Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 116 pages
Resume

Samenvatting Internationaal en Europees recht - HoGent RE1

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 116 pages

Dit is een samenvatting van het vak Internationaal Europees recht in de richting Rechtspraktijk aan de HoGent. Dit vak wordt gegeven in het eerste jaar, tweede semester. Met mijn samenvatting was ik geslaagd in eerste zit.

Aperçu du contenu

INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT



INTERNATIONAAL RECHT

1. DEFINITIE, INDELING EN FUNCTIE


1.1. DEFINITIE
- Internationaal recht: geen algemeen aanvaarde definitie
- Verleden: betrekkingen tussen volkeren  ‘volkerenrecht’
- Centrale rol: staten
- Toegenomen rol internationale organisaties, niet-gouvernementele organisaties en
particulieren

 rechtstak die de internationale betrekkingen regelt = internationaal publiekrecht


1.2. INDELING
- Internationaal publiekrecht versus internationaal privaatrecht
- Internationaal privaatrecht:
o Gedrag van individuen met grensoverschrijdend element
o Regels van nationaal recht (grotendeels geharmoniseerd):
 Toepasselijk recht?
 Voorbeeld: ik veroorzaak als Belgische burger een ongeval in
Frankrijk
o Belgisch recht? Want ik ben inwoner van België
o Frans recht? Want het ongeval bevindt zich in
Frankrijk
 Bevoegde rechtbank?
 Zelfde voorbeeld
o Moet ik verschijnen voor de Belgische of Franse
rechter?
 Tenuitvoerlegging vonnis?
 Zelfde voorbeeld
o Vonnis is in Frankrijk, hoe kan de Franse schadeleider
mij aanspreken?


1.3. FUNCTIES VAN HET INTERNATIONAAL (PUBLIEK)RECHT
- De bevoegdheid van volkenrechtelijke rechtssubjecten af te bakenen
o In de ruimte (ratione territorii)
 De bevoegdheid van de ene staat houdt op waar die van de andere
begint
o In de tijd (ratione temporis)
 Het internationaal recht regelt problemen inzake het ontstaan van
nieuwe staten en de opvolging van staten
 Voorbeeld: het uiteenvallen van de Sovjet-Unie
o Wat de persoon betreft (ratione personae)
 In bepaalde gevallen kan een staat extraterritoriale jurisdictie
uitoefenen, met betrekking tot zijn eigen onderdanen
 Voorbeeld: buitenlandse staatshoofden of regeringsleiders
o Wat het onderwerp betreft (ratione materiae)
 Dit geldt vooral voor internationale organisaties waaraan staten
slechts bepaalde bevoegdheden verlenen

1

, INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT


- Co-existentie: vreedzaam naast elkaar bestaan van staten
o Territoriale grenzen en soevereiniteit
o Jurisdictie over staatsburgers en uitzonderingen
- Coöperatie: samenwerking tussen staten en internationale organisaties
o Mensenrechten, milieu, arbeids- en gezondheidsrecht
- Integratie: attributie van bevoegdheden en relativering van statelijke
soevereiniteit
- Global Governance: mondiaal bestuur
o Regels voor mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering

2. INTERNATIONAAL RECHT ALS HORIZONTAAL EN ONVOLMAAKT SYSTEEM

- Instemming staten (= ‘oorspronkelijke’ subjecten van internationaal recht)
o = cruciaal
- Consensualisme tussen soevereine staten
- Geen centrale wetgever (uitzondering: toekennen wetgevende bevoegdheid)
- Geen centrale rechter (tenzij instemming ad hoc of duurzaam)
o Het internationaal recht kent geen centrale rechter met verplichte
rechtsmacht. Het Internationaal Gerechtshof (“IGH”), gevestigd in Den
Haag, kan enkel optreden in een geschil wanneer Staten zijn
jurisdictie vooraf hebben erkend
- Geen centrale afdwinging
o Er is geen wereldpolitieagent, de Veiligheidsraad van de VN heeft
weliswaar belangrijke bevoegdheden bij bedreiging van de vrede,
verbreking van de vrede en daden van agressie
- Afhankelijkheid van de nationale rechtsorden voor tenuitvoerlegging
o Wegens het horizontale en gedecentraliseerde karakter ervan is het
internationaal recht voor zijn tenuitvoerlegging sterk afhankelijk van de
Staten en, bijgevolg, van de nationale rechtsorde van deze laatste
  van fundamenteel belang om steeds de band te leggen tussen
het internationaal en het nationaalrecht.
- Zeer gedifferentieerd rechtfragmentatie
o Internationaal recht vormt een uiterst gedifferentieerd recht, zowel wat
betreft zijn werkingssfeer ratione materiae als ratione territorii. Qua
werkingssfeer ratione materiae omvat het internationaal recht zowat alle
mogelijke rechts-domeinen, van mensenrechten tot economisch recht

3. KENMERKEN INTERNATIONALE ORGANISATIE IN HET INTERNATIONAAL RECHT


3.1. GEMEENSCHAPPELIJKE KENMERKEN
- Samenwerkingsverband volkenrechtelijke subjecten (staten en internationale
organisaties)
- Nastreven gemeenschappelijke doelstellingen
- Oprichtingsverdrag
o Komt tot stand op basis van consensualisme
o Uit het oprichtingsverdrag volgt rechtspersoonlijkheid
- Eigen organen met vertegenwoordigers


3.2. ORGANISATIE-GEBONDEN KENMERKEN
- Lidmaatschap:


2

, INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT


o Veelal staten (en internationale organisaties)
o ‘Open’ versus ‘gesloten’
 Open: ze zijn universeel en staan open voor alle lidstaten
 Gesloten: geografisch of inhoudelijke criteria
 Voorbeeld: het EVRM: enkel staten binnen Europa
o ‘Universele’ versus ‘regionale’
 Universeel: men gaat volledig mondiaal, staat open voor alle staten
wereldwijd
 Regionaal: gebonden tot een bepaalde regio (bv binnen Europa)
- Doel:
o ‘Algemeen’ versus ‘functioneel’
 Algemeen: kunnen zich met een veelheid van onderwerpen
bezighouden
 Functioneel: de activiteiten zijn beperkt op grond van hun statuur
tot een welbepaald werkterrein
- Bevoegdheden: internationale organisaties hebben geen algemene
bevoegdheden, enkel toegewezen bevoegdheden die worden vermeld bij het
oprichtingsverdrag
o ‘Toegewezen’ versus ‘impliciete’ bevoegdheden
 Toegewezen: uitzonderlijk toegewezen uit het verdrag
 Impliciet: zijn noodzakelijk om de toegewezen bevoegdheden uit te
voeren
o ‘Intergouvernementele’ versus ‘supranationale’ organisaties
 Intergouvermenteel: men heeft akkoord tot wijziging nodig van de
staten
 Supranationaal: men gaat bevoegdheden overdragen aan organen
binnen de internationale organisatie
- Organen
o Plenair / dagelijks bestuur / secretariaat
o Eigen rechterlijk orgaan eerder uitzonderlijk
- Besluitvorming
o Divers: unanimiteit / meerderheid / consensus
 Unanimiteit: alle leden moeten akkoord zijn
 Meerderheid: gekwalificeerde meerderheid wordt bepaald in het
verdrag
 Consensus: men komt overeen zonder formele stemming
- Financiën:
o Meestal via lidmaatschapsbijdragen en eventueel andere inkomsten (bv
sponseringen, donaties…)


3.3. SUPRANATIONALE ORGANISATIE (EU ALS VOORBEELD PAR EXCELLENCE)
- Organen bestaan (deels) uit personen die niet louter optreden voor hun staat
- Meerderheidsbeslissingen
- Organen kunnen bindende beslissingen nemen
- Directe gevolgen voor particulieren
- Oprichtingsverdrag en secundaire besluitvorming vormen eigen rechtsorde
- Onafhankelijk rechtelijk orgaan waakt over geldigheid handelingen instellingen en
naleving besluiten staten




3

, INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT




4. UNIVERSELE ORGANISATIE: DE VERENIGDE NATIES EN HAAR
HOOFDORGANEN


4.1. ALGEMEEN
- De Verenigde Naties is opgericht na het einde van WOII omdat de overwinnende
landen de noodzaak en belang zagen van internationale samenwerking, vooral
met het oog op wereldvrede en veiligheid, ze waren niet de eerste in haar soort 
de Volkenbond
- Opvolger van Volkenbond
o Ontstaan na de Eerste Wereldoorlog (1919) en is ontstaan met dezelfde
doelstelling als de Verenigde Naties
 Idee door de toenmalige Amerikaanse president, maar raar genoeg
hebben de Verenigde Staten nooit deel gemaakt van de Volkenbond
 Bestond uit 3 organen: algemene vergadering, een raad die
dagelijkse activiteiten ging uitstippelen, een secretariaat die
administratieve ondersteuning gaf aan de andere organen
 Beslissingen van de Volkenbond werden genomen door unanimiteit
(akkoord is nodig van ALLE leden, nadeel  moeilijk te behalen)
 De Volkenbond had geen eigen militaire macht, er waren geen
mechanismen om de beslissingen af te dwingen van de lidstaten
- °1945 VN-Handvest
o Het oprichtingsverdrag van de Verenigde Naties (art. 1 VN-Handvest)
o 3 grote doelstellingen: internationale vrede en veiligheid, sociale, culturele
en humanitaire samenwerking, bevorderen eerbied van de mensenrechten
en fundamentele vrijheden
- Vandaag: 196 leden (‘vredelievende staten’)
o Lidmaatschap: zeer ruim, algemeen (art. 4 VN-Handvest)
 Alle vredelievende staten ter wereld komen in aanmerking voor het
lidmaatschap van de Verenigde Naties
 Er is wel een toetredingsmechanisme via de VN
Veiligheidsraad
- Doel: handhaven internationale vrede en veiligheid – sociale, culturele, en
humanitaire samenwerking, bevorderen eerbied rechten van de mens en
fundamentele vrijheden
o Doelstellingen: milleniumdoelstellingen in 2000-2015 (concreet 8
doelstellingen)
 Men heeft gezegd: we gaan sterker samenwerken en definiëren hoe
we gaan samenwerken binnen deze context
- Praktijk: enorme evolutie (onder andere milieubescherming, strijd terrorisme)
- Sustainable Development Goals (17 SDG’s)  wereldwijde duurzame ontwikkeling




4

Table des matières

  1. 01 INTERNATIONAAL RECHT 1
    1. 1. Definitie, indeling en functie 1
    2. 2. Internationaal recht als horizontaal en onvolmaakt systeem 2
    3. 3. Kenmerken internationale organisatie in het internationaal recht 2
    4. 4. Universele organisatie: de Verenigde Naties en haar hoofdorganen 4
    5. 5. Regionale organisaties in Europa 10
  2. 02 Europees recht 14
  3. 03 BELANGRIJKE INFO 14
  4. 04 Deel 1: Europees integratieproces 14
    1. 1. VERDIEPING EUROPESE UNIE 14
    2. 2. VERBREDING EUROPESE UNIE 20
    3. 3. BREXIT 23
    4. 4. DE EUROPESE UNIE ALS EEN GEDIFFERENTIEERDE RECHTSORDE 23
  5. 05 Deel 2: Kenmerken van het EU-recht 27
    1. 1. DIRECTE WERKING EN VOORRANG 27
    2. 2. RECHTSORDE GEBASEERD OP GEMEENSCHAPPELIJKE WAARDEN 29
    3. 3. RECHTSORDE GEBASEERD OP BESCHERMING GRONDRECHTEN 32
    4. 4. RECHTSORDE GEBASEERD OP LOYALE SAMENWERKING 33
    5. 5. RECHTSORDE GEBASEERD OP GELIJKHEID TUSSEN STATEN EN BURGERS 33
  6. 06 Deel 3: Wanneer kan de EU wetgevend optreden? 36
    1. 1. PRINCIPE VAN DE TOEGEWEZEN BEVOEGDHEDEN 36
    2. 2. BEPERKINGEN: SUBSIDIARITEIT EN PROPORTIONALITEIT 40
  7. 07 Deel 4: HOE KOMT EU-WETGEVING TOT STAND 42
    1. 1. DE EU-INSTELLINGEN 42
    2. 2. DE EU-WETGEVINGSPROCEDURES 52
    3. 3. DE VORMEN VAN EU-RECHT 55
  8. 08 Deel 5:interne markt 59
    1. 1. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN 59
    2. 2. VRIJ VERKEER VAN PERSONEN 66
    3. 3. VRIJ VERKEER VAN DIENSTEN 79
    4. 4. VRIJ VERKEER VAN KAPITAAL 84
  9. 09 Deel 6: vrije concurrentie 86
    1. 0. INTRODUCTIE – VOORAFGAAND 86
    2. 2. REGELS VOOR LIDSTATEN 98
  10. 10 Deel 7: EUROPEESE RECHTSBESCHERMING 101
    1. 0. VOORAF 101
    2. 1. PROCEDURES TEGEN EU-LIDSTATEN 103
    3. 2. PROCEDURES TEGEN EU-INSTELLING 108
    4. 3. CASUSSEN 114

Livre connecté
 image
Liesbet Van den Broeck EU-recht uitgelegd
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789048647774 Édition: Inconnu

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
11 août 2026
Nombre de pages
116
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€13,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
4
Abonnés
0
Éléments
11
Dernière vente
2 semaines de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions