Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 172 pages
Resume

Strategisch Management UGent – VOLLEDIGE samenvatting Master Handelswetenschappen | PPT + alle lesnotities

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 172 pages

Volledige en zeer uitgebreide samenvatting van het vak Strategisch Management binnen de Master Handelswetenschappen aan de Universiteit Gent (UGent). Deze bundel bevat een volledige verwerking van de PowerPointpresentaties, aangevuld met mijn uitgebreide lesnotities, voorbeelden, opmerkingen en bijkomende uitleg uit de colleges. De leerstof uit de slides en de mondelinge uitleg tijdens de lessen zijn geïntegreerd in één document, waardoor je de volledige cursus vanuit één overzichtelijke bundel kunt studeren. Ideaal voor studenten Master Handelswetenschappen aan UGent die op zoek zijn naar één volledige en overzichtelijke examenbundel waarin de PowerPoints en relevante lesnotities volledig zijn samengebracht. Ik behaalde 18/20 door enkel deze samenvatting te studeren.

Aperçu du contenu

INTRODUCTION

Binnen management onderscheiden we drie belangrijke domeinen:
 Strategisch management
o Gaat over de langetermijnrichting van een organisatie.
o Bepaalt:
 welke doelen de organisatie wil bereiken;
 waar ze actief wil zijn;
 hoe ze zich onderscheidt van concurrenten;
 welke middelen daarvoor nodig zijn.
 Organisatiemanagement
o Gaat over de interne inrichting van de organisatie.
o Omvat:
 structuren;
 processen;
 taakverdeling;
 coördinatie;
 samenwerking om strategische doelen te realiseren.
 Cultuurmanagement
o Gaat over waarden, normen, overtuigingen en gedragingen binnen een organisatie.
o Beïnvloedt:
 hoe beslissingen worden genomen;
 hoe medewerkers samenwerken;
 hoe veranderingen worden aanvaard.

Strategie opbouwen: vijf kernvragen
1. Wat willen we bereiken?
 Gaat over de algemene ambitie van de organisatie.
 Hierbij wordt bepaald:
o wat de organisatie op lange termijn wil worden;
o welke missie en visie ze nastreeft;
o welke concrete doelstellingen worden gebruikt om vooruitgang te meten.
 Een strategie moet:
o ambitieus zijn;
o meetbaar zijn.
 Zonder duidelijke doelstellingen is het moeilijk om te evalueren of de organisatie vooruitgang
boekt.

2. Waar gaan we actief zijn?
 Gaat over de keuze van het speelveld.
 Een organisatie bepaalt:
o in welke markten ze actief wil zijn;
o welke klantengroepen ze wil bedienen;
o welke producten of diensten ze aanbiedt;
o in welke geografische regio’s ze aanwezig wil zijn;
o welke activiteiten ze bewust niet zal doen.
 Strategie betekent dus ook kiezen wat men niet doet.
 Een organisatie kan niet overal tegelijk sterk zijn.

3. Hoe gaan we winnen?

1

,  Gaat over het concurrentievoordeel.
 De organisatie bepaalt hoe ze beter, anders of aantrekkelijker zal zijn dan concurrenten.
 Mogelijke manieren:
o lagere kosten;
o hogere kwaliteit;
o innovatie;
o betere klantenservice.
 Kernvraag:
o waarom zouden klanten voor ons kiezen en niet voor een concurrent?

4. Welke capaciteiten hebben we nodig?
 Gaat over de vaardigheden, middelen en competenties die nodig zijn om de strategie waar te
maken.
 Voorbeelden:
o kennis en expertise;
o technologie;
o medewerkers;
o leiderschap.
 Een strategie is alleen haalbaar als de organisatie:
o over de juiste capaciteiten beschikt;
o of bereid is die op te bouwen.

5. Welke managementsystemen zijn nodig?
 Gaat over systemen om de strategie uit te voeren en op te volgen.
 Voorbeelden:
o planningssystemen;
o rapporteringssystemen;
o prestatie-indicatoren;
o evaluatie- en feedbackmechanismen.
 Een managementsysteem zorgt ervoor dat strategie:
o niet alleen op papier bestaat;
o maar ook effectief wordt uitgevoerd.
 Een functionele expert kan hierbij betrokken zijn, bijvoorbeeld uit:
o finance;
o HR;
o marketing;
o operations;
o IT.
 Die expert moet wel begrijpen welke strategische keuzes eerder zijn gemaakt.

Strategie bouwen
 Bij het bouwen van een strategie moet een organisatie rekening houden met haar
overkoepelende doelen.
 Een goede strategie vertrekt niet vanuit losse acties.
 Ze vertrekt vanuit een duidelijke samenhang tussen keuzes.
 Strategie is dus een logisch geheel van keuzes.
 Die keuzes moeten op elkaar afgestemd zijn.

Strategy-as-practice: praxis, practices en practitioners
 Binnen strategisch management wordt strategie niet alleen gezien als een plan.
 Strategie is ook iets wat mensen dagelijks doen.

2

,  Dit noemt men de strategy-as-practice-benadering.

Praxis
 Verwijst naar concrete strategieactiviteiten binnen een organisatie.
 Het gaat over wat er effectief gebeurt wanneer strategie wordt:
o gemaakt;
o besproken;
o uitgevoerd;
o aangepast.
 Voorbeelden:
o strategievergaderingen;
o workshops;
o besluitvorming;
o analyses;
o presentaties;
o evaluaties van prestaties.
 Praxis bekijkt ook hoe strategie samenhangt met de context:
o organisatorische context;
o institutionele context;
o maatschappelijke context.
 Strategie wordt beïnvloed door de omgeving waarin een organisatie actief is.
 Voorbeelden van omgevingsfactoren:
o economische omstandigheden;
o regelgeving;
o technologische ontwikkelingen;
o concurrentie;
o maatschappelijke verwachtingen;
o politieke factoren;
o interne machtsverhoudingen.
 Centrale vraag:
o hoe wordt strategie beïnvloed door de omgeving?

Practices
 Zijn de methoden, instrumenten en procedures die worden gebruikt om strategie te ontwikkelen.
 Voorbeelden:
o SWOT-analyse;
o PESTEL-analyse;
o concurrentieanalyse;
o businessmodellen;
o strategische planning;
o balanced scorecard;
o scenarioanalyse.
 Practices zijn hulpmiddelen waarmee strategie wordt:
o voorbereid;
o gestructureerd;
o onderbouwd.

Practitioners
 Zijn de mensen die betrokken zijn bij strategie.
 Dit kunnen interne en externe actoren zijn, zoals:
o CEO;
o topmanagementteam;
3

, o consultants;
o medewerkers;
o raad van bestuur;
o externe adviseurs.
 Strategie wordt dus niet alleen gemaakt door één persoon.
 Ze ontstaat door interactie tussen verschillende actoren.
 Die actoren hebben elk hun eigen:
o kennis;
o belangen;
o perspectieven.

Strategie is geen eenmalig plan




 Een strategie is pas optimaal wanneer ze voortdurend wordt bijgeschaafd.
 Een strategisch plan wordt geloofwaardiger wanneer het niet statisch blijft.
 Het moet regelmatig worden aangepast op basis van:
o nieuwe prestatie-informatie;
o veranderingen in de omgeving;
o feedback uit de organisatie;
o marktontwikkelingen;
o technologische veranderingen;
o acties van concurrenten;
o veranderende klantbehoeften.
 Strategie is dus een continu proces van:
o plannen;
o uitvoeren;
o meten;
o leren;
o bijsturen.




H1: WHAT IS STRATEGY AND WHY IS IT IMPORTANT

Het succes van een organisatie hangt af van drie grote factoren:

1. Externe omgeving
 Factoren buiten de organisatie.
 De organisatie heeft hier weinig directe controle over.
 Ze beïnvloeden wel sterk de prestaties.
4

Table des matières

  1. 01 introduction 1
  2. 02 H1: what is strategy and why is it important 4
    1. 1.1 WHAT DO WE MEAN BY STRATEGY? 9
    2. 1.2 The relationship between an organization’s strategy and its business model 16
    3. 1.3. What makes a good strategy? 17
    4. 1.4. Why crafting and executing strategy are important tasks 19
    5. 1.5. The road ahead 20
    6. 1.6. The 6 Ds of strategic management 20
  3. 03 H2: leading the process of crafting and executing strategy 25
    1. 2.1 What does the strategy-making, strategy-executing process entail? 26
    2. 2.2. Stage 1: Developing a strategic vision, a mission and a set of core values (= Direction) 28
    3. 2.3. Stage 2: Setting objectives 36
    4. 2.4. Stage 3: Crafting a strategy 39
    5. 2.5. Stage 4: Delivering the strategy 43
    6. 2.6. Stage 5: Diagnosing and evaluating performance, and initiating corrective adjustments 44
    7. 2.7 Corporate governance 45
  4. 04 H3: Analysing an organisation’s external environment 47
    1. 3.1. Key elements of an organisation’s external environment 47
    2. 3.2. Thinking strategically about an organization’s environment 49
    3. 3.3. Q1: Does the industry offer attractive opportunities for growth? 50
    4. 3.4. Q2: What kinds of competitive forces are industry members facing, and how strong is each force? 52
    5. 3.5. Q3: What factors are driving industry change, and what impact will these changes have on competitive intensity and industry profitability? 60
    6. 3.6. Q4: What market positions do industry rivals occupy? Who is strongly positioned and who is not? 64
    7. 3.7. Q5: What strategic moves are rivals likely to make next? 67
    8. 3.8. Q6: What are the key factors for future competitive success in the industry? 70
    9. 3.9. Q7: Does the industry offer good prospects for attractive profits? 71
  5. 05 H4: Evaluating an organization’s resources 73
    1. 4.1. Q1: What are the organization’s competitively important resources and capabilities? 75
    2. 4.2. Q2: Is the organization able to take advantage of market opportunities and overcome external threats to its well-being? 83
    3. 4.3. Q3: Are the organization’s prices and costs competitive with those of key rivals, and does it have an appealing customer value proposition? 87
    4. 4.4. Q4: Is the organization competitively stronger/weaker than key rivals? 93
    5. 4.5. Q5: What strategic issues and problems merit urgent managerial attention? 96
    6. 4.6. Q6: How well is the organization’s present strategy working? 97
  6. 06 H5: Strategies for competitive advantage: Generic strategies and beyond 98
    1. 5.1. Vijf generic competitive strategies 99
    2. 5.2. Low-cost provider strategies 101
    3. 5.3. Broad differentiation strategies 106
    4. 5.4. Focused of market niche strategies 109
    5. 5.5. Best-cost provider strategies 110
    6. 5.6. Contrasting features of the 5 generic competitive strategies: summary 112
  7. 07 H6: Strategies for changing the game, new ways of operating and changing the scope of operations 116
    1. 6.1. Going on the offensive: strategische opties om de marktpositie te verbeteren 117
    2. 6.2. Defensive strategies: marktpositie en concurrentievoordeel beschermen 121
    3. 6.3. Timing van offensieve en defensieve strategische zetten 123
    4. 6.4. Marketpositie versterken via de scope of operations 127
    5. 6.5. Horizontal merger and acquisition strategies 130
    6. 6.6. Vertical integration strategies 134
    7. 6.7. Outsourcing strategies: narrowing the scope of operations 137
    8. 6.8. Strategic alliances and partnerships 141
  8. 08 H7 STRATEGIES FOR INTERNATIONAL GROWTH 147
    1. 7.1. WHY COMPANIES DECIDE TO ENTER FOREIGN MARKETS 147
    2. 7.2. WHY COMPETING ACROSS NATIONAL BORDERS MAKES STRATEGY-MAKING MORE COMPLEX 148
    3. 7.3. MULTI-DOMESTIC COMPETITION AND GLOBAL COMPETITION 151
    4. 7.4. STRATEGY OPTIONS FOR ENTERING AND COMPETING IN INTERNATIONAL AND GLOBAL MARKETS 153
    5. 7.5. COMPETING INTERNATIONALLY: 3 MAIN STRATEGIC APPROACHES 156
    6. 7.6. THE QUEST FOR COMPETITIVE ADVANTAGE IN THE INTERNATIONAL ARENA 158
    7. 7.7. PROFIT SANCTUARIES AND CROSS-BORDER STRATEGIC MOVES 159
  9. 09 H8: STRATEGIES FOR MANAGING A GROUP OF BUSINESSES: DIVERSIFICATION 160
    1. 8.1. WHEN TO DIVERSIFY 161
    2. 8.2. BUILDING SHAREHOLDER VALUE: A PRIMARY JUSTIFICATION FOR DIVERSIFYING 162
    3. 8.3. STRATEGIES FOR ENTERING NEW BUSINESSES 163
    4. 8.4. CHOOSING THE DIVERSIFICATION PATH 164
    5. 8.5. STRATEGIC FIT AND DIVERSIFICATION INTO RELATED BUSINESSES 165
    6. 8.6. DIVERSIFICATION INTO UNRELATED BUSINESSES 166
    7. 8.7. COMBINATION RELATED-UNRELATED DIVERSIFICATION STRATEGIES 168
    8. 8.8. EVALUATING THE STRATEGY OF A DIVERSIFIED ORGANIZATION 169

Infos sur le Document

Publié le
11 août 2026
Nombre de pages
172
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
17
Abonnés
0
Éléments
18
Dernière vente
1 heure de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions