Bestuursrecht
D1 publiekrecht in perspectief
H1 basisbegrippen en centrale thema’s
Afd1 inleiding: publiekrecht in een gelaagde rechtsorde
Nauw verweven met grondwettelijk recht
Het recht wordt opgedeeld in twee groepen:
o Publiekrecht
Organisatie + optreden van de overheid
Verhoudingen tussen burgers en overheid
Grondwettelijk recht, bestuursrecht, fiscaal recht,
strafrecht, gerechtelijk recht
o Privaatrecht
Organisatie van relaties tussen leden van samenleving
Regelt onderlinge verhoudingen tussen personen
Contractenrecht, aansprakelijkheidsrecht,
goederenrecht
Afd 2 Grondwet
Betekenis en functies van de GW
Functies
o Positief: organisatie van OHmacht
o Negatief: beperken van OHmacht
Montesquieu – De l’esprit des lois: “macht in één hand is altijd gevaarlijk,
het is een ingrediënt voor een dictatuur” er is een scheiding der machten
nodig waar verschillende staatsmachten elkaar in evenwicht houden.
Machtenscheiding
Horizontaal –
= verdeling binnen eenzelfde OH
Trias politica = machtswillekeur minimaliseren volgens
montesquieu
o WM: opstellen van algemene regels
o UM: beoogt die regels te doen naleven
o RM: beslechten van geschillen
1
, Absolute machtenscheiding: de drie OHfuncties worden zuiver
afgebakend en moeten elk afzonderlijk aan 3 volledig onafhankelijke
organen worden toebedeeld
o vb: nu bestaat bijna niet meer maar vb. GW 1791 Fr
Checks and balances: systeem waarbij de verschillende machten
elkaar controleren
(trias politica) voorkomen van machtconcentratie
Belangrijk vb Madison vs Marbury
o door jurist Madison werd rechterlijke toetsing bevestigd
o Rechterlijke macht kreeg de bevoegdheid om wetten te
controleren
o Controlefunctie t. o. v. WM + UM
IMPACT
o Bestuur = organen en instellingen van de UM
maar meer dan enkel uitvoerende taken: bepaalde
bestuurlijke handelingen hebben een materieel wetgevende
inhoud bv. Gemeentereglement
o Ook WM en RM nemen bestuurlijke beslissingen
vb. gunning overheidsopdracht, aanwerving personeel
Verticaal –
= verdeling tussen verschillende territoriale OH
Gelaagde rechstorde = recht dat van toepassing is kan niet
herleid worden tot een overheid of beslissingsstructuur, we zijn deel
van verschillende OHverbanden
o Verdeling lokaal, regionaal, supranationaal, …
Enkele belangrijke classificaties
Federalisme: spreiding van bevoegdheden tussen verschillende
autonome rechtsorde
Eenheidstaat = berust de soevereiniteit of de ‘bevoegdheid van de
bevoegdheid’ onverdeeld bij het centrale niveau
Gecentraliseerde eenheidsstaat: al de overheidsfuncties
(wetgeving, rechtspraak, bestuur) door organen uitgevoerd van het
centrale niveau
Deconcentratie: overdragen van bepaalde taken vanuit het
centrale bestuur naar lagere instanties of ambten
o Geen eigen rechtspersoonlijkheid (deel van centraal bestuur)
o Onder hiërarchisch toezicht
2
, Decentralisatie: centrale overheid kent taken toe aan
ondergeschikte (lokale) besturen die geen deel zijn van het centrale
bestuur
o eigen rechtspersoonlijkheid
o bestuurlijk (i.p.v. hiërarchisch) toezicht (of administratief
toezicht)
o Territoriale decentralisatie: OH die voor een bepaald
gebied bevoegd zijn
o Functionele decentralisatie: OH die door hun expertise
worden aangesteld
Afd 3 bestuur
Bestuur = voorbehouden voor organen en instellingen van de UM
o Maar ook gemeenten en provincies (geen UM) + niet enkel UM
functies
o Dus wat zijn nu de besturen?
Verhouding tussen regering en administratie en belang van de
administratieve rekenplichtigheid
Voorrang van de politiek
Klassieke actoren van de UM: koning en regering van minister en
staatssecretarissen
In politieke wetenschappen een veelbeschreven spanningsveld
o Onderlinge verhouding tussen administratie (instrument in
handen van regering voor uitwerking en uitvoering van beleid)
en politieke gezagsdragers?
1. Politisering van de ambtenarij: grote gespecialiseerde en
permanente equipes wegen op het beleid
Ministers zijn meer dan ooit afhankelijk van de
informatie die ze van hun adminsitratie verwerven, om
positie voor de partij te verzekeren
2. Politieke verantwoordelijkheid rust bij de minister/regering
Motie van wantrouwen
Belang administratie (succes van beleid) dus controle op
adminsitratie
1. “Spoils system” uit de VS = president kan de volledige
adminsitratie vervangen door personen op wie hij kan
vertrouwen
2. Praktijk van partijpolitisering = mensen die dichtbij de
partij staan in een ambt plaatsen
3
, a. nu: objectief door selectieve processen want
democratie!
3. Ministeriële kabinetten = ambtenaren die tijdelijk
gedetacheerd worden naar het kabinet en het vertrouwen van
een minsiter genieten (brug pol + admin)
Administratieve rekenplichtigheid (accountability)
1. Rekenschap afleggen (OH moet transparant zijn)
o Openheid van zaken geven
o Inzicht geven in beleid en motieven die daaraan ten grondslag
liggen
o Audits, rapporten en jaarverslagen
o Zwijgrecht words spreekrecht of zelfs spreekplicht met
klokkenluidersbescherming (bij aankaarting misbruik)
2. Ambtenaar heeft adminsitratieve en tuchtrechterlijke
verantwoordelijkheid
o Klacht van burger bij ombudsdienst
o Parlementaire onderzoekscommissies
o Ambtenaar in tuchtprocedure
Verreikende overheidstussenkomst
OORZAKEN
o Uitbouw van de sociale staat en de openbare
nutsvoorzieningen vanaf 19e
o Verzorgingstaat verder uitgebouwd
o Verstedelijking en bevolkingsgroei
Planmatig omgaan met de schaarse gronden en ruimte
o Industrialisering
Veiligheid van onder meer werknemers, consumenten,…
o Rampen en crisisen
Noodplannen + nieuwe beschermingsmaatregelen
Algemeen en bijzonder bestuursrecht
Bijzonder bestuursrecht: het deel van het bestuursrecht dat
specifieke regels bevat voor afzonderlijke beleidsterinen, zoals
milieu, ruimtelijke ordening of sociale zekerheid
Algemeen bestuursrecht: het geheel van algemene regels en
beginselen dat geldt voor alle handelingen van het bestuur,
ongeacht het beleidsterrein. Gaat over vraagstukken die alle
domeinen gemeen hebben met elkaar.
o Verhouding besturen en burgers onderling
o Regels en begisnelen waaraan bestuur gebonden is
o Verschijningsvormen en bestuursbegrip
o Rechtsbescherming van burger tegen OH
4
D1 publiekrecht in perspectief
H1 basisbegrippen en centrale thema’s
Afd1 inleiding: publiekrecht in een gelaagde rechtsorde
Nauw verweven met grondwettelijk recht
Het recht wordt opgedeeld in twee groepen:
o Publiekrecht
Organisatie + optreden van de overheid
Verhoudingen tussen burgers en overheid
Grondwettelijk recht, bestuursrecht, fiscaal recht,
strafrecht, gerechtelijk recht
o Privaatrecht
Organisatie van relaties tussen leden van samenleving
Regelt onderlinge verhoudingen tussen personen
Contractenrecht, aansprakelijkheidsrecht,
goederenrecht
Afd 2 Grondwet
Betekenis en functies van de GW
Functies
o Positief: organisatie van OHmacht
o Negatief: beperken van OHmacht
Montesquieu – De l’esprit des lois: “macht in één hand is altijd gevaarlijk,
het is een ingrediënt voor een dictatuur” er is een scheiding der machten
nodig waar verschillende staatsmachten elkaar in evenwicht houden.
Machtenscheiding
Horizontaal –
= verdeling binnen eenzelfde OH
Trias politica = machtswillekeur minimaliseren volgens
montesquieu
o WM: opstellen van algemene regels
o UM: beoogt die regels te doen naleven
o RM: beslechten van geschillen
1
, Absolute machtenscheiding: de drie OHfuncties worden zuiver
afgebakend en moeten elk afzonderlijk aan 3 volledig onafhankelijke
organen worden toebedeeld
o vb: nu bestaat bijna niet meer maar vb. GW 1791 Fr
Checks and balances: systeem waarbij de verschillende machten
elkaar controleren
(trias politica) voorkomen van machtconcentratie
Belangrijk vb Madison vs Marbury
o door jurist Madison werd rechterlijke toetsing bevestigd
o Rechterlijke macht kreeg de bevoegdheid om wetten te
controleren
o Controlefunctie t. o. v. WM + UM
IMPACT
o Bestuur = organen en instellingen van de UM
maar meer dan enkel uitvoerende taken: bepaalde
bestuurlijke handelingen hebben een materieel wetgevende
inhoud bv. Gemeentereglement
o Ook WM en RM nemen bestuurlijke beslissingen
vb. gunning overheidsopdracht, aanwerving personeel
Verticaal –
= verdeling tussen verschillende territoriale OH
Gelaagde rechstorde = recht dat van toepassing is kan niet
herleid worden tot een overheid of beslissingsstructuur, we zijn deel
van verschillende OHverbanden
o Verdeling lokaal, regionaal, supranationaal, …
Enkele belangrijke classificaties
Federalisme: spreiding van bevoegdheden tussen verschillende
autonome rechtsorde
Eenheidstaat = berust de soevereiniteit of de ‘bevoegdheid van de
bevoegdheid’ onverdeeld bij het centrale niveau
Gecentraliseerde eenheidsstaat: al de overheidsfuncties
(wetgeving, rechtspraak, bestuur) door organen uitgevoerd van het
centrale niveau
Deconcentratie: overdragen van bepaalde taken vanuit het
centrale bestuur naar lagere instanties of ambten
o Geen eigen rechtspersoonlijkheid (deel van centraal bestuur)
o Onder hiërarchisch toezicht
2
, Decentralisatie: centrale overheid kent taken toe aan
ondergeschikte (lokale) besturen die geen deel zijn van het centrale
bestuur
o eigen rechtspersoonlijkheid
o bestuurlijk (i.p.v. hiërarchisch) toezicht (of administratief
toezicht)
o Territoriale decentralisatie: OH die voor een bepaald
gebied bevoegd zijn
o Functionele decentralisatie: OH die door hun expertise
worden aangesteld
Afd 3 bestuur
Bestuur = voorbehouden voor organen en instellingen van de UM
o Maar ook gemeenten en provincies (geen UM) + niet enkel UM
functies
o Dus wat zijn nu de besturen?
Verhouding tussen regering en administratie en belang van de
administratieve rekenplichtigheid
Voorrang van de politiek
Klassieke actoren van de UM: koning en regering van minister en
staatssecretarissen
In politieke wetenschappen een veelbeschreven spanningsveld
o Onderlinge verhouding tussen administratie (instrument in
handen van regering voor uitwerking en uitvoering van beleid)
en politieke gezagsdragers?
1. Politisering van de ambtenarij: grote gespecialiseerde en
permanente equipes wegen op het beleid
Ministers zijn meer dan ooit afhankelijk van de
informatie die ze van hun adminsitratie verwerven, om
positie voor de partij te verzekeren
2. Politieke verantwoordelijkheid rust bij de minister/regering
Motie van wantrouwen
Belang administratie (succes van beleid) dus controle op
adminsitratie
1. “Spoils system” uit de VS = president kan de volledige
adminsitratie vervangen door personen op wie hij kan
vertrouwen
2. Praktijk van partijpolitisering = mensen die dichtbij de
partij staan in een ambt plaatsen
3
, a. nu: objectief door selectieve processen want
democratie!
3. Ministeriële kabinetten = ambtenaren die tijdelijk
gedetacheerd worden naar het kabinet en het vertrouwen van
een minsiter genieten (brug pol + admin)
Administratieve rekenplichtigheid (accountability)
1. Rekenschap afleggen (OH moet transparant zijn)
o Openheid van zaken geven
o Inzicht geven in beleid en motieven die daaraan ten grondslag
liggen
o Audits, rapporten en jaarverslagen
o Zwijgrecht words spreekrecht of zelfs spreekplicht met
klokkenluidersbescherming (bij aankaarting misbruik)
2. Ambtenaar heeft adminsitratieve en tuchtrechterlijke
verantwoordelijkheid
o Klacht van burger bij ombudsdienst
o Parlementaire onderzoekscommissies
o Ambtenaar in tuchtprocedure
Verreikende overheidstussenkomst
OORZAKEN
o Uitbouw van de sociale staat en de openbare
nutsvoorzieningen vanaf 19e
o Verzorgingstaat verder uitgebouwd
o Verstedelijking en bevolkingsgroei
Planmatig omgaan met de schaarse gronden en ruimte
o Industrialisering
Veiligheid van onder meer werknemers, consumenten,…
o Rampen en crisisen
Noodplannen + nieuwe beschermingsmaatregelen
Algemeen en bijzonder bestuursrecht
Bijzonder bestuursrecht: het deel van het bestuursrecht dat
specifieke regels bevat voor afzonderlijke beleidsterinen, zoals
milieu, ruimtelijke ordening of sociale zekerheid
Algemeen bestuursrecht: het geheel van algemene regels en
beginselen dat geldt voor alle handelingen van het bestuur,
ongeacht het beleidsterrein. Gaat over vraagstukken die alle
domeinen gemeen hebben met elkaar.
o Verhouding besturen en burgers onderling
o Regels en begisnelen waaraan bestuur gebonden is
o Verschijningsvormen en bestuursbegrip
o Rechtsbescherming van burger tegen OH
4