Om te beginnen
1. Wat is psychologie?
Psychologie wordt gedefinieerd als de wetenschappelijke studie van
de mentale processen en van het gedrag van individuen.
- Mentaal en gedrag
Het bestudeert zowel interne processen (denken, voelen) als
externe, observeerbare handelingen.
- Wetenschappelijk
Het onderscheidt zich van 'gezond verstand' of
pseudowetenschappen (zoals astrologie) door het gebruik van
de wetenschappelijke methode om beweringen te staven.
- Breed veld
Het is een discipline met vele specialismen (bijv. klinische,
arbeids-, en sportpsychologie).
Wat deze velden bindt, zijn de gebruikte
onderzoeksmethoden eerder dan het onderwerp zelf.
2. Mythes en Misvattingen
Er bestaan vaak verkeerde beelden over wat een psycholoog doet
- Het 'Freud-probleem'
Veel mensen denken dat psychologie synoniem is aan de
psychoanalyse van Freud (focussen op het onbewuste).
In werkelijkheid is dit slechts een klein, historisch deel dat
vaak niet wetenschappelijk onderbouwd is
- Psycholoog vs. Psychiater
Psychologen zijn geen gespecialiseerde artsen en mogen (in
de meeste gevallen) geen medicatie voorschrijven.
- Onder- en overschatting
Mensen overschatten psychologen soms ("jij kunt zien wat ik
denk") of onderschatten de wetenschap als zijnde "iets wat
iedereen al weet".
3. Beknopte Geschiedenis
De psychologie heeft een "lang verleden, maar een korte geschiedenis"
(Ebbinghaus).
- 1879
De officiële start van de psychologie als zelfstandige
wetenschap met het eerste psychologisch laboratorium van
Wilhelm Wundt in Leipzig.
- Behaviorisme
Onder leiding van figuren als Skinner (de vader van het
behaviorisme) en Watson, domineerde de visie dat
psychologie zich enkel moest richten op observeerbaar
, gedrag en de invloed van de omgeving (stimuli en
responsen), waarbij mentale processen werden genegeerd.
- Cognitieve revolutie
Vanaf de jaren '60 kwam er opnieuw aandacht voor mentale
processen zoals geheugen en aandacht.
4. Hoe verrichten psychologen onderzoek?
Het hoofdstuk legt de nadruk op methodologie
- Zeven onderzoekstypes
Waaronder naturalistische observatie (gedrag in de natuurlijke
omgeving), gevalsstudies (één individu diepgaand
bestuderen), vragenlijsten en experimenten.
- Correlationeel onderzoek
Meet de samenhang tussen variabelen (tussen -1 en +1).
Belangrijk = correlatie betekent niet noodzakelijk
causaliteit (oorzaak-gevolg).
- Experimenteel onderzoek
De 'koninklijke weg' naar causaliteit. De onderzoeker
manipuleert een onafhankelijke variabele om het effect op
een afhankelijke variabele te meten, terwijl storende
variabelen gecontroleerd worden.
5. Belangrijke Methodologische Eisen
Om onderzoek waardevol te maken, moet het voldoen aan
- Validiteit = Meet de test wat het beoogt te meten?.
Interne validiteit = Hoe zeker zijn we dat het effect niet door
toeval of storende factoren komt?.
Externe validiteit = Zijn de resultaten veralgemeenbaar
naar andere situaties of populaties?.
- Betrouwbaarheid
Levert de test bij herhaling (onder dezelfde omstandigheden)
dezelfde resultaten op?.
- Noise vs. Bias
Bias = systematische fout (invaliditeit)
Noise = ongewenste variabiliteit of onbetrouwbaarheid is
Extra
- Yerkes-Dodson Wet (De omgekeerde U)
Bij gemiddeld moeilijke taken leiden zowel te lage als te hoge
arousal (spanning) tot slechtere prestaties; er is een optimaal
arousalniveau.
- Veldexperiment Hasselt
De slides beschrijven een specifiek onderzoek van prof. Boen
naar trapgebruik bij United Brands.
Een simpel bordje (nudge) verhoogde het trapgebruik van
1,7% naar 16,3%. Dit illustreert de kracht van kleine
situationele veranderingen.
, - Falsifieerbaarheid (Karl Popper)
Een theorie is alleen wetenschappelijk als ze falsifieerbaar is.
Dat betekent dat er een experiment moet kunnen bestaan dat
aantoont dat de theorie onjuist is.
Voorbeeld = "Alle zwanen zijn wit" is wetenschappelijk omdat
je het kunt weerleggen door één zwarte zwaan te vinden.
- Rationalisme vs. Empirisme
Rationalisme = stelt dat kennis voortkomt uit logisch
redeneren en het denken.
empirisme = stelt dat kennis enkel voortkomt uit observatie
en zintuiglijke ervaring (de basis van de moderne
psychologie).
- Repliceerbaarheid
Wetenschap vereist dat een onderzoek herhaald kan worden
met dezelfde procedure om te zien of dezelfde resultaten
worden bekomen.
- Standaardisatie
Dit betekent dat een test steeds op precies dezelfde manier
moet worden afgenomen (dezelfde instructies, rustige
omgeving) om betrouwbaar te zijn
- Masterproef mindfulness en sportprestaties
In de slides wordt dit specifieke onderzoek gebruikt als
voorbeeld om de afweging tussen interne validiteit (het
controleren van storende variabelen door standaardisatie in
bijvoorbeeld een zaal) en ecologische/externe validiteit (de
veralgemeenbaarheid naar echte competitie-omstandigheden)
uit te leggen.
Hoofdstuk 3
Leren
1. Wat is leren?
Leren wordt gedefinieerd als een (blijvende) verandering in gedrag of
mentale processen als gevolg van een bepaalde ervaring.
- Tegenover reflexen en instincten
Dit is genetisch geprogrammeerd en niet-flexibel gedrag (bijv.
eendkuikens die het eerste bewegende object volgen via
imprinting).
Leren daarentegen maakt gedrag aanpasbaar.