Industrieel Ingenieur
HYDROTECHNIEK
Prof. dr. ir. Wouter De Corte
Hoogleraar
Vakgroep Bouwkundige Constructies en Bouwmaterialen
Universiteit Gent
Uitgave: 2025-2026
, Hoofdstuk I : Verdeling van drinkwater in woningen en bedrijfsgebouwen
In dit hoofdstuk worden de opeenvolgende stappen in het ontwerp van een drinkwater-leidingennetwerk
uiteengezet. De opeenvolgende stappen zijn het bepalen van de behoeften, het opstellen van de
randvoorwaarden en het bepalen van de leidingendiameters. Recentelijk wordt belangrijke aandacht
gevraagd voor het legionellaprobleem. Er dient dan ook reeds bij het concept aandacht aan besteed.
1. Raming van de benodigde hoeveelheden (drink)water
Bij het ontwerp van de aanvoer van proces- en drinkwater naar en in bedrijven en woningen moet een raming
gemaakt worden van de behoefte. Hierbij moet men een onderscheid maken tussen :
het gemiddelde dagverbruik : de hoeveelheid water gemiddeld per dag verbruikt wordt door het bedrijf of de
woning
en
het piekdebiet : het waarschijnlijk maximale debiet dat op een bepaald ogenblik gevraagd kan worden en
waarop het leidingennetwerk gedimensioneerd wordt
1.1. Het gemiddelde dagverbruik
Het gemiddelde dagverbruik is vooral van belang bij het ontwerpen van een buffersysteem, bijvoorbeeld een
watertoren of een spaarbekken. Dit verbruik is uitgedrukt per seconde natuurlijk veel kleiner dan het
maximale. Er wordt immers in woningen en bedrijven, behoudens uitzonderingen, slechts sporadisch water
afgenomen. Dit laatste moet evenwel met een voldoende groot debiet kunnen gebeuren.
In België bedraagt het gemiddelde huishoudelijke leidingwaterverbruik :
2016 : 100 liter per persoon per dag (+1% t.o.v. 2013) (bron : Watermeter 2016-2017)
2022 : 84 liter per persoon per dag (bron : vmm.be 2024) nu ongv: 100- 120 liter
2022 : 103 liter per persoon per dag (bron : dewatergroep.be 2024)
Het verbruik is bij de laagste van de Europese Unie. Tabel 1.1 geeft het gemiddelde huishoudelijke
leidingwaterverbruik per jaar in m³ in een aantal Europese landen. Bij de lage waarden in de Baltische staten
kan het voorbehoud gemaakt worden dat 30% van de huishoudens gebruik maakt van eigen bronnen. Gezien
de recente inspanningen om ook in België meer gebruik te maken van hemelwater komen deze waarden
steeds meer in de buurt. Zie ook : http://vmm.be/data/gemiddeld-leidingwaterverbruik-gezinnen.
prijzen: 5euro/m³
waarvan 3 euro voor het water
en 2 euro voor het afvoeren ervan
mop: ook verminderingen en
luxeprijzen (zwembad)
Hoe groter het gezin, hoe lager het
verbruik
Tabel 1.1 : gemiddelde huishoudelijke leidingwaterverbruik (bron : Eurostat)
Prof.dr.ir. Wouter De Corte Hydrotechniek 5
,De evolutie van het gemiddeld huishoudelijk verbruik heeft in de periode na de tweede wereldoorlog een
spectaculaire groei doorgemaakt die slechts vanaf begin deze eeuw gekeerd is. Tabel 1.2 geeft deze evolutie
en de evolutie van de procentuele verdeling van de aanwending aan. De waarden van tabel 1.2 zijn gemiddelde
waarden, in werkelijkheid zijn ze seizoensafhankelijk.
1980 1990 2000 2007 2010 2020
voedsel en drank 7 7 7 5 3 9
Afwas 8 10 12 8 8 3
WC 40 47 47 40 30 18
Lichaamshygiëne 24 30 37 37 44 58
Was 14 16 17 15 17 11
Onderhoud 9 10 13 10 8 4
102 120 133 115 110 103
Tabel 1.2 : evolutie van het gemiddelde huishoudelijk leidingwaterverbruik (bron: Belgaqua/De Watergroep)
Rond 2015 bedraagt de consumptie van leidingwater ongeveer 87% van de totale huishoudelijke
waterconsumptie. De rest wordt geleverd door grond- en hemelwater. Het is ook duidelijk dat op dit ogenblik
stimulansen worden gegeven om het aandeel leidingwater in het totale verbruik te verminderen ten voordele
van vooral hemelwater. De behoefte aan zuiver leidingwater (voedsel en drank, afwas, lichaamshygiëne)
bedraagt immers slechts de helft van de totale behoefte. De Vlaamse gemeenschap gaf als prognose tot 2020
(basis 2010) een reductie van de totale waterbehoefte voor de gezien aan van 7%. De verhoudingen tussen
leidingwater (87% naar 76%), grondwater (6% naar 4%) en hemelwater (7% naar 20%) zouden naar
verwachting ook belangrijke wijzigingen ondergaan. In dit verband bestaan / bestonden voor particulieren
premies voor de aanleg van een regenwaterput met tweede circuit (zie Hoofdstuk II) en is een dergelijk
systeem verplicht bij nieuwbouw met een dakoppervlakte van minimaal 75m². Deze regels gelden ook voor
verbouwers die minder dan 60 % van de buitenmuren laten staan en voor al wie zijn dak met minstens de
helft uitbreidt. Gebouwen met rieten daken, groendaken en sommige landbouwbedrijven zijn vrijgesteld.
Tabellen 1.3 en 1.4 geven een idee van het gemiddelde leidingwaterverbruik in woningen, openbare
instellingen en industrieën.
Gebruik Eenheden gemiddelde behoefte (l)
Woning pers/dag 150
School ll/dag 50
Hotel kamer/dag 230
markt m²/dag 5
ziekenhuis bed/dag 750
kantoor bediende/dag 40
kapper bediende/dag 170
slachthuis dier/dag 450
papierfabriek /ton papier 2200
bakkerij bediende/dag 130
Tabel 1.3 : gemiddelde leidingwaterverbruik op diverse plaatsen (deel 1)
Prof.dr.ir. Wouter De Corte Hydrotechniek 6
, Gebruik eenheden gemiddelde behoefte (l)
Brouwerij 100 l bier 1000
Melkerij 100 l melk 500
Serreteelt m²/jaar 500
Veeteelt dier/dag 70
Tabel 1.4 : gemiddelde leidingwaterverbruik op diverse plaatsen (deel 2)
algemeen: hoeveel debiet water wordt ongv gebruikt per moment.
Alle kraantjes op het zelfde moment open?
1.2. Het piekdebiet - in een gewone situatie niet (niet-gelijktijdigheid)
- in douche bij sportvereniging, hotel, koeling van installaties wel
Wanneer men het totale dagverbruik in een ééngezinswoning van bijvoorbeeld 250 liter/dag (2,5 personen)
deelt door het aantal seconden in een dag (86400) dan bedraagt het gemiddelde verbruik slechts 0,003 l/s.
Dit bedrag is van geen belang bij het ontwerpen van de leidingen in de woning zelf. Hiervoor is het piekdebiet
noodzakelijk. Dit is het waarschijnlijk maximale debiet dat op een bepaald ogenblik gevraagd kan worden.
In een willekeurig gebouw is het piekdebiet enkel met zekerheid gekend aan een uiteinde van de leiding, waar
slechts één aftappunt aangesloten is. Op dit punt varieert het debiet tussen 0 en het maximale debiet dat het
aftappunt kan/moet leveren. Voor elk type aftappunt (dienstkraan, W.C., douchekraan, badkraan,…) is dit
maximale debiet gekend. Tabel 1.5 geeft voor de meest voorkomende types aftappunten voorbeelden van
piekdebieten aan. Mop: een debiet bij een kraan is niet constant!, Hangt af van de druk net voor de kraan.
Ook leiding verliezen zorgen voor verschillende debieten.
Voor alle andere punten van het leidingennetwerk en vooral voor de meest opwaarts gelegen stukken en de
aanvoerleiding in het bijzonder is het piekdebiet niet onmiddellijk te bepalen. Theoretisch zou men het
piekdebiet gelijk kunnen stellen aan de som van de maximale debieten van alle aftappunten. In werkelijkheid
zullen al deze punten nooit allemaal gelijktijdig gebruikt worden. Het zou dan ook oneconomisch zijn het
leidingennet zodanig te berekenen dat alle aftappunten op hetzelfde ogenblik het maximale debiet kunnen
leveren, tenzij voor zeer kleine installaties.
Debiet in liter per seconde
Ogenblikkelijke verwarming
Benaming van het toestel Koud Centr.
Accum. kW
water Prod.
26,5 22,3 14 8,72
Afwastafel 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,15 0,1
Wastafel 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
Stortbad 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15 0,1
Badkuip 0,25 0,25 0,25 0,25
Bidet 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
Wasbak 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
Collectieve wastafel (per tappunt) 0,05 0,05 0,05
Waterpunt 0,15
Garagewaskraan 0,3
Sproeikraan 0,4
minimale druk is 1 bar!!!
W.C. met spoelreservoir 0,1
relatief tov atmosfeerdruk
Urinoir met individuele kraan 0,1
Tabel 1.5 : maximale debieten (warm- en koud water) per aftappunt (l/s) – empirisch / gelijktijdigheid
Prof.dr.ir. Wouter De Corte Hydrotechniek 7
Dus, neem geen som van de debieten maar hou rekening met de gelijktijdigheid.