Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 10 sur 73 pages
Resume

Samenvatting Mediapsychologie | K001174 | UGent | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 10 sur 73 pages

Deze samenvatting behandelt alle hoofdstukken van Mediapsychologie aan de Universiteit Gent voor 2025/2026 (eerste jaar Communicatiewetenschappen, tweede semester). Aan de hand van deze samenvatting behaalde ik een 16/20 in mijn eerste zit. De samenvatting is afdrukklaar (wanneer je ze dowload en zo dubbelzijdig afdrukt zal elk hoofdstuk apart afgedrukt worden). Om deze samenvatting te maken gemaakte ik zowel gebruik van de powerpoint als mijn notities. De samenvatting bevat zowel tekst als illustratieve afbeeldingen.

Aperçu du contenu

SAMENVATTING
MEDIAPSYCHOLOGIE
2025-2026

,Inhoudstabel
Hoofdstuk 1: Ontstaan van mediapsychologie

1. Vroege invloeden

2. Structuralisme

3. Functionalisme

4. Gestaltpsychologie

5. Psychoanalyse

6. Behaviorisme

7. Filosofie

8. Massamedia

9. Mediapsychologie



Hoofdstuk 2: Onderzoeksmethodes

1. Beschrijvend onderzoek

2. Correlationeel onderzoek

3. Experimenten

3.1 Twee essentiële kenmerken

3.2 Toevallige toewijzing versus steekproeftrekking



Hoofdstuk 3: Smartphone afhankelijkheid

1. Feiten en cijfers

2. Mere exposure

3. Klassieke conditionering

3.1 De inzichten van Pavlov

3.2 Kenmerken

4. Habituatie

5. Operante conditionering

5.1 Thorndike & Skinner

5.2 Bekrachtiging

5.3 Straf


1

,5.4 Effectiviteit van straf

6. Sociaal leren



Hoofdstuk 4: Hoe we naar onszelf kijken

1. Zelfconcept

1.1 Introspectie

1.2 Perceptie van eigen gedrag

1.3 Perceptie van eigen emoties

1.4 Perceptie van eigen motivaties

1.5 Invloed van anderen

1.6 Gender en cultuur

2. Zelfwaardering

2.1 De behoefte aan zelfwaardering

2.2 Zelfdiscrepanties

2.3 Zelfbewustzijnstheorie

2.4 Beperkingen van zelfregulatie

2.5 Mechanismen van zelfverheerlijking

2.6 Zijn positieve illusies passend?

3. Zelfpresentatie

3.1 Strategische zelfpresentatie

3.2 Zelfverificatie

3.3 Zelfsturing



Hoofdstuk 5: Hoe kijk je naar de ander

1. Observatie, elementen van sociale perceptie

1.1 Uiterlijk

1.2 Situaties

1.3 Gedragingen

2. Attributie

2.1 Soorten attributies

2.2 Attributietheorieën


2

,2.3 Attributievertekeningen

3. Integratie, een samenhangend beeld krijgen

3.1 Informatie-integratie theorie

3.2 Basisbevindingen

3.3 Afwijkingen van de rekenkunde

4. Confirmatievertekeningen

4.1 Persistentie van opvattingen

4.2 Confirmatorische hypothesetoetsing

4.3 Self-fulfilling prophecy

5. Zijn we dan zo slecht in persoonspercepties...?



Hoofdstuk 6: Attitude veranderingen

1. Attitudes

1.1 Definitie

1.2 Componenten van attitudes

2. Attitude en gedrag

3. Attitudeverandering

3.1 Cognitieve dissonantie

3.2 Voorwaarden voor dissonantie

3.3 Effecten van dissonantie

3.4 Een kritische blik



Hoofdstuk 7: Opkomst van het internet

1. Pre-web era (PC)

2. Web 1.0

3. Web 2.0

4. Web 3.0

5. AI



Hoofdstuk 8: Risico’s van het internet

1. Leeftijd


3

,2. Sociale risico’s

2.1 Cyberpesten

2.2 Cyberstalking

3. Seksuele risico’s

3.1 Sexting

3.2 Catfishing

3.3 Ghosting

3.4 Sextortion

3.5 Grooming

4. Commerciële risico’s

4.1 Content risks

4.2 Contact risks



Hoofdstuk 9: Prosociaal gedrag

1. Motieven

1.1 Evolutieleer

1.2 Normen

1.3 Sociale uitwisseling

2. Wanneer helpen mensen?

3. Wanneer helpen mensen niet?

3.1 Bystander effect

3.2 Diffusie van verantwoordelijkheid

4. Prosociaal gedrag en media




4

, Mediapsychologie Hoofdstuk 1:
Ontstaan van mediapsychologie
Media psychologie is een wetenschap die het gedrag van mensen bestudeert in de context van
mediagebruik en mediacreatie, en waarbij die gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne
processen te begrijpen die aan het gedrag ten grondslag liggen.


1 Vroege invloeden

Voor het ontstaan van psychologie werd de mens ( de aarde) gezien als het centrum van het
universum. Universum is speciaal voor de mens gecreëerd. Het mensdom is uniek en kan
daarom niet bestudeert worden en is niet onderhevig aan gangbare wetmatigheden.
De menselijke geest, de ziel heeft een vrije wil en is niet onderworpen aan de natuurwetten.

Nicolaus Copernicus (1473-1543) : De aarde bevindt zich niet in het centrum van het universum,
maar draait rond de zon.

Volgens het dualisme bestaat de mens uit 2 elementen, het lichaam en de geest. Voor
Descartes zag men het lichaam gewoon als he ‘omhulsul’ van de geest en kan alleen de geest
het lichaam beïnvloeden en niet andersom.

René Descartes volgde een mechanische visie: “De mens is een complexe machine onderhevig
aan wiskundige wetten”. Volgens hem is de mens als studieobject wel mogelijk. Hij zegt dat de
geest en het lichaam beïnvloeden elkaar wederzijds, en is de pijnappelklier de plaats waar ziel
en lichaam samenkomen. Hij volgde ook het rationalisme: “De waarheid kan achterhaald
worden door rede”. Hij was ook een van de eersten die mensen ging opensnijden.

Volgens Thomas Hobbes komt kennis voort uit zintuiglijke ervaringen. En is de bron van kennis is
niet de ratio, maar waarneming, ervaring en experimenteren.

John Locke beweerde dat de geest wordt gekenmerkt door associaties van ideeën
(associatonisme). De mens als een tabula rasa, als een ‘blank bord’ geboren, gedurende ons
leven ervaren we verschillende ervaringen en zo worden we stilaan ‘vol geschreven’ (Aristoteles).

Volgens David Hume worden associaties tussen ideeën bepaald door gelijkenis en samen
voorkomen in tijd en ruimte. Hij volgde het scepticisme: Is het mogelijk causaliteit vast te
stellen?

Volgens Locke kwam een hogere orde van kennis komt tot stand door combinaties (associaties)
van eenvoudigere ideeën.
vb. post-it brainstrom-methode, hierbij orden je de post-its ook volgens associatie.

Charles Darwin’ s evolutieleer:

• In The Origin of Species illustreert hij het proces van natuurlijke selectie, wanneer de
omgeving verandert, bieden sommige trekken van een organisme meer voordeel dan
andere trekken. vb. kracht bij dieren, intelligentie bij studenten.

5

, • In Survival of the fittest toont hij aan dat dieren aanpassen over langere periodes aan,
aan de lokale omgeving.
➔ Grants 20-jarige follow-up van de vinkenpopulatie is een van de vele bewijzen voor
Darwin’s theorie. (dia 12)

Volgens Herman von Helmholtz zijn alle krachten in de mens lichamelijk en chemisch. Hij ging
de snelheid waarmee impulsen zich voortplanten in het zenuwstelsel meten.

Gustav Fechner schreef in zijn ‘Elemente der Psychophysik‘ het begin van de Psychofysica. Hij
wou achterhalen hoeveel helderder een licht moet worden, voordat men het verschil opmerkt.

De psychofysica gebruikt verschillende interessante begrippen:

• Absolute drempel: hoe sterk moet een stimulus zijn om waargenomen te kunnen
worden? De absolute drempel ligt lager voor zintuigen die heel gevoelig zijn dan voor
zintuigen die minder gevoelig zijn.
vb. één kaarsje in een donkere ruimte kan je tot heel ver nog zien.

• Differentiële drempel: het kleinste waardeverschil dat er moet zijn tussen 2 prikkels
opdat dit verschil waargenomen kan worden.
vb. hoe veel luider moet je spreken tot dat iemand merkt dat je luider spreekt?

• Reclame prominentie: stel je hebt twee websites waarop je een reclamemerk plaatst, op
de ene een merk van 5 x 5 cm en op de andere een merk van 5,5 x 5,5 cm. Is het verschil
waarneembaar?

Volgens de Wet van Weber is de differentiële drempel niet voor alle intensiteiten van een
stimulus dezelfde. Hoe groter de stimulusintensiteit, hoe meer er moet bijkomen voordat de
proefpersoon het verschil merkt.
vb. hoe luider je al spreek hoe luider je nog gaat moeten spreken om het te kunnen merken.
vb. experiment dia 16-18




2 Structuralisme

Wilhelm Wundt schreef in 1874 zijn werk ‘Grundzüge der physiologischen’ hierin berschreef hij
psychologie als ‘de alliantie tussen fysiologie en psychologie die naar zichzelf van binnenuit kijk’
(introspectie).
In 1879 werd het 1ste ψ (psychologie) laboratorium te Leipzig opgericht.

Het structuralisme stelt vragen zoals ‘Wat is de structuur van de geest?’. Volgens het
structuralisme kan elk complex proces gereduceerd worden tot een combinatie van elementaire
componenten.

Primaire vragen van het structuralisme:

• Welke zijn de elementen van een ervaring? (sanctie, beelden, gevoelens)
• Hoe worden die gecombineerd?
• Wat zorgt ervoor dat elementen met elkaar gecombineerd worden?

6

,3 Functionalisme

Het functionalisme stelt vragen zoals ‘Wat zijn de functies van (bewuste) ervaring en gedrag?’.
Het werd sterk beïnvloed door Darwin, met vragen zoals ‘Hebben mentale processen een
evolutionaire geschiedenis?’ of ‘Zijn onze capaciteiten gelijk aan dieren?’.
Volgens het functionalisme kunnen psychische processen niet in stukken gesneden worden,
maar zijn het continue processen. In deze stroming word er onderzoek uitgevoerd in natuurlijke
context.

William James beschrijft mentale processen als actief en continu in zijn boek ‘The principles of
Psychology’.


4 Gestaltpsychologie

De gestaltpsychologie is een reactie tegen het structuralisme.
Hier is de mens meer dan de som van onafhankelijke, elementaire
gedragingen. Waarneming bestaat niet uit een reeks van onafhankelijke
sensaties. Mensen nemen de wereld waar in gehelen of gestalten (Gestalt).
Dit word bewezen a.d.h.v. visuele illusies.
Men heeft interactie met omgeving.
Stroming met nog steeds invloed op perceptie, geheugen, denken.




5 Psychoanalyse

Volgens Sigmund Freud zijn het bewustzijn en gedrag slechts oppervlakkige fenomenen.
De ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen ligt
bij onbewuste krachten. Mentale stoornissen en lichamelijke symptomen hebben een
psychische oorzaak, te wijten aan problemen die de patiënten uit hun bewustzijn verdrongen
hebben, omdat ze te veel angst opriepen. De oplossing hiervoor is om onbewuste conflicten
terug in het bewustzijn te brengen via vrije associatie en droominterpretatie.
Psychoanalyse wordt niet echt gezien als wetenschap.
Binnen de psychoanalyse wordt de nadruk vooral gelegd op de kindertijd,
dit is ook een punt van kritiek.




6 Behaviorisme

Thorndike’s wet van effect stelt dat responsen die voldoening gevende gevolgen teweeg
brengen, zullen vaker, sneller en efficiënter uitgevoerd worden dan deze die onbevredigende
gevolgen teweeg brengen.


7

,John Watson pamfletteerde Thorndike’s werk in “Psychology as the behaviorist views it”. Volgens
hem is psychologie de wetenschap van het observeerbaar en meetbaar gedrag.
Het bewustzijn en de processen die zich daarin afspelen zijn niet objectief vastgesteld en
operationeel gedefinieerd dus het is geen behavioristisch onderwerp.

Het behaviorisme is geïnspireerd door het logisch positivisme, wetenschap word gezien als de
meest succesvolle manier om de wereld te begrijpen en kennis te genereren.

Het behaviorisme legt de basis van wetenschappelijk onderzoek d.m.v. verschillende
concepten:

1. Operationele definitie: concepten worden gedefinieerd in termen van de gebruikte
meetprocessen vb. honger.
2. Onafhankelijke en afhankelijke variabelen: onafhankelijke variabelen zijn
karakteristieken van de situatie en zijn dus manipuleerbaar, afhankelijke variabelen
daarentegen zijn gedragingen van een persoon of dier en zijn dus niet manipuleerbaar.
3. Theorie is de relatie tussen de onafhankelijke en afhankelijke variabele.

Een voorbeeld van een behavioristische studie
is die van het beredeneerd gedrag.

Burthus Frederic Skinner word ‘the godfather’
van het behaviorisme genoemd.
Hij wil achterhalen hoe ons gedrag onder invloed
van ondervinding verandert.
Volgens Skinner zijn de leerprocessen bij
die bij de mens plaatsvinden gelijk aan die bij
dieren, zo voert hij onderzoek uit bij dieren en
kan hij zijn bevinden dan herleiden tot de mens.

Hij deed een paar radicale veronderstellingen:

• Mentale processen bestaan niet
• Tussen S en R bestaat er niets
• Stimuli lokken reacties automatisch uit

Ook zegt hij dat de persoonlijkheid wordt gevormd door klassieke en operante conditionering.

Hij is vooral bekent voor zijn Skinnerbox hierin is er een hoge mate van controle.
Hierbij is de afhankelijke variabele een operante respons en heeft het gedrag van de rat een
effect op zijn omgeving. → Rat krijgt voedselpil indien hendel ingedrukt.




8

, 7 Filosofie

Karl Popper gaf kritiek op het empirisme:

• De waarneming gebeurt niet vanuit cognitief vacuüm.
• Mensen hebben voorkennis en verwachtingen (→ tabula rasa).

Daarnaast af hij ook kritiek op het logisch-positivisme, en het principe van falsificatie:

• De waarheid van een theorie kan nooit bewezen worden, hoe vaak ze ook wordt
bevestigd of geverifieerd (volgens Freud, Marx en vele anderen was dit wel het geval).
• Alleen de ontkrachting van de theorie geeft zekerheid, falsificatie.

Hij implementeerde ook het principe van zekerheid en waarschijnlijkheid:

• Hypothese verwerpen: de zekerheid van de theorie is problematisch
• Hypothese aanvaarden: de waarschijnlijkheid van de theorie vergroot




8 Massamedia

Fotografie werd voor het eerst in de kranten gebruikt in de jaren 80, het was een echt
massamedium. In deze periode waren er twijfels of privacy als sociale constructie zou blijven
bestaan. In 1920 ontstonden er marktonderzoekbedrijven (Charles Coolidge Parlin). Deze
bedrijven gingen onderzoek doen naar consumentengedrag en motivaties, onafhankelijk van
academische instellingen. Vanaf wereld oorlog II werd het gebruik van massamedia onderzocht
binnen de sociale psychologie en de communicatiewetenschappen.




9 Mediapsychologie

In 1986 richt APA (American Psychological Association) de richtmediapsychologie 'Divisie 46’
op. Hierbinnen ligt de focus op het gebruik van media om psychologische informatie te
verspreiden. Mediapsychologie en mediasociologie is een interdisciplinair veld van (sociale)
psychologie, sociologie, communicatiewetenschappen, visuele studies en culturele studies.
De mediapsychologie evolueerde steeds verder.
In 1999 kwam het werk ‘Media Psychologie’ van Taylor en Francis uit. Later in 2003 startte de
eerste mediapsychologische doctoraatsopleiding in de VS. In datzelfde jaar publiceerde David
Giles zijn ‘Psychology of the Media’ .

Mediapsychologie raakt verschillende thema’s aan. Ze onderzoeken onder andere de impact van
smartphonegebruik op mentaal welbevinden/zelfbeeld, of proberen de determinanten van
online risicogedragingen te bepalen.
Er is een grote focus op risicogedrag, en een minder grote focus op positieve voordelen en
prosociaal gedrag.

9

Infos sur le Document

Publié le
21 juillet 2026
Nombre de pages
73
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€11,69

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
1
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions