Hoofdstuk 6 — Wat doen anderen?
Conformisme, minderheidsinvloed, gehoorzaamheid en het omstaandereffect —
gebaseerd op de collegeslides bij Een inleiding in de psychologie in 11 ¾
hoofdstukken (G. Storms)
★ Rood kader = zeer belangrijk: definities en kernbegrippen die je letterlijk moet kennen
■ Groen kader = experiment: opzet + resultaat + conclusie, uitgelegd om goed te begrijpen
Grijs kader = voorbeeld of illustratie ter verduidelijking (begrijpen, niet vanbuiten leren)
✎ Geel kader = examentip: hoe dit op het examen gevraagd wordt
Dit is het langste en meest 'klassieke' hoofdstuk van de cursus. Het bestaat uit vier grote blokken
die je uit elkaar moet kunnen houden: (1) conformisme aan een meerderheid van gelijken (Sherif,
Asch), (2) minderheidsinvloed of innovatie (Moscovici), (3) gehoorzaamheid aan een autoriteit
(Milgram) en (4) het omstaandereffect (Latané & Darley). De rode draad is telkens dezelfde
vraag: hoeveel van wat wij 'karakter' noemen, is in werkelijkheid de situatie?
1. Vier openingscasussen
VOORBEELD / ILLUSTRATIE
Mode, schoenen en zere voeten (en broeken) — mensen dragen jarenlang oncomfortabele
schoenen en belachelijke broeksmodellen omdat 'het nu eenmaal zo hoort'. Wie van ons is
modegevoelig? Vrijwel iedereen zal zeggen: ik niet.
De 'verdachte werkneemster' bij McDonald's — 9 april 2004, Mount Washington, Kentucky.
Een man belt naar een McDonald's, doet zich voor als politieagent en beschuldigt de jonge
werkneemster Louise Ogburn van diefstal. Bedrijfsleidster Donna Jean Summers en later
Walter Nix voeren aan de telefoon steeds verdergaande 'onderzoeksinstructies' uit — met een
volledige fouillering en vernedering tot gevolg. Er was nooit een politieagent. Is Donna Jean
Summers abnormaal slaafs?
Pesterij van een 13-jarig autistisch meisje — 26 juni 2012, busstation Roeselare.
Omstaanders kijken toe.
De moord op Kitty Genovese — 13 maart 1964, Queens, New York. Een 29-jarige vrouw
wordt vermoord terwijl volgens de berichtgeving 38 mensen het zagen of hoorden en niemand
ingreep. Waren de toeschouwers in Roeselare en in Queens apathisch?
Het antwoord van dit hoofdstuk op alle drie de vragen luidt: nee — het was de situatie.
, ★ ZEER BELANGRIJK — KENNEN VOOR HET EXAMEN
Situationisme — de visie dat omgevingscondities het gedrag even sterk als of sterker
dan persoonlijke disposities beïnvloeden. Dit staat tegenover de intuïtieve verklaring in
termen van persoonlijkheidstrekken ('hij is nu eenmaal laf / slaafs / apathisch').
Sociale rol — een van de sociaal gedefinieerde gedragspatronen die verwacht worden van
personen in een bepaalde setting of groep.
Script — de kennis van de sequentie van gebeurtenissen en acties die in een bepaalde
setting verwacht worden (wat er gebeurt als je een restaurant binnenstapt).
Rollen en scripts verklaren waarom mensen in vreemde situaties toch 'gewoon meedoen': het
script schrijft voor wat er hoort te gebeuren, ook als het absurd is.
2. Conformisme: twee soorten sociale invloed
★ ZEER BELANGRIJK — KENNEN VOOR HET EXAMEN
Sociale beïnvloeding in enge zin = de verandering van oordelen en attitudes ten gevolge
van blootstelling aan de oordelen en attitudes van anderen.
Informationele sociale invloed — je volgt anderen omdat je onzeker bent en denkt dat zij
het beter weten: zij zijn een bron van informatie. Denk aan de eerstejaars die voor het eerst
in het auditorium zit, of aan de reiziger in India die niet weet hoe het hoort. Dit leidt vaak tot
innerlijke acceptatie: je gelooft het echt.
Normatieve sociale invloed — je volgt anderen omdat je niet wil opvallen in je
referentiegroep, ook al weet je beter. Dit leidt meestal enkel tot openlijke volgzaamheid, niet
tot innerlijke acceptatie.
Dit onderscheid is de belangrijkste as van het hele hoofdstuk. Sherif toont informationele
invloed, Asch toont normatieve invloed.
3. Sherif en het autokinetisch effect