• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 122 pages
Resume

Samenvatting Inleiding Internationaal Recht | Universiteit Gent | 2026

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 122 pages

Studiemateriaal voor het vak 'Inleiding tot het internationaal en Europees recht' aan Universiteit Gent. Het document behandelt de algemene kenmerken van internationaal recht, waaronder het brede toepassingsgebied (mensenrechten, milieurecht, humanitair recht, handelsrecht, zeerecht), de historische achtergrond, en het dynamische karakter ervan. Ideaal voor het begrijpen van de fundamentele concepten en de rol van internationaal recht in hedendaagse maatschappelijk vraagstukken.

Aperçu du contenu

INTERNATIONAALRECHT

I. ALGEMENE KENMERKEN

A. WAT IS INTERNATIONAAL RECHT?


1. BREED TOEPASSINGSGEBIED

Internationaal recht is een zeer ruim rechtsdomein. Het beperkt zich zeker niet
tot oorlog of diplomatie, maar speelt een rol in veel meer onderwerpen dan je op
het eerste gezicht zou denken. Het heeft ook invloed op het dagelijkse leven van
burgers, bedrijven en overheden.

Het internationaal recht heeft bijvoorbeeld betrekking op:

 mensenrechten, zoals de bescherming van individuen tegen willekeurige
behandeling door staten
 milieurecht, zoals klimaatakkoorden en verdragen over de bescherming
van zeeën en biodiversiteit
 oorlogsrecht of humanitair recht, dat regels bevat voor gewapende
conflicten
 internationaal strafrecht, dat zware misdrijven zoals genocide en
oorlogsmisdaden bestraft
 internationaal handelsrecht, dat internationale economische
betrekkingen ordent
 zeerecht, dat bepaalt welke rechten en plichten staten op zee hebben
 gezondheidsrecht, bijvoorbeeld samenwerking bij pandemieën

Die regels ontstaan zowel in een multilaterale context als in een bilaterale
context. Multilateraal betekent dat meerdere staten samen afspraken maken,
zoals binnen de Verenigde Naties of in een klimaatakkoord. Bilateraal betekent
dat twee staten onderling een akkoord sluiten, bijvoorbeeld over uitlevering,
luchtverkeer of visums.

Je kan dus zeggen dat internationaal recht een breed en veelzijdig geheel van
regels is. Het is geen nichevak, maar een rechtsorde die doorwerkt in heel
uiteenlopende domeinen.

2. ACHTERGROND EN ROL

Internationaal recht heeft in de eerste plaats als doel om het vreedzaam
samenleven van staten mogelijk te maken. Staten bestaan naast elkaar,


1

,hebben elk hun eigen grondgebied en eigen belangen, en moeten toch een
manier vinden om samen te leven zonder voortdurend in conflict te komen.

Dat noemt men vaak vreedzame co-existentie. Het gaat erom dat staten
elkaar respecteren en geen schade toebrengen. Een staat mag bijvoorbeeld niet
zomaar activiteiten ontplooien die ernstige negatieve gevolgen hebben voor een
buurland. Denk bijvoorbeeld aan vervuiling, grensoverschrijdende schade of
militaire agressie.

Daarnaast heeft internationaal recht ook een
belangrijke samenwerkingsfunctie. Veel problemen zijn vandaag niet meer
door één staat alleen op te lossen. Dat geldt voor klimaatverandering, migratie,
terrorisme, pandemieën, internationale handel en bescherming van de zeeën.
Internationaal recht biedt dan een juridisch kader waarbinnen staten kunnen
samenwerken.

Tegelijk is internationaal recht ook altijd een politiek project. Het ontstaat niet
in een neutrale ruimte, maar in een wereld waarin staten verschillende belangen,
ideologieën en machtsposities hebben. Daarom weerspiegelen internationale
regels vaak politieke compromissen. Soms zijn die compromissen bindend, maar
soms blijven ze beperkt tot zachte afspraken of doelstellingen.

Zo zijn de Sustainable Development Goals (SDGs) geen bindende
rechtsregels, maar ze hebben wel een belangrijke politieke en normatieve
invloed. Ze tonen welke doelen de internationale gemeenschap belangrijk vindt
en kunnen nationaal beleid mee sturen. Dat soort instrument noemt men
vaak soft law: niet juridisch bindend, maar toch relevant.

Internationaal recht is dus niet alleen een systeem van regels, maar ook een
manier om richting te geven aan internationale samenwerking. Het kan een
bepaald momentum creëren en thema’s op de internationale agenda plaatsen.




3. DYNAMISCH EN EVOLUEREND KARAKTER

Internationaal recht is geen vaststaand of afgewerkt systeem. Het is juist een
rechtsorde die voortdurend in beweging is. Dat komt omdat ook de internationale
samenleving constant verandert.

Door de globalisering zijn staten veel sterker met elkaar verbonden geraakt.
Wat in één land gebeurt, heeft vaak gevolgen ver buiten de eigen grenzen. Een
oorlog, financiële crisis, pandemie of milieuprobleem blijft zelden beperkt tot één
staat. Dat verklaart waarom internationaal recht de voorbije decennia zoveel
belangrijker is geworden.

Tegelijk zie je ook een toenemende fragmentatie. Er bestaat niet één
eenvoudig en volledig samenhangend internationaal recht. In de plaats daarvan
zijn er heel veel deelgebieden ontstaan, elk met hun eigen regels, instellingen en
logica. Denk aan mensenrechtenrecht, handelsrecht, zeerecht, milieurecht,
investeringsrecht en internationaal strafrecht.



2

,Dat maakt het vak tegelijk rijker en complexer. Je kan niet meer spreken van één
uniforme internationale rechtsorde. Er is eerder sprake van een verzameling van
deels overlappende, deels gespecialiseerde rechtsdomeinen.




4. DEFINITIE VAN INTERNATIONAAL RECHT

Een eerste manier om internationaal recht te definiëren is de functionele
definitie. Volgens die benadering is internationaal recht het geheel van regels
dat de betrekkingen tussen staten regelt.

Die omschrijving is nuttig, omdat ze het verschil met nationaal recht duidelijk
maakt. In het nationale recht gaat het meestal om regels tussen de overheid en
burgers, of tussen burgers onderling. In het internationale recht ligt de nadruk
traditioneel op de betrekkingen tussen staten.

Toch is deze definitie niet volledig. Ze is namelijk wat te eng geworden. Vandaag
spelen niet alleen staten een rol in het internationaal recht, maar
ook internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, en in zekere mate
ook individuen, ondernemingen en NGO’s (niet-gouvernementele
organisatie). Denk bijvoorbeeld aan mensenrechtenverdragen, internationale
strafrechtspraak of investeringsgeschillen. Daarom volstaat het niet meer om
internationaal recht enkel te zien als recht tussen staten.

Een tweede benadering is de formele definitie. Daarbij kijkt men niet naar wie
betrokken is, maar naar de bronnen van het internationaal recht. Het klassieke
vertrekpunt is dan artikel 38 van het Statuut van het Internationaal
Gerechtshof. Dat artikel noemt als bronnen:

 verdragen
 internationaal gewoonterecht
 algemene rechtsbeginselen
 rechtspraak en rechtsleer als hulpmiddelen

Ook deze benadering heeft echter beperkingen. Ze is belangrijk, maar niet
volledig exhaustief. Zo worden soft law, eenzijdige verklaringen van staten en
sommige beslissingen van internationale organisaties niet expliciet vermeld,
terwijl die in de praktijk wel degelijk relevant kunnen zijn.

De conclusie is dus dat er niet één perfecte definitie bestaat. Internationaal recht
kan zowel functioneel als formeel worden omschreven, maar beide
omschrijvingen hebben hun grenzen.




5. INTERNATIONAAL PUBLIEKRECHT EN INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

Het is belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen internationaal
publiekrecht en internationaal privaatrecht.



3

, Internationaal publiekrecht regelt in hoofdzaak de verhoudingen tussen staten en
internationale organisaties. Het gaat bijvoorbeeld over verdragen, territorium,
mensenrechten, oorlog en vrede, internationale verantwoordelijkheid en
geschillenbeslechting.

Internationaal privaatrecht is iets anders. Dat rechtsdomein bepaalt welk
nationaal recht van toepassing is en welke rechter bevoegd is wanneer een zaak
een grensoverschrijdend element bevat. Het gaat dan bijvoorbeeld om
erfenissen, huwelijken, contracten of aansprakelijkheid met aanknopingspunten
in meerdere landen.

Wanneer bijvoorbeeld een Belg overlijdt in Spanje en een onroerend goed bezit in
Italië, dan is het internationaal privaatrecht nodig om te bepalen welk recht
toegepast moet worden en welke rechter bevoegd is. Internationaal privaatrecht
bevat dus geen algemene regels tussen staten, maar conflictregels die naar een
nationaal recht verwijzen.




6. PRIMAIRE EN SECUNDAIRE REGELS

Binnen het internationaal recht maakt men ook vaak een onderscheid
tussen primaire en secundaire regels.

Primaire regels zijn de inhoudelijke regels. Zij bepalen wat staten wel of niet
mogen doen. Het gaat dus om concrete rechten en plichten. Denk bijvoorbeeld
aan het verbod op het gebruik van geweld, de verplichting om verdragen na te
leven of de bescherming van diplomaten.

Secundaire regels zijn de regels over die regels. Zij bepalen hoe internationale
regels tot stand komen, hoe ze moeten worden geïnterpreteerd, wat er gebeurt
wanneer ze worden geschonden en hoe aansprakelijkheid wordt vastgesteld. Je
zou kunnen zeggen dat secundaire regels de spelregels van het
systeem vormen.

Dat onderscheid is belangrijk, omdat het duidelijk maakt dat internationaal recht
niet alleen uit inhoudelijke normen bestaat, maar ook uit regels die bepalen hoe
het hele systeem functioneert.



B. HISTORISCHE EVOLUTIE


1. OUDHEID

De wortels van het internationaal recht gaan ver terug in de geschiedenis. Reeds
in de oudheid sloten politieke gemeenschappen verdragen met elkaar. Een
bekend voorbeeld is het vredesverdrag tussen Egypte en de Hittieten uit 1259
v.C.

Die vroege verdragen tonen aan dat ook oude rijken al behoefte hadden aan
afspraken over oorlog, vrede en samenwerking. Natuurlijk bestond er toen nog

4

Table des matières

  1. 01 I. Algemene kenmerken 1
    1. A. Wat is internationaal recht? 1
    2. B. Historische evolutie 4
    3. C. Een horizontaal en onvolmaakt systeem 6
    4. de Parlementen 10
    5. Belangrijke gebouwen 11
    6. D. Relevantie van internationaal recht 12
  2. 02 II – bronnen van het internationaal recht 12
    1. A. Algemeen 12
    2. B. verdragen 13
  3. 03 B. Verdragen 13
    1. 1. Algemene kenmerken 13
    2. 2. Verdragen als consensueel instrument 14
    3. 3. Wat is een verdrag? (definitie) 14
    4. 4. Essentiële bestanddelen van een verdrag 15
    5. 5. Partijen bij verdragen 16
    6. 6. Vorm en inhoud 17
    7. 7. Types verdragen 17
    8. 8. Publicatie en registratie 18
  4. 04 C. Internationaal gewoonterecht 19
    1. 1. Algemene kenmerken 19
    2. 2. Definitie van gewoonterecht 19
    3. 3. Statenpraktijk 19
    4. 4. Opinio juris 22
    5. 5. Bindende kracht en uitzonderingen 23
    6. 6. Regionaal en lokaal gewoonterecht 23
    7. 7. Identificatie van gewoonterecht 24
    8. 8. Verhouding met verdragsrecht 24
  5. 05 D. Algemene rechtsbeginselen 25
    1. 1. Wat zijn algemene rechtsbeginselen? 25
    2. 2. Belang 25
    3. 3. Voorbeelden 25
  6. 06 E. Internationale rechtspraak en rechtsleer 26
    1. 1. Subsidiaire bronnen 26
    2. 2. Internationale rechtspraak 26
    3. 3. Andere internationale rechtbanken 27
    4. 4. Rechtsleer 27
  7. 07 F. Andere bronnen naast artikel 38 IGH-Statuut 27
    1. 1. Beslissingen en resoluties van internationale organisaties 28
    2. 2. Bijdrage aan gewoonterecht 28
    3. 3. Periodieke vergaderingen van verdragspartijen 28
  8. 08 2. Eenzijdige handelingen en verklaringen 29
    1. 1. Wat zijn eenzijdige verklaringen? 29
    2. 2. Voorbeeld: Nuclear Tests Case 29
    3. 3. Voorwaarden 29
  9. 09 3. Soft law / informeel recht 29
    1. 1. Wat is soft law? 29
    2. 2. Voorbeelden 30
    3. 3. Belang van soft law 30
    4. 4. Compliance pull 30
  10. 10 G. Hiërarchie van internationaal recht 30
    1. 1. Algemene regel 31
    2. 2. Conflictregels 31
    3. 3. Artikel 103 VN-Handvest 31
    4. 4. Jus cogens 31
    5. a) Wat is jus cogens? 31
    6. b) Gevolg 32
    7. c) Voorbeelden 32
    8. d) Aansprakelijkheid 32
    9. 5. Jus cogens en erga omnes 32
  11. 11 III. Verdragsrecht 33
    1. A. Algemeen 34
  12. 12 B. Totstandkoming en inwerkingtreding 34
    1. 1. Onderhandelingen 34
    2. 2. Aanneming van de tekst 34
    3. 3. Authentificatie 35
    4. 4. Instemming om gebonden te zijn 35
    5. 5. Artikel 18 WVV 36
  13. 13 C. Voorbehouden 37
    1. 1. Wat is een voorbehoud? 37
    2. 2. Waarom bestaan voorbehouden? 37
    3. 3. Voorbehoud versus interpretatieve verklaring 37
    4. 4. Toelaatbaarheid van voorbehouden 38
    5. 5. Aanvaarding en bezwaar 38
    6. 6. Gevolgen van voorbehouden 38
    7. 7. Controverse bij mensenrechtenverdragen 39
  14. 14 D. Inwerkingtreding 39
  15. 15 E. Voorlopige toepassing 40
  16. 16 Focus op België 40
    1. 1. Bevoegdheid tot het sluiten van verdragen 40
    2. 2. Gemengde verdragen 41
    3. 3. Controle door de wetgevende macht 41
    4. 4. Bekendmaking 41
  17. 17 F. Toepassing en interpretatie 42
    1. 1. Pacta sunt servanda 42
    2. 2. Nationaal recht als excuus 42
    3. 3. Territoriale toepassing 42
    4. 4. Opeenvolgende verdragen met overlap 42
    5. 5. Derde staten 43
  18. 18 G. Interpretatie van verdragen 43
    1. 1. Drie benaderingen 43
    2. 2. Primaire interpretatiemiddelen: artikel 31 WVV 44
    3. 3. Subsidiaire interpretatiemiddelen: artikel 32 WVV 44
    4. 4. Meerdere authentieke taalversies 44
  19. 19 H. Wijziging van verdragen 45
    1. 1. Bilaterale verdragen 45
    2. 2. Multilaterale verdragen 45
    3. 3. Wijziging tussen bepaalde partijen 45
    4. 4. Anticiperen op wijzigingen 45
  20. 20 I. Nietigheid, beëindiging en opschorting 46
    1. 1. Nietigheid 46
    2. 2. Relatieve nietigheid 46
    3. 3. Absolute nietigheid 46
  21. 21 J. Beëindiging en schorsing 47
    1. 1. Algemene regels 47
    2. 2. Terugval van het aantal partijen 47
    3. 3. Opschorting door bepaalde partijen 48
    4. 4. Nieuw verdrag tussen alle partijen 48
    5. 5. Materiële schending 48
    6. 6. Overmacht 48
    7. 7. Wezenlijke verandering van omstandigheden 49
    8. 8. Verbreken van diplomatieke betrekkingen 49
    9. 9. Nieuwe jus cogens-norm 49
    10. 10. Gewapende conflicten 49
  22. 22 IV. Interactie tussen nationaal en internationaal recht 49
  23. 23 V. Staten 50
  24. 24 A. Inleiding – subjecten van internationaal recht 50
    1. 1. Internationale rechtspersoonlijkheid 50
  25. 25 B. Staten en hun totstandkoming 50
    1. 1. Wat is een staat? 50
    2. 2. Hoe komen nieuwe staten tot stand? 53
    3. 3. De rol van erkenning 58
    4. 4. Erkenning van regeringen en staatshoofden 61
    5. 4. Verwerving en verlies van grondgebied 63
    6. 5. Statenopvolging - NK 66
    7. C. Positie van staten in het internationaal recht 67
    8. 2. Jurisdictie 69
    9. 4. Extraterritoriale jurisdictie in strafzaken 71
    10. 5. Functionele jurisdictie in maritieme zones 72
    11. 6. Globale rechtsgebieden en sui generis-regimes 73
    12. 3. Staatsaansprakelijkheid 74
    13. 4. Internationaal onrechtmatig gedrag 75
    14. Middelen- en resultaatsverbintenis 75
    15. Nationaal recht is irrelevant 76
    16. 5. Toerekenbaarheid 76
    17. 6. Omstandigheden die onrechtmatigheid uitsluiten 78
    18. 7. Gevolgen van staatsaansprakelijkheid 79
    19. 8. Wie kan staatsaansprakelijkheid inroepen? 79
    20. 4. Immuniteiten 80
    21. 4. Staatsimmuniteit 81
    22. 5. Immuniteit van overheidsfunctionarissen 82
  26. 26 VI. Internationale organisaties 83
    1. A. Kenmerken van internationale organisaties 83
    2. B. Bevoegdheden van internationale organisaties 85
    3. C. Lidmaatschap 85
    4. D. Organen van internationale organisaties 86
    5. E. Besluitvorming en financiën 87
  27. 27 F. Positie van internationale organisaties in het internationaal recht 88
    1. 1. Rechtspersoonlijkheid 88
    2. 2. Draagwijdte van de rechtspersoonlijkheid 89
    3. 3. Immuniteiten van internationale organisaties 90
    4. 4. Immuniteiten van ambtenaren 91
  28. 28 C. De Verenigde Naties en haar hoofdorganen 91
    1. 1. Algemeen 91
  29. 29 2. De Algemene Vergadering 92
    1. 2.1. Structuur 92
    2. 2.2. Besluitvorming 92
    3. 2.3. Bevoegdheden 92
    4. 2.4. Specifieke bevoegdheden 93
    5. 2.5. Subsidiaire organen 93
  30. 30 3. De Veiligheidsraad 94
    1. 3.1. Structuur 94
    2. 3.2. Besluitvorming en veto 95
    3. 3.3. Bevoegdheden 95
    4. 3.4. Concrete invulling 96
    5. 3.5. Grenzen en hervorming 96
  31. 31 4. De Economische en Sociale Raad 96
  32. 32 5. De Voogdijraad 97
  33. 33 6. Het Internationaal Gerechtshof 97
    1. 6.1. Algemeen 97
    2. 6.2. Samenstelling 98
    3. 6.3. Bevoegdheid in contentieuze zaken 98
    4. 6.4. Procedure in contentieuze zaken 99
    5. 6.5. Adviesbevoegdheid 100
  34. 34 7. Het VN-Secretariaat 100
  35. 35 D. Gespecialiseerde VN-organisaties en andere organisaties van de VN-familie 101
    1. 1. Gespecialiseerde VN-organisaties 101
    2. 2. Internationale Arbeidsorganisatie 102
    3. 3. IMF en Wereldbank 102
  36. 36 4. Overige organisaties binnen de VN-familie 103
  37. 37 5. Wereldhandelsorganisatie 104
    1. 5.1. Algemeen 104
    2. 5.2. Structuur 104
    3. 5.3. Belangrijke WTO-verdragen 104
    4. 5.4. Lidmaatschap 105
    5. 5.5. Verplichtingen 105
    6. 5.6. Uitzonderingen 106
    7. 5.7. Geschillenbeslechting 106
    8. 5.8. Crisis binnen de WTO 106
  38. 38 E. Regionale organisaties in Europa 107
    1. 1. Algemeen 107
  39. 39 2. De Europese Unie 107
  40. 40 3. De NAVO 107
    1. 3.1. Doel en oorsprong 107
    2. 3.2. Artikel 5 108
    3. 3.3. Structuur 108
    4. 3.4. Leden 108
  41. 41 4. De Raad van Europa 108
    1. 4.1. Algemeen 109
    2. 4.2. Structuur 109
    3. 4.3. Mensenrechten 109
  42. 42 5. De OVSE 110
    1. 5.1. Structuur 110
    2. 5.2. Activiteiten 110
  43. 43 6. De OESO 111
  44. 44 VII. Individuen en ondernemingen 111
  45. 45 A. Algemeen: van object naar subject 111
    1. 1. Diplomatieke bescherming 112
    2. 2. Voorwaarden 112
  46. 46 B. Opkomst van mensenrechten 112
    1. 1. Oorsprong 112
    2. 2. Bronnen 113
    3. 3. Soorten mensenrechten 113
    4. 4. Derogeerbare en niet-derogeerbare rechten 114
  47. 47 C. Toegang tot internationale rechtscolleges 114
    1. 1. Algemeen 114
    2. 2. Mensenrechtenprocedures 115
    3. 3. Regionale mensenrechtenhoven 115
    4. 4. Bindende kracht 115
    5. 5. Investeringsarbitrage 116
    6. 6. Kritiek op investeringsarbitrage 116
  48. 48 D. Internationaal strafrecht 116
    1. 1. Volkenrechtelijke misdrijven 117
    2. 2. Vervolging 117
    3. 3. Internationale tribunalen 117
  49. 49 4. Internationaal 118
    1. 4.1. Materiële bevoegdheid 118
    2. 4.2. Temporele bevoegdheid 118
    3. 4.3. Territorialiteit en nationaliteit 118
    4. 4.4. Complementariteit 118
    5. 4.5. Wie kan een zaak aanhangig maken? 119
    6. 4.6. Immuniteiten 119
    7. 4.7. Opschorting door de Veiligheidsraad 119
    8. 4.8. Structuur 119
    9. 4.9. Evaluatie 120
  50. 50 E. Plichten voor ondernemingen 120
    1. 1. Ondernemingen als dragers van plichten 120
    2. 2. Soft law en CSR 120
    3. 3. Bindende initiatieven 121
    4. 4. Vrijhandelsakkoorden 121
    5. 5. Klimaat en ondernemingen 121

Infos sur le Document

Publié le
7 août 2026
Nombre de pages
122
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,56

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
3
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions