EMBRYOLOGIE
VAN OVULATIE TOT IMPLANTATIE
SPERMATOZOA
Spermatozoa moet 2 reacties ondergaan:
- Capacitatie : een huidje van glycoproteïnen en seminale plasmaproteïnen wordt
verwijderd van de kop van de spermatozoön
- Acrosomale reactie : trypsineachtige stoffen worden vrijgemaakt om de
penetratie in de oöcyt mogelijk te maken
Spermatozoa moet vlgd structuren penetreren
- De corona radiata
- De zona pellucida
- De celmembraan van de oöcyt
Zodra spermatozoa binnen oöcyt :
- eicel tweede meiotische deling en zo vrouwelijke pronucleus vormen
- De zona pellucida ondoordringbaar worden
- De spermatozoa zijn staart verliezen , zwellen en de mannelijke pronucleus
vormen
KEYWORDS
Conceptie Ovum Embryo Foetus Fertilisatie Implantatie Oöcyt
matuur ovum + 0-14 dagen 2w-8w 2m – geboorte Enkele uren 7d na fertilistie Eicel bij
levensvatbaar tot 2d na ovulatie (2de
spermacel ovulatie meiotische
deling)
- Van blastocyt naar embryo naar foetus naar geboorte
- Vrouwelijke pronucleus + mannelijke pronucleus
- Zygote
- Klievingsdelingen : mitotische delingen
1
,KLIEVINGSDELINGEN
- 30h
o 2 cellig stadium : blastomeer
o Tuba uterina
- 40h
o 4 cellig stadium
o Tuba uterina
- 3-4 d
o Morula
o Uterus
DAG 4: COMPACTIE
- Morula, ondergaat het proces van compactie.
- De randcellen vormen een dichtere structuur
o meer desmosomen
o meer gap junctions
- Vormen zo het trofoblast
- Binnencelmassa ( inner cell mass) zal tot het embryo leiden = embryoblast
- In de morula, die inmiddels de uterus heeft bereikt, ontstaat zo een holte de blastocoel. De wand van deze holte wordt
gevormd door de trofoblast en de embryoblast.
2
,DAG 5
DE BLASTULA
- Blastula
o Even groot als secundaire Oöcyt
o Blijft omgeven door zona pellucida
▪ Beschermt tegen proteolytische enzymen
▪ Zona pellucida weg ( dag 5) = implantatie mogelijk
o Hatching = Verwijderen zona pellucida
▪ Gebeurt net voor de implantatie
De blastula bestaat uit:
- Trofoblast
o Buitenste laag
o Wordt placenta
- Embryoblast
o Binnenste laag
o Wordt embryo
- Blastulaholte = blastocoele
PRE-IMPLANTATIE EMBRYO
- weinig gevoelig voor straling
- Weinig gevoelig voor teratogene stoffen
- geringe zuurstofbehoefte.
- Schade aan het pre-implantatie embryo leidt meestal tot een alles of niets fenomeen.
= Volledige teloorgang of geen schade.
- Enkele cellen van het pre-implantatie embryo kunnen verwijderd worden zonder schade.
PRE- IMPLANTATIE DIAGNOSTIEK EN IVF
- Enkele cellen van het embryo kunnen verwijderd worden zonder schade.
- Klinisch wordt hiervan gebruik gemaakt bij pre-implantatie diagnostiek na in vitrofertilisatie
De eigenlijke implantatie :
- na twee tot drie dagen intra- uterien verblijf ,
- rond de 21ste dag van een vierweekse cyclus .
IMPLANTATIE VOORWAARDEN
- Blastocyst
o ontsnapt uit de zona pellucida
o nestelt zich tegen het endometrium door fagocytotische activiteit van trofoblast.
- Uterus
o Adhesie kan enkel plaatsgrijpen wanneer uterus secretorische fase (luteinizatie fase) is ingegaan.
o Deze ontvangst-klaar-maken fase van het endometrium duurt 4 dagen (20ste 23ste dag) en wordt het
‘implantation window’ genoemd.
3
, ➔ ‘Implantation of the Blastocyst’
NA DE ADHESIE DE INNESTELING
- Zodra adhesie op het endometrium volledig
- zullen trofoblastcellen splitsen in 2 celtypes: cfr dag 8.
o syncytiotrophoblast (buitenkant) en
o cytotrophoblast (binnenkant)
- De innesteling gebeurt dus later.
o Innesteling : Engels = nidation
o Dag 8
o = carnegie stadium 5
TROFOBLAST
- vormt human choriongonadotrofine (HCG°).
o Zorg ervoor dat het corpus luteum blijft bestaan
o Dat productie van progesteron toeneemt.
- Voor de productie van HCG is enkel trofoblast nodig, geen embryo.
- HCG = vaststelling zwangerschap
o via een bloed of urinetest.
- Luteoplacentaire shift
o In een later stadium, na ongeveer 10 weken amenorroe, zal de syncitiotrofoblast zelf progesteron produceren
zodat het corpus luteum niet meer onderhouden dient te worden . Dat heet de luteoplacentaire shift.
4
VAN OVULATIE TOT IMPLANTATIE
SPERMATOZOA
Spermatozoa moet 2 reacties ondergaan:
- Capacitatie : een huidje van glycoproteïnen en seminale plasmaproteïnen wordt
verwijderd van de kop van de spermatozoön
- Acrosomale reactie : trypsineachtige stoffen worden vrijgemaakt om de
penetratie in de oöcyt mogelijk te maken
Spermatozoa moet vlgd structuren penetreren
- De corona radiata
- De zona pellucida
- De celmembraan van de oöcyt
Zodra spermatozoa binnen oöcyt :
- eicel tweede meiotische deling en zo vrouwelijke pronucleus vormen
- De zona pellucida ondoordringbaar worden
- De spermatozoa zijn staart verliezen , zwellen en de mannelijke pronucleus
vormen
KEYWORDS
Conceptie Ovum Embryo Foetus Fertilisatie Implantatie Oöcyt
matuur ovum + 0-14 dagen 2w-8w 2m – geboorte Enkele uren 7d na fertilistie Eicel bij
levensvatbaar tot 2d na ovulatie (2de
spermacel ovulatie meiotische
deling)
- Van blastocyt naar embryo naar foetus naar geboorte
- Vrouwelijke pronucleus + mannelijke pronucleus
- Zygote
- Klievingsdelingen : mitotische delingen
1
,KLIEVINGSDELINGEN
- 30h
o 2 cellig stadium : blastomeer
o Tuba uterina
- 40h
o 4 cellig stadium
o Tuba uterina
- 3-4 d
o Morula
o Uterus
DAG 4: COMPACTIE
- Morula, ondergaat het proces van compactie.
- De randcellen vormen een dichtere structuur
o meer desmosomen
o meer gap junctions
- Vormen zo het trofoblast
- Binnencelmassa ( inner cell mass) zal tot het embryo leiden = embryoblast
- In de morula, die inmiddels de uterus heeft bereikt, ontstaat zo een holte de blastocoel. De wand van deze holte wordt
gevormd door de trofoblast en de embryoblast.
2
,DAG 5
DE BLASTULA
- Blastula
o Even groot als secundaire Oöcyt
o Blijft omgeven door zona pellucida
▪ Beschermt tegen proteolytische enzymen
▪ Zona pellucida weg ( dag 5) = implantatie mogelijk
o Hatching = Verwijderen zona pellucida
▪ Gebeurt net voor de implantatie
De blastula bestaat uit:
- Trofoblast
o Buitenste laag
o Wordt placenta
- Embryoblast
o Binnenste laag
o Wordt embryo
- Blastulaholte = blastocoele
PRE-IMPLANTATIE EMBRYO
- weinig gevoelig voor straling
- Weinig gevoelig voor teratogene stoffen
- geringe zuurstofbehoefte.
- Schade aan het pre-implantatie embryo leidt meestal tot een alles of niets fenomeen.
= Volledige teloorgang of geen schade.
- Enkele cellen van het pre-implantatie embryo kunnen verwijderd worden zonder schade.
PRE- IMPLANTATIE DIAGNOSTIEK EN IVF
- Enkele cellen van het embryo kunnen verwijderd worden zonder schade.
- Klinisch wordt hiervan gebruik gemaakt bij pre-implantatie diagnostiek na in vitrofertilisatie
De eigenlijke implantatie :
- na twee tot drie dagen intra- uterien verblijf ,
- rond de 21ste dag van een vierweekse cyclus .
IMPLANTATIE VOORWAARDEN
- Blastocyst
o ontsnapt uit de zona pellucida
o nestelt zich tegen het endometrium door fagocytotische activiteit van trofoblast.
- Uterus
o Adhesie kan enkel plaatsgrijpen wanneer uterus secretorische fase (luteinizatie fase) is ingegaan.
o Deze ontvangst-klaar-maken fase van het endometrium duurt 4 dagen (20ste 23ste dag) en wordt het
‘implantation window’ genoemd.
3
, ➔ ‘Implantation of the Blastocyst’
NA DE ADHESIE DE INNESTELING
- Zodra adhesie op het endometrium volledig
- zullen trofoblastcellen splitsen in 2 celtypes: cfr dag 8.
o syncytiotrophoblast (buitenkant) en
o cytotrophoblast (binnenkant)
- De innesteling gebeurt dus later.
o Innesteling : Engels = nidation
o Dag 8
o = carnegie stadium 5
TROFOBLAST
- vormt human choriongonadotrofine (HCG°).
o Zorg ervoor dat het corpus luteum blijft bestaan
o Dat productie van progesteron toeneemt.
- Voor de productie van HCG is enkel trofoblast nodig, geen embryo.
- HCG = vaststelling zwangerschap
o via een bloed of urinetest.
- Luteoplacentaire shift
o In een later stadium, na ongeveer 10 weken amenorroe, zal de syncitiotrofoblast zelf progesteron produceren
zodat het corpus luteum niet meer onderhouden dient te worden . Dat heet de luteoplacentaire shift.
4