Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages
Resume

Constructie en materialen 1 - Samenvatting (1e Bach IA, Prof. Saskia Gabriël) | 14/20 eerste zit

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages

Dit document bevat een samenvatting van Constructie en Materialen 1 van Saskia Gabriël, aangevuld met mijn eigen lesnotities en belangrijke aanvullingen uit de lessen. Belangrijke leerstof en aandachtspunten zijn aangeduid, zodat je meteen ziet welke informatie extra belangrijk is voor het studeren.

Aperçu du contenu

HOOFDSTUK 1: KRACHT EN EVENWICHT

Kracht (F) = oorzaak van een bewegingsverandering in de bewegingstoestand van een VW

o Elk element gaat bewegen onder invloed van krachten.
o In bouwwerk werken ook krachten en de constructie moet die krachten opvangen en
doorgeven aan de grond.
o DEFINITIE 2de wet van Newton: kracht = massa x versnelling
o DEFINITIE 3de wet van Newton: VW a oefent kracht uit op VW b, dan zal VW b een
evengrote maar tegengestelde kracht uitoefening op VW a
➢ Elk element in een draagconstructie moet elke kracht in een tegengestelde
richting aankunnen!

Draagstructuur = deel van het gebouw dat krachten opvangt en doorgeeft aan de fundering en
uiteindelijk aan de grond.

Stijfheid = geeft aan hoeveel een constructie doorbuigt wanneer er een kracht op werkt.

Doorbuiging is afhankelijk van:

1) Elasticiteitsmodulus E
o Maat voor de stijfheid van het materiaal
o Hoe hoger E, hoe minder doorbuiging
2) Lengte (vrije) overspanning (lengte L)
o Hoe langer de afstand tussen steunpunten, hoe groter de doorbuiging
3) Optredende belasting (kracht F)
o Hoe groter de kracht, hoe groter de doorbuiging
4) Materiaal (dikte/vorm I)
o Sommige materialen zijn stijver dan andere
o Gewapend beton: beton is goed in druk, maar zwak in trek + staal is goed in trek,
maar zwak in druk
➢ Daarom worden ze gecombineerd in gewapend beton.
➢ Zo ontstaat er een sterk én stijf geheel



Elasticiteitsmodulus (E)= geeft aan hoe groot de doorbuiging van een specifiek materiaal is

➢ E is omgekeerd evenredig met doorbuiging
➢ Bijvoorbeeld: Beton heeft kleine doorbuiging en grote E



Sterkte = spanning waarbij een materiaal bezwijkt of niet bezwijkt

Spanning = kracht per oppervlakte-eenheid

Belastingen:

• Variabele belasting
o = niet permanent aanwezig



2

, o Bijvoorbeeld: sneeuwbelasting

• Permanente belasting
o = eigengewicht
o Bijvoorbeeld: gewicht van alle materialen in het gebouw die altijd aanwezig
blijven zoals een dakpan
▪ Samen krijg je een totale belasting

• Karakteristieke belasting
o = de rekenwaarde die een ingenieur gebruikt om berekeningen te maken
o Bestaat uit:
▪ Eigengewicht (materiaal zelf)
▪ Gebruikslasten (mensen, meubels,..)
▪ Afwerking (chape, tegels,…)

Lasten:

1. Puntlast
o = belasting die aangrijpt op 1 punt op een element
o = klein opp
o Bijvoorbeeld: kolom, stoelpoot
2. Lijnlast
o = aaneenschakeling van puntlasten
o HOEFT NIET ALTIJD 1 ELEMENT TE ZIJN, mensen achter elkaar is ook een lijnlast

Massa en dichtheid:

• Massieve materialen zonder poriën (bv metaal)
o Dichtheid wordt bepaald door:
▪ Atoomafmeting
▪ Atoomgewicht
• Poreuze materialen
o Dichtheid wordt bepaald door:
▪ Atoomafmeting
▪ Atoomgewicht
▪ Poriënvolume
o Hoe meer porieën, hoe lichter het materiaal
➢ Temperatuur speelt een rol want een materiaal wordt zwaarder of lichter bij een
bepaalde temperatuur.

Hoe groter de dichtheid van een materiaal:

• Hoe meer belasting kan worden opgenomen
o Een dicht materiaal bevat weinig lucht of poriën, dus kan meer gewicht en
belasting dragen
• Hoe groter het geluidsisolerend effect
o Zwaarde materialen absorberen meer geluidstrillingen



3

, • Hoe groter de thermische inertie
o Betekent dat materiaal langzaam opwarmt en afkoelt
o Hierdoor blijft temperatuur stabieler
• Hoe minder thermisch isolerend
o Hoe dichter het materiaal, hoe slechter het warmte isoleert, omdat er weinig
lucht in zit
o Lucht is een goede isolator, dus lichte materialen isoleren beter.



Oplegging/inklemming (!!)

• Oplegging = ondersteuning van een constructiedeel
• 3 soorten:
• Scharnieroplegging
• Roloplegging
• Inklemming

1) Scharnieroplegging
o = een oplegging waarbij het element kan draaien maar niet verschuiven.
o Het ligt los op de oplegging.
o Kan zowel horizontale als verticale krachten opvangen
o Moet voldoende opleglengte hebben (+- 15 cm)
o Kan uitzetten en krimpen bij temperatuurveranderingen
➢ = MEESTVOORKOMENDE!



2) Roloplegging
o = een ondersteuning waarbij het element kan bewegen in 1 richting, maar niet in
andere richtingen
o Vooral bij bruggen, minder bij gebouwen
➢ Komt niet vaak voor

3) Inklemming
o Bij een inklemming wordt het uiteinde van een balk vastgemaakt in een
muur/kolom
o Dit voorkomt dat de balk kan doorbuigen of kantelen
o Vangt ook horizontale en verticale krachten op
➢ Komt vaak voor en is interessant als je iets wilt laten zweven



Moment

• = draai-effect dat ontstaat wanneer een kracht op afstand van een inklemming wordt
uitgeoefend.
• Is afhankelijk van:



4

, o Grootte van de kracht
o Afstand van kracht tot scharnier/draaipunt
• M = F.h

Overspanning/opleg

• Dagmaat
o = vrije afstand tussen dragend element aan de ene kant en dragend element aan
de andere kant
• Theoretische overspanning
o Gaat van midden vd opleg tot het midden vd opleg
• Praktische overspanning
o = volledige element-maat

Overkraging/uitkraging = hangt vrij in lucht aan één zijde terwijl het aan de andere zijde vast
ingeklemd is



Triangulatie/ onvervormbare driehoeken (!!)

• = gebruik van onvervormbare karakter van een driehoek als basisprincipe voor het
ontwerpen van elementen en constructies.
• Principe: als men 2 punten kan vastzetten in een driehoekige structuur, dan kan het 3 de
punt niet meer bewegen in het vlak waarin de driehoek zich bevindt.



Evenwicht:

• = het ogenblik dat de effecten van krachten en momenten elkaar uitbalanceren zodat het
element niet beweegt.



Maximale grenstoestand

• Wanneer een balk op 2 steunpunten ligt en er een kracht/evenwicht op werkt, buigt de
balk door.
• Een balk kan maar tot een bepaalde grens doorbuigen voor hij breekt.
➢ Die grens = maximale doorbuiging



Rek en stuik

• Bovenkant: stuik (verkorting van elementen o.i.v. krachten)
• Onderkant: rek (verlenging van elementen o.i.v. krachten)




5

Infos sur le Document

Publié le
21 août 2026
Nombre de pages
40
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
9
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions