LES 1
Definitie
• Ergonomie = mensgericht ontwerpen: producten, ruimtes en systemen afstemmen op
de fysieke en mentale mogelijkheden van mensen.
• Ergonomie evolueert voortdurend door veranderingen in werkvormen, technologie,
gezinssamenstellingen, woonvormen en culturele diversiteit.
Doel: comfort, efficiëntie en veiligheid.
Historiek
• Vroeger werkte men met verhoudingstelsels gebaseerd op het menselijk lichaam
• Men ontwikkelde:
o Metrische stelsels: een lichaamsdeel wordt gebruikt als meeteenheid (bv.
cubit)
o Proportiestelsels: onderzoek naar de onderliggende verhoudingen tussen
lichaamsdelen
• Relief van Hezira
o Eerste proportiesysteem gebaseerd op een coördinatenraster
o De navel vormt een centraal referentiepunt
o De cubit (ellenboog tot top middenvinger) is de basiseenheid
o De cubit is een verhoudingsmaat
• Le Corbusier – Modulor (20ste eeuw):
o Ontwikkelde in 1945 een modulair maatsysteem voor architectuur
o Gebaseerd op:
▪ Menselijke lichaamsverhoudingen
▪ De gulde snede
o Modulor 1: gebaseerd op een man van 183 cm
o Modulor 2: gebaseerd op een man met uitgestrekte arm van 226 cm.
o Toepassing:
▪ Toegepast in Le Cabanon (1951), een minimale wooncel die volledig
volgens de Modulormaten is ontworpen.
Ergonomie als wetenschap
• Ontstaat vanuit studie van arbeid en werkorganisatie; vanaf 1950 een volwaardige
wetenschap.
• MMO-systeem:
o Mens
o Machine
o Omgeving
→ beïnvloeden elkaar voortdurend.
o Het is de kernfilosofie van de ergonomie die stelt dat je een werkplek, product of
ruimte nooit los van elkaar kunt zien, maar moet ontwerpen als één
samenhangend geheel
• Bij ontwerpen moet je rekening houden met:
o doelgroep
o activiteiten (PvE)
o benodigde voorzieningen die nodig zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren
1
, • Statische houding = zoals wnr we stilstaan
• Dynamische houding = menselijke maatvoering in beweging
• Dimensionale vereisten = de ruimte die je nodig hebt om een handeling uit te voeren
• Ruimtecondities: naast fysieke dimensies heeft ruimte ook tactiele, auditieve,
olfactorische en thermise eigenschappen die van invloed zijn op hoe we ons voelen en
wat we doen in die ruimte
3 domeinen van ergonomie
1. Cognitieve ergonomie → bestudeert mentale processen zoals geheugen, denken,
motorische reacties in de interactie tussen mens en systeem
2. Organisatie-ergonomie → focus op optimaliseren van organisatiestructuren- en
processen.
3. Fysieke ergonomie → lichaam, houding, afmetingen en menselijke schaal.
o Menselijke schaal: de afmetingen van een binneruimte of de grootte van
elementen afstemmen op de menselijke schaal
Antropometrie = studie van de menselijke maat
• De relatie tussen ergonomie en antropometrie is fundamenteel:
o Antropometrie levert de data (lichaamsmaten) die ergonomie gebruikt om
producten, systemen, werkplekken en leefomgeving veilig en comfortabel te
ontwerpen
• Werkt met percentielen (P1–P99) zodat ontwerpen bruikbaar zijn voor zoveel mogelijk
mensen.
Ergonomie in de gebouwde omgeving
1. Waarden (gebruikskwaliteiten)
• Praktisch: ruimte en voorzieningen moeten begrijpelijk en bruikbaar zijn.
• Veilig: risico's zoals vallen, struikelen en botsen vermijden.
• Gezond: De omgeving waarin we verblijven mag geen schadelijke invloed hebben op ons
welbevinden en functioneren.
o Hierbij spelen omgevingsfactoren een rol → aandacht voor klimaat, ventilatie,
materialen, hygiëne, licht en akoestiek.
• Flexibel: ruimtes moeten eenvoudig kunnen aangepast worden aan veranderende
noden. (ouder worden)
2. Plekken
Mensen voeren activiteiten uit in een omgeving, en die omgeving bestaat uit 3 niveaus waarop
ergonomie moet letten:
• 1. Routes
o Elementen die verplaatsing mogelijk maken
o Voetpaden/fietspaden/liften/trappen/….
• 2. Ruimten
o Moeten afgestemd zijn op de activiteit waarvoor ze dienen
o Belangrijk:
▪ Juiste vorm en afmetingen
2
Definitie
• Ergonomie = mensgericht ontwerpen: producten, ruimtes en systemen afstemmen op
de fysieke en mentale mogelijkheden van mensen.
• Ergonomie evolueert voortdurend door veranderingen in werkvormen, technologie,
gezinssamenstellingen, woonvormen en culturele diversiteit.
Doel: comfort, efficiëntie en veiligheid.
Historiek
• Vroeger werkte men met verhoudingstelsels gebaseerd op het menselijk lichaam
• Men ontwikkelde:
o Metrische stelsels: een lichaamsdeel wordt gebruikt als meeteenheid (bv.
cubit)
o Proportiestelsels: onderzoek naar de onderliggende verhoudingen tussen
lichaamsdelen
• Relief van Hezira
o Eerste proportiesysteem gebaseerd op een coördinatenraster
o De navel vormt een centraal referentiepunt
o De cubit (ellenboog tot top middenvinger) is de basiseenheid
o De cubit is een verhoudingsmaat
• Le Corbusier – Modulor (20ste eeuw):
o Ontwikkelde in 1945 een modulair maatsysteem voor architectuur
o Gebaseerd op:
▪ Menselijke lichaamsverhoudingen
▪ De gulde snede
o Modulor 1: gebaseerd op een man van 183 cm
o Modulor 2: gebaseerd op een man met uitgestrekte arm van 226 cm.
o Toepassing:
▪ Toegepast in Le Cabanon (1951), een minimale wooncel die volledig
volgens de Modulormaten is ontworpen.
Ergonomie als wetenschap
• Ontstaat vanuit studie van arbeid en werkorganisatie; vanaf 1950 een volwaardige
wetenschap.
• MMO-systeem:
o Mens
o Machine
o Omgeving
→ beïnvloeden elkaar voortdurend.
o Het is de kernfilosofie van de ergonomie die stelt dat je een werkplek, product of
ruimte nooit los van elkaar kunt zien, maar moet ontwerpen als één
samenhangend geheel
• Bij ontwerpen moet je rekening houden met:
o doelgroep
o activiteiten (PvE)
o benodigde voorzieningen die nodig zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren
1
, • Statische houding = zoals wnr we stilstaan
• Dynamische houding = menselijke maatvoering in beweging
• Dimensionale vereisten = de ruimte die je nodig hebt om een handeling uit te voeren
• Ruimtecondities: naast fysieke dimensies heeft ruimte ook tactiele, auditieve,
olfactorische en thermise eigenschappen die van invloed zijn op hoe we ons voelen en
wat we doen in die ruimte
3 domeinen van ergonomie
1. Cognitieve ergonomie → bestudeert mentale processen zoals geheugen, denken,
motorische reacties in de interactie tussen mens en systeem
2. Organisatie-ergonomie → focus op optimaliseren van organisatiestructuren- en
processen.
3. Fysieke ergonomie → lichaam, houding, afmetingen en menselijke schaal.
o Menselijke schaal: de afmetingen van een binneruimte of de grootte van
elementen afstemmen op de menselijke schaal
Antropometrie = studie van de menselijke maat
• De relatie tussen ergonomie en antropometrie is fundamenteel:
o Antropometrie levert de data (lichaamsmaten) die ergonomie gebruikt om
producten, systemen, werkplekken en leefomgeving veilig en comfortabel te
ontwerpen
• Werkt met percentielen (P1–P99) zodat ontwerpen bruikbaar zijn voor zoveel mogelijk
mensen.
Ergonomie in de gebouwde omgeving
1. Waarden (gebruikskwaliteiten)
• Praktisch: ruimte en voorzieningen moeten begrijpelijk en bruikbaar zijn.
• Veilig: risico's zoals vallen, struikelen en botsen vermijden.
• Gezond: De omgeving waarin we verblijven mag geen schadelijke invloed hebben op ons
welbevinden en functioneren.
o Hierbij spelen omgevingsfactoren een rol → aandacht voor klimaat, ventilatie,
materialen, hygiëne, licht en akoestiek.
• Flexibel: ruimtes moeten eenvoudig kunnen aangepast worden aan veranderende
noden. (ouder worden)
2. Plekken
Mensen voeren activiteiten uit in een omgeving, en die omgeving bestaat uit 3 niveaus waarop
ergonomie moet letten:
• 1. Routes
o Elementen die verplaatsing mogelijk maken
o Voetpaden/fietspaden/liften/trappen/….
• 2. Ruimten
o Moeten afgestemd zijn op de activiteit waarvoor ze dienen
o Belangrijk:
▪ Juiste vorm en afmetingen
2