BIOCHEMIE & MOLECULAIRE BIOLOGIE Les 1 en 2
M O L E C U L A I R E B I O L O G I E
Volledige examensamenvatting
Les 1 en 2 — prof. Frank Claessens
Doel van dit document. Alle inhoudelijke leerstof uit de presentatie is thematisch
samengebracht, uitgelegd en aangevuld met uitsluitend relevante figuren uit de slides.
Persoonlijke gegevens, cursuslogistiek en louter illustratieve tussendia’s zijn niet als
leerstof opgenomen.
Bron: “Les 1 en 2 van prof Claessens 2” (73 dia’s)
Samengesteld voor examenstudie • augustus 2026
Examensamenvatting • 1
,BIOCHEMIE & MOLECULAIRE BIOLOGIE Les 1 en 2
Hoe gebruik je deze samenvatting?
• Leer eerst de vetgedrukte kernbegrippen en verbanden.
• Besteed extra aandacht aan de kaders “Examenfocus”: die volgen expliciete
aanwijzingen op de slides.
• Kun je de experimenten van Griffith en Hershey–Chase stap voor stap uitleggen en
telkens waarneming van conclusie onderscheiden?
• Oefen het tekenen en herkennen van nucleosiden, nucleotiden, basenparing en
antiparallel DNA.
• Gebruik de figuren als begripsondersteuning; de uitleg in de tekst is de eigenlijke
samenvatting.
Inhoud
• 1. Wat is leven? Cellen, biomoleculen en microbioom
• 2. Erfelijkheid, Mendel en de koppeling gen–metabolisme
• 3. Wetenschappelijk werken en biomoleculen scheiden
• 4. Bewijs dat DNA de informatiedrager is
• 5. Bouwstenen van DNA en verwante biomoleculen
• 6. Ontdekking en driedimensionale structuur van DNA
• 7. DNA-sequenties correct noteren en interpreteren
• 8. DNA bestuderen: absorptie, hybridisatie en elektroforese
• 9. Examenchecklist en dia-dekking
Examensamenvatting • 2
, BIOCHEMIE & MOLECULAIRE BIOLOGIE Les 1 en 2
1. Wat is leven? Cellen, biomoleculen en microbioom
Moleculaire biologie zoekt een (bio)chemische verklaring voor processen die levende
organismen kenmerken. De centrale vragen zijn: waar ligt informatie over eigenschappen,
hoe komt die informatie tot uiting, hoe reageren cellen op prikkels, hoe wordt informatie
doorgegeven en hoe kunnen eigenschappen evolueren? (dia’s 8, 17, 28)
1.1 Kenmerken van levende organismen
• Afgescheiden geheel: een organisme of cel heeft een begrenzing die een intern milieu
onderscheidt van de omgeving.
• Biomoleculen: levende systemen zijn opgebouwd uit onder meer eiwitten/proteïnen,
lipiden/vetten, koolhydraten/suikers en nucleïnezuren (DNA en RNA). De
aanwezigheid van zulke bouwstenen alleen is nog geen leven.
• Beweging: het organisme of onderdelen ervan kunnen actief veranderen van positie.
• Energieopname en -omzetting: energie is nodig om structuur, groei, beweging en
andere processen te onderhouden.
• Groei en voortplanting: levende systemen bouwen massa op en kunnen nieuwe
organismen voortbrengen.
• Kenmerken doorgeven: erfelijke informatie wordt aan volgende generaties
doorgegeven.
• Communicatie en prikkelverwerking: organismen en cellen nemen signalen waar en
reageren erop.
Belangrijk onderscheid. Een mengsel kan biomoleculen bevatten zonder zelf levend te
zijn. Leven is de georganiseerde combinatie van begrenzing, informatie, stofwisseling,
respons, groei en voortplanting.
1.2 Chemische basis
De samenstelling van het menselijk lichaam verschilt sterk van die van de aardkorst. In
levende systemen domineren elementen die biomoleculen kunnen vormen, met vooral
zuurstof, koolstof, waterstof en stikstof; calcium en fosfor zijn eveneens belangrijk. De dia
gebruikt dit contrast als opstap naar de chemische basis van het leven. (dia 10)
1.3 De cel is de kleinste levende eenheid
Alle organismen bestaan uit cellen. Twee grote organisatietypen zijn prokaryote en
eukaryote cellen.
Prokaryote cel Eukaryote cel
Geen membraan-omsloten celkern; DNA ligt in DNA bevindt zich in een membraan-omsloten
een nucleoïde. celkern.
Geen klassieke membraan-omsloten Bevat membraan-omsloten organellen, zoals
organellen. mitochondriën.
Heeft cytoplasma, plasmamembraan en Heeft eveneens cytoplasma, plasmamembraan
ribosomen. en ribosomen.
Examensamenvatting • 3
M O L E C U L A I R E B I O L O G I E
Volledige examensamenvatting
Les 1 en 2 — prof. Frank Claessens
Doel van dit document. Alle inhoudelijke leerstof uit de presentatie is thematisch
samengebracht, uitgelegd en aangevuld met uitsluitend relevante figuren uit de slides.
Persoonlijke gegevens, cursuslogistiek en louter illustratieve tussendia’s zijn niet als
leerstof opgenomen.
Bron: “Les 1 en 2 van prof Claessens 2” (73 dia’s)
Samengesteld voor examenstudie • augustus 2026
Examensamenvatting • 1
,BIOCHEMIE & MOLECULAIRE BIOLOGIE Les 1 en 2
Hoe gebruik je deze samenvatting?
• Leer eerst de vetgedrukte kernbegrippen en verbanden.
• Besteed extra aandacht aan de kaders “Examenfocus”: die volgen expliciete
aanwijzingen op de slides.
• Kun je de experimenten van Griffith en Hershey–Chase stap voor stap uitleggen en
telkens waarneming van conclusie onderscheiden?
• Oefen het tekenen en herkennen van nucleosiden, nucleotiden, basenparing en
antiparallel DNA.
• Gebruik de figuren als begripsondersteuning; de uitleg in de tekst is de eigenlijke
samenvatting.
Inhoud
• 1. Wat is leven? Cellen, biomoleculen en microbioom
• 2. Erfelijkheid, Mendel en de koppeling gen–metabolisme
• 3. Wetenschappelijk werken en biomoleculen scheiden
• 4. Bewijs dat DNA de informatiedrager is
• 5. Bouwstenen van DNA en verwante biomoleculen
• 6. Ontdekking en driedimensionale structuur van DNA
• 7. DNA-sequenties correct noteren en interpreteren
• 8. DNA bestuderen: absorptie, hybridisatie en elektroforese
• 9. Examenchecklist en dia-dekking
Examensamenvatting • 2
, BIOCHEMIE & MOLECULAIRE BIOLOGIE Les 1 en 2
1. Wat is leven? Cellen, biomoleculen en microbioom
Moleculaire biologie zoekt een (bio)chemische verklaring voor processen die levende
organismen kenmerken. De centrale vragen zijn: waar ligt informatie over eigenschappen,
hoe komt die informatie tot uiting, hoe reageren cellen op prikkels, hoe wordt informatie
doorgegeven en hoe kunnen eigenschappen evolueren? (dia’s 8, 17, 28)
1.1 Kenmerken van levende organismen
• Afgescheiden geheel: een organisme of cel heeft een begrenzing die een intern milieu
onderscheidt van de omgeving.
• Biomoleculen: levende systemen zijn opgebouwd uit onder meer eiwitten/proteïnen,
lipiden/vetten, koolhydraten/suikers en nucleïnezuren (DNA en RNA). De
aanwezigheid van zulke bouwstenen alleen is nog geen leven.
• Beweging: het organisme of onderdelen ervan kunnen actief veranderen van positie.
• Energieopname en -omzetting: energie is nodig om structuur, groei, beweging en
andere processen te onderhouden.
• Groei en voortplanting: levende systemen bouwen massa op en kunnen nieuwe
organismen voortbrengen.
• Kenmerken doorgeven: erfelijke informatie wordt aan volgende generaties
doorgegeven.
• Communicatie en prikkelverwerking: organismen en cellen nemen signalen waar en
reageren erop.
Belangrijk onderscheid. Een mengsel kan biomoleculen bevatten zonder zelf levend te
zijn. Leven is de georganiseerde combinatie van begrenzing, informatie, stofwisseling,
respons, groei en voortplanting.
1.2 Chemische basis
De samenstelling van het menselijk lichaam verschilt sterk van die van de aardkorst. In
levende systemen domineren elementen die biomoleculen kunnen vormen, met vooral
zuurstof, koolstof, waterstof en stikstof; calcium en fosfor zijn eveneens belangrijk. De dia
gebruikt dit contrast als opstap naar de chemische basis van het leven. (dia 10)
1.3 De cel is de kleinste levende eenheid
Alle organismen bestaan uit cellen. Twee grote organisatietypen zijn prokaryote en
eukaryote cellen.
Prokaryote cel Eukaryote cel
Geen membraan-omsloten celkern; DNA ligt in DNA bevindt zich in een membraan-omsloten
een nucleoïde. celkern.
Geen klassieke membraan-omsloten Bevat membraan-omsloten organellen, zoals
organellen. mitochondriën.
Heeft cytoplasma, plasmamembraan en Heeft eveneens cytoplasma, plasmamembraan
ribosomen. en ribosomen.
Examensamenvatting • 3