Thema 1: Mens- en Wereldbeeld
Doelen van deze les
Studenten onderzoeken hun eigen waarden, mens- en wereldbeelden en reflecteren over de
gevolgen van deze perspectieven voor hen zijn en hun toekomst in het onderwijs.
Studenten kunnen verschillende opvoedingsprojecten analyseren vanuit een verscheidenheid
aan mens- en wereldbeelden.
Studenten onderzoeken verschillende opvoedingsprojecten vanuit een levensbeschouwelijk
wereldbeeld.
Studenten kunnen de identiteitsladder beschrijven en kunnen concrete voorbeelden geven in
een onderwijscontext.
Studenten kunnen zich positioneren op een PKG-schaal.
De ‘kleur’ van een organisatie
Organisaties kunnen bepaalde waarden uitdragen
Dit wordt ook een organisatiekleur genoemd
o Laloux – reinventing organisations (zelfstudie, document op Toledo)
We passen dit toe op twee cases
o Zoom ontslag
o Chimay
Laloux – 5 organisatiekleuren
Evolutionary
Teal
Pluralistic Green
Achievement
Orange
Conformist Amber
Impulsive Red
Reactive Magic
Infrared Magenta
100.000 jaar 50.000 jaar 5000 jaar Nu
geleden geleden geleden
1
,Organisaties hebben een cultuur
De organisatiekleur en de waarden zie je op vele manieren in de organisatie (Schein)
Artifacten
Waardes
Aangenomen
waardes
Schein – organisatiemodel rond cultuur
Zichtbaar/Tastbaar
ARTIFACTEN (norm,
gedrag)
Minder zichtbaar -
WAARDES (persoonlijk,
bespreekbaar
attitude)
Onzichtbaar – AANGENOMEN
nooit in vraag WAARDES
gesteld
Artefacten – zichtbare en tastbare uitingen zoals gebouwen, rituelen en symbolen.
SDG, taal (Engels, Nederlands), plezier, fitness, strandstoelen, natuur …
Waarden – gedeelde overtuigingen en attitudes die bespreekbaar zijn.
Lesgeven en de praktijk, wereldburger, solidariteit, MOVE
Aangenomen waarden – diep verankerde overtuigingen die vaak onbewust het handelen sturen.
Welzijn, milieu, respect, communicatie, gelijkwaardigheid …
Dit model helpt om te begrijpen hoe een schoolcultuur gevormd wordt en hoe jouw persoonlijke waarden
hierin meespelen.
Wat is jouw mensbeeld?
Een mensbeeld is het geheel van ideeën en overtuigingen dat iemand heeft over wat het
betekent mens te zijn. Het is als een bril waardoor we naar mensen kijken en waarmee ons
gedrag, waarden en keuzes begrijpen.
2
, De kern van de mens: Is de mens van nature goed, slecht, vrij, afhankelijk…?
Relaties: Hoe verhouden mensen zich tot elkaar (wantrouw, solidair, gelijkwaardig,
oneerlijk, …)?
Hoeveel keuzevrijheid en verantwoordelijkheid heeft een mens?
Is er een hoger doel, of creëren mensen zelf betekenis?
Bronnen: ons mensbeeld wordt gevormd door verschillende invloeden:
Filosofie (bv. humanisme, existentialisme)
Religie en spiritualiteit (bv. christelijk mensbeeld: mens als beeld van God;
boeddhistisch mensbeeld: vergankelijkheid en verbondenheid)
Wetenschap (biologie, psychologie, sociologie)
Cultuur en opvoeding (gewoonten, verhalen, kunst, media)
Voorbeelden:
Christelijk mensbeeld: de mens is geschapen naar Gods beeld, fundamenteel goed maar
feilbaar, geroepen tot liefde en zorg voor anderen.
Boeddhistisch mensbeeld: de mens is vergankelijk, niet-zelf (anatta), en kan verlichting
bereiken door inzicht en mededogen.
Humanistisch mensbeeld: de mens is vrij, autonoom en in staat zelf zin en waarden te
scheppen.
Waarom belangrijk in onderwijs?
Voor leraren is een mensbeeld cruciaal omdat het onbewust mee bepaalt:
Hoe je leerlingen ziet (vb. als nieuwsgierige onderzoekers of als wezens die vooral
sturing nodig hebben)
Hoe je lesgeeft (meer vrijheid vs. meer regels)
Hoe je omgaat met fouten, diversiteit, groei …
Wat betekent dit mensbeeld voor je leraar zijn?
Zal het een invloed hebben op je leraar zijn? Wat betekent dit voor je concrete handelen in de
klas/school?
BRON MIJN WAARDEN WAT BETEKENT
DIT VOOR MIJN
LERAARSCHAP?
3
, Hoe beschouw je het leven?
Wat is mijn levensbeschouwing?
Heeft mijn religieuze of humanistische levensbeschouwing invloed op mijn mensbeeld?
Post-Kritische Geloofsschaal
Intersectioneel denken
Identiteit wordt getoond als een samenstelling van verschillende deelidentiteiten.
Ieder van ons heeft een gelaagde of meervoudige identiteit.
Identiteit = dynamisch
o Identiteit op een bepaald kruispunt (op de 14 assen) in een bepaalde fase van
het leven
o = openheid, tolerantie
4