HOOFDSTUK 6: LIGAMENT (12/10)
1. ANATOMIE
Structuur
• 1/3 collageen vezels
(type 1 = 90%; type 3 = 10%)
• Proteoglycanen (1%) en elastine
• 2/3 H2O
• Oriëntatie collageenvezels afhankelijk functie ligament (parallel, schuin, spiraalvormig, ...)
• Doorbloeding – bezenuwing afhankelijk
Soorten
• Intra-articulair= ze tonen geen spontaan herstel, omdat er geen doorbloeding is
vb: voorste & en achterste kruisband
• Capsulair = heel goed gevochten met het kapsel; Wel goede doorbloeding + herstelpotentieel
bv: mediaal collateraal ligament v/d knie
• Extra-capsulair = voorzichtig zijn want doorbloeding niet altijd zo optimaal
Functie
• Passieve gewrichtsstabilisatie
• Proprioceptie (cruciaal vr aansturing spieren rond gewricht = NMC)
• Voorkomen extreme bewegingen
• Begeleiden fysiologische bewegingen
Grafiek:
Ligamenten minder sterk dan pezen.
Deformatie mogelijk door stijgende belasting (tot 4%) daarna hebben we
een ligament scheur (graad I, graad II, graad III)
2. LIGAMENTSLETSELS
2.1. INTERNATIONALE CLASSIFICATIE LIGAMENTLETSELS:
• Correlatie structurele schade, gevoeligheid en instabiliteit zeer variabel
• Classificatie zeer beperkt voor klinische doeleinden
• Daarom apart classificatiesysteem voor individuele ligamenten en gewrichten (+ ontwikkeling van
specifieke “diagnostische” testen)
2.1.1. GRADE 1 – GEEN SCHADE? Vanaf 5%
➢ Structurele schade op microscopisch niveau
➢ Lichte lokale gevoeligheid
➢ Lichte pijn
➢ GEEN instabiliteit
2.1.2. GRADE 2 – PARTIËLE RUPTUUR:
➢ Weinig/ geen instabiliteit
➢ Pijn
➢ Zichtbare zwelling
➢ Gevoeligheid
2.1.3. GRADE 3 – COMPLETE RUPTUUR
➢ Significante hoeveelheid
zwelling
➢ Pijn
➢ Ecchymose?
, Priscillia Angela Cosentino
➢ Instabiliteit
3. HERSTELPROCES:
➢ Doorbloeding cruciaal voor goed herstelpotentieel!!!
➢ Waarom type ligament belangrijk? ➔ genezingsproces/potentieel
➢ Bij totale ruptuur Intra-Articulair Lig
➔ enkel proximale en distale bloedvoorziening
➔ geen genezing
➢ Bij capsulair Lig
➔ goede bloedvoorziening net als kapsel
➔ uitstekend herstelpotentieel
2 SOORTEN LETSELS:
• Fysiologisch
• Capuslair
o Intra-capsulair
o Extra-capsulair
• Neurlogisch (neurocognitief)
OPERATIEF OF CONSERVATIEF
• Conservatief
o Volgens fasen van weefselherstel
o Neurocognitief- coördinatief
• Operatief: eerste 6 weken, niet volgens fase weefselherstel
3.1. HYPOTHESE: Mogelijke verandering op het centraal zenuwstelsel:
Ligament scheur ➔
1) Verstoring/ vermindering doorsturen van
onze mechanoreceptoren of
proprioreceptoren waardoor we
verminderde sensorische informatie zouden
verzamelen waardoor er minder afferente
feedback naar ons CNS zou gevoerd worden
➔ met andere woorden ons lichaam moet
met mindere info dezelfde beslissing moeten
nemen
2) Mechanische instabiliteit optreden bij graad
III ligamentsletsel ➔ zorgt voor dat er
abnormale beweginge plaatsvinden (bv
voorste schuiflade test) ➔ invloed op
afferente info op CNS
3) Meer pijn
Alle 3 factoren hebben een invloed op het CNS
om probleem op te lossen of spieren op een
andere manier gaan aanspannen
• 2 manieren: