1: Correlationeel vs. experimenteel onderzoek
Onderzoekers willen begrijpen hoe mensen zich ontwikkelen en waarom
veranderingen gebeuren. Daarvoor bestaan verschillende onderzoeksdesigns (=
manieren om onderzoek te doen).
De twee belangrijkste zijn:
Correlationeel (observationeel) onderzoek
Experimenteel onderzoek
Het verschil is heel belangrijk, want het bepaalt welke conclusies je mag trekken.
Correlationeel / observationeel onderzoek
Basisidee
De onderzoeker grijpt niet in.
Hij/zij observeert alleen wat er gebeurt.
Je kijkt naar mensen zoals ze zijn in hun normale leven.
Wat doet de onderzoeker?
Observeren wat er gebeurt
Vragenlijsten afnemen
Gedrag meten
Ontwikkeling volgen over tijd
Verbanden zoeken tussen factoren
Er wordt NIETS veranderd in de omgeving.
Doel: samenhang ontdekken
Je onderzoekt of twee dingen met elkaar samenhangen.
Bijvoorbeeld:
Moederlijke warmte ↔ gedrag kind
Stress moeder ↔ huilen baby
Leeftijd ↔ schoolprestaties
Je kijkt dus: "Gaan deze dingen samen?"
Correlatiecoëfficiënt (sterkte van verband)
1
, Samenhang wordt vaak uitgedrukt met een getal tussen -1 en +1.
Betekenis:
+1 → sterk positief verband (meer van A = meer
van B)
-1 → sterk negatief verband (meer van A = minder
van B)
0 → geen verband
De grootte = hoe sterk het verband is.
Het teken = richting van het verband.
Voorbeelden
Positief: meer moederlijke warmte → meer
gehoorzaamheid kind
Negatief: meer negeren → minder
gehoorzaamheid
Soms gebruikt men geen correlatiegetal maar
vergelijkt men groepen (bv. t-test).
Belangrijk: GEEN oorzaak vaststellen
Dit is het belangrijkste punt.
Correlationeel onderzoek kan geen causaliteit bewijzen.
Je mag dus niet zeggen: "A veroorzaakt B”
Je mag alleen zeggen: "A hangt samen met B" of "A voorspelt B"
Waarom geen oorzaak?
Omdat meerdere verklaringen mogelijk zijn.
1: A veroorzaakt B
Baby huilt → moeder krijgt stress.
2: B veroorzaakt A
Moeder stress → baby voelt spanning → huilt.
3: Derde factor veroorzaakt beide
Bijvoorbeeld: ziekte kind → baby huilt + moeder stress.
Klassiek voorbeeld: schoenmaat en rekenen
2