Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 35 pages
Resume

samenvatting immunologische technieken

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 35 pages

Deze samenvatting omvat alle hoofdstukken (H1-H11) van het vak immunologische technieken. Het bevat definities, werkwijzes, overzichtelijke vergelijkingen etc.. Bij vragen mag je altijd een berichtje sturen! :)

Aperçu du contenu

IMMUNOLOGISCHE TECHNIEKEN




AJ 2025-2026

, Immunologische technieken



DEEL 1: ANTILICHAMEN, -GENEN EN
IMMUNOLOGISCHE INTERACTIES
H1 Antilichamen (AL)

Begrippen
Aangeboren >< Verworven

- Meteen werkzaam - na voorgaande blootstelling
- WBC - T- en B- lymfocyten
- Snelle 1ste lijnsverdediging - AL= oplosbare eiwitten die in het bloed
- Weinig specifiek doorheen organen circuleren → binden
op specifieke manier aan antigenen (AG)
➔ In vitro toepassingen:
1. Stabiele/ oplosbare glycoproteïnen
2. AG-AL binding= specifiek en hoge
Affiniteit
3. Makkelijke reproductie, selecteren
isoleren, immobiliseren → aan
andere moleculen koppelen
4. Tegen elk antigen kan een AL
gemaakt worden


Structuur
ALGEMEEN:
N • Eiwitten: 82-96%
VL VH • Suikers: 4-18%
CH • 4 eiwitketens
- 2 identieke zware
CL
- 2 identieke lichte
*Hypervariabel → covalent verbonden met S-bruggen
→ flexibel
*Hinge region → Y-vorm
→ “hinge”: koppelt de 2 zware ketens
*heavy chain
• H ~ 50kDa
*light chain • L ~ 25kDa
→ totaal: ~ 150kDa
*SS-brug
• N-terminale delen = variabele domeinen
Functie: interactie met antigenen!
C
Paratoop: variabel domeinen van lichte en zware
ketens vormen antigen bindingsplaats

Constante domeinen: variëren veel minder in
aminozuur sequentie
1 Functie: interactie met andere componenten van
het immuunsysteem

, Immunologische technieken


Papaïne:

= protease dat N -terminaal knipt van de “hinge”
→ ontstaan van 3 fragmenten:

1. Fab-fragmenten = 2 armen van het AL (elk met paratoop)
2. Fc= fragment crystallizable = C-terminaal fragment = stam van AL
→ kristalliseer makkelijk → initieert effector functies van AL door interactie met andere
componenten van het immuunsysteem









Pepsine

= protease dat verschillende keren C-terminaal van de hinge knipt

→ Fab= bevat 2 paratopen van het AL + stam wordt door dit enzym in een aantal fragmenten
gesplitst

→ meest terminale deel = pFc’









Variabel deel >< constant deel

- Paratoop/ AG-bindingsplaats ZWARE KETENS: isotype AL;
→ gevormd door VL + VH (aminozuur seq. 1. IgG (ϒ) ~80%
zeer verschillend van AL tot AL) >> inw. lichaamsvl. + bestrijding m.o. &
• Hypervariabele regio’s toxines in extra vasculair
>> grootste variabiliteit compartiment → 2° immuunrespons
>> AZ seq. stabieler = FR regio’s >> meest voorkomend in immuno-
→ vormen β-sheets aan uiteinde arm + globine in plasma
weggericht van het C-term. gedeelte >> kruist placenta
• Hypervariabel oppervlak >> monomeer, bivalent (190kDa)
>> VL + VH naast elkaar → 6 lussen van zware >> T1/2= 20 dagen
en lichte keten→ kan specifiek met een AG >> subklasse: IgG1-4
interageren → paratoop van het AL
• Hypervariabele lussen: CDR = complementariteitsbepalende regio’s

2

, Immunologische technieken


2. IgA (α) ~15%
>> aanwezig op mucosa/ in secreties
→ beschermt lichamelijke opp.
→ bijzonder effectief tegen virale inf.
>> dimeer, monomeren
→ samengehouden door joiningketen
>> T1/2= 6 dagen
>> subklasse IgA1 & 2

3. IgM (η) ~5%
>> 1° immuunrespons → sterk
complement bindingsvermogen
>> in serum immunoglobines
>> lage affiniteit, hoge aviditeit
>> pentameer, decavalent
>> T1/2= 5 dagen

4. IgD (δ) ~1%
5. IgE (ε) ~ 0,001%
>> bescherming tegen parasieten &
allergie

LICHTE KETENS;
1. kappa ~2/3de
2. lambda ~ 1/3de

Monoklonale & polyklonale AL
IgG= meest gebruikte immunologische technieken + AL zoogdieren → in vitro toepassingen!!

Polyklonaal >< monoklonaal

- Ontstaan v/e populatie van - Afkomstig van 1 zelfde B-kloon
plasmacellen die samen een hele - Identieke antilichamen → zelfde AZ
reeks van ≠ AL aanmaken seq. + herkennen 1 zelfde epitoop
→ ≠ subklassen tegen ≠ epitopen - Voor-& nadelen:
→ > 1 B-cel kloon betrokken bij + onsterfelijke cellijn
AL productie eigenschappen continu & homogeen
→ mengsel van ≠ antistoffen + 99% AL bindt aan AG
- Voor-& nadelen: - productie gesofisticeerd (moeilijker)
+ eenvoudige productie - geen grote immuuncomplexen
+ verhoogt valentie AG bij vorming
van grote immuuncomplexen
- sterfelijke proefdieren
>> gelimiteerd
>> minder stabiel
- bevat ook andere AL




3

Infos sur le Document

Publié le
6 août 2026
Fichier mis à jour le
14 août 2026
Nombre de pages
35
Écrit en
2026/2027
Type
Resume
€7,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
2
Abonnés
0
Éléments
13
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions