pagina
Aandacht = het vermogen van kinderen om zich Pagina 168
te concentreren en het gaat om alle
strategieën waarmee kinderen hun
aandacht kunnen richten en daardoor
informatie kunnen vergaren
Adolescentie = de ontwikkelingsfase start met de Pagina 223
puberteit en eindigt met de
‘volwassenheid’
= tussen 9/10 en 18/19 jaar
= een lange periode van toenemende
mogelijkheden op allerlei gebieden
Vroege adolescentie (9/10 – 12/13
jaar)
= belangrijkste lichamelijke
veranderingen + veranderingen in
relaties met ouders en
leeftijdsgenoten
Midden adolescentie (13/14 – 16
jaar)
= onafhankelijkheid neemt toe,
opleidingskeuze maken
Late adolescentie (17 – 21 jaar)
= aangaan van verplichtingen,
definitieve beroepskeuze, vaste
vriendschappen
Agressie = het gedrag dat bedoel is om een Pagina 152
ander schade toe te brengen (kleuters
niet)
Definitie voor kleuters = niet
bedoelt om anderen schade toe te
brengen, ze kunnen gewoon hun
emoties niet goed uiten
Instrumentele agressie = agressief
gedrag om een bepaald doel te
bereiken (agressie voor jezelf) Pagina 153
Vijandige agressie = agressief
gedrag om de ander schade toe te
brengen, zonder een bepaald doel te
willen bereiken (= pesten)
Altruïsme = onbaatzuchtig gedrag dat bedoelt is Pagina 158
om een ander te helpen
Angst = een onplezierig gevoel van Pagina 151
1
, belemmering of spanning. Een
biologisch bepaalde reactie op de
gewaarwording van gevaar.
Functie van angst: het kind
beschermen tegen overprikkeling
Animisme = levenloze voorwerpen krijgen Pagina 154
menselijke eigenschappen
Artificialisme = de neiging om te geloven dat alle
dingen door de mensen zijn gemaakt
Attribueren = toekennen aan Pagina 194
Auditieve waarneming = in hoeverre kunnen kleuters auditief Pagina 145
gegeven informatie onthouden en
toepassen
= leren omgaan met klanken en
klankcombinaties
Basisvaardigheden = worden gebruikt om kennis te Pagina 251
verwerven over heel wat
wereldoriënterende onderwerpen
(natuur, aardrijkskunde,
geschiedenis…)
Beginnende = ontwikkeling van het logisch denken Pagina 171
gecijferdheid en getalbegrip
Beginnende = vanaf de geboorte kom je op Pagina 170
geletterdheid verschillende manier in contact met
gesproken en geschreven taal
Belevingswereld = de wijze waarop kinderen hun Pagina 35
leefwereld ervaren (is bij iedereen
anders)
Castratie angst = jongens hebben het idee dat het Pagina 44
meisje haar penis is kwijtgeraakt, dat
geeft hen angst dat hen hetzelfde
gaat overkomen
Centratie = het kind focust op 1 ding tegelijk Pagina 48
Classificeren = het denken in overeenkomsten Pagina 172
Cognitieve = verstandelijke ontwikkeling Pagina 45
ontwikkeling
Concentratievermogen = het vermogen van kinderen om zich Pagina 168
te concentreren
2
, Conditionering = methode waar men beloningen Pagina 38
geeft voor gewent gedrag en met een
straf leer je ongewenst gedrag af
Conservatie = inzicht dat de hoeveelheid van een Pagina 48
bepaalde stof niet verandert als de
vorm verandert
Egocentrisme = niet kunnen verplaatsen in een Pagina 48
ander
Empathie = het vermogen om emotionele Pagina 158
reacties bij de andere te herkennen
Emotionele Emotionele ontwikkel kleuters = Pagina 150
ontwikkeling de manier waarop kleuters omgaan
met gevoelens en emoties in het
algemeen
Pagina 232
Emotionele ontwikkeling 9 tot 12
jaar = beter omgaan met emoties en
verwoorden
Fantasie = een manier van denken Pagina 153
Fictief geweld Fictief geweld in werkelijkheid: bv: Pagina 198
politieserie
Fictief geweld in fantasie: bv:
tekenfilms
Gehechtheid = duurzame emotionele band tussen Pagina 100
het jonge kind en de primaire
verzorger (eerst mama).
Ouders/verzorger zorgt voor een
veilige haven, van waaruit een jong
kind de wereld om zich heen durft
ontdekken.
Geheugen = het vermogen om informatie op te Pagina 165
slaan en op een later tijdstip weer op
te roepen
Geheugenstrategie = manieren gebruiken om beter te Pagina 166
onthouden
Georganiseerde = kinderen gaan keer op keer Pagina 103
strategie hetzelfde gedrag laten zien om zoveel
mogelijk zorggedrag bij de opvoeder
uit te lokken
3