Schriftelijk examen, gesloten boek
- Leerstof: syllabus + dia’s (oef)
- Examen:
o Regressieanalyse, beschrijving hoe kwalitatief onderzoek wordt aangepakt,
vragen over steekproeftrekken, ethiek, rapporteren, correct refereren
2. Een studiegebied verkennen
- Beschrijving van een gebied in beleidsdocumenten
- Secundaire (kwantitatieve) data
- Observatie
Beschrijving van een gebied in beleidsdocumenten
- Waar wordt onderzoek in gebruikt en voor gebruikt?
- Diverse schaalniveaus mogelijk:
o plein/straat
o buurt/wijk
o gemeente/stad
o provincie/regio
o …
- Voorbereiding gewestplannen:
o Eerste wet van stedenbouw in België (1962)
▪ Voor elk stuk grondgebied een kleurtje voor wat er gaan komen (paars
industrie, rood haven, groen woongebied,…)
▪ Werd bestudeerd: welke economische activiteiten gaan daar gebeuren,
welke trends, hoeveel kantoren enz…
o Richtplan (1969)
o Structuurplanning (1980)
▪ Stuivenberg: voor de verschillende wijken van Antwerpen
▪ Cijfers, grafieken, trends, evoluties,…
• Over de toekomst nadenken (plannen
o Dat was plannen… -> Nu Beleidsplanning (2018) ->
▪ ‘verkleutering’:
▪ ‘het eind 2016 door de Vlaamse regering goedgekeurde witboek
[Beleidsplan Ruimte Vlaanderen] is een erg licht werkstuk met weinig
cijfermatige onderbouwing, maar andermaal met een leuke lay-out
en veel quotes. Opvallend is dat het Witboek BRV, anders dan het
structuurplan, geen echte kaarten bevat.’
▪ ‘Anders dan het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt de
strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen niet
voorafgegaan door een uitgebreide ruimtelijke analyse, prognoses of
een probleemanalyse.’
1
, ▪ "Het Ruimterapport beschrijft aan de hand van meer dan 300 kaarten,
tabellen en grafieken hoe onze Vlaamse ruimte ingericht is en hoe we die
gebruiken. Dit lijvige document beschrijft de huidige toestand van
Vlaanderen op ruimtelijk vlak, en brengt recente evoluties in de periode
2013-2019 in beeld.“
▪ Relatie met beleidsplan?
- Beschrijving van een gebied in beleidsdocumenten
o Data verzamelen over een gebied of straat, maar waarom dezelfde data
verzamelen als iemand anders dit al heeft gedaan?
- Secundaire (kwantitatieve) data
o Data die je ergens anders gaat halen
- Observatie
Secundaire (kwantitatieve data)
Data (wordt geaggregeerd)
- Primaire data: zelf verzamelen
- Secundaire data: bestaande data
o Geografische afbakening!
▪ Statistische sectoren
• 20.000: gegevens die worden geaggregeerd (samengevoegd)
• Waar zitten hoge of lage inkomens,..
▪ Postcode (hiermee kan je de data groeperen)
▪ Gemeente
▪ Arrondissement, vervoerregio, …
- Waar vind je die data?
o Statbel, vlaanderen, stad antwerpen, stad in cijfers,…
- Geografische afbakening
o Arrondissement
o Gemeente
o Postcode
o Statistische sector
o …
- Statistische sectoren
o Hoe dichter bij het centrum hoe kleiner het statistische sector plan
- Beschrijving van een gebied in beleidsdocumenten
- Secundaire (kwantitatieve) data
- Observatie
Observatie
- Eerste methode: desktop research (achter de bureau)
- Leren zien wat interessant is
o Oog te hebben voor details
o Een verhaal vertellen over een bank
2
, - Hoe snel wandelen mensen
o Traagste wandelaar is een patrouillerende politieagent
o Mensen die kijken naar etalages
o Wandelende kindjes
o Bovenaan ->
▪ Hoe warmer het is
▪ Het aantal seconden je erover doet hoe warm het is.
▪ Hoe wordt de straat gebruikt, wanneer, …
▪ Wie maakt gebruik van banken, ontwijken ze een verhoging of wandelen
ze erover? = Dat is observeren (beelden)
- Looplijnen
o Looproutes = Systematisch om iets te leren over dat stukje weg
o Karakteristieken
- Observatie
o Verkennend => systematisch
o Passief vs. actief (participerende observatie)
▪ Hoe gaan mensen ergens op reageren
▪ Passief: je beïnvloed het niet
o Foto’s, video, notities, schetsen, …
▪ Voor privégebruik
o Tijdstip, locatie, … noteren
o Interessante studie:
o “een 40-jarige vrouw in sportieve outfit; een man met een oorbel, 30 jaar, stoppelbaard,
jeans en loshangend hemd; allochtone man, 30 jaar, opgekleed in maatpak; moeder (40
jaar) en dochter (18 jaar), Antwerps pratend met elkaar; moeder met een negenjarige
dochter en baby;”
o “Ondanks het gevaar op 'etikettering' van mensen heb ik expliciet gekozen deze
categoriseringen toch te gebruiken omdat ze heel duidelijk maken dat het hier over een
multi etnische setting gaat “
▪ Etiketten en labels plakken op iemand is iets wetenschappelijk
▪ We steken alle gelijkaardige doelgroepen in dezelfde kotjes maar je kan er
geen absolute conclusies uit trekken…
▪ Gaat over methodologie
- Studiegebied is verkent, we zijn gaan observeren, data verzameld, een gebied
beschreven,…. Wat valt er op? Bekijk het systematisch: op welke plekken zijn ze,
wanneer loopt men snel of traag?...
3. Een studiegebied beter leren kennen: interviews en focusgroepen
- Stel je wilt zurenborg gaan onderzoeken: wie spreek je aan?
o Niet noodzakelijk een bewoner, zijn er teveel
o Eventueel een wijkagent, Horeca uitbaters, Kappers, Huisarts, Leerkrachten,…
- Expertinterviews/bevoorrechte getuigen
- Diepte-interviews
- Focusgroep
- Visuele methoden
3
, Expertinterviews/ bevoorrechte getuigen
- Elite interviews
o Expert interviews / interviews met (key) stakeholders / bevoorrechte getuigen
o Niet met een negatieve connotatie op + Voorbereiding belangrijk
o Oosterweelverbinding: namen die er mee aan werken ->
▪ Ze kennen het proces van binnen
▪ Deze mensen wil je hebben, een dichte bron over wat het gaat.
o Expert interview
▪ Kennis bekomen
o Elite interview
▪ Sleutelactoren die bepalende rol speelden
o Onderscheid expert/elite niet altijd duidelijk
o Gatekeeping
De deur bewaken -> als je iemand gaat interviewen en die vertelt niet snel
alles… Toegang tot een groep mensen, buurt en informatie zo wat afstuurt
- Expertinterviews/bevoorrechte getuigen
- Diepte-interviews
- Focusgroep
- Visuele methoden
Diepte interviews
- Interviews: grote diversiteit inzake vorm, aanpak,…
- Goed interviewen = informatierijke data verzamelen
- Goed interviewen <> geïnterviewden woorden in de mond leggen
- Betekenis die geïnterviewden geven aan leefwereld
o Mensen die in hun eigen woorden praten
- Structuur:
o Wat komt er aan bod in zo een proces? Checklist:
o Consolidated criteria for reporting qualitative studies (COREQ)
o “Personal Characteristics
▪ 1. Interviewer/facilitator Which author/s conducted the interview or focus group?
▪ 2. Credentials What were the researcher’s credentials? E.g. PhD, MD
▪ 3. Occupation What was their occupation at the time of the study?
▪ 4. Gender Was the researcher male or female?
▪ 5. Experience and training What experience or training did the researcher have?
o Relationship with participants (kan heel persoonlijk worden, bedoeling dat je
die persoonlijk niet kent)
▪ 6. Relationship established Was a relationship established prior to study
commencement?
▪ 7. Participant knowledge of the interviewer What did the participants know about
the researcher? e.g. personal goals, reasons for doing the research
▪ 8. Interviewer characteristics What characteristics were reported about the
interviewer/facilitator? e.g. Bias, assumptions, reasons and interests in the
research topic”
o “Theoretical framework
▪ 9. Methodological orientation and Theory What methodological orientation was
stated to underpin the study? e.g. grounded theory, discourse analysis,
ethnography, phenomenology, content analysis
4