle vasconstrictie en scheurbreuk hersel door
- Bl pl serotoine en tromboxaan voor VC
- Endotheel vd bloedvatwand vWF vrijzetten: betere hemostase
o VWF bindt aan beschadigde vaatwand -> uitrollen door stromende bloed :
bindt blpl schade plaats => bl pl activatie => signaalstoggen vrij :
plaatjesactivatie versterken en stolling activeren (tromboxane(prod
verhinderd door aspirine) ,ADP (P2Y12 R), stollingsfactoren => op
geactiveerde blpl w GP2b en 3a R (fibrinogeen R) geactiveerd =>
fibrinogeenmolecules verbinden bloedplaatjes
2b inhibitoren: medicatie die laatste stap remmen aspirine remt tromboxane
aanmaak
Clopidogrel, prasugrel en ticagrelor : P2 Y12 inhibitoren blokkeren ADP receptor
CASCADE VAN PLASMA-EIWITTEN DIE KUNNEN LEIDEN TOT NETWERK VAN
FIBRINEDRADEN
• Stapsgewijze activatie van zymogenen (=inactieve enzymes) tot actieve
enzymes / stollingsfactoren
• Zymogeen: romeins cijfer (bv factor X)
• Actieve factor: subscript ‘a’ (bv factor Xa)
• Elke stollingsfactor
• catalyseert een proteolytische activatie van andere stollingsfactor(en)
• of is een cofactor om deze activatie mogelijk te maken
, Intrinsieke stollingssysteem: link met infectie, inflammatie, lich vreemd materiaal:
postieve feedback: amplificatie
Afremmen overmatige stolling door natuurlijke anticoagulantia: voorkomt te
hevige stolling
Tissue factor pathway inhibitor: door factor 10
Anti trombine (prot C activatie en factor 5 inactivatie
Afbraak v gevormd fibrine: fibrinoLYSE
X-> 2 (pro TROMBI) (sleuteleiwit in stolling)
- Tissue factor: TF en VII komt vrij bij weefselschade en acitveert X: TF toevoegen
en protrombine tijd meten
- Fx XII activatie: meten stolling via aPTT
! fVIII deficientie= hemofilie A
fIX deficientie = hemofilie B
AT= Anti trombine: verschillende factoren neutraliseren: HEPARINE activeert antitrombine
en ontstolt Pt
F XIII: crosslinker: steviger maken v fibrine netwerk
Plasminogeenactivatoren: fibrinolyse of trombolyse: Tissue type plasminogeen activator
Puntmutatie thv Factor V: LEIDEN: minder efficiente inactivatie f Va door
geactiveerde prot C: risico factor v veneuze trombo-embolie Caucastische
bevolking
D-dimeren: fragmenten v fibrine: teken van stollingsactiviteit
HART
PETER VERHAMME
STOLLING & VAATLIJDEN
STOLLING & ONTSTOLLING : TROMBOSE VS HEMOSTASE
HEMOSTASE= stoppen v bloeding: fysiologisch
1) Vasconstrictie: vaatwand
2) Bloedplaatjesaggregatie: vorming bloedplaatjes ‘plug’
3) Coagulatie: fibrine netwerk door activatie SF plasma
Triade v Virchow:
- Stase bloed
- Verandering bloedvatwand
- Verandering componenten vh bloed zelf
TROMBOSE= pathologische stollingsactivatie: verstopping ve slagader dor klonter
DE BLOEDPLAATJESFUNCTIE KAN JE OPDELEN IN:
Adhesie: BP binden aan collageen en vWF die vrijkomen bij beschadiging van de
bloedvatwand
Activatie: activatie van BP door high shear stress, vaatwandbeschadiging, chemische
stofjes en stimulatie van hun membraanreceptoren
Secretie: BP gaan hun intracel. granules vrijzetten
,Aggregatie: BP gaan aan elkaar kleven en bloedklonter vormen
Beschadiging: snelle vasconstrictie en scheurbreuk hersel door
- Bl pl serotoine en tromboxaan voor VC
- Endotheel vd bloedvatwand vWF vrijzetten: betere hemostase
o VWF bindt aan beschadigde vaatwand -> uitrollen door stromende bloed :
bindt blpl schade plaats => bl pl activatie => signaalstoggen vrij :
plaatjesactivatie versterken en stolling activeren (tromboxane(prod
verhinderd door aspirine) ,ADP (P2Y12 R), stollingsfactoren => op
geactiveerde blpl w GP2b en 3a R (fibrinogeen R) geactiveerd =>
fibrinogeenmolecules verbinden bloedplaatjes
2b inhibitoren: medicatie die laatste stap remmen aspirine remt tromboxane
aanmaak
Clopidogrel, prasugrel en ticagrelor : P2 Y12 inhibitoren blokkeren ADP receptor
CASCADE VAN PLASMA-EIWITTEN DIE KUNNEN LEIDEN TOT NETWERK VAN
FIBRINEDRADEN
• Stapsgewijze activatie van zymogenen (=inactieve enzymes) tot actieve
enzymes / stollingsfactoren
• Zymogeen: romeins cijfer (bv factor X)
• Actieve factor: subscript ‘a’ (bv factor Xa)
• Elke stollingsfactor
• catalyseert een proteolytische activatie van andere stollingsfactor(en)
• of is een cofactor om deze activatie mogelijk te maken
, Intrinsieke stollingssysteem: link met infectie, inflammatie, lich vreemd materiaal:
postieve feedback: amplificatie
Afremmen overmatige stolling door natuurlijke anticoagulantia: voorkomt te
hevige stolling
Tissue factor pathway inhibitor: door factor 10
Anti trombine (prot C activatie en factor 5 inactivatie
Afbraak v gevormd fibrine: fibrinoLYSE
X-> 2 (pro TROMBI) (sleuteleiwit in stolling)
- Tissue factor: TF en VII komt vrij bij weefselschade en acitveert X: TF toevoegen
en protrombine tijd meten
- Fx XII activatie: meten stolling via aPTT
! fVIII deficientie= hemofilie A
fIX deficientie = hemofilie B
AT= Anti trombine: verschillende factoren neutraliseren: HEPARINE activeert antitrombine
en ontstolt Pt
F XIII: crosslinker: steviger maken v fibrine netwerk
Plasminogeenactivatoren: fibrinolyse of trombolyse: Tissue type plasminogeen activator
Puntmutatie thv Factor V: LEIDEN: minder efficiente inactivatie f Va door
geactiveerde prot C: risico factor v veneuze trombo-embolie Caucastische
bevolking
D-dimeren: fragmenten v fibrine: teken van stollingsactiviteit