Inleiding tot het recht
Les 1: 12/02/2025
Deel 1: Het Belgische rechtssysteem in een internationale rechtsorde
1. Wat is recht?
-> je hebt rechtsregels en rechtsleer, hier gaat het over rechtsregels
• Juridisch geformuleerde gedragsvoorschriften (regels, gebod (je moet iets) of verbod (je
mag iets niet))
Bv: in de statistiek heeft het woord significant een andere betekenis dan het woord dat
men in het dagelijks leven gebruikt
o Gericht aan?
-> een specifieke groep, heel de samenleving of een individu
o Rechtsstaat!
-> zij die de regels maken zijn er ook aan gebonden
• met de bedoeling de maatschappij te ordenen of te sturen (beleidskeuze)
-> vertrekken vanuit een bepaalde doelstelling en de regels hebben de bedoeling om het
gedrag van de maatschappij te sturen in een bepaalde richting
o Versus effect?
-> het middel om dat doel te bereiken kan effecten hebben en daar wordt nog te
weinig aandacht aan gegeven.
• die in principe afdwingbaar zijn door de overheid (sanctie)
-> regels worden vaak spontaan nageleefd
-> overheid heeft het monopolie om een sanctie te geven (niet altijd straf sancties)
-> niet op elke wet staat een sanctie, niet elke wet is een gebod of verbod. Een wet kan
ook een procedure bepalen, een definitie vormen, een instelling oprichten,…
• Recht is het geheel van alle regels, instellingen,… in de samenleving.
“Het” recht?
• Beleidskeuzes variëren in tijd en ruimte
o Historisch gedetermineerd en gegroeid
Bv: contracten bestonden al eeuwen geleden
Bv: ons burgerlijk wetboek stamt af uit de tijd van Napoleon
o Voortdurend in evolutie
-> voortdurend nieuwe wetten of aanpassingen
o Verschillen tussen landen/ rechtssystemen
-> civil law >< common law (judge made law)
• Versnipperd over beleidsniveaus
o Internationaal en supranationaal recht
o Nationaal recht
- Federaal, regionaal, lokaal, …
, o Hiërarchie der rechtsnormen
o Bevoegdheidsverdeling
Wie ziet “het recht” nog door de bomen?
• Iedereen wordt geacht “het recht” te kennen
-> soms is dat makkelijk en zijn de regels ingeburgerd en volgen we die zonder er over na
te denken
Bv: verkeersborden helpen ons om de regels na te leven
o Maar: complex en versnipperd
-> versnipperd over verschillende beleidsniveaus
o Voorwaarde: minstens ken-baar
- Gepubliceerd
-> in België in het Belgisch staatsblad
- In werking getreden
-> een regel geld pas vanaf de dag dat de regel in werking treedt
- Niet retroactief?
-> zeggen dat een nieuwe regel al van toepassing is vanaf vorig jaar (mag
eigenlijk niet, maar gebeurt soms)
-> terugwerkende kracht
- Mildere strafwet is een uitzondering, dat is wel automatisch retroactief
2. Basisindeling van het recht
Publiek >< privaat recht
• Publiek recht
o Verhouding overheid – burger (meestal) (verticaal)
o Overheid – overheid (horizontaal)
Bv: nationaal en internationaal recht
• Privaat recht
o Verhouding burger – burger (meestal) (horizontaal)
Bv: erfrecht, contracten, trouwen
o Overheid – burger (verticaal)
Bv: overheid kan ook een contract hebben met de burger
• MAAR! Scheidingslijn niet steeds duidelijk, regels uit verschillende delen van toepassing
op één situatie, gemengde rechtstakken, verregaande verstrengeling, …
(onvolledig) overzicht van rechtstakken (niet vanbuiten kennen)
, 3. Basisbegrippen
• Objectief recht (“the law”- abstract & algemeen) verleent subjectieve rechten (“rights”-
concreet & toegepast)
-> geheel van regels die bestaan op een bepaald moment gemaakt door politici en die
verlenen individuele rechten aan bijvoorbeeld bedrijven
Bv: er bestaat de wet dat iemand die schade veroorzaakt dit ook moet vergoeden. In een
concreet geval zal je dus de laptop die je kapotmaakte moeten terugbetalen.
Op wie is het recht van toepassing?
• Rechtssubject
o Drager van (subjectieve) rechten en plichten
o Natuurlijke personen >< rechtspersonen (bedrijven, instellingen,…) (fictieve
personen die als één persoon voor de rechtbank kan komen)
o Rechtsbekwaam >< handelingsbekwaam
-> subjectieve rechten kunnen we uitvoeren doorheen ons hele leven >< we
kunnen de subjectieve rechten niet altijd zelf uitvoeren (bv: in een instelling
geplaatst)
• Rechtsobject
o Zaak waarover rechtssubjecten hun subjectieve rechten uitoefenen
Bv: je verkoopt je huis, dan is je huis het rechtsobject
Rechtshandeling >< rechtsfeit
, • Rechtshandeling: handeling uitgevoerd uit wil om een rechtsgevolg te creëren
o Eenzijdig
o Meerzijdig: meerdere rechtssubjecten
Bv: contracten tussen meerdere personen
o Verschillende soorten: translatief, constitutief, declaratief
o Met verschillende gevolgen: genot of behoud, beheer of bestuur, beschikking
• Rechtsfeit: geen wil om een rechtsgevolg teweeg te brengen
Bv: meerderjarig= stemmen, bepaalde beslissingen nemen
-> gevolg van het feit dat je 18 bent en niet omdat je dat perse wilt
Bv: botsing veroorzaakt
4. Introductie tot de rechtsstaat
Basisbeginselen van de rechtsstaat
• Wetgevende en uitvoerende macht: maken de rechtsregels
• Rechterlijke macht: voert de regels uit en spreken recht
4.1 Scheiding der machten
• Is er al sinds de 18e eeuw
• Met het idee dat machtsconcentratie tot misbruik zal leiden
Les 1: 12/02/2025
Deel 1: Het Belgische rechtssysteem in een internationale rechtsorde
1. Wat is recht?
-> je hebt rechtsregels en rechtsleer, hier gaat het over rechtsregels
• Juridisch geformuleerde gedragsvoorschriften (regels, gebod (je moet iets) of verbod (je
mag iets niet))
Bv: in de statistiek heeft het woord significant een andere betekenis dan het woord dat
men in het dagelijks leven gebruikt
o Gericht aan?
-> een specifieke groep, heel de samenleving of een individu
o Rechtsstaat!
-> zij die de regels maken zijn er ook aan gebonden
• met de bedoeling de maatschappij te ordenen of te sturen (beleidskeuze)
-> vertrekken vanuit een bepaalde doelstelling en de regels hebben de bedoeling om het
gedrag van de maatschappij te sturen in een bepaalde richting
o Versus effect?
-> het middel om dat doel te bereiken kan effecten hebben en daar wordt nog te
weinig aandacht aan gegeven.
• die in principe afdwingbaar zijn door de overheid (sanctie)
-> regels worden vaak spontaan nageleefd
-> overheid heeft het monopolie om een sanctie te geven (niet altijd straf sancties)
-> niet op elke wet staat een sanctie, niet elke wet is een gebod of verbod. Een wet kan
ook een procedure bepalen, een definitie vormen, een instelling oprichten,…
• Recht is het geheel van alle regels, instellingen,… in de samenleving.
“Het” recht?
• Beleidskeuzes variëren in tijd en ruimte
o Historisch gedetermineerd en gegroeid
Bv: contracten bestonden al eeuwen geleden
Bv: ons burgerlijk wetboek stamt af uit de tijd van Napoleon
o Voortdurend in evolutie
-> voortdurend nieuwe wetten of aanpassingen
o Verschillen tussen landen/ rechtssystemen
-> civil law >< common law (judge made law)
• Versnipperd over beleidsniveaus
o Internationaal en supranationaal recht
o Nationaal recht
- Federaal, regionaal, lokaal, …
, o Hiërarchie der rechtsnormen
o Bevoegdheidsverdeling
Wie ziet “het recht” nog door de bomen?
• Iedereen wordt geacht “het recht” te kennen
-> soms is dat makkelijk en zijn de regels ingeburgerd en volgen we die zonder er over na
te denken
Bv: verkeersborden helpen ons om de regels na te leven
o Maar: complex en versnipperd
-> versnipperd over verschillende beleidsniveaus
o Voorwaarde: minstens ken-baar
- Gepubliceerd
-> in België in het Belgisch staatsblad
- In werking getreden
-> een regel geld pas vanaf de dag dat de regel in werking treedt
- Niet retroactief?
-> zeggen dat een nieuwe regel al van toepassing is vanaf vorig jaar (mag
eigenlijk niet, maar gebeurt soms)
-> terugwerkende kracht
- Mildere strafwet is een uitzondering, dat is wel automatisch retroactief
2. Basisindeling van het recht
Publiek >< privaat recht
• Publiek recht
o Verhouding overheid – burger (meestal) (verticaal)
o Overheid – overheid (horizontaal)
Bv: nationaal en internationaal recht
• Privaat recht
o Verhouding burger – burger (meestal) (horizontaal)
Bv: erfrecht, contracten, trouwen
o Overheid – burger (verticaal)
Bv: overheid kan ook een contract hebben met de burger
• MAAR! Scheidingslijn niet steeds duidelijk, regels uit verschillende delen van toepassing
op één situatie, gemengde rechtstakken, verregaande verstrengeling, …
(onvolledig) overzicht van rechtstakken (niet vanbuiten kennen)
, 3. Basisbegrippen
• Objectief recht (“the law”- abstract & algemeen) verleent subjectieve rechten (“rights”-
concreet & toegepast)
-> geheel van regels die bestaan op een bepaald moment gemaakt door politici en die
verlenen individuele rechten aan bijvoorbeeld bedrijven
Bv: er bestaat de wet dat iemand die schade veroorzaakt dit ook moet vergoeden. In een
concreet geval zal je dus de laptop die je kapotmaakte moeten terugbetalen.
Op wie is het recht van toepassing?
• Rechtssubject
o Drager van (subjectieve) rechten en plichten
o Natuurlijke personen >< rechtspersonen (bedrijven, instellingen,…) (fictieve
personen die als één persoon voor de rechtbank kan komen)
o Rechtsbekwaam >< handelingsbekwaam
-> subjectieve rechten kunnen we uitvoeren doorheen ons hele leven >< we
kunnen de subjectieve rechten niet altijd zelf uitvoeren (bv: in een instelling
geplaatst)
• Rechtsobject
o Zaak waarover rechtssubjecten hun subjectieve rechten uitoefenen
Bv: je verkoopt je huis, dan is je huis het rechtsobject
Rechtshandeling >< rechtsfeit
, • Rechtshandeling: handeling uitgevoerd uit wil om een rechtsgevolg te creëren
o Eenzijdig
o Meerzijdig: meerdere rechtssubjecten
Bv: contracten tussen meerdere personen
o Verschillende soorten: translatief, constitutief, declaratief
o Met verschillende gevolgen: genot of behoud, beheer of bestuur, beschikking
• Rechtsfeit: geen wil om een rechtsgevolg teweeg te brengen
Bv: meerderjarig= stemmen, bepaalde beslissingen nemen
-> gevolg van het feit dat je 18 bent en niet omdat je dat perse wilt
Bv: botsing veroorzaakt
4. Introductie tot de rechtsstaat
Basisbeginselen van de rechtsstaat
• Wetgevende en uitvoerende macht: maken de rechtsregels
• Rechterlijke macht: voert de regels uit en spreken recht
4.1 Scheiding der machten
• Is er al sinds de 18e eeuw
• Met het idee dat machtsconcentratie tot misbruik zal leiden