• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 10 sur 223 pages
Resume

(GESLAAGD 1ste zit!) Personen- en familierecht volledige samenvatting - Prof. Frederik Swennen I UA I 2025/2026

Document preview thumbnail
Aperçu 10 sur 223 pages

Deze samenvatting is gebaseerd op mijn eigen lesnotities (van iemand die elke les heeft bijgewoond). Daarnaast heb ik de inhoud altijd volledig aangevuld met het handboek + alle wetsartikelen toegevoegd. De samenvatting volgt exact dezelfde structuur als het boek, waardoor je alles makkelijk kan terugvinden. Met deze samenvatting alleen heb je alle nodige leerstof om te slagen voor het examen. Mijn vriendinnen hebben deze samenvatting ook gebruikt doorheen het jaar, onze cijfers varieerden van 13-16/20 in 1ste zit!

Aperçu du contenu

Marjolein Dens

Personen- en familierecht

Algemeen personenrecht: regels die van toepassing zijn op personen
zonder dat er hier een onderscheid in wordt gemaakt

PERSONENRECHT
Hoofdstuk 2: personen

AFDELING 1: Waarover gaat het?
 Wettelijke aanknopingspunten




§ De wet definieert het rechtsbegrip personen niet
 onrechtstreekse aanwijzigingen die inhoud ervan bepalen
 3 categorieën:
 1. Personen – natuurlijke en rechtspersonen
 2. Voorwerpen art. 3.38 BW
 3. Dieren
 alles zit maar in 1 categorie
 niets kan tot 2 categorieën behoren
 van elkaar te onderscheiden – strikte verdeling
 Persoon
§ Gaius  introduceerde het woord persona
o Etymologische Lantijnse betekenis
o = “toneelmasker” / rol op een toneel
o Bundel van rechten en verplichtingen  sterke verschillen

 Antropocentrisch recht
§ Gemaakt door en voor mensen
§ 2 soorten entiteiten:
o Natuurlijke personen
 Mensen zelf
o Rechtspersonen
 door en met mensen gecreëerd
 = de juridische persoon
 Mogelijkheid rechten en plichten dragen
§  deze antropocentrische benadering in het recht volstaat niet meer
 Natuurlijke persoon

, § = personen achter wier juridisch masker een menselijke persoon
‘van vlees en bloed’ schuilgaat
§ Bestaat uit 2 facetten:
o Mens van vlees en bloed met de persoonlijkheid die daarachter
zit
o Juridische persoon: de manier waarop de persoon in ons recht
verschijnt
 Rechtspersoon
§ = elke andere identiteit dan de natuurlijke persoon van wie het recht
een deelnemer aan de rechtsgemeenschap maakt
§ Publieke- en privaatrechtelijke entiteiten  krijgen
rechtspersoonlijkheid
o Vb. OH, vennootschappen, stichtingen, …
o  door en met natuurlijke personen gecreëerd
§ Dieren of voorwerpen  kunnen ook rechtspersoonlijkheid
toegekend krijgen
o  niet door of met natuurlijke persoon gecreëerd
 FOCUS 2. Over personen, voorwerpen en dieren
 deze 3 beïnvloeden elkaar
§ Basisonderscheid categorieën
§ Dieren
o Moeten rechten hebben
 Bescherming van en zorg voor dieren als wezens met gevoel
(artikel 3.38-3.39 BW)
 MAAR weinig praktisch nut
  Eerder symbolisch
o Eigen belang!  NIET algemeen belang
o Voorbeeld: verblijfsregeling voor hond invoeren (net zoals
kinderen week om week)
§ Andere dragers van leven
o Objectiefrechtelijke bescherming
o Zoals lucht, water, aarde
o  zo ontstaan rechtspraken over rechten van natuurlijke
fenomenen
§ Levenloze entiteiten
o Algemeen belang
o Immateriële waarde
o Voorbeeld: gebouwen beschermen  cultuur herdenken en
overdragen

AFDELING 2: de natuurlijke persoon
“Bestaan”:
1. Wie

, 2. Vanaf wanneer
3. Tot wanneer

1 DE MENS
Als mens (cf. ‘monstres’; cyborgs)?
Elke entiteit
die uit een mens is geboren
op basis van menselijke gameten
2 VANAF DE GEBOORTE
A) Uitgangspunt: Levende (en levensvatbare) geboorte
§ Situering
o De natuurlijke persoon verkrijgt pas rechtspersoonlijkheid op de
dag en het uur van de levende (en levensvatbare) geboorte
  (onrechtsreeks afleiden uit wetsbepalingen)
§ Begrip (art. 42 oud BW)
o Geboorte  geen rechtsbegrip (gewone woord “bevalling” is van
toepassing)
o = Levend (en levensvatbaar) uit baarmoeder gekomen
  vaststelling door arts/vroedvrouw
o Levend = enig teken van leven: hij heeft in-en uitgeademd
o Levensvatbaar
  na 180 dagen/6 maanden
 GEEN algemene vereiste (enkele uitzonderingen)
 Wel vereiste wanneer rechter vindt dat het niet-evenredig zou
zijn dat rechtgevolgen intreden na een niet-levensvatbare
geboorte
§ Akte van geboorte (art. 44 oud BW)
o Levende geboorte wordt vastgesteld in medisch attest
o Opgesteld door arts/vroedvrouw
 Eerste werkdag erna ter kennis brengen aan ambtenaar
vd burgerlijke stand van de gegboorteplaats (art. 43 oud
BW)
o Ouders moeten bij dezelfde ambtenaar aangifte doen
 Binnen de 15 dagen na de bevalling
o Ambtenaar stelt akte van geboorte op
 Vereisten (art. 44 oud BW)
§ Akte van geboorte en van overlijden
o Wanneer het kind overlijdt na de vaststelling maar voor de
aangifte van de levende geboorte
o Kind verwerft rechtspersoonlijkheid
B) Doodgeboorte
§ = Levenloze geboorte van een kind
§ Evolutie:

, o Vanuit juridisch oogpunt: lange tijd onbelangrijk
o Vanuit menselijk oogpunt: veel weerstand
o Sinds 1999: aandacht voor rouwverwerking met de volgende
oplossingen
 Begrafenis of crematie
 Geen minimumzwangerschapsduur vereist
 Alle kinderen die levensvatbaarheidsgrens nog niet
hebben bereikt  mogelijk op verzoek van ouders
 Verplicht  wanneer wettelijke levensvatbaarheidsgrens
is bereikt
 Akte van een levenloos kind
  voor rouwverwerking
 Ambtenaar moet dit opstellen (art. 58-59 oud BW)
 Zwangerschapsduur > 180 dagen: aangifte
doodgeboorte verplicht + ambtenaar moet akte
opstellen
 Zwangerschapsduur > 140 dagen: akte slechts op
verzoek van ouders
 Zwangerschapsduur < 140 dagen: juridisch niet
relevant, geen akte
 Vermeldingen: verplichte / voornamen / naam
 Geen rechtspersoonlijkheid
 * anders zou er een familierechtelijke band gevestigd
worden
C) Nog geen geboorte
§ Infans-conceptusregel: retroactieve toekenning van
rechtspersoonlijkheid aan het verwekte kind
o  verwekt kind wordt als reeds geboren (als natuurlijke persoon)
beschouwd als dit in zijn belang is
o Fictieregel
 Het kind is nog niet geboren, maar voor de toepassing vn
rechtsregels doen we alsof dat wel zo is
 Geldt slechts als bewarende maatregel, onder de
opschortende voorwaarde dat;
 het kind nadien levend en levensvatbaar wordt geboren
 Pas op dat ogenblik krijgt de fictie volle uitwerking, met
terugwerkende kracht tot aan het (wettelijk vermoeden)
tijdstip vn verwekking
 Kind niet levend en levensvatbaar geboren?
 Geen enkel rechtsgevolg + het kind wordt beschouwd
nooit bestaan te hebben

,  Is ook een fictie, want er is wel degelijk een
ongeboren mensenlijk leven geweest (maar heeft
nooit bestaan als natuurlijke persoon)
  door deze fictie buiten werking te laten,
vermijdt de wetgever dat de rechtsorde onnodig
verstoord wordt
o “verwekking”
 eicel/embryo in baarmoeder;
 met het inherente vermogen om zich tot mens te ontwikkelen;
 ononderbroken ontwikkeling tot mens moet zijn ingezet
 vermoeden vn verwekking (art. 326 oud BW)
o Wettelijke toepassingen
o Ruimere toepassing?
 Kan ruimer worden toegepast dan wat HvC beschouwt als
algemeen rechtsbeginsel
 Vb. wnr persoon zwangere vrouw neersteekt
 Kan baby schade toebrengen
  aansprakelijk?  infans-cenceptusregel toepassen
§ FOCUS 3: Het menselijke leven voor de geboorte
o  voor geboorte al ingrijpen ter bescherming vh kind
o Situering
 Principe: natuurlijke persoon  bestaat vanaf de levende (en
levensvatbare) geboorte v/e mens
 Voor de geboorte: hele evolutie vh menselijk leven
 Gameet  zygoot  embryo  foetus (kan ononderbroken
of onderbroken zijn)
 Volgens deze indeling in juridische categorieën, is het
ongeboren menselijk leven (zowel in als buiten het
menselijke lichaam) een voorwerp
 Infans-conceptusregel volgt dit ook (wordt pas
retrocactief toegepast na levende en levensvatbare
geboorte)
 Ongeboren menselijk leven herleiden tot voorwerp  veel
weerstand
 Er kan geen octrooi worden genomen op het gebruik van
menselijke embryo’s voor industriële of commerciële
doeleinden
 HvJ  breidde dit verbod uit tot de niet-bevruchte
menselijke eicel
 EHRM  vindt dat de embryo buiten het menselijk lichaam
niet kan worden beschouwd als eigendom vd vrouw met
wier eicel het is gecreëerd

,  Want het begrip eigendom moet een financiële en
economische betekenis hebben (art. 1, Eerst Protocol
EVRM)
o Dadelijke bescherming van verwekt leven:
menswaardigheid
 Infans-conceptusregel  laat geen dadelijke bescherming toe
aan een verwerkt leven voor deze al levend (en levensvatbaar)
is geboren
 Vb. jeugdhulpverlening is niet mogenlijk ten aanzien vh
verwerkte kind bij schadelijk gedrag v/e zwangere persoon
(vb. drugsverslaafd)
 De belangen vh kind kunnen ook niet worden afgewogen
tegenover de beslissngen v/e zwangere persoon over het
levenseinde of de zwangerschapsafbreking
 Maar onrechtmatige beëindiging vn ongeboren menselijk
leven  moord, doodslag of slagen en verwondingen met
dood tot gevolg
  DAAROM soms menselijk leven al vanaf verwekking (of later
moment in zwangerschap) rechtspersoonlijkheid toekennen
 Vb: ‘het recht op leven van eenieder’ (art. 2 EVRM) 
ongeboren mens ook als eenieder beschouwen
 In 2 zaken over het recht op leven weigerde het EHRM om
antwoord te geven op de vraag of het ongeboren menselijk
leven als rechtspersoon beschouwt mag worden
 Ook over art. 8 EVRM wou het EHRM zich niet uitspreken over
de kwalificatie vh ongeboren menselijk leven
o Nog niet verwekt leven
 Vb. binnen joodse gemeenschap zijn personen nauw verwant
 drm testen of 2 personen een kind mogen maken
 wat als arts fout maakt?  aansprakelijk?  nog geen
antwoorden op

3 TOT AAN HET OVERLIJDEN
A) Overlijden
§ Situering
o Natuurlijke persoon eindigt te bestaan vanaf moment overlijden
  onrechtstreeks afleiden uit relevante wetsbepalingen
 geen titularis meer van zakelijke rechten (art. 3.14 en 4.1
BW)
§ Begrip
o Overlijden (geen rechtsbegrip)  medisch vastgesteld door arts
 Stelt attest op (art. 55, §1 oud BW)
o Dood = hersendood

,  Hersenfunctie onherstelbaar geëindigd (inclusief
hersenstam)
o Overleden natuurlijke persoon = lijk
§ Akte van overlijden
o Door ambtenaar vd burgerlijke stand
 Vanaf hij overlijdensattest ontvangt
 Kennisgeving van overlijden wordt aangegeven door een
persoon die de inlichtingen kan meedelen (BW bepaalt
niet wie dit moet doen)
o Vermeldingen (art. 56 oud BW)
B) Afwezigheid (art. 112-125 oud BW)
§ = onzekerheid over leven of dood door verdwijning van persoon
§ Situering
° Evenwicht bereiken tussen belangen vd afwezige persoon en
belangen vd achterblijvers
° Tweetrapsregeling: i + ii
i) Vermoeden van afwezigheid
(a) Algemeen
 Voorwaarden: driemaandenregel
 Persoon is gedurende 3 maanden niet meer in zijn woon-
of verblijfsplaats verschenen
 Er is gedurende deze 3 maanden geen nieuws van hem
ontvangen
 Daaruit vloeit onzekerheid voort of hij nog in leven is (art.
112, §1 oud BW)
 Gevolgen
 Aan deze voorwaarden voldaan?  vermoeden van
afwezigheid vastellen (op verzoek!)
 Rechter moet belangen van vermoedelijke afwezige
behartigen
 Goederen vd persoon
 Beheerd door algemeen gevolmachtigde
 Geen algemeen gevolmachtigde?  gerechtelijk
bewindvoerder
 Kinderen vd persoon
 Voogdijrecht (art. 125 oud BW)
 Afwezige enige ouder: voogdij valt open
 Andere beschikbare ouder: die oefent alleen
gezag uit
 300 dagen na verdwijning: afwezige wordt niet
automatisch ouder bij bevalling door
echtgenoot
 Huwelijk/relatie

,  Geen rechtstreekse gevolgen
 Wel bijzondere bescherming voor achterblijvende
echtgenoot of wettelijk samenwonende
 procureur des Konings (art. 112, §2 oud BW)
 Moet waken over belangen van vermoedelijke
afwezige
 Einde
 (1) Mogelijke terugkering of terug nieuws ontvangen
 Persoon kan derdenverzet aantekenen tegen
gerechtelijke vaststelling van vermoeden van
overlijden
 Vrederechter beëindigt gerechtelijk bewind
zowiezo
 Maatregelen in verband met de lidneren vervallen

 (2) Vermoeden eindigt door het overlijden (terugvinden
identificeerbaar lijk)
 Gerechtelijke bewind eindigt

 (3) Vermoeden eindigt door verklaring van afwezigheid

(b)Gerechtelijk bewind (niet kennen)
ii) Verklaring van afwezigheid
 Voorwaarden: vijfjaarsregel of zevenjaarsregel
 5 jaar verstreken sinds vaststelling vermoeden
afwezigheid
 Of 7 jaar verstreken sinds men nieuws ontving van
afwezige
 (kan ook als verklaring van afwezigheid nooit is
uitgesproken)
 Vermoeden van afwezigheid is GEEN verplichte
voorafgaande eerste trap aan de verklaring van
afwezigheid

 Verzoek moet worden bekend gemaakt in:
 Belgisch Staatsblad
 2 lokale dagbladen
 1 nationaal dagblad in taal v. procedure
 Verklaring van afwezigheid kan pas 1 jaar na laatste
bekendmaking worden uitgesproken (art. 119-120 oud
BW)
 Gevolgen

,  Vanaf datum opmaak akte van afwezigheid  zelfde
gevolgen van een overlijden (art. 121, §2 oud BW)
 Fictie die de vorm vd burgerlijke dood aanneemt
 Kinderen:
 Voogdijrecht (indien nodig)
 Geen regeling ivm vaderschap of meemoederschap
 Terugkeer van de betrokkene
 Akte van afwezigheid verbeteren door:
 Vordering tot verbetering van akte vd burgerlijke
stand (art. 35jo. 122 oud BW)
 Vastgesteld dat afwezige nog leeft
 Bekendgemaakt op dezelfde wijze als verklaring en
verzoek afwezigheid (art. 123 oud BW)

C) Gerechtelijke verklaring van overlijden (art. 126-135 oud
BW)
§ = verklaring van overlijden (zekere dood, maar geen (zeker) lijk)
§ Situering
o zekerheid dat persoon overleden is  MAAR vaststelling daarvan
onmogelijk omdat er geen (identificeerbaar) lijk is
 = verdwenen persoon
 Vb: gezin verbleef in hotel , hotel verdween tijdens tsunami 
gezin ook
  vanuit gaan dat gezin in tsunami is overleden
§ Voorwaarden
o 3 gezamenlijke voorwaarden voor gerechtelijke verklaring v
overlijden
 Geen akte van overlijden
 In levensbedreigende omstandigheden verdwenen
 Geen (identificeerbaar) lijk
 Overlijden kan als zeker worden beschouwd (art. 126
oud BW)
o Kan op inititatief vd rechtbank in Belgisch Staatsblad worden
gepubliceerd
o Enkel ad-hocbeschermingsmaatregelen (tijdens procedure) (art.
128 oud BW)
§ Gevolgen
o Overlijden bewezen?  rechtbank stelt dit gerechtelijk vast
o Vonnis: dezelfde vermeldingen als bij akte v overlijden (art. 131
oud BW)
o Ambtenaar vd burgelijke stand stelt akte v overlijden op (art. 132
oud BW)
§ Verbetering

, o Persoon toch nog in leven?  (art. 35jo, 134, eerste en tweede lid
oud BW)
 Bekendgemaakt in Belgisch Staatsblad, 2 lokale
dagbladen en 1 nationaal dagblad in taal vd procedure)
§ FOCUS 4: het menselijke leven na de dood
o Situering
 Persoon verdwijnt niet  geen regels over juridisch statuut,
want dood is heel verschillend
 3 regels om toe te passen:
o 1. Staat van de overledene
 Kan post mortem nog worden vastgelegd
 Vb: toekenning nationaliteit kind v overleden Belg
 Vb: nietigverklaring v huwelijk (art. 184 e.v. oud BW)
o 2. Vermogen van de overledene
 Gaat over op zijn wettelijke of aangeduide erfgenamen
 Soms blijft vermogen zelf voortbestaan als nalatenschap
o 3. Persoonlijkheidsrechten van de overledene
 Onderscheid tussen 2 soorten becherming:
 Objectiefrechtelijke bescherming
 Algemeen belang
 Bescherming vd private belangen vd nabestaanden
 *Niet van hoogstpersoonlijke belangen!  die doven uit

AFDELING 3: de menselijke persoon en zijn persoonlijkheidsrechten

1 WAAROVER GAAT HET
§ Situering
o Elke mens van vlees en bloed, met gedachten, gevoelens, …
o Iedereen eigen persoonlijkheid ( juridisch beschermd)
 2 vormen:
 Afweerrecht: de oh en andere burgers te weerhouden van
binnen te komen in uw persoonlijkheid
 Actief zeggenschap: zelf beslissen hoe je je
persoonlijkheid vorm geeft (vb. kiezen voor een piercing of
een tattoo)
  er wordt meer belang gehecht aan afweerrecht
o Persoonlijkheidsrechten = regels over de mens zijn
gedachten, gevoelens, lichaam en gedrag
 afgeleide vd grondrechten (recht voor burgers om
zichzelf te beschermen)
o Lichaam voorwerp
o Ook betrekking op sociale component (wel of niet bepaalde
relaties aangaan)

Table des matières

  1. 01 Hoofdstuk 2: personen 1
    1. AFDELING 1: Waarover gaat het? 1
    2. AFDELING 2: de natuurlijke persoon 2
    3. AFDELING 3: de menselijke persoon en zijn persoonlijkheidsrechten 10
    4. AFDELING 4: de juridische persoon en zijn staat 15
    5. AFDELING 5: de identificatie van de natuurlijke persoon 20
  2. 02 Hoofdstuk 3: Belgen en vreemdelingen  bijzonder personenrecht 30
    1. AFDELING 1: waarover gaat het het? 30
    2. AFDELING 2: kenmerken vh Belgische nationaliteitsrecht 34
    3. AFDELING 3: de algemene bepalingen van het WBN 34
    4. AFDELING 4: verwerving vd Belgische nationaliteit 35
    5. AFDELING 5: het verlies vd Belgische nationaliteit (art. 22 en volgende WBN) 42
  3. 03 Hoofdstuk 4: onbekwaamheid en bewind 44
    1. AFDELING 1: waarover gaat het? 45
    2. AFDELING 2: onbekwaamheid 45
    3. AFDELING 3: bewind 48
  4. 04 Hoofdstuk 5: minderjarigen 50
    1. AFDELING 1: Waarover gaat het? 50
    2. AFDELING 2: niet-ontvoogde minderjarigen 50
    3. AFDELING 4: meerderjarigen (art. 488 oud BW) 54
  5. 05 Hoofdstuk 6: meerderjarige beschermde personen art. 488 en volgende BW 54
    1. AFDELING 1: Waarover gaat het? 54
    2. AFDELING 2: toepassingsgebied 488/1 en 488/2 56
    3. AFDELING 3: buitengerechtelijke bescherming 57
    4. AFDELING 4: rechterlijke bescherming 62
  6. 06 Hoofdstuk 7: personen met een psychiatrische aandoening 71
    1. AFDELING 1: Waarover gaat het? 71
    2. AFDELING 2: exclusief karakter van de wet 73
    3. AFDELING 3: toepassingsvoorwaarden 74
    4. AFDELING 4: beschermingsmaatregelen 77
    5. AFDELING 5: de handelingsbekwaamheid van de persoon met een psychiatrische aandoening 82
  7. 07 Hoofdstuk 9: echtgenoten 82
    1. AFDELING 1: Waarover gaat het? 82
    2. AFDELING 2: aangaan 83
    3. AFDELING 3: inhoud van het huwelijk 91
    4. AFDELING 4: ontbinding 106
  8. 08 Hoofdstuk 10: Wettelijk samenwonenden 129
    1. AFDELING 1: Waarover gaat het? 129
    2. AFDELING 2: aangaan 130
    3. AFDELING 3: inhoud 132
    4. AFDELING 4: ontbinding 133
  9. 09 Hoofdstuk 11: Feitelijk samenwonenden 134
    1. AFDELING 1: Waarover gaat het? 134
    2. AFDELING 2: aangaan 135
    3. AFDELING 3: inhoud 135
    4. AFDELING 4: ontbinding 136
  10. 10 Hoofdstuk 12: ouders 138
    1. AFDELING 1: inkt, bloed, melk, water 138
    2. AFDELING 2: afstamming 147
    3. AFDELING 3: adoptie 178
  11. 11 Hoofdstuk 13: Opvoeders 192
    1. AFDELING 1: Gezag 192
    2. AFDELING 2: Levensonderhoud 204
    3. AFDELING 3: Overheidstoezicht 212
  12. 12 Hoofdstuk 14: Verwanten 218
    1. AFDELING 1: Wie zijn de verwanten? 218
    2. AFDELING 2: algemene inhoud 220
    3. AFDELING 3: levensonderhoud 220

Infos sur le Document

Cours
Publié le
31 juillet 2026
Nombre de pages
223
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€9,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
1
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
2 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions