4. spierweefsel
1. Inleiding
• Spiercellen bevatten actine- myosinefilamenten die tijdens hun interactie de
cel verkorten en een kracht uitoefenen op de uiteinde
• 3 soorten spierweefsel
Skeletspierweefsel Hartspierweefsel Gladde spiercellen
spiercellen Evenwijdig, gerangschikt, Eenkernig, lang, Spoelvormig, geen
bundels, lang, veelkernig, dwarsgestreept, vertakt dwarse strepen
dwarsgestreept + intercalaire schijven
contractie Snel en krachtig Synchroon, ritmisch, langzaam
krachtig
afhankelijkheid wil autonoom autonoom
• Cytoplasma= sarcoplasma
• SER= sarcoplasmatisch reticulum
• Celmembraan= sarcolemma
• Spiercellen omgeven door lamina basalis
• Verschill ts skelet & hart ➔ bij hart zijn we verspringingen
2. Skeletspierweefsel
• Bestaat uit spiervezels
o Vezels vormen bundels
o Lange, cilindervormige reuscellen
o Meerkernige cellen : (syncytium)
▪ Ovale nuclei & onder het sacrolemma ( in hart en glad)
o Spiercellen ontstaan uit mesoderm, waarin eenkernige stamcellen, de
myoblasten , door deling en fusie een veelkernige syncytium
(=spiercel) vormen
o Mitochondria verspreid in sarcoplasma
o ER & golgi liggen i/d buurt v/d kern
o Hydrotrofie=omvang v/d spiercellen en aantal myofibrillen toenemen
o Hydroplasie: toename v/h aantal cellen
o Regeneratie= herstel v/h aantal na verlies
o Atrofie= aantal myofibrillen afnemen ( bij langdurige immobilisatie)
• organisatie
o Endomysium= Lamina basalis en bindweefsel dat spiercellen omringd
o Perimysium=bundel van spiercellen ( bloedvaten en zenuwen
aantreffen)
▪ Septa/tussenschooten van bindweefsel : rond bundel v vezels
o Epimysium= bekleedt buitenzijde v/d spier en zet zich voort in pezen
of aponeurosen
1
, Priscillia Angela Cosentino
• Bindweefsel: overbrengen v/d krachten gegeneerd i/d spieren
o Collagene vezels van pezen insereren i/e complexe organisatie van
plooien v/h plasmalemma v/d spiervezels
2.1 Actine en myosine filamenten:
▪ Dwarse bandering
Sarcomeer opgebouwd uit 2 x een z-lijn:
▪ Dikke filamenten i/h centrale deel ( = myofilamenten)
▪ Dikke filamenten tss en parallel aan de dikke ( =actinefilament)
▪ A-band: donker, bestaat uit myosinefilamenten en aan uiteinde
actinefilamenten ( overlap van dikke en dunne)
▪ H-band: midden v/d A-band bestaat uit myosinefilament
▪ I-band: licht, bestaat uit actinefilamenten en is het gedeelte
waar de dunne filamenten geen overlap hebben met de dikke
▪ M-lijn: i/h midden v/d H-band, latere verbinding tss de dikke
filamenten
• creatine kinase belangrijkste eiwit
▪ Z-line: i/h midden v/d I-band
▪ Myofibrillen
• Lange cilindrische filamenteuze bundels i/h
sarcoplasma
• Aaneenschakkeling van sarcomeren
• Myofibrillen evenwijdig met het bandenpatroon
▪ Belangrijke proteïnen i/d filamenten: actine, tropomyosine,
troponine en myosine
1) Actine:
• lange filamenteuze polymeren (f-actine)
• 2 strengen van globulair monomeren ( g-actine)
o Structureel asymmetrische moleculen
o Polariteit
o Bevatten een binding site voor myosine
F-actine( = filamentair) bestaat uit 2 spiraalvormig
gewonden ketens van gepolymeriseerd G-actine (=
globulair)
• Zijn gepolariseerd met een + pool ( aan z-lijn ) en – pool
( vrije uiteinden)
• Gewonden i/e helix
• Actine filamenten loodrecht op de z-lijn vastgehecht
vertonen een tegengestelde polariteit
o i/d z-lijn alfa-actinine en desmine (if-proteïn)
▪ verbinden aanliggende sacromeren
▪ houden de myofibrillen op hun plaats
2