1. INTRO: PLAATS IN CURRICULUM
VOLKENRECHT
Volkenrecht wordt ook internationaal publiekrecht (international public law) genoemd.
Het is het rechtssysteem dat de relaties tussen soevereine staten regelt, evenals hun onderlinge rechten en
verplichtingen.
De cursus benadrukt meteen dat internationaal recht fundamenteel verschilt van nationaal recht. In eerdere
juridische vakken ging het meestal over recht dat voortkomt uit de soevereine autoriteit van België. Bij
volkenrecht gaat het daarentegen over recht “tussen” staten, dus over relaties tussen verschillende landen.
- VORIGE CURSUSSEN IN OPLEIDING RECHTEN
recht dat voortspringt uit de soevereine authoriteit ‘van’ België
- VOLKENRECHT = INTERNATIONAAL PUBLIEKRECH
deze cursus: recht ‘tussen’ landen aka ‘inter-nationaal recht’
internationaal recht wordt enkel relevant wanneer een kwestie meer dan één staat aanbelangt. Zodra
belangen van meerdere staten betrokken zijn, ontstaat er nood aan regels die hun onderlinge relaties
regelen.
VERSCHIL TUSSEN INTERNATIONAAL RECHT EN NATIONAAL RECHT
Een eerste fundamenteel verschil is het toepassingsgebied:
Nationaal recht geldt binnen één staat.
Internationaal recht geldt tussen meerdere staten.
Wanneer een regel enkel in België geldt, spreken we van nationaal recht. Wanneer regels gelden tussen staten,
spreken we van internationaal recht.
- VOLKENRECHT = INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT
het rechtssysteem dat de relatie tussen soevereine staten reguleert, evenals hun onderlinge rechten en
verplichtingen (p. 1)
- INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT
nationale (i.e. Belgische) wetten die privaatrechelijke betrekkingen met buitenlandse elementen regelen omdat
er dan een ‘conflict of law’ optreedt (p. 1)
= Nationale regels (bv. Belgische regels) die bepalen welk recht toegepast wordt bij privaatrechtelijke situaties
met een buitenlands element (conflict of laws). Bijvoorbeeld: een echtscheiding met iemand uit een ander
land.
1
, - Staten beslissen hoe ze aan internationaal recht voldoen
o Deel van Grondwettelijk recht
o Uitzondering: voorrang van EU recht in EU lidstaten (p. 12)
ERKENNING VAN STATEN
Wanneer een staat een andere staat erkent als soevereine staat binnen het internationaal recht.
Gevolgen:
meer internationale legitimiteit
diplomatieke relaties mogelijk
meer deelname aan internationale organisaties en verdragen.
HET INTERNATIONAAL RECHTSSYSTEEM IS MINDER ONTWIKKELD
Het internationale rechtssysteem veel minder ontwikkeld is dan nationale rechtssystemen.
In nationale staten bestaat meestal een duidelijke scheiding der machten (trias politica):
wetgevende macht
uitvoerende macht
rechterlijke macht
Internationaal recht heeft zo’n gecentraliseerde structuur niet. Het is een gedecentraliseerd systeem.
Er bestaat geen echte:
wereldregering
wereldparlement
internationale politie
In het internationale systeem.
Er bestaat wel een rechterlijke macht, maar ook die werkt anders dan nationale rechtbanken.
GEEN WETGEVENDE MACHT IN INTERNATIONAAL RECHT
2
,In nationale rechtsstelsels bestaan parlementen die wetten maken. Sommige staten hebben één kamer, andere
twee kamers. In internationaal recht bestaat geen centrale wetgevende macht.
Er is geen wereldparlement waar alle staten samenkomen om wetten te maken die automatisch voor iedereen
gelden.
Nieuwe regels ontstaan vooral via:
verdragen (treaties/conventions)
internationaal gewoonterecht (customary international law)
! Een belangrijk verschil met nationaal recht is dat verdragen enkel bindend zijn voor staten die ermee
instemmen.!
Dit noemt men het consensuele karakter van internationaal recht: staten moeten toestemming geven om
juridisch gebonden te zijn.
Er wordt ook verwezen naar het positivisme, waarin toestemming van staten centraal staat.
POSITIVISME
Het juridisch positivisme ontstond als reactie tegen natuurrecht en religieuze verklaringen van recht.
Volgens positivisten:
is de wil van de staat de enige echte bron van recht
ontstaan internationale verplichtingen enkel door toestemming van staten
Die toestemming kan:
expliciet gegeven worden via verdragen
impliciet ontstaan via gewoonterecht
Dit noemt men ook de consensuele theorie: geen verplichting zonder toestemming.
GEEN CENTRAAL GERECHTELIJK SYSTEEM
Naast het ontbreken van een wetgevende macht bestaat er ook geen volledig uitgebouwd internationaal
rechtssysteem zoals binnen staten.
Er bestaan wel internationale rechtbanken, maar:
hun bevoegdheid is beperkt
staten moeten vaak toestemming geven
niet elk conflict komt voor een rechter
De podcast benadrukt dat juridische geschillen in internationaal recht zelden helemaal tot bij een rechtbank
raken.
3
, HET INTERNATIONAAL GERECHTSHOF (ICJ)
Een belangrijke internationale rechtbank is het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice – ICJ).
Het ICJ behandelt geschillen tussen staten.
Toch behandelt het Hof maar weinig zaken omdat staten meestal niet verplicht zijn om de bevoegdheid van het
Hof te erkennen.
Dit toont opnieuw hoe sterk toestemming centraal staat binnen internationaal recht.
ANDERE INTERNATIONALE RECHTBANKEN
Naast het ICJ bestaan gespecialiseerde internationale rechtbanken.
Voorbeelden:
Europees Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR)
WTO Dispute Settlement Body (WTO DSB)
Internationaal Zeetribunaal (ITLOS)
Hof van Justitie van de Europese Unie (CJEU)
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens behandelt bijvoorbeeld enkel geschillen onder het EVRM en
heeft dus geen algemene bevoegdheid.
AFDWINGING VAN INTERNATIONAAL RECHT
Internationaal recht heeft veel minder sterke afdwingingsmechanismen dan nationaal recht.
Er bestaat:
geen wereldpolitie
geen centrale uitvoerende macht
geen automatisch sanctiesysteem
Daarom noemt men internationaal recht vaak een:
“decentralised self-help system”
Dat betekent dat staten meestal zelf moeten reageren wanneer hun rechten geschonden worden.
RECIPROCITY EN TEGENMAATREGELEN
Een belangrijk principe binnen internationaal recht is reciprocity (wederkerigheid).
Wanneer staat A een verdrag schendt tegenover staat B, mag staat B soms ook zijn verplichtingen tegenover
staat A opschorten.
Daarnaast bestaan countermeasures (tegenmaatregelen).
4