Werkblad
Balans – Begrip :
- Vermogenstoestand van onderneming , bepaalde datum (01 januari / 31 december / 12 dec…..)
- Passief = VermogensOORSPRONG (bronnen) : Waar komen de financiele middelen (geld) vandaan ?
Eigenaar , oprichter , aandeelhouders = Eigen Vermogen
Derden : Schuldeisers o.a. (op lange termijn > 1 jr , op korte termijn : < 1 jr)
o Financiele instellingen (= banken zoals Belfius ….)
o Leveranciers : aankoop goederen
o Personeel : Nettovergoedingen
o Overheid : Btw , Sociale bijdragen , Belastingen
SCHULDEN = VREEMD VERMOGEN !
- Actief = VermogensAANWENDING : Waarvoor worden de financiele middelen (geld) gebruikt ?
Vaste Activa aankopen = Investeringen doen
Vb. Aankoop gebouwen , machines , voertuigen , materiaal , installaties bestaat
uit materialen (stenen , ……) : Materiele Vaste Activa
?? Lange termijn (> 1 jaar) gebruiken
Vlottende Activa
Voorraden : Goederen gekocht om te verkopen.
Vorderingen op < 1 jaar : gelden te ontvangen van …..
Klanten door verkoop (factuur)
Overheid : Btw , Belastingen , ….
Liquide middelen (en geldbeleggingen) : Geld in kas (portefeuille) , op
bankrekening (zichtrek. , spaarrekening , op effectenrekening).
- Kenmerk van de balans : EVENWICHT = Totaal Actief (moet) = Totaal Passief
(Beginsituatie , …… altijd ook na elke verrichting….
(Beginbedragen op rekeningen + Boekingsregels !)
Balans – Indeling : Opbouw
1) Actief- en Passiefzijde (2)
2) Groepen Actief (2) , Groepen Passief (2) : Vaste Activa , Vlottende Activa , Eigen Vermogen , Schulden
3) Rubrieken (10 Actiefzijde , 10 Passiefzijde) = Onderverdelingen van Groepen :
Vb. : Materiele vaste activa
Voorraden
Schulden op <1 jaar
4) Balansposten = Balansrekeningen ….. zie Rekeningenstelsel(MAR) = Minimum Algemeen
Rekeningenstelsel = Algemeen verplicht overzicht van alle mogelijke minimum rekeningen in een
onderneming = Wettelijk verplicht !
BALANSKLASSEN : Nummer en Naam
1 = Passief (EV , Schulden op > 1 jaar) 2 = Actief (o.a. Vaste Activa ….)
3 = Actief (Voorraden , …… )
4 = Actief (groep 40 en 41) Passief (groep 42 tot en met 48)
5 = Actief
KLASSEN die HET RESULTAAT bepalen : Nummer en Naam (zie HB p. 74 -77)
1
, Werkblad
6 = KOSTEN 7 = OPBRENGSTEN
Recurrente BK : 60 t.e.m. 64 én FK : 65 (bv. intresten te betalen)
Niet-recurrente (= Uitzonderlijke) BK en FK : 66
Recurrente BO : 70 t.e.m. 74 én FO : 75 (bv. intresten te ontvangen)
Niet-recurrente (= Uitzonderlijke) BO en FO : 76
HOOFDSTUK 3 :
Balanswijzigingen door verrichtingen – Boekingsregels (4 afzonderlijke blz.)
- Actief - Kosten
- Passief - Opbrengsten
Vben :
HB p. 39 : (1) Aflossing schuld = Betalen van schuld leveranciers via bankoverschrijving (bv. 80 000)
Bankgeld vermindert : A – C nl. € 80 000 Klasse 5
Leveranciersschuld vermindert : P – D nl. € 80 000 Klasse 4
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
HB p. 41 : (2) Investeren in gebouw (€ 500 000) én betaald via bankoverschrijving
Bankgeld vermindert : A – C nl. € 500 000 Klasse 5
Waarde gebouwen vermeerdert : A + D nl. € 500 000 2
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
HB p. 42 : (3) Kapitaalverhoging storting in contanten (€ 200 000)
Kapitaal vermeerdert : P + C nl. € 200 000 Klasse 1
Bankgeld vermeerdert : A + D nl. € 200 000 5
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
HB p. 43 : (4) Inbrengverhoging door omzetting van schuld in inbreng (€ 120 000)
Schuld vermindert : P - D nl. € 120 000 Klasse 1 (LT) (of 4 KT)
Kapitaal vermeerdert : P + C nl. € 120 000 1
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
Vier verschillende balansverrichtingen (klassen ) Slechts vier mogelijke verschillende verrichtingen !
Andere verrichtingen : Kosten (6) en Opbrengsten (7) = Opbrengsten MIN kosten
Algemeen : KOSTEN en OPBRENGSTEN bepalen RESULTAAT (winst of verlies)
Kosten doen het resultaat DALEN, Opbrengsten doen het resultaat STIJGEN !
(5) Personeelskost (klasse 6) (6) Aankoop grondstoffen (klasse 6 , voorraden 3)
Opbrengsten: NUL Voorraden : + 110 000
Kosten : - 1 000 Betalingsuitstel = Schuld … leverancier : + 110 000
2
Balans – Begrip :
- Vermogenstoestand van onderneming , bepaalde datum (01 januari / 31 december / 12 dec…..)
- Passief = VermogensOORSPRONG (bronnen) : Waar komen de financiele middelen (geld) vandaan ?
Eigenaar , oprichter , aandeelhouders = Eigen Vermogen
Derden : Schuldeisers o.a. (op lange termijn > 1 jr , op korte termijn : < 1 jr)
o Financiele instellingen (= banken zoals Belfius ….)
o Leveranciers : aankoop goederen
o Personeel : Nettovergoedingen
o Overheid : Btw , Sociale bijdragen , Belastingen
SCHULDEN = VREEMD VERMOGEN !
- Actief = VermogensAANWENDING : Waarvoor worden de financiele middelen (geld) gebruikt ?
Vaste Activa aankopen = Investeringen doen
Vb. Aankoop gebouwen , machines , voertuigen , materiaal , installaties bestaat
uit materialen (stenen , ……) : Materiele Vaste Activa
?? Lange termijn (> 1 jaar) gebruiken
Vlottende Activa
Voorraden : Goederen gekocht om te verkopen.
Vorderingen op < 1 jaar : gelden te ontvangen van …..
Klanten door verkoop (factuur)
Overheid : Btw , Belastingen , ….
Liquide middelen (en geldbeleggingen) : Geld in kas (portefeuille) , op
bankrekening (zichtrek. , spaarrekening , op effectenrekening).
- Kenmerk van de balans : EVENWICHT = Totaal Actief (moet) = Totaal Passief
(Beginsituatie , …… altijd ook na elke verrichting….
(Beginbedragen op rekeningen + Boekingsregels !)
Balans – Indeling : Opbouw
1) Actief- en Passiefzijde (2)
2) Groepen Actief (2) , Groepen Passief (2) : Vaste Activa , Vlottende Activa , Eigen Vermogen , Schulden
3) Rubrieken (10 Actiefzijde , 10 Passiefzijde) = Onderverdelingen van Groepen :
Vb. : Materiele vaste activa
Voorraden
Schulden op <1 jaar
4) Balansposten = Balansrekeningen ….. zie Rekeningenstelsel(MAR) = Minimum Algemeen
Rekeningenstelsel = Algemeen verplicht overzicht van alle mogelijke minimum rekeningen in een
onderneming = Wettelijk verplicht !
BALANSKLASSEN : Nummer en Naam
1 = Passief (EV , Schulden op > 1 jaar) 2 = Actief (o.a. Vaste Activa ….)
3 = Actief (Voorraden , …… )
4 = Actief (groep 40 en 41) Passief (groep 42 tot en met 48)
5 = Actief
KLASSEN die HET RESULTAAT bepalen : Nummer en Naam (zie HB p. 74 -77)
1
, Werkblad
6 = KOSTEN 7 = OPBRENGSTEN
Recurrente BK : 60 t.e.m. 64 én FK : 65 (bv. intresten te betalen)
Niet-recurrente (= Uitzonderlijke) BK en FK : 66
Recurrente BO : 70 t.e.m. 74 én FO : 75 (bv. intresten te ontvangen)
Niet-recurrente (= Uitzonderlijke) BO en FO : 76
HOOFDSTUK 3 :
Balanswijzigingen door verrichtingen – Boekingsregels (4 afzonderlijke blz.)
- Actief - Kosten
- Passief - Opbrengsten
Vben :
HB p. 39 : (1) Aflossing schuld = Betalen van schuld leveranciers via bankoverschrijving (bv. 80 000)
Bankgeld vermindert : A – C nl. € 80 000 Klasse 5
Leveranciersschuld vermindert : P – D nl. € 80 000 Klasse 4
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
HB p. 41 : (2) Investeren in gebouw (€ 500 000) én betaald via bankoverschrijving
Bankgeld vermindert : A – C nl. € 500 000 Klasse 5
Waarde gebouwen vermeerdert : A + D nl. € 500 000 2
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
HB p. 42 : (3) Kapitaalverhoging storting in contanten (€ 200 000)
Kapitaal vermeerdert : P + C nl. € 200 000 Klasse 1
Bankgeld vermeerdert : A + D nl. € 200 000 5
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
HB p. 43 : (4) Inbrengverhoging door omzetting van schuld in inbreng (€ 120 000)
Schuld vermindert : P - D nl. € 120 000 Klasse 1 (LT) (of 4 KT)
Kapitaal vermeerdert : P + C nl. € 120 000 1
Balanstotaal blijft in evenwicht want de verrichting is in evenwicht
Vier verschillende balansverrichtingen (klassen ) Slechts vier mogelijke verschillende verrichtingen !
Andere verrichtingen : Kosten (6) en Opbrengsten (7) = Opbrengsten MIN kosten
Algemeen : KOSTEN en OPBRENGSTEN bepalen RESULTAAT (winst of verlies)
Kosten doen het resultaat DALEN, Opbrengsten doen het resultaat STIJGEN !
(5) Personeelskost (klasse 6) (6) Aankoop grondstoffen (klasse 6 , voorraden 3)
Opbrengsten: NUL Voorraden : + 110 000
Kosten : - 1 000 Betalingsuitstel = Schuld … leverancier : + 110 000
2