Hoofdstuk 3: Besmetting, bederf en
voedselveiligheid van enkele belangrijke
groepen van levensmiddelen
Inhoud
1.1 Vlees en vleesproducten.....................................................................2
1.1.1 Vlees.............................................................................................2
1.1.2 Vleeswaren...................................................................................6
1.2 Ei- en eiproducten...............................................................................7
1.2.1 Eieren............................................................................................7
1.2.2 Eiproducten...................................................................................8
1.3 Melk en melkproducten.......................................................................9
1.3.1 Melk (koemelk).............................................................................9
1.3.2 Boter...........................................................................................11
1.3.3 Kaas............................................................................................12
1.3.4 Melkpoeder.................................................................................13
1.3.5 Yoghurt/ gefermenteerde zuiveldranken (karnemelk).................13
1.4 Vis, visproducten, schaal- en schelpdieren.......................................14
1.4.1 Vis...............................................................................................14
1.4.2 Schaal- en schelpdieren..............................................................17
1.5 Volconserven.....................................................................................18
1.6 Droge voedingsmiddelen..................................................................19
1.6.1 Granen en graanproducten.........................................................20
1.6.2 Deegwaren.................................................................................20
1.6.3 Specerijen en kruiden.................................................................20
1.7 Samengestelde voedingsmiddelen...................................................21
1.7.1 Kokswaren..................................................................................21
1.7.2 Gekoelde maaltijden...................................................................22
1.7.3 Banketbakkerswaren..................................................................22
1.8 Groenten en fruit..............................................................................23
1.9 Noten................................................................................................24
1
,Levensmiddelenmicrobiologie Hoofdstuk 3
1.1 Vlees en vleesproducten
1.1.1Vlees
1.1.1.1 Rauw vlees
Rauw vlees=> kwantitatieve besmettingsgraad?
Vlees van een karkas van een goeder uitgerust, gezond slachtdier-
direct na slachten=> inwendig steriel “gestresseerd dier”: vlees
kan besmet zijn
Verschillende bewerkingen + als slechte algemene
hygiëne=> besmetting met entero’s=> kiemgetal neemt toe tot
103 à 106 kve/cm2 (aan het oppervlak)
Met welke kiemen initieel besmet?
Initiële besmetting=> vooral mesofielen
Tijdens verder koeling=> verschuiving naar psychrotrofen en
psychrofielen
Bij hygiënische vleesbewerking: aantal pathogenen relatief gering en
dominantie van bedervers
Belangrijkste bedervers:
o Gram -negatieve bacteriën: Acinetobacter-Moraxella,
Aeromonas, Alcaligenes, Flavobacterium, Pseudomonas en
Enterobacteriaceae
o Gram- positieve bacteriën: melkzuurbacteriën,
Brochothrix thermosphacta, Micrococcus en
Staphylococcus
o Ook gisten en schimmels
Mogelijke pathogenen: salmonella, campylobacter
Hygiëne-indicatoren: Entero’s en E. coli
Rauw vlees=> bronnen van besmetting?
2
, Levensmiddelenmicrobiologie Hoofdstuk 3
Dier zelf
Omgeving
Voeder
Verschillende bewerkingen tijden en na slachten
1.1.1.1.1 Varkensvlees
Bijna altijd besmet met Enterobacteriaceae
Soms met Salmonella Typhimurium en Yersinia enterocolitica
Vaak ook met Campylobacter coli of soms met
Campylobacter jejuni
Salmonella besmetting
Bron
o Varkensvoer:
Vaak van tropische oorsprong
Plantaardige grondstoffen vaak besmet met
uitwerpselen van insecten, vogels en knaagdieren
Door het te pelleteren (met stoom verhit en tot pellets
gepersts) kan het Salmonella- vrij worden
o Omgeving (stallen, wachthok voor slachten)=> hygiën van
belang
Tijdens koelen varkenskarkassen via geforceerde luchtventilatie:
uitdrogend effect=> uiteindelijke besmetting vermindert
Prevalentie is verminderd door controleprogramma’s, maar
Salmonella blijft een belangrijke zoönose
Maatregelen in de productieketen:
o Aangepaste voederstrategieën (bv. gepelleteerd of
aangezuurd voer)
o Veevoeder- en drinkwateradditieven
o Vaccinatie van zeugen/biggen
o Verbeterde bioveiligheid en hygiëne op varkensbedrijven
o Hygiënische slachtprocessen
o
In welke stap van de productieketen denk je dat de meeste
besmetting van varkensvlees met Salmonella gebeurt?
Antwoord:
De belangrijkst contaminatie van varkensvlees gebeurt meestal tijdens het
slachten en verwerken
3