Kinantropometrie
Inleiding
“Kinantropometrie”
• ‘kinein’ = bewegen
• ‘anthropos’ = mens
• ‘metrein/metria’ = meten
-> Het meten (=kwantitatief) van de bewegende mens, of de mens in beweging
Size (grootte)
gestalte en gewicht = BMI
lendenomtrek = smalste omtrek gemeten tss tussen de navel en processus
Xiphoïdeus
( verhoogde kans op cardiovasculaire aandoeningen vanaf… vr: 80cm man:
94cm)
basis vr ergonomie
seculaire trend= bepaald kenmerk dat veranderd over een bepaalde tijd
Shape (vorm)
Somatype: cijfer v 1-7 op 3 parameters (volgens ‘Sheldon’)
- endomorfie: ‘relative degree of fatness’
- mesomorfie: ‘relative degree of muscle, bone & connective tissue’
- ectomorfie: ‘relative degree of linearity, slenderness & fragility’
=> extremes: zeekoe, arend, wandelende tak
(Was toen populaire wetenschap om uiterlijke kenmerken te koppelen aan psychiatrische ziektebeelden)
Proportion (verhoudingen)
= 2 zaken tov elkaar
Vitruvius man van Leonardo da Vinci
BMI (boven 25: overgewicht)
masculinity index = heupbreedte/schouderbreedte (kleiner bij mannen en bij vrouwelijke
gymnasten)
Sexueel dimorfisme= mannen en vrouwen v zelfde soort (‘de mens’) die er anders
uitzien
waist-to-hip ratio => peer of appel (abdominaal vet gecorreleerd aan cardiovasculair risico)
Body Composition (lichaamssamenstelling)
hoog bmi door spier of vet of bot?...=> lichaamssamenstelling meten
five-level-model
densitometrie: onderwaterweging/BODPOD®
bepaling vetmassa
bepaling lichaamssamenstelling uit antropometrie
bepaling lichaamssamenstelling uit BIA en DEXA
,Maturatie
Gross Motor Function
Shape – Vorm
=> biotypologie = kijken naar bestaande verschijningsvormen en die samenbrengen
in een classificatiesysteem
Historische schets
Pythagoras: elementleer
de 4 elementen in lichaam moeten in evenwicht zijn
(slijm, bloed, zwarte gal, gele gal)
Hippocrates: temperamentenleer
als 1 element meer voorkomt bep individueel temprament
+ 2 lichaamstypes: habitus apoplecticus (breed) of habitus phthisicus (lang)
- subjectieve bipolaire indeling (geen tussenvormen)
(Aristoteles: ziel (karakter) en lichaamsverschijning zijn gekoppeld)
Galenus: combinatie v die 2 => humorale vochtentheorie (humoralisme tot 18e eeuw)
-> 4types: sanguistisch (bloed), gespierd en stoumoedig
cholerisch (gele gal), slank mager en listig
phlegmatisch (slijm), veel vet mollig en traag
melacholisch (zwarte gal), ‘midden’ type en triest
Fisiognomie/gelaatkunde = karakter afleiden obv gezicht (°oude Griekse filosofen)
populair in middeleeuwen
gedoceerd aan Engelse universiteiten
verboden dr henry 8, kwakzalverij (1530)
16eE: DaVinci: bep gezichtslijnen wezen op bep karakter (‘valse wetenschap’)
17eE: karikatuur = uiterlijke lijnen vergroten om innerlijke trekken te bespotten
terug in opkomst 18e-19eE => populaire wetenschap, ook bij academici
-> acteurs: fysionomie vr personages
-> fotografische superpositie: fysionomische
karakteristieken vr ziekte, criminaliteit,…
19e-20eE: terug in verval
nu: pseudowetenschap, maar wel studies rond relatie karakter en gelaatsuitdrukking
Antropieschole (18E-19Eeeuw)
- Frans: obv scopie
associatie tss morfologisch uiterlijk en persoolijkheid/ziekte
-> 4 types: verteringstype
spiertype
cerebraal
respiratorisch
- geen tussenvormen, subjectief
- Italiaan: obv metrie (10 complexe metingen)
associatie tss morfologisch uiterlijk en persoolijkheid/ziekte
-> innerlijk systeem (romp) – relationeel systeem (ledematen)
evenwicht = harmonsch ontwikkelde bouw
, -> longytype(ledem>romp) – normotype – brachytype(romp>ledem) (obv romp- en
ledematenindex)
- complex
+ objectief, gem = normaal, continue schaal
- Duits obv scopie + metrie
associatie tss morfologie en temperament/psychische ziektebeelden
-> kretschmer psyciater
3 temperamentstypes v mensen in psychiatrie
- chizothyme -> leptosome bouw -> lang
- cyclothyme (manisch-depr) -> pycnisch -> breed
- atletisch-> musculair
- subjectief en tripolaire indeling
+ poging onderzoek relatie lichaamsbouw en temperament
William sheldon
Somatotype = verwijst naar het geïntegreerd geheel van deze 3 primaire
componenten die elk op zich specifieke kenmerken binnen de lichaamsbouw
representeren
Continue schaal tss 3 primaire componenten
- endomorf: dik
- ectomorf: lang
- mesomorf: gespierd
-> somatotype = individuele lichaamsbouw uitgedrukt in 3 cijfers
=> 88 versch somatotypes
(dr sterkere ontwikkeling v bep kiembladen)
vr elk type cijfer 1-7 (som is min.9, max.12)
=> gekoppeld aan karakter
- endomorf (711): relaxed
- ectomorf (117): gevoelig
- mesomorf(171): assertief
(mid-type = 344)
- betrouwbaarheid (lage inter en intra-observatorbetrouwbaarheid vr mesomorfie)
- subjectief (fotoscopisch estimeren)
- constantheid (somatotype ‘is genetisch’ maar zal wel veranderen over tijd)
- score v 7 is soms niet genoeg
Parnell
-> ook vr vrouwen, objectieve metingen, goedkoper dan foto’s
Heath-carter
-> onafhankelijk v leeftijd of geslacht, groter bereik
Inleiding
“Kinantropometrie”
• ‘kinein’ = bewegen
• ‘anthropos’ = mens
• ‘metrein/metria’ = meten
-> Het meten (=kwantitatief) van de bewegende mens, of de mens in beweging
Size (grootte)
gestalte en gewicht = BMI
lendenomtrek = smalste omtrek gemeten tss tussen de navel en processus
Xiphoïdeus
( verhoogde kans op cardiovasculaire aandoeningen vanaf… vr: 80cm man:
94cm)
basis vr ergonomie
seculaire trend= bepaald kenmerk dat veranderd over een bepaalde tijd
Shape (vorm)
Somatype: cijfer v 1-7 op 3 parameters (volgens ‘Sheldon’)
- endomorfie: ‘relative degree of fatness’
- mesomorfie: ‘relative degree of muscle, bone & connective tissue’
- ectomorfie: ‘relative degree of linearity, slenderness & fragility’
=> extremes: zeekoe, arend, wandelende tak
(Was toen populaire wetenschap om uiterlijke kenmerken te koppelen aan psychiatrische ziektebeelden)
Proportion (verhoudingen)
= 2 zaken tov elkaar
Vitruvius man van Leonardo da Vinci
BMI (boven 25: overgewicht)
masculinity index = heupbreedte/schouderbreedte (kleiner bij mannen en bij vrouwelijke
gymnasten)
Sexueel dimorfisme= mannen en vrouwen v zelfde soort (‘de mens’) die er anders
uitzien
waist-to-hip ratio => peer of appel (abdominaal vet gecorreleerd aan cardiovasculair risico)
Body Composition (lichaamssamenstelling)
hoog bmi door spier of vet of bot?...=> lichaamssamenstelling meten
five-level-model
densitometrie: onderwaterweging/BODPOD®
bepaling vetmassa
bepaling lichaamssamenstelling uit antropometrie
bepaling lichaamssamenstelling uit BIA en DEXA
,Maturatie
Gross Motor Function
Shape – Vorm
=> biotypologie = kijken naar bestaande verschijningsvormen en die samenbrengen
in een classificatiesysteem
Historische schets
Pythagoras: elementleer
de 4 elementen in lichaam moeten in evenwicht zijn
(slijm, bloed, zwarte gal, gele gal)
Hippocrates: temperamentenleer
als 1 element meer voorkomt bep individueel temprament
+ 2 lichaamstypes: habitus apoplecticus (breed) of habitus phthisicus (lang)
- subjectieve bipolaire indeling (geen tussenvormen)
(Aristoteles: ziel (karakter) en lichaamsverschijning zijn gekoppeld)
Galenus: combinatie v die 2 => humorale vochtentheorie (humoralisme tot 18e eeuw)
-> 4types: sanguistisch (bloed), gespierd en stoumoedig
cholerisch (gele gal), slank mager en listig
phlegmatisch (slijm), veel vet mollig en traag
melacholisch (zwarte gal), ‘midden’ type en triest
Fisiognomie/gelaatkunde = karakter afleiden obv gezicht (°oude Griekse filosofen)
populair in middeleeuwen
gedoceerd aan Engelse universiteiten
verboden dr henry 8, kwakzalverij (1530)
16eE: DaVinci: bep gezichtslijnen wezen op bep karakter (‘valse wetenschap’)
17eE: karikatuur = uiterlijke lijnen vergroten om innerlijke trekken te bespotten
terug in opkomst 18e-19eE => populaire wetenschap, ook bij academici
-> acteurs: fysionomie vr personages
-> fotografische superpositie: fysionomische
karakteristieken vr ziekte, criminaliteit,…
19e-20eE: terug in verval
nu: pseudowetenschap, maar wel studies rond relatie karakter en gelaatsuitdrukking
Antropieschole (18E-19Eeeuw)
- Frans: obv scopie
associatie tss morfologisch uiterlijk en persoolijkheid/ziekte
-> 4 types: verteringstype
spiertype
cerebraal
respiratorisch
- geen tussenvormen, subjectief
- Italiaan: obv metrie (10 complexe metingen)
associatie tss morfologisch uiterlijk en persoolijkheid/ziekte
-> innerlijk systeem (romp) – relationeel systeem (ledematen)
evenwicht = harmonsch ontwikkelde bouw
, -> longytype(ledem>romp) – normotype – brachytype(romp>ledem) (obv romp- en
ledematenindex)
- complex
+ objectief, gem = normaal, continue schaal
- Duits obv scopie + metrie
associatie tss morfologie en temperament/psychische ziektebeelden
-> kretschmer psyciater
3 temperamentstypes v mensen in psychiatrie
- chizothyme -> leptosome bouw -> lang
- cyclothyme (manisch-depr) -> pycnisch -> breed
- atletisch-> musculair
- subjectief en tripolaire indeling
+ poging onderzoek relatie lichaamsbouw en temperament
William sheldon
Somatotype = verwijst naar het geïntegreerd geheel van deze 3 primaire
componenten die elk op zich specifieke kenmerken binnen de lichaamsbouw
representeren
Continue schaal tss 3 primaire componenten
- endomorf: dik
- ectomorf: lang
- mesomorf: gespierd
-> somatotype = individuele lichaamsbouw uitgedrukt in 3 cijfers
=> 88 versch somatotypes
(dr sterkere ontwikkeling v bep kiembladen)
vr elk type cijfer 1-7 (som is min.9, max.12)
=> gekoppeld aan karakter
- endomorf (711): relaxed
- ectomorf (117): gevoelig
- mesomorf(171): assertief
(mid-type = 344)
- betrouwbaarheid (lage inter en intra-observatorbetrouwbaarheid vr mesomorfie)
- subjectief (fotoscopisch estimeren)
- constantheid (somatotype ‘is genetisch’ maar zal wel veranderen over tijd)
- score v 7 is soms niet genoeg
Parnell
-> ook vr vrouwen, objectieve metingen, goedkoper dan foto’s
Heath-carter
-> onafhankelijk v leeftijd of geslacht, groter bereik