• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 178 pages
Resume

Samenvatting Politieke vraagstukken van duurzaamheid - Universiteit Gent (2025/2026)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 178 pages

Samenvatting van het vak Politieke vraagstukken van duurzaamheid aan de Universiteit Gent. Deze samenvatting is gebaseerd op alle lessen, aangezien er geen handboek is voor dit vak. De samenvatting is uitgebreid, maar leest heel makkelijk. Op het einde van elk hoofdstuk is er ook een uitgebreide begrippenlijst. Ik raad wel aan de illustraties/grafieken van de PowerPoint erbij te nemen tijdens het studeren, maar is niet per se nodig (eerder handig).

Aperçu du contenu

LES 1
Duurzaamheid en politiek
Samenvatting voor examen — uitgebreide versie met uitleg + spiekblaadje




Overzicht van deze les
LES 1 is de fundamentele inleiding van de hele cursus. Ze legt de bouwstenen neer die in
alle andere lessen terugkomen. De les is opgebouwd in drie grote delen:
1. Duurzaamheid in vogelvlucht: ongelijkheid, ecologische grenzen en de uitdaging van
duurzaamheid (de Donut).
2. Duurzaamheid als politiek vraagstuk: vijf analytische concepten ('de 3 i's, de a en de
c').
3. Het Anthropoceen: wat is het, hoe is het ontstaan, en welk debat roept het op?


💡 Rode draad: duurzaamheid is geen technisch of neutraal begrip. Het is een politiek
geladen, gecontesteerd concept. Dit vak bestudeert duurzaamheid als politiek vraagstuk
— met aandacht voor macht, belangen, discoursen en rechtvaardigheid.




DEEL 1: Duurzaamheid in vogelvlucht — drie stappen
Stap 1: Rechtvaardigheid en ongelijkheid in de wereld
Duurzaamheid kan niet losgekoppeld worden van ongelijkheid. De les begint met zeven
manieren om de wereld te bekijken vanuit het perspectief van rechtvaardigheid:


Zeven dimensies van wereldwijde ongelijkheid
1. RIJKDOM (BNI): hoe groter een land op de kaart, hoe groter het Bruto Nationaal
Inkomen. BNI = BBP + inkomsten uit het buitenland. De rijkste landen (VS, Europa, China)
domineren de kaart.

2. ARMOEDE (multidimensionaal): hoe groter een land, hoe groter de armoede. Armoede
wordt niet enkel gemeten via inkomen, maar ook via educatie en gezondheid (Human
Development Index-benadering).
→ Naast deze kaart: grote kloof tussen arm en rijk is onmiddellijk zichtbaar.

3. ARMOEDE IN EUROPA: in 2023 lagen 93,3 miljoen mensen in de EU in armoede of
sociale uitsluiting (21% van de bevolking). Risico verhoogd als: vrouw, jongvolwassen,
werkloos of laag opgeleid.

4. ONGELIJKHEID IN BELGIË: inkomens (na belastingen) van de 10% rijksten vs. armste
50% tonen al een kloof. Vermogens tonen een nog grotere kloof: vermogensongelijkheid is


1

, veel dieper dan inkomensongelijkheid.

5. EVOLUTIE INTERNATIONAAL: wereldwijde ongelijkheid tussen landen is zeer hoog
maar was dalend. Een 'inhaaloperatie' duurt decennia. COVID-19 heeft de ongelijkheid
terug doen toenemen.

6. EVOLUTIE BINNEN LANDEN (Gini-index): de Gini-index meet ongelijkheid van 0
(perfect gelijk) tot 100 (1 persoon heeft alles). Er is geen algemene trend: sterke
landenverschillen, samenhangend met beleidskeuzes.
- Hoog maar dalend: Latijns-Amerika
- Relatief laag maar stijgend: geïndustrialiseerde landen en Oost-Europa

7. EVOLUTIE RIJKSTE 1%: aandeel van de 1% rijksten daalde tot de jaren '70. Daarna
sterk uiteenlopende trends: politieke keuzes en institutionele kaders maken een verschil
(bv. belasting, arbeidsrecht, sociale bescherming).


💡 De Gini-index is examenstof: 0 = volkomen gelijkheid, 100 = volkomen ongelijkheid.
Hoe hoger, hoe ongelijker. Gini meet inkomensongelijkheid. Vermogensongelijkheid is
doorgaans veel groter dan inkomensongelijkheid.


📝 Examentip
Examenvraag: Wat is het verschil tussen BNI en BBP?
BBP (Bruto Binnenlands Product) = alle economische activiteit geproduceerd binnen de
grenzen van een land.
BNI (Bruto Nationaal Inkomen) = BBP + inkomsten die inwoners en bedrijven van dat land
verdienen in het buitenland (min betalingen aan het buitenland).
BNI geeft dus een beter beeld van de welvaart van de bevolking van een land, niet enkel
van wat er op hun grondgebied geproduceerd wordt.




Stap 2: Ecologische grenzen — planetaire grenzen en de Grote
Versnelling
We leven in een tijdperk van ecologische overschrijding. Twee centrale kaders:


Planetary Boundaries — het veilig werkingsbereik van de aarde


Planetary Boundaries — wat zijn ze en hoeveel zijn er overschreden?
= een wetenschappelijk kader (Rockström et al.) dat probeert de biofysische grenzen te
identificeren en te kwantificeren waarbinnen de aarde stabiele ecosystemen kan
handhaven.
Doel: een 'safe operating space' definiëren voor de mensheid in het Anthropoceen.

Sinds 2023 zijn er 9 grenzen in kaart gebracht. 7 ervan zijn al overschreden:


2

, 1. Klimaatverandering (CO₂-concentratie in ppm)
2. Biogeochemische stromen (fosfor- en stikstofvervuiling door kunstmestgebruik)
3. Integriteit van de biosfeïr (uitsterfsnelheid van soorten, biodiversiteitsverlies)
4. Verandering van landsystemen (ontbossing, omzetting van natuur naar landbouw)
5. Nieuwe entiteiten (chemische vervuiling, plastics, zware metalen)
6. Zoetwater gebruik
7. Verzuring van de oceanen

Niet (of nog niet) overschreden: atmosferische aerosolbelasting en stratosferische
ozonlaag.


💡 De planetary boundaries zijn het meest invloedrijke wetenschappelijke concept van
de afgelopen decennia voor het denken over duurzaamheid. Ze definiëren een veilig
bereik voor de mensheid — maar wie bepaalt die grenzen is een politieke vraag (zie deel
3).


De drie grote ecologische uitdagingen in cijfers

Uitdaging Kernfeiten
Klimaatverandering (emission gap) NDC's brengen ons op een pad van +2,5 tot
+3°C. Doelstelling van 1,5°C is bijna
onhaalbaar. Uitstoot moet veel sneller dalen.
Circularity gap De wereldeconomie is slechts 7,2% circulair en
verslechtert jaar na jaar. Meer
grondstoffenwinning, minder hergebruik. Enkel
recyclage is onvoldoende.
Biodiversiteitsverlies Living Planet Report: gemiddeld -69% in
gewervelde dierpopulaties tussen 1970 en
2018. Zoetwatersoorten: -83%. Gewervelden
staan bovenaan de voedselketen, lagere
soorten volgen dezelfde trend.


💡 Emission gap = het verschil tussen de huidige klimaatbeloften (NDC's) en wat nodig
is voor 1,5°C of 2°C. Circularity gap = het verschil tussen de huidige circulariteit (7,2%)
en een volledig circulaire economie (100%).



Stap 3: De uitdaging van duurzaamheid — de Donut van Kate
Raworth
Het verband tussen HDI en ecologische voetafdruk
Er is een hardnekkig probleem: hoe hoger de Human Development Index (HDI = maat voor
menselijk welzijn via inkomen, gezondheid en educatie), hoe groter de ecologische
voetafdruk per persoon. Met andere woorden: een goed leven gaat nu gepaard met veel
milieudruk.


3

, De fundamentele uitdaging van duurzaamheid: hoe breng je mensen naar een hoge HDI
zónder de ecologische grenzen te overschrijden? We willen naar 'rechtsonder' op de grafiek:
hoge HDI, lage ecologische voetafdruk.


De Donut van Kate Raworth


De Donut — het meest invloedrijke beeld van de laatste jaren
Kate Raworth stelt voor om duurzaamheid te denken als een donut met twee grenzen:

1. ECOLOGISCH PLAFOND (de buitenrand): de planetaire grenzen die we niet mogen
overschrijden (klimaat, biodiversiteit, zoetwater, …).
Overschrijding tast de stabiliteit van de aarde aan.

2. SOCIALE BASIS (de binnenrand): een minimum
aan sociale basisvoorzieningen dat iedereen nodig
heeft voor een waardig leven: voedsel, water,
gezondheidszorg, onderwijs, inkomen,
gendergelijkheid, politieke stem, sociale
rechtvaardigheid, …

De 'safe and just space': het gebied TUSSEN de
twee grenzen. Duurzame samenlevingen leven in dit
gebied — noch beneden de sociale basis (armoede), noch boven het ecologisch plafond
(ecologische overbelasting).

Situatie vandaag: de Donut toont dat we op meerdere ecologische dimensies het plafond
overschrijden, terwijl een groot deel van de wereld de sociale basis nog niet bereikt heeft.

Oorsprong: begonnen als kritiek op het planetary boundaries-model — dat model mist de
sociale dimensie. De Donut voegt die toe.



📝 Examentip
Examenvraag: Wat is de Donut van Kate Raworth? Leg de twee grenzen uit.
De Donut is een model voor duurzaamheid met twee grenzen:
1. Ecologisch plafond = de planetaire grenzen die niet mogen overschreden worden (bv.
klimaatverandering, biodiversiteit).
2. Sociale basis = het minimum aan basisvoorzieningen dat iedereen nodig heeft (bv.
voeding, gezondheid, onderwijs).
Duurzame samenlevingen leven in de 'safe and just space' tussen die twee grenzen.

Examenvraag: Wat is het fundamentele dilemma van duurzaamheid dat de Donut blootlegt?
Vandaag correleren hoge HDI (welzijn) met hoge ecologische voetafdruk. Rijke landen
leven boven het ecologisch plafond. Arme landen zitten onder de sociale basis. Het doel is
beiden tegelijk te realiseren — hoge HDI + lage ecologische druk.



Basisbegrippen van duurzaamheid

4

Table des matières

  1. 01 Overzicht van deze les 1
  2. 02 DEEL 1: Duurzaamheid in vogelvlucht — drie stappen 1
    1. Stap 1: Rechtvaardigheid en ongelijkheid in de wereld 1
    2. Stap 2: Ecologische grenzen — planetaire grenzen en de Grote Versnelling 2
    3. Stap 3: De uitdaging van duurzaamheid — de Donut van Kate Raworth 3
  3. 03 DEEL 2: Duurzaamheid als politiek vraagstuk — vijf analytische concepten 6
  4. 04 DEEL 3: Het Anthropoceen — wat is het en welk debat roept het op? 8
    1. 3.1 Wat is het Anthropoceen? 8
    2. 3.2 Vijf debatten over het Anthropoceen 9
  5. 05 Overzicht van deze les 13
  6. 06 DEEL 1: Een beetje geschiedenis 14
    1. 1.1 Het Brundtland-rapport (1987) — de geboorte van D.O. 14
    2. 1.2 Achtergrond 1: Het ontwikkelingsdenken 15
    3. 1.3 Achtergrond 2: Het milieudenken 16
  7. 07 DEEL 2: Interpretaties van duurzame ontwikkeling 18
    1. 2.1 Hopwood et al. — hoeveel verandering is nodig? Drie grote posities 18
    2. 2.2 Scoones et al. — Wie is de actor van verandering? Vier strategieën 22
    3. 2.3 Is het een probleem dat er zo veel interpretaties zijn? 23
  8. 08 Overzicht van deze les 25
  9. 09 DEEL 1: Transitiedenken 26
    1. 1.1 Waarom hebben we een transitietheorie nodig? 26
    2. 1.2 Het Multi-Level Perspectief (MLP) 27
    3. 1.3 Verfijningen van het MLP: vier gegroeide inzichten 28
    4. 1.4 Transities zijn altijd politieke processen 30
    5. 1.5 Hoe stuur je een transitie? Drie instrumenten 30
  10. 10 DEEL 2: De transitie naar de circulaire economie (CE) 31
    1. 2.1 Vanwaar komen we? Historisch overzicht 31
    2. 2.2 Waar staan we nu? De lineaire economie 32
    3. 2.3 Wat is een circulaire economie (CE)? 33
    4. 2.4 Vier CE-strategieën (de R-ladder) 34
    5. 2.5 Kritische vragen over de CE 36
    6. 2.6 Beleid en conclusie 38
  11. 11 Overzicht van deze les 41
  12. 12 DEEL 1: Vier narratieven over het voedselsysteem 41
    1. 1.1 Waarom zijn er verschillende narratieven? 41
    2. 1.2 De vier grote narratieven 41
    3. 1.3 Het voedselsysteem zit vast in een status quo 43
  13. 13 DEEL 2: De evolutie van het concept voedselzekerheid 44
    1. 2.1 Historische evolutie — van aanbod naar zes dimensies 44
    2. 2.2 De zes dimensies van voedselzekerheid 45
  14. 14 DEEL 3: Problemen met het huidige systeem 47
    1. 3.1 Het dominante industriële landbouwmodel — monocultuur en zijn externaliteiten 47
    2. 3.2 Machtsconcentratie in de voedselindustrie 47
    3. 3.3 Publieke ruimte vs. beslissingsruimte 48
  15. 15 DEEL 4: Alternatieven, transitie en coöptatie 49
    1. 4.1 Drie soorten actoren in de transitie 49
    2. 4.2 Transitie in voedselsystemen — het MLP opfrissen 49
    3. 4.3 Het mechanisme van coöptatie 50
    4. 4.4 Agro-ecologie: wetenschap, praktijk en beweging 51
    5. 4.5 Biologische landbouw — vier basisprincipes (IFOAM) 52
  16. 16 Overzicht van deze les 55
  17. 17 DEEL 1: Het klimaatprobleem — wat zegt het IPCC? 56
    1. 1.1 Hoe werkt het broeikaseffect? 56
    2. 1.2 Drie strateëgieën om met klimaatverandering om te gaan 56
    3. 1.3 Hoe meten we klimaatverandering? Observaties en modellen 57
    4. 1.4 Vier onderliggende wetenschappelijke vragen 58
    5. 1.5 Evolutie van het IPCC-bewijs: van 'waarschijnlijk' naar 'onbetwistbaar' 58
  18. 18 DEEL 2: Twee verhalen over wetenschap en politiek 60
  19. 19 DEEL 3: Wat ís wetenschap? Positivisme vs. constructivisme 61
    1. 3.1 Het lineaire model: wetenschap als neutrale bron van feiten 61
    2. 3.2 Constructivisme: wetenschap is maatschappelijk ingebed 62
    3. 3.3 Constructivistische kijk op klimaatwetenschap 63
  20. 20 DEEL 4: Voorbij het lineaire model — wetenschap en democratie 64
    1. 4.1 Science in democracy: blinde vlekken in beleid 65
    2. 4.2 Democracy in science: wie heeft een stem in de wetenschap? 67
  21. 21 Conclusie: wat betekent dit alles? 68
  22. 22 Overzicht van deze les 71
  23. 23 DEEL 1: Wat is een sociale beweging? 71
    1. 1.1 Definitie en historische context 71
    2. 1.2 Drie sferen van invloed 72
    3. 1.3 De ideeële sfeer verdiept: master frames en environmental justice 74
    4. 1.4 De performatieve sfeer verdiept: het debat over geweld en escalatie 75
    5. 1.5 De structurele sfeer verdiept: organisatie en politieke opportuniteitenstructuur 76
  24. 24 DEEL 2: Arbeid en ecologie — onlosmakelijk verbonden 77
    1. 2.1 Waarom arbeid en ecologie samenhangen 77
    2. 2.2 Hoe arbeid het milieu beïnvloedt 78
    3. 2.3 Hoe het milieu arbeid beïnvloedt 78
    4. 2.4 De Treadmill of Production (Schnaiberg) 79
  25. 25 DEEL 3: Vakbonden en milieubeweging — paradox en coalitie 80
    1. 3.1 Waarom integreerden vakbonden milieu zo moeilijk? 80
    2. 3.2 Twee dimensies van vakbondshoudingen tegenover milieu 81
    3. 3.3 Belgische vakbonden en milieu: de paradox 82
    4. 3.4 Just Transition als verbindend masterframe 83
    5. 3.5 Environmental Justice en Just Transition als coalitiebasis 83
  26. 26 Overzicht van deze les 87
  27. 27 DEEL 1: Inleiding — consumptie als politiek vraagstuk 88
    1. 1.1 We zijn de rijkste samenleving ooit — maar met grote impact 88
    2. 1.2 Consumptie staat al lang op de politieke agenda 88
    3. 1.3 De ironie: de kloof tussen oproep en werkelijkheid 88
    4. 1.4 Nuance en de grenzen van deze les 88
  28. 28 DEEL 2: De hervormingsbenadering — informatie & keuze-architectuur 89
    1. 2.1 Uitgangspunt: consumptie als individuele keuze 89
    2. 2.2 Versie 1: informatie als oplossing (homo economicus) 89
    3. 2.3 Versie 2: keuze-architectuur en nudging (bounded rationality) 90
    4. 2.4 Het 7E-model: brug naar systemischere aanpakken 91
  29. 29 DEEL 3: De reconfiguratiebenadering — sociale praktijken en MLP 91
    1. 3.1 Uitgangspunt: consumptie is niet individueel maar maatschappelijk 91
    2. 3.2 Versie 1: consumptie in het MLP 92
    3. 3.3 Versie 2: consumptie als sociale praktijk 92
    4. 3.4 Drie manieren om sociale praktijken te veranderen 93
  30. 30 DEEL 4: Rechtvaardige 1,5°C-levensstijlen 95
    1. 4.1 De achterliggende vraag 95
    2. 4.2 Vijf centrale concepten 95
  31. 31 DEEL 5: De transformatiebenadering — hoeveel is genoeg? 97
    1. 5.1 Uitgangspunt: consumptieprobleem als symptoom van kapitalisme 97
    2. 5.2 Drie hoofdargumenten 97
    3. 5.3 De diversiteit aan economische modellen (Gibson-Graham) 98
    4. 5.4 Filosofie van de eenvoud — Marius De Geus 99
    5. 5.5 Kritieken op de transformatiebenadering 99
  32. 32 Besluit: moeten we kiezen tussen de benaderingen? 100
    1. Grenzen als bron van creativiteit 100
    2. De benaderingen zijn complementair, niet tegengesteld 100
  33. 33 Overzicht van deze les 103
  34. 34 DEEL 1: De industriële transitie — introductie 103
    1. 1.1 Wat is de industriële transitie? 103
    2. 1.2 Waarom is de industriële transitie zo moeilijk? — 'hard-to-abate' 103
    3. 1.3 Het EU-beleidskader 104
  35. 35 DEEL 2: Gastlezing Prof. Jan Mertens (ENGIE) — drie wegen naar koolstofneutraliteit 105
    1. 2.1 Duurzaamheid in golven 105
    2. 2.2 Drie wegen naar koolstofneutraliteit (de volgorde is essentieel) 106
    3. 2.3 Weg 1: Energie-efficiëntie en circulariteit 107
    4. 2.4 Weg 2: Elektrificatie 107
    5. 2.5 Weg 3: Moleculen — waar elektrificatie niet kan 108
    6. 2.6 Een vierde weg: koolstofverwijdering (NETs) 109
    7. 2.7 Het metaalproblemen: de energietransitie heeft kritieke grondstoffen nodig 110
  36. 36 DEEL 3: Ruimere omkadering — hoe verandert groen industrieel beleid de klimaatpolitiek? 111
    1. 3.1 De ironie van de geschiedenis 111
    2. 3.2 Kwalitatieve verandering van het klimaatbeleid 112
    3. 3.3 Risico's van groen industrieel beleid 113
  37. 37 Conclusie: de industriële transitie is meer dan technologie 114
  38. 38 Overzicht van deze les 116
  39. 39 DEEL 1: Logica en inhoud van het globale governancesysteem voor duurzaamheid 117
    1. 1.1 Een enorme wettelijke infrastructuur 117
    2. 1.2 Tijdslijn van grote topconferenties 117
    3. 1.3 De Noord-Zuid analyse van Okereke: vier centrale vragen 118
    4. 1.4 De grote topconferenties uitgebreid 120
    5. 1.5 Kenmerken van het systeem als geheel 122
  40. 40 DEEL 2: Logica en inhoud van het globale klimaatregime 122
    1. 2.1 Klimaatbeleid: effecten tot nu toe 123
    2. 2.2 Klimaat als een fundamenteel verdelingsprobleem 123
    3. 2.3 De drie centrale verdragen 123
    4. 2.4 De huidige stand van zaken: vier dossiers 125
  41. 41 DEEL 3: Drie politieke perspectieven op topconferenties 128
    1. 3.1 De centrale vraag 128
    2. 3.2 Perspectief 1: Liberaal institutioneel — 'ja, summits hebben waarde' 128
    3. 3.3 Perspectief 2: Kritisch/marxistisch — 'summits bevestigen machtsrelaties' 129
    4. 3.4 Perspectief 3: Post-structuralistisch — 'summits zijn strijd om macht én betekenis' 130
  42. 42 Overzicht van deze les 133
  43. 43 DEEL 1: Kwetsbaarheid en duurzaamheid — vier dimensies 133
  44. 44 DEEL 2A: Groene gentrificatie — case Brugse Poort, Gent 134
    1. 2A.1 Wat is groene gentrificatie? 134
    2. 2A.2 Case study: Brugse Poort, Gent 135
    3. 2A.3 Onderzoek Goossens et al. (2020) 135
  45. 45 DEEL 2B: Woonkwaliteit en energiearmoede 137
    1. 2B.1 Wat is energiearmoede? 137
    2. 2B.2 Barrières voor renovatie (Vanhille et al., 2017) 138
    3. 2B.3 Effecten van het huidige Vlaamse beleid 139
  46. 46 DEEL 2C: Het Papillon-project — verhuur van energie-efficiënte toestellen 141
    1. 2C.1 Essentie van Papillon 141
    2. 2C.2 Theoretische achtergrond: PDC's en circulaire economie 141
    3. 2C.3 De vier actoren en hun logica 142
    4. 2C.4 Drie kritische bedenkingen 143
  47. 47 DEEL 3: Naar een rechtvaardige transitie 144
    1. 3.1 Ongelijke CO₂-uitstoot in België 144
    2. 3.2 Drie vormen van rechtvaardigheid 145
    3. 3.3 Drie beleidspistes voor een rechtvaardige transitie (Vanhille et al.) 146
    4. 3.4 De Vlaamse Donut en vier transitiedomeinen 147
  48. 48 Overzicht van deze les 150
  49. 49 DEEL 1: Een 'mainstream' perspectief vanuit het Globale Noorden 150
    1. 1.1 Herhaling: decarbonisatie als prioriteit 150
    2. 1.2 Van emissies naar grondstoffen — het nieuwe afhankelijkheidsprobleem 151
    3. 1.3 De EU-beleidsrespons: Critical Raw Materials Act (CRMA) 151
    4. 1.4 Environmental justice conflicten wereldwijd 153
  50. 50 DEEL 2: Een kritisch perspectief vanuit het Globale Zuiden — Gastcollege Mary Ann Manahan 153
    1. 2.1 De klimaatcrisis en de metafoor van de boot 153
    2. 2.2 De decarbonisatieconsensus — wat houdt ze in? 154
    3. 2.3 Kritisch probleem 1: (Her)produceren van groen kolonialisme 155
    4. 2.4 Kritisch probleem 2: Het creëren van 'groene' opofferingszones 157
    5. 2.5 Kritisch probleem 3: De imperiale levenswijze versterken 157
    6. 2.6 De ontstaansgeschiedenis van 'rechtvaardige transitie' — en haar kaping 159
    7. 2.7 Alternatieven: verzet, herbestaan en transformatieve praktijken 159
  51. 51 Overzicht van deze les 163
  52. 52 DEEL 1: Economische theorie en de opkomst van groei als beleidsdoel 164
    1. 1.1 Economische theorie gaat samen met maatschappelijke context 164
    2. 1.2 Groei als beleidsdoel — hoe het BBP de wereld veroverde 164
  53. 53 DEEL 2: De groene economie — mainstream benadering 165
    1. 2.1 Wat is de groene economie? 165
    2. 2.2 Ontkoppeling: de cruciale voorwaarde 166
  54. 54 DEEL 3: De ecologische economie als basis voor een alternatief 168
    1. 3.1 Twee fundamenteel verschillende economische wereldbeelden 168
    2. 3.2 Drie centrale vraagstukken van de ecologische economie 169
  55. 55 DEEL 4: Degrowth en postgrowth 170
    1. 4.1 Vertrekkend vanuit fundamentele kritiek op groei 170
    2. 4.2 Waar en hoe ontgroeien? Vier dimensies 171
    3. 4.3 Degrowth-beleid: vier bouwstenen 172
  56. 56 DEEL 5: Vergelijking en besluit 174
    1. 5.1 Overeenkomsten en diepe verschillen 174
    2. 5.2 Contouren van een nieuwe economie 175

Infos sur le Document

Publié le
15 août 2026
Nombre de pages
178
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€11,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
onaverbert1
5,0
(1)
Vendu
3
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
2 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions