Topic 1 vragen:
1. Wat is filosofie? Leg uit aan de hand van de drie structurele
elementen
3 elementen Filosofie is:
A. nadenken/ reflecteren
ND: aanwezigheid van bewustzijn, nadenken op het vermogen tot
bewustzijn van zichzelf
Refl: terugbuigen, het vermogen stil te staan en terug te blikken, terug te
buigen op jezelf, op wat voorbij is en dat te bedenken.
Filosofie begint bij het vermogen tot stilvallen bij en reflecteren op jezelf,
op de dingen, op het leven. Het is aldus 'epochaal' denkwerk. Dat wil
zeggen dat het filosofische denken een onderbreking, een halte is op de
tijdslijn. Het leert dat het het tegendeel is van iets dat zich ver van het
concrete leven afspeelt.
B. radicaal en fundamenteel nadenken
(filosofie probeert an sich te bereieken) an sich vs fur mich:
Het onderscheid de werkelijkheid zoals ze is (=an sich) en onze ervaring
v/d werkelijkheid uit ons standpunt. (=fur mich, dus subjectief) zie vb
water p 6!
• Filosofie benadert werkelijkheid in haar geheel:
,Radicaal =graaft naar wortels vd werkelijkheid
Fundamenteel denken= dringt door tot de fundamenten van de
werkelijkheid (zonder sterke fundering zou het in de grond zaken.)
(Filosofische vragen zijn steeds radicale of Fundamentele vragen) vb. 6
blinde uit hindoe
C. radicaal en fundamenteel nadenken vanuit de ervaring van
Verwondering
Waarom wil de mens per se die werkelijkheid ‘an sich' bereiken? Het
antwoord is eenvoudig: omdat hij zich kan verwonderen. Die verw stuurt
hun in kracht van filosofere
Verwondering= de bron van filosofie (alles begint vanuit verwondering,
ontmoeting..)
verw is een nieuwe ervaring die niet of moeilijk i/h syst past dat je
gevormd hebt.
Wonder is geen synoniem voor een ‘mirakel’: Een wonder is iets gewoon,
dat vaak voorkomt, en toch wonderbaar en telkens verrassend nieuw is.
(kind nog veel, neemt af)
Een mirakel is iets uitzonderlijk, eenmalig spectaculair, extraordinair en
boven-natuurlijk
Via verwondering is wetenschap ontstaan , zonder verwondering is er
geen vooruitgang
Mythe (wonderlijke voorvallen) gingen vooraf aan de verwondering
3 elementen van verwondering 1)spontaan getroffen worden 2) zekere
wonde 3) bewondering en fascinatie
2. Geef aan de hand van een metafoor weer wat er precies
bedoeld wordt met ‘filosofie’
De metafoor van de boom betekent dat filosofie naar de wortels van de
werkelijkheid zoekt, terwijl andere wetenschappen alleen afzonderlijke delen
bestuderen. Filosofie probeert dus de fundamentele betekenis en het geheel van
de werkelijkheid te begrijpen.
3. Beschrijf het premoderne/moderne/postmoderne
wereldbeeld
, 3 wereldbeelden:
1)premoderniteit/ traditionele wb (500-1500 na chr)
= samenleving & heelal als hiërarchisch en organisch geheel
God staat vanboven /Alles is verbonden met elkaar, alles komt voort uit
groeiproces
• De werkelijkheid = als levend organisme: hiërarchisch en organisch geheel
• De mens = afhankelijk, niet autonoom (=dus niet eigen leven controleren)
• God(en) = vanzelfsprekend (=mens is afhankelijk van god, moet niet
nadenken over zichzelf)
• De tijd = cyclisch (leeft op ritme van natuur, landbouw, seizoenen..)
• De moraal = voorgegeven door de Schepper (god gehoorzamen, alles wat
er werd gedaan was in relatie tot en met god)
• Het leven = platteland & (kleine) dorpscultuur
Verschil in germaanse religiositeit en christelijke godsdienst!! (dia 27-28!)
Gevolg= dualisme Voor Plato zijn er dus twee volledig gescheiden werelden:
een fysische (waarneembare, stoffelijke) eneen niet-fysische (meta-fysische,
onstoffelijke, geestelijk
(Dualisme= zorgt voor 2 gescheiden zaken, het ene is superieur aan het andere)
2)moderniteit/moderne wb (vanaf 1500) wereld werd gezien als machine
(=alles moet draaiende blijven, efficiënt zijn) = het liberale wereldbeeld
• Bereikt Hoogtepunt in de ‘Golden Sixties’ (maar ook het verval)
• Opkomst van de wetenschappen
• Werkelijkheid: een analyseerbaar mechanisme, De hoevraag wordt
belangrijk (ipv wrm)
• Mens: Autonoom(=eigen keuzes maken) eenzaam subject
door sterke focus valt verbinding met god en andere weg , je wordt
eenzamer/individualistischer
, Vertrekt vanuit de twijfel ipv verwondering (dubito ergo sum) Het feit dat je
twijfelt dat je kan nadenken feit dat je bestaat
• God: Van meester constructeur over agnosticisme (=twijfel of god bestaat,
bewijs nodig) & deïsme(=passieve god) naar atheïsme(=geen geloof in
god)
• Wantrouwen (tegenover de godsdienst)
• Over de tijd:lineair(=vernieuwing, vooruitgang,groei) vs. Circulair
• Over de moraal: zelfontplooiing= vrijheid en emancipatie
• Over leven : stad industrie (verstedelijkte cultuur, wordt dominante
leefomg
Meesters in wantrouwen marx, freud,Nietschze
3)postmoderniteit/postmoderne wb (sinds jaren 60) (=hollistische kijk)
• wereld ≈ kunstwerk / esthetische categorie
• paradigma van de moderniteit raakt in crisis
• De werkelijkheid is een delicate creatie (=kwetsbaarder geworden)
• eerste tekenen van een nieuw cultuurverstaan
• Radicale wereldbeeld (=radicale kritiek op moderniteit)
Welvaart is niet hetzelfde als welzijn (dit was wel het geval in moderniteit)
De mens = autonoom in verbondenheid (verbinding terug belangrijk):
– nog geen duidelijke sociale wortels
– mogelijk tot groeien naar een meer solidaire benadering van het
leven
– Respect voor het verschil & authenticiteit
– Pluralisme= met meerdere beschouwingen/identiteiten samenleven
– Charles Taylor omschrijft het ideaal van onze tijd als het ideaal van
deauthenticiteit. Dit ideaal houdt de overtuiging in dat elke mens vanuit
zijn uniciteit een originelebijdrage te leveren heeft.
God:
-Geen almachtige koning
-De zwakheid en liefde van God…
-Godsbeeld: appellerende God (g kan niet zonder ons en wij niet zonder hem)
-Het kan anders met onze wereld
-Meewerken aan het scheppingsverhaal