-
01
Inleiding tot Ethiek en Rechtsfilosofie
1
-
Wat is een moreel probleem?
1
-
Welke houding neem je aan?
1
-
Waarom ethiek belangrijk is
1
-
02
Rationele benadering van ethiek – rationele wijze
2
-
Niet-rationele benaderingen (vermijden!)
2
-
03
Casus: incest als ethisch dilemma
3
-
De ethische vraag
3
-
Argumenten die het moeilijk maken
3
-
04
onze Morele ontwikkeling
3
-
Ontwikkeling van empathie (Hoffman)
3
-
Fairness (rechtvaardigheid) – Frans De Waal
4
-
Morele vermogens – andere vermogens
6
-
Twijfel over morele walging
7
-
05
Ethiek, Moraal en Morele Vermogens
7
-
06
Cultuur en moraal (WEIRD-bias)
8
-
07
Waarom hebben we ethiek nodig?
8
-
Vier ethische houdingen
8
-
08
Hoofdstuk I: Beginselenethiek of de principiële houding
9
-
Soorten beginselen
9
-
09
Fundament van morele beginselen
9
-
1. Mensenrechtelijke verdragen - als fundament
10
-
2. Religieus fundament - goddelijk bevel
10
-
3. Natuurrecht
10
-
4. Sociaal contract (Rawls) – morele beginselen vloeien voort uit consensus
11
-
Kritiek van Amartya Sen
11
-
10
Menselijke waardigheid als moreel beginsel – gangbare morele beginselen
12
-
1. Het belang van menselijke waardigheid
12
-
2. Problemen en gevaren van menselijke waardigheid
13
-
11
3. Toepassingsgebieden van menselijke waardigheid
14
-
1. Verbod op onmenselijke of vernederende behandeling
14
-
2. Recht op een menselijk bestaan
15
-
3. Respect voor zelfbeschikking
15
-
4. Verbod op grove discriminatie
15
-
12
4. De gemeenschappelijke kern: dehumanisering – Nick Halsam
16
-
Animale dehumanisering
16
-
Machinale dehumanisering
16
-
13
5. Andere, lichtere vormen van dehumanisering - nevennormen
17
-
Infrahumanisering
17
-
De-individualisering
17
-
Suprahumanisering
18
-
Eendimensionalisering
18
-
14
6. Waarom is animale dehumanisering erger?
18
-
1. Verpletterende impact op de toeschouwer
18
-
2. Instemming maakt weinig verschil
18
-
15
7. Terror Management Theory
19
-
Kernidee
19
-
Sterke punten van de theorie
20
-
Kritiek op de theorie
20
-
16
8. Wat wordt in de praktijk getolereerd?
20
-
17
9. De toekomst van waardigheid
21
-
Probleem
21
-
18
Vrijheid en gelijkheid als morele beginselen
22
-
19
1. Vrijheid
22
-
Het schadebeginsel van Mill
22
-
Eigenschade en paternalisme
23
-
20
2. Verschillende invullingen van vrijheid
23
-
1. Zelfbepaling (negatieve vrijheid)
23
-
Zacht paternalisme
24
-
2. Zelfbeschikking (conditionele vrijheid)
24
-
Hard paternalisme
25
-
3. Zelfrealisatie (positieve of normatieve vrijheid)
26
-
Moreel paternalisme
26
-
21
3. Gelijkheid
27
-
Tendens naar inclusie
27
-
Non-discriminatie versus herverdeling
28
-
Niet kunnen versus niet willen
29
-
22
4. Recht op gelijke behandeling (non-discriminatie)
29
-
1. Formele gelijkheid
29
-
2. Rechtengelijkheid
30
-
3. Kansengelijkheid
31
-
23
5. Antidiscriminatiewetgeving
31
-
Direct onderscheid
32
-
Indirect onderscheid
32
-
24
6. Kritiek en moeilijke gevallen
32
-
Twijfelachtige discriminatie
33
-
Openstaande discriminatie
33
-
Lookisme
33
-
25
Gelijkheid als herverdeling en duurzaamheid als intergenerationele rechtvaardigheid
33
-
26
1. Gelijkheid als minder ongelijk resultaat
34
-
1. Compenserende kansengelijkheid
34
-
Positieve en negatieve compensatie
35
-
Kritiek op compenserende kansengelijkheid
36
-
27
2. Bronnengelijkheid
36
-
Uitgangspunt: talent is ook toeval
37
-
Rawls en de sluier van onwetendheid
37
-
Verschil tussen capaciteiten, bronnen en uitkomsten
37
-
Voorbeelden van bronnengelijkheid
38
-
Talentenbelasting - Dworkin
39
-
Kritiek op bronnengelijkheid
39
-
28
3. Gelijkheid en selectie
40
-
Loting als alternatief
40
-
29
4. Welvaartsgelijkheid
41
-
1. Absolute welvaartsgelijkheid
41
-
2. Relatieve welvaartsgelijkheid
41
-
Kritiek: het Wilt Chamberlain-gedachtenexperiment
42
-
30
5. Vrijheid en gelijkheid: hoe verhouden ze zich?
42
-
Nozick
42
-
Sandel
43
-
31
Duurzaamheid
43
-
Intragenerationeel vs. intergenerationeel
44
-
32
1. Definitie van duurzaamheid
44
-
Sterke en zwakke duurzaamheid
45
-
33
2. Filosofische bezwaren tegen duurzaamheid
46
-
1. Het onwetendheidsbezwaar
46
-
2. Het identiteitsprobleem (Derek Parfit)
47
-
3. Het wederkerigheidsbezwaar
48
-
34
3. Hoe kan je duurzaamheid toch funderen?
49
-
35
4. Het spaarprincipe van Rawls
49
-
Vertrekpunt
49
-
De gedachte achter het spaarprincipe
49
-
Rawls en de onwetendheidssluier
50
-
Wat moet er precies gespaard worden?
50
-
Kritiek op het spaarprincipe
50
-
36
5. Rentmeesterschap
51
-
Wat is een rentmeester?
51
-
Waarom spreekt dit model aan?
52
-
Kritiek op rentmeesterschap
52
-
37
6. Ecocentrisme
53
-
Belangrijke stromingen binnen ecocentrisme
53
-
38
7. Antropocentrisme versus ecocentrisme
54
-
Voorbeeld: een boom beschermen
54
-
39
8. Is het contrast tussen antropocentrisme en ecocentrisme wel zo absoluut?
55
-
Gematigd antropocentrisme
55
-
Extreem antropocentrisme
55
-
40
De Klassieke Rechtvaardigingstoets
56
-
Uitgangspunten van de toets
56
-
De procedure van de toets
57
-
41
1. Schendingsfase
57
-
Wat moet contra doen?
58
-
Mogelijke beginselen
58
-
Uitkomst
58
-
Belangrijk discussiepunt: absolute beginselen
58
-
Belangrijk discussiepunt: interpretatie van beginselen
58
-
42
2. Overtreffase (hoger beginsel)
59
-
Wat moet pro doen?
59
-
Procedure
59
-
Voorbeelden van hogere beginselen
59
-
Belangrijk discussiepunt: wat mag je gebruiken?
59
-
Technieken om te overtreffen (zeer belangrijk)
59
-
43
3. Uitzonderingsfase
60
-
Drie cumulatieve voorwaarden
60
-
44
Hoofdstuk II - De gevolgenethiek of de consequentialistische houding
61
-
45
Wat is de gevolgenethiek?
62
-
1. Prescriptief element
62
-
2. Consequentialistisch element
62
-
3. Axiologisch element
62
-
46
Sociale contacten, geluk en hedonistische adaptatie
63
-
47
Jeremy Bentham en de emancipatorische kracht van consequentialisme
63
-
48
Universele gelijkwaardigheid
64
-
49
Drie grote vormen van consequentialisme
64
-
1. Ervaringshedonisme
64
-
John Stuart Mill: hogere en lagere vormen van geluk
65
-
2. Voorkeurshedonisme
66
-
3. Welzijnsconsequentialisme
66
-
50
Problemen voor het consequentialisme
67
-
1. Het aggregatieprobleem
67
-
2. Moral monstrosity
68
-
3. Het veeleisendheidsprobleem
68
-
4. Het partijdigheidsbezwaar
69
-
5. Het altruïsmeprobleem
70
-
51
Waarom spreekt effectief altruïsme veel consequentialisten aan?
70
-
Vier grote uitgangspunten of ergernissen van effectief altruïsme
71
-
52
Terechte en onterechte kritieken op effectief altruïsme
72
-
Misverstanden
72
-
Terechte kritiek
73
-
53
Consequentialistische straffilosofie
73
-
Wat is straf?
73
-
54
Twee grote strafrechtstheorieën
74
-
1. Retributivisme
74
-
2. Consequentialisme
74
-
55
Preventie in de consequentialistische straffilosofie
75
-
1. Generale preventie
75
-
2. Speciale preventie
75
-
56
Wat leert de criminologie?
76
-
Positieve evaluatie van consequentialisme
76
-
Negatieve evaluatie
76
-
57
13. Filosofische problemen van consequentialistische straf
76
-
1. Niet straffen van schuldigen
76
-
2. Verzachtende omstandigheden
76
-
3. Instrumentalisering van de dader
76
-
58
Hoofdstuk III – De deugdethiek of de karakteriële houding
77
-
1. Wat is de deugdethiek?
77
-
59
2. Historische situering
78
-
2.1 De ethiek van de Traditie
78
-
2.2 Waarom verdween de deugdethiek?
79
-
60
3. Antiliberale revival van de deugdethiek
79
-
61
4. Kritiek van deugdenethici op moderne ethieken
80
-
4.1 Moderne ethieken missen een filosofisch fundament
80
-
4.2 Moderne ethieken verwarren het juiste met het goede
81
-
4.3 De paradox van de vrijheid
82
-
4.4 Moderne ethiek is soms ongepast
82
-
62
5. Filosofische uitgangspunten van de deugdethiek
83
-
5.1 Geen kloof tussen ‘zijn’ en ‘moeten’
83
-
5.2 Voorbeeld: een goed vleesmes
83
-
5.3 Voorbeeld: een goede reisbuddy
84
-
5.4 Voorbeeld: een goed mens
84
-
63
6. Wat zijn deugden?
85
-
6.1 Wat deugden wel zijn
85
-
6.2 Wat deugden niet zijn
86
-
64
7. Teleologisch mens- en wereldbeeld
86
-
7.1 Werkoorzaak
86
-
7.2 Doeloorzaak
87
-
65
8. Het geslaagde leven: eudaimonia
87
-
8.1 Geen kloof tussen moraal, geluk en succes
87
-
66
9. De plaats van de rede
88
-
9.1 Rede is nodig
88
-
9.2 Moderne deugdenethiek
88
-
67
10. De rol van toeval
88
-
68
11. De vier kardinale deugden
89
-
69
12. Moed en matigheid
89
-
12.1 Matigheid
90
-
12.2 Moed
91
-
70
13. Rechtschapenheid / rechtvaardigheid
91
-
13.1 Hiërarchisch denken
92
-
13.2 Kritiek op egalitarisme
92
-
13.3 Goede vormen van ongelijke behandeling
93
-
13.4 Voorbeeld: Samir en Ahmad
93
-
71
14. Verstandigheid
94
-
14.1 Wat verstandigheid niet is
95
-
14.2 Wat verstandigheid wel is
95
-
14.3 Beeld van de boogschutter
96
-
14.4 Voorbeeld: geef ik mijn kind een gsm?
96
-
72
15. Kritieken op de deugdethiek
97
-
15.1 Deugdethiek is moeilijk bruikbaar bij principiële kwesties
97
-
15.2 Bestaat de deugdzame mens wel?
97
-
15.3 Experimenten: Milgram en Zimbardo
97
-
15.4 Deugden bieden niet altijd morele voordelen
98
-
15.5 Er is misschien geen paradox van de vrijheid
98
-
73
Hoofdstuk IV – De moreel sceptische houding
99
-
1. Wat is moreel scepticisme?
99
-
2. Drie belangrijke stellingen van moreel scepticisme
100
-
74
3. Verhouding met klassiek scepticisme
100
-
75
4. Maatschappelijke situering: ethische overdaad
101
-
76
5. Filosofische situering: moraal en het wetenschappelijk wereldbeeld
102
-
5.1 Fysicalisme of naturalisme
102
-
5.2 Causalisme
103
-
5.3 Determinisme
104
-
77
6. Objectieve en subjectieve keuzevrijheid
105
-
6.1 Objectieve keuzevrijheid
105
-
6.2 Subjectieve keuzevrijheid
105
-
78
7. Waarom is objectieve keuzevrijheid problematisch?
106
-
79
8. Pech en geluk: het probleem van moral luck
106
-
8.1 Wat is moral luck?
106
-
8.2 Voorbeeld: Pieter en Marie
107
-
8.3 Uitbreiding: Sofie, Harry en Saul
107
-
8.4 Conclusie over moral luck
108
-
80
9. De vrije-wilsceptische stelling
108
-
9.1 Redenering
108
-
9.2 Libertarisme, compatibilisme en vrije-wilscepticisme
109
-
81
10. Het manipulatie-argument
110
-
10.1 TMS-experiment
110
-
10.2 Gedachte-experiment: Jan en Paul
110
-
10.3 Conclusie van het manipulatie-argument
112
-
82
11. Frankfurt-tegenvoorbeeld
112
-
Gedachte-experiment
112
-
83
12. Gevolgen van de vrije-wilsceptische stelling
113
-
12.1 Reactieve attitudes
113
-
12.2 Strafrecht
114
-
12.3 Politieke filosofie
115
-
84
13. De plicht-sceptische stelling
115
-
13.1 Redenering
115
-
13.2 Voorbeeld: Germanwings
116
-
85
14. Het bewijs van Haji
116
-
14.1 Mogelijkheidsprincipe
116
-
14.2 Niet-trivialiteitsprincipe
117
-
14.3 Conclusie
117
-
86
15. Mogelijke ontsnappingsroutes bij Haji
117
-
15.1 Objectieve keuzevrijheid aanvaarden
117
-
15.2 Mogelijkheidsprincipe verwerpen
118
-
15.3 Niet-trivialiteitsprincipe verwerpen
118
-
15.4 Morele plicht afzwakken
118
-
87
16. Conditionele controle
118
-
88
17. Morele waarheid en morele oordelen
119
-
17.1 Feitelijke oordelen
119
-
17.2 Morele oordelen
119
-
89
18. Vijf meta-ethische posities
120
-
18.1 Non-cognitivisme / emotivisme
120
-
18.2 Morele vergissingstheorie
121
-
18.3 Moreel relativisme
121
-
18.4 Moreel naturalisme
122
-
18.5 Moreel realisme / objectivisme
123
-
90
19. Terug naar de samenleving: wat nu?
124
-
19.1 Conservatisme en fictionalisme
125
-
19.2 Revisionisme
125
-
19.3 Abolitionisme
126