Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 67 pages
Resume

Volledige samenvatting ontwikkeling en voortplanting: onderdeel genetica door Professor Devriendt | Nieuw curriculum

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 67 pages

Deze samenvatting bevat alle leerstof vanuit de lessen en de syllabus van het onderdeel genetica van het vak 'ontwikkeling en voortplanting'. Alle 17 hoofdstukken worden volledig behandeld. Op het einde staan er nog enkele examentips die ik heb samengevat na mijn examen succesvol afgerond te hebben. Met deze samenvatting behaalde ik een 16/20 op het totale vak. Aarzel niet om mij te contacteren met vragen.

Aperçu du contenu

Ontwikkeling en voortplanting: Genetica
Hoofdstuk 1: inleiding
1. Klinische genetica
Cel biologie: DNA
- Structuur en functie
- Synthese
- Transcriptie
- Translatie
- Mitose
- Meiose
Humane genetica
- Samenstelling humaan genoom
- Genetische variatie
- Populatie genetica
- Overerving kenmerken
Medische genetica: genetische aandoeningen
- Oorzaken
- Overerving
- Genetische diagnostiek:
o Klinisch
o Laboratorium
- Genetische raadpleging
2. Indeling o.b.v. chromosomale afwijkingen versus genafwijkingen
- Chromosomale afwijkingen: fout in structuur of hoeveelheid van chromosomen
- Genafwijking: fout in de code van een enkel gen
3. Indeling volgens het overervingspatroon
3.1. Mendeliaanse of monogene overerving
o Erven over volgens de wetten van Mendel
o Worden bepaald door 1 enkel gen: monogeen
o Herkennen van overervingspatroon helpt bij diagnose van aandoening
 Autosomaal recessief, autosomaal dominant, X-gebonden, …
3.2. Polygene en multifactoriële overerving
o Oligogene overerving: een kenmerk wordt bepaald door 1 gen
o Polygene overerving: een kenmerk wordt bepaald door meerdere genen
 Volgen ook mendeliaanse wetmatigheden
 Effect veel complexer: niet te vatten in wetten
o Multifactoriële kenmerken: effect van genen op een kenmerk wordt beïnvloed door
interactie met omgevingsfactoren en lifestyle
3.3. Niet-mendeliaanse of niet-traditionele overerving
4. Indeling o.b.v. constitutioneel of verworven
- Constitutioneel: genetische variant is aanwezig in de bevruchte eicel
 Aanwezig in alle lichaamscellen
 Germ-line
- Verworven: ontstaan tijdens het leven
 Zijn maar in een deel van de cellen aanwezig: mozaïcisme
 Meest voorkomende vorm: kanker
5. Symbolen in een stamboom

,Extra noteren:
- Natuurlijke zwangerschap of vruchtbaarheidsbehandeling
- Oorsprong/etniciteit
- Index: aanduiden wie de patiënt is
Waarom stamboom:
- Oorzaak aandoening
- Kans op herhaling?
- Ruimer syndroom?

, Hoofdstuk 2: Het humane genoom: structuur en variatie
1. Samenstelling van het humaan genoom
- 23 paar chromosomen in een cel
- 6pg DNA per diploïde cel
- Totaal aantal nucleotiden: 2 . 3 miljard
- 20 000 coderende genen in genoom
 Enorme capaciteit om info op te slaan
Begin 21ste eeuw: dachten dat we het hele genoom kende
 20 jaar later: er misten nog veel stukken
- 75% genoom: intergenisch
 Tussen genen gelegen
o Unieke of repetitieve(+-50%) sequenties
o Structurele functies: centromeren en telomeren
o Transposons: sequenties die zich kunnen verplaatsen
o Evolutionaire restanten
▪ Pseudogen: niet-functioneel gen
 Was ooit functioneel
 Bv. vit C: essentieel voor ons, maken we niet aan
▪ Genen die lijken op bepaalde genen van virussen
▪ Genen van andere verwante homo sapiens
 Bv:
▪ Vitamine C: essentieel voor de mens, kunnen we niet aanmaken
 Fruit kan wel vitamine C aanmaken: hebben enzym GULOP
 Gen bevat meerdere mutaties bij ons: is niet functioneel
▪ Retrovirus:
• Env: gen dat codeert voor eiwit aan buitenkant van virus
 Cruciaal voor fuseren met celmembraan van doelwitcel
• Syncytine: zelfde functie als env maar bij mens
 Zorgt dat wanneer cellen fuseren ze een syncytium vormen
 Vorming van syncytiotrofoblast
- 25% genoom: transcript RNA
o Niet-coderend
▪ House keeping: RNA’s die nodig zijn voor normale werking van cel
 tRNA, rRNA
▪ regulerende RNA
o Coderend (mRNA): 20 000
▪ Exonen: 1%
 Exoom: alle coderende genen
▪ Intronen, UTR, promotor, enhancer, …
 1 gen: meerdere transcripten
o Alternatieve splicing
o Gebruik van verschillende startcodons
Gen: functionele term
 Bevat info voor bepaalde functie
Locus: bepaalde plaats in genoom
2. Van genotype naar fenotype
DNA -------> mRNA -------> eiwit -------> kenmerk: in weefsels en organen of in volledig organisme
Van elk gen: 2 allelen
 Kunnen gelijk of verschillend zijn
- Genotype: alle allelen in onze genen / samenstelling van ons DNA

, - Intermediair fenotype: tussen geno- en fenotype
 Bepaalde lichamelijke parameters die veranderen door een bepaald genotype wat leidt tot
een bepaald fenotype
 Bv. hogere Cl- in zweet bij mucoviscidose
- Fenotype: kenmerken
Samenstelling van 2 allelen
- Monozygoot: 2 dezelfde allelen
- Heterozygoot: 2 verschillende allelen
- Hemizygoot: maar 1 allel
 Allel is er niet op ander chromosoom
Effect van allelen op fenotype
- Dominant
- Recessief
- Co-dominant: beide allelen komen tot uiting
Monogeen: 1 gen leidt tot 1 kenmerk
Polygeen: meerder genen leiden tot 1 kenmerk
Multifactorieel: polygeen met invloed van omgevingsfactoren
Pleiotropie: 1 gen codeert voor meerdere kenmerken
 Meeste genen
ABO bloedgroepen:
- Gen: 3 allelen
o A
o B
o O
- Eiwitten: enzymen
 Glucosyl-transferase: hecht specifieke suiker membraan van rode bloedcellen
o Allel A => Suiker A
o Allel B => Suiker B
o Allel O => Geen suiker
- Fenotype: bloedgroep
 Afhankelijk van samenstelling van allelen
o A en B zijn dominant over O
o A en B zijn co-dominant
o O is recessief t.o.v. A en B
3. Variatie in het humaan genoom
Nieuwe allelen kunnen ontstaan door een mutatie: verandering in DNA
 Humaan genoom is heel variabel
 Geen normale sequentie, wel referentie sequentie
3.1. Lokalisatie in het genoom
o Intragenisch: binnen in een exon
 85% van ziekte veroorzakende varianten:
▪ Exonen
▪ Flankerende intronen: bevatten signalen voor juiste splicing
o Intergenisch: tussen exonen
▪ Meeste variatie
▪ Meeste van deze variatie is goedaardig of neutraal
▪ Soms functioneel
3.2. Frequentie in de populatie
Allel frequentie: % van een bepaald allel van een bepaalde locus in een bepaalde populatie t.o.v.
alle allelen
o MAF: minor allel frequence
 Frequentie van het allel met de laagste frequentie
▪ Zeer zeldzaam: MAF < 0,1%
▪ Zeldzaam: 0,1% <= MAF <1%

Infos sur le Document

Publié le
19 août 2026
Nombre de pages
67
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
11
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions