Hoofdstuk 3.
3.1 Deskresearch starten
Deskresearch heeft tot doel om zinvolle informatie te vinden. Deze moet bijdragen aan de oplossing
van het organisatieprobleem. Vijfstappenplan voor deskresearch:
1. Google op producten en productgroepen. Achterhaal hier de namen van de belangrijkste
concurrenten, de functies van het product en de geschiedenis van het bedrijf of de bedrijfstak.
2. Zoek actief naar marktonderzoeksrapporten van brancheorganisaties. Google kan soms helpen
door op de naam van de branche en het woord onderzoek te zoeken. Kijk ook op de site van de
brancheorganisatie zelf. Raadpleeg altijd papieren tijdschriften en elektronische nieuwsbrieven om
bronnen te achterhalen.
3. Inspecteer het informatieaanbod van het CBS.
4. Zoek naar nieuwsfeiten en recente ontwikkelingen in de databank van Lexis Nexis. Deze bevat
krantenartikelen.
5. Raadpleeg voor trends en ontwikkelingen in een bedrijfstak de papieren tijdschriften. Kijk ook in
de databases van het tijdschrift voor marketing, adformatie en marketing research base.
3.2 Betrouwbaarheid van gegevens
Er zijn verschillende signalen die aangeven dat er iets mis is met informatie die je gevonden hebt:
1. Cijfers zijn te mooi of te ongunstig om waar te zijn
2. De onderzoeksdoelgroep verschilt van de onderzoekspopulatie
3. De bron van de cijfers heeft belang bij bepaalde uitkomsten en resultaten
4. De cijfers staan op internet
5. Het medium dat de cijfers publiceert hecht niet zoveel aan de waarheid
6. De cijfers spreken elkaar tegen of vertonen plotselinge sprongen
3.3 Gegevens uit verschillende bronnen
Soms kunnen gegevens van elkaar verschillen. Dit kot meestal doordat de cijfers verzameld zijn onder
verschillende doelgroepen, in andere tijdsperioden, met een ander onderzoeksdoel of met behulp
van verschillende enquêtevragen. Het komt een enkele keer voor dat cijfers die door één organisatie
worden gemeten niet met elkaar kloppen. Dat komt dan meestal door de gebruikte definities. Het
CBS duidt dan ook altijd zeer exact aan hoe bepaalde verschijnselen zijn gemeten. Het is logisch dat
definities in de tijd veranderen. Mensen, producten en markten ontwikkelen zich. Na verloop van tijd
moet dan ook de meetwijze van een verschijnsel worden aangepast.
3.4 Onderzoeksvraag scherper maken
Er is op het internet veel informatie te vinden. Goed zoeken begint met het stellen van goede vragen.
De marktonderzoeker zal, voordat hij het internet op gaat, een goed uitgewerkte probleemstelling en
onderzoeksvragen formuleren.
En marktonderzoeker moet aanvullend een theoretisch kader vormen. Dit kan met behulp van
bekende marketingboeken.
Het gebruik van Google kent drie fasen:
1. Inventarisatie: een zoekopdracht maken en daarvan steeds verschillende combinaties maken.
2. Geavanceerd zoeken: je kunt hierbij het taalgebied selecteren, recente informatie opvragen en
3.1 Deskresearch starten
Deskresearch heeft tot doel om zinvolle informatie te vinden. Deze moet bijdragen aan de oplossing
van het organisatieprobleem. Vijfstappenplan voor deskresearch:
1. Google op producten en productgroepen. Achterhaal hier de namen van de belangrijkste
concurrenten, de functies van het product en de geschiedenis van het bedrijf of de bedrijfstak.
2. Zoek actief naar marktonderzoeksrapporten van brancheorganisaties. Google kan soms helpen
door op de naam van de branche en het woord onderzoek te zoeken. Kijk ook op de site van de
brancheorganisatie zelf. Raadpleeg altijd papieren tijdschriften en elektronische nieuwsbrieven om
bronnen te achterhalen.
3. Inspecteer het informatieaanbod van het CBS.
4. Zoek naar nieuwsfeiten en recente ontwikkelingen in de databank van Lexis Nexis. Deze bevat
krantenartikelen.
5. Raadpleeg voor trends en ontwikkelingen in een bedrijfstak de papieren tijdschriften. Kijk ook in
de databases van het tijdschrift voor marketing, adformatie en marketing research base.
3.2 Betrouwbaarheid van gegevens
Er zijn verschillende signalen die aangeven dat er iets mis is met informatie die je gevonden hebt:
1. Cijfers zijn te mooi of te ongunstig om waar te zijn
2. De onderzoeksdoelgroep verschilt van de onderzoekspopulatie
3. De bron van de cijfers heeft belang bij bepaalde uitkomsten en resultaten
4. De cijfers staan op internet
5. Het medium dat de cijfers publiceert hecht niet zoveel aan de waarheid
6. De cijfers spreken elkaar tegen of vertonen plotselinge sprongen
3.3 Gegevens uit verschillende bronnen
Soms kunnen gegevens van elkaar verschillen. Dit kot meestal doordat de cijfers verzameld zijn onder
verschillende doelgroepen, in andere tijdsperioden, met een ander onderzoeksdoel of met behulp
van verschillende enquêtevragen. Het komt een enkele keer voor dat cijfers die door één organisatie
worden gemeten niet met elkaar kloppen. Dat komt dan meestal door de gebruikte definities. Het
CBS duidt dan ook altijd zeer exact aan hoe bepaalde verschijnselen zijn gemeten. Het is logisch dat
definities in de tijd veranderen. Mensen, producten en markten ontwikkelen zich. Na verloop van tijd
moet dan ook de meetwijze van een verschijnsel worden aangepast.
3.4 Onderzoeksvraag scherper maken
Er is op het internet veel informatie te vinden. Goed zoeken begint met het stellen van goede vragen.
De marktonderzoeker zal, voordat hij het internet op gaat, een goed uitgewerkte probleemstelling en
onderzoeksvragen formuleren.
En marktonderzoeker moet aanvullend een theoretisch kader vormen. Dit kan met behulp van
bekende marketingboeken.
Het gebruik van Google kent drie fasen:
1. Inventarisatie: een zoekopdracht maken en daarvan steeds verschillende combinaties maken.
2. Geavanceerd zoeken: je kunt hierbij het taalgebied selecteren, recente informatie opvragen en