1. Antwoord op de volgende stellingen met JUIST of FOUT en MOTIVEER uw antwoord in 1
zin. Juist of fout, zonder (correcte) motivering, levert geen punten op.
1.1) Een wooncontainer is onroerend door incorporatie.
Fout, niet automatisch want dat vereist een duurzaam en vaste vereniging met de grond of het
gebouw. Een verplaatsbare container zonder fundering blijft in principe roerend.
Verbetering prof:
→ enkel als het een vaste plaats heeft
→ ja, voor zover het bestemd is ter plaatse te blijven
→ ja, mits die vaste plaats blijkt uit leidingen enz.
1.2) A en B zijn samen eigenaar van een woning. Zonder medeweten van A verhuurt B de
woning aan C. Als A protesteert en C wil uitdrijven, dan kan C de nietigheid vorderen van
de huur wegens de ondeelbaarheid van de verbintenis tot rustig genot in hoofde van de
verhuurder.
Fout, de huur is niet nietig maar enkel relatief niet-tegenwerpelijk aan A, zodat C geen nietigheid kan
vorderen (art. 3.93 BW)
Verbetering prof:
→ Als B opzegt dan is er een probleem met de ondeelbaarheid van een verbintenis.
→ De contractpartijen: B aan de ene kant en C aan de andere kant. Aan elke kant is er maar 1
persoon dus we kunnen niet spreken over ondeelbaarheid.
DUS:
→ Fout, er is maar 1 verhuurder dus er is geen sprake van ondeelbaarheid.
→ OF: Er is geen nietigheid mogelijk, maar C kan de ontbinding vragen.
2.
Vergelijk de concepten ‘bestanddeel’ en ‘accessorium’. Wees volledig.
Eerst zeggen wat het ene en het andere is.
Dan: wat is hetzelfde.
Dan: wat is het verschil.
Bestanddeel (art. 3.8, §2 BW): Is een noodzakelijk element dat niet kan worden afgescheiden, zonder
afbreuk aan het fysieke of functionele substantie van het goed.
1