• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 121 pages
Resume

Samenvatting Inleiding tot de politionele organisatie I UGent

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 121 pages

Deze samenvatting is gebaseerd op de slides en lesnotities van het vak Inleiding tot de politionele organisatie in de opleiding 1ste bachelor Criminologische Wetenschappen. De reader die bij dit vak hoort heb ik eens goed doorgelezen en indien nodig in de samenvatting verwerkt. Ik heb met deze samenvatting een 16/20 behaald in eerste zit. De samenvatting behandelt volgende lessen: LES 1&2: De geschiedenis van het politiebestel LES 3: Politiefunctie, bestel en principes LES 4: Lokale en federale politie LES 5: Uitdagingen vandaag LES 6: Rekrutering, selectie en opleiding LES 7: Toezicht op politie LES 8: Gastcollege RSZ-inspectie

Aperçu du contenu

INLEIDING TOT DE POLITIONELE
ORGANISATIE
LES 1 & 2: GESCHIEDENIS VAN HET
POLITIEBESTEL

Geschiedenis kan men begrijpen als een chronologie v elkaar logisch opvolgende
gebeurtenissen, maar is meestal de resultante v een hele reeks keuzes en plotse
gebeurtenissen, crisissen en omstandigheden die de loop ervan sterk hebben
bepaald => het ‘contingente’ karakter vh verleden



1. WAAROM NOOD AAN INZICHT IN HET VERLEDEN?

Monjardet (1996)

 Zegt dat je moet kijken naar politie adhv 3 dimensies:
o Institutioneel  Politie als machtsinstrument (instituut – relatie tot
staat)
 Wat is machtspositie vd politie, verhouding v positie tav de
staat
o Openbare dienst  Politie als dienstverlener (voor iedereen)
(burger)
 Verwachten dat ze dienstverlener zijn, verhouding politie en
burger
o Beroep  Politie als organisatie, als beroepsgroep (structuur en
werking)
 Organisatie waar mensen als werknemer werkzaam zijn

o Enhus (2015): 4de dimensie = historische => wijze waarop de politie
door de tijd evolueert, oefent eveneens een invloed uit op de wijze
waarop ze vandaag werkt
o Kijken naar continuïteit (rol v politie in samenleving) én breuken
(wijzigingen aan die rol)
 Rol politie evolueert en verandert adhv context waarnaar men
kijkt



Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in de complexiteit vh heden

 Bij kennis geschiedenis kunnen we complexiteit v vndg beter begrijpen


‘…niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is
georganiseerd, is in hoge mate de vrucht v tal v beslissingen die in het (verre)

,verleden onder druk v alle mogelijke omstandigheden zijn genomen, maar ook
de manier waarop er momenteel door beleidsmakers w gesproken over zijn
verdere reorganisatie, laat zien hoe sterk het verleden doorwerkt in de
vormgeving vd toekomst’ (Fijnaut 1995: v)



Zicht krijgen op de ruimere socio-politieke en economische context

 Het geeft zicht op de ruimere context


‘Een wettekst over structuren lijkt een neutraal technisch vertoog over de
organisatie vd opdrachten vd politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch
geladen debat over de plaats vd politie in de samenleving over het moeilijk
te vinden evenwicht tss (staats)orde en individuele rechten en vrijheden’
(Eliaerts 1999: 39).

- Rol politie verandert naargelang ideologie die er is?



2. RODE DRADEN IN HET POLITIEBESTEL

Rode draden = elementen die terugkeren bij analyse vd geschiedenis



1. Grote verscheidenheid en onevenwichtige ontwikkeling
-> diversiteit aan (politie)actoren
2. Spanning tss centrale aansturing en decentrale (lokale/
gemeentelijke) autonomie.
-> decentraal -> lokaal bestuur (w aangestuurd door BM)
-> discussie tss centrale en decentrale => wisselwerking tss 1 nationale of
lokale
3. Arbeid vs kapitaal (wiens orde moet gehandhaafd?)
-> wie bepaalt wat er gehandhaafd w? Diegene met grootste kapitaal of
arbeiders. In functie v wie werkt de politie
4. Spanning tss streven naar efficiëntie en effectiviteit in politieoptreden
en legitimiteit en democratische controle
5. Hoe moeten de verschillende politie instanties samen de politiezorg
verzorgen?



3. DE FRANSE EN HOLLANDSE ERFENIS (1794-1830)

3.1 FRANSE TIJD


ONTSTAAN VAN DE POLITIEFUNCTIE: EEUWENOUD BEROEP
 Openbare orde handhaven, criminaliteitsbestrijding,…

,  Regulering v gedrag = basisbehoefte in een samenleving
o Samenleving w complexer -> ° regels -> formele sociale controle:
regels, dwang
 Eerste sporen v politionele taak: 13e eeuw, stedelijke context
o Eerst in stedelijke context, want dichter bevolkt -> meer kans op
problemen
o schouten, sergeanten…
 Opsporing en vervolging in één functie verenigd
o Doel: reguleren vh leven in de stad: controle v handel, adhv
geldboetes (=salaris)
 Onderdeel v gemeentelijke autonomie (op lokaal niveau)
 15e en 16e eeuw: groei steden, toename v problemen
o Verdere uitbouw politiefunctie, lokale overheden breiden
politiemacht uit (landlopers, overtredingen,..) maar ook op
platteland uitbouw (bedelaars) en langzaam ontstaan v militair
politiekorps
o Uitbouw v departementen / politiezones



DE FRANSE TIJD (1794-1814)
 Franse vormen v politie  evolutie naar centraal en duaal systeem: start in
Parijs
 Kenmerken Frans model blijven aanwezig tot Octopusakkoord
 ‘Verdere zwenk naar centralisme’
 Frans model:
o De burgerlijke republiek (1794-1799): politie hoort herkomst te
vinden in burgerij
o Het militair Napoleontisch regime (1799-1814): “politiestaat” :
politie is gericht op openbare ordehh en verzamelen politieke
informatie

 Kenmerken:
1. Militarisering (discipline en hiërarchie -> gendarmerie)
2. Centralisering: uitbouw gendarmerie, nationale wetgeving
 Centralisering: centraal aansturen w steeds belangrijker =>
makkelijk aanstuurbaar vanuit machtshebber, makkelijk
instrumentaliseren voor je doel (moeilijker bij versnippering)
o Politiestaat: politie als instrument in handel vd vorst, gericht
op OO
 Militair georganiseerde politie: militarisering & centralisering werken
samen
3. Verscheidenheid: ook nog andere politiediensten


MILITARISERING
 Maréchaussée op platteland: eerste militaire politie op ruraal land

, o “maréchal” zorgde voor tucht bij ruiterij en stallen vd koning
 Taak aanvankelijk: orde en veiligheid bij militaire activiteiten
o Later uitgebreid met openbare ordehandhaving en banditisme
(criminaliteitsbestrijding?)
 Verspreid in garnizoenen over het grondgebied vh platteland ~
centralisering én deconcentralisering
o Centraal aangestuurd maar vers. ‘antennes’
 In Parijs ontstaat intussen een centraal geleid systeem, met “lieutenant de
police” vanaf 1667 = eerste stedelijke politie
o Parijs: grondleggers huidige politiesysteem


CENTRALISERING (MAAR OOK GEDECONCENTREERDE ELEMENTEN)
 Uitvoerende macht (ministerie v politie) oefent controle uit (niet de
rechterlijke)
 Invoering onderscheid tss administratieve en gerechtelijke politie
o Onderscheid vindt oorsprong in Frans politiesysteem


Administratieve (bestuurlijke) Gerechtelijke politie
politie
Openbare orde handhaving Opsporen v misdrijven, vaststellen,
bewijzen verzamelen
Voorkomen v misdrijven (preventief Misdadigers voor het gerecht dagen
toezicht) (repressief)
Obv politiereglementen Wie? Politiecommissarissen, veld- en
boswachters, vrederechters,
luitenanten en kapiteins gendarmerie



Joseph Fouché: minister v Algemene Politie (va 1799)

 Richtte Police Secrète op (Openbare Veiligheid) (geheime dienst)
o Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken v inlichtingen dmv
informanten en infiltranten
o Reden: politie had nood aan verzameling politieke informatie om zo
macht te kunnen uitbouwen
 Politie = instrument machthebbers, moet samenleving in het oog houden
= Haute police (politieke inlichtingen) (itt police basse – focus op
criminele inlichtingen)
 Informatieverzameling via mouchards (verklikkers)
o Politiewerk volgens Fouché: spionage, verklikking => werd als
negatief gezien
 Taak v politie = vrijwaren vd macht vd vorst (zowel tav buitenlandse als
binnenlandse bedreigingen), staat dus boven alle overheden
 Politiewerk w spionage en verklikking ~ politionele legitimiteit

Table des matières

  1. 01 1. Waarom nood aan inzicht in het verleden? 1
  2. 02 2. Rode draden in het politiebestel 2
  3. 03 3. De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830) 2
    1. 3.1 Franse tijd 2
    2. 3.2 Hollandse tijd (1815-1830) 5
  4. 04 4. België na 1830: naar een nationaal gecentraliseerd politiesysteem 6
    1. 4.1 Het Belgisch politieapparaat (1830-1885): sterk geënt op de Frans-Hollandse modellen 7
    2. 4.2 Het Belgisch politieapparaat (1830-1885): 5 korpsen 7
  5. 05 5. “Politie van de miserie” (1870-1914) 9
  6. 06 6. oorlogen, bezettingen en verzet 11
    1. 6.1 Eerste wereldoorlog 11
    2. 6.2 Interbellum 12
    3. 6.3 Tweede wereldoorlog (1940-1945) 14
  7. 07 7. Herstel van het politiebestel (1945-1959) 15
  8. 08 8. Een concurrentieel politiebestel (1960-1981) 17
    1. 8.1 Uitdagingen in het concurrentieel politiebestel (1960-1981) 18
    2. 8.2 De verschillende politie-instanties (1960-1981) 18
    3. 8.3 Centrale tendensen 19
  9. 09 9. De loden jaren: uitbouw vh politiebestel (’81-’87) 20
    1. 9.1 De bende van nijvel 21
    2. 9.2 Het heizeldrama 21
    3. 9.3 De aanslagen van de CCC 22
    4. 9.4 Eind jaren ’80: chaos in politielandschap: miserie van de politie 22
  10. 10 Voorbeeldvraag voor dit gedeelte: 23
  11. 11 10. Op weg naar het Octopusakkoord 23
  12. 12 11. Achtergronden rapport Bende-Commissie I 24
  13. 13 12. Het rapport van de Bende-Commissie I 25
  14. 14 13. De Pinksterplannen I, II en verder 26
    1. Pinksterplan I: inhoud 26
    2. Pinksterplan II 28
  15. 15 14. Parlementaire OZ-commissie ‘Mensenhandel’ 28
  16. 16 15. Politiebeleid periode 1990-1995: naar meer coördinatie 28
  17. 17 16. Beleid Dehaene II tot na uitbreken van affaire-Dutroux 30
  18. 18 17. Augustus 1996: Dutroux-crisis barst los 32
  19. 19 18. Hervormingsvoorstellen 32
  20. 20 19. Het Octopus-akkoord 34
  21. 21 1. De politiefunctie 37
    1. 1.1. Taken van bestuurlijke politie 40
    2. 1.2. Taken van gerechtelijke politie 40
  22. 22 2. Een nieuw politiebestel 41
  23. 23 3. De gezagsoverheden 44
  24. 24 4. Coördinatie en beheer 46
  25. 25 5. Financiering van de geïntegreerde politie 48
  26. 26 6. Werkingsfilosofie: COP 49
    1. 6.1 De vijf pijlers van COP 50
    2. 6.2 Vertaling naar Belgisch politiebeleid 53
  27. 27 1. De geïntegreerde politie 55
  28. 28 2. Lokale politie 59
  29. 29 3. Federale politie 66
  30. 30 4. Evolutie van het bestel 72
  31. 31 1. Schaalgrootte 75
    1. Lokale politie 75
    2. Federale politie 77
  32. 32 2. Digitalisering 77
    1. i-police 77
    2. Databanken 78
    3. Cameratoezicht en Automatic Number Plate Recognition 80
    4. Big data en predictive policing 81
  33. 33 3. Samenwerking lokaal – federaal 82
    1. Ongelijkheid lokale politiezones 83
    2. Voorbeelden S31 84
    3. LRD en FGP 84
    4. Geïntegreerde werking? 84
    5. Nationaal Veiligheidsplan 2026-2029 85
  34. 34 4. Relatie bevolking 85
    1. Voorbeeld ESS 2010 S37 86
    2. Veiligheidsmonitor 86
    3. Veiligheidsmonitor 2024 (vs 2018) 86
    4. Een effectieve politie? 87
    5. Vrijheid en veiligheid: het sociaal contract 87
    6. Kerntakendebat en beleidsambities Minister v. BiZa (beleidsnota Quentin) 87
    7. Meer uitdagingen 87
  35. 35 1. Politieambtenaar als (bijzonder) beroep 88
  36. 36 2. Fasering socialisatie 90
    1. 1. Toetreding: anticiperende socialisatie 90
    2. 2. Introductie 91
    3. 3. Ontmoeting 91
    4. 4. Metamorfose 92
  37. 37 3. formele fasen van toetreding: rekrutering, selectie, opleiding 92
  38. 38 4. Rekrutering en selectie in België 94
  39. 39 5. Kenmerken rekrutering en selectie België 96
  40. 40 6. Opleiding 99
  41. 41 Conclusie: 101
  42. 42 1. Ontstaan van toezicht op de politie 101
  43. 43 2. Comité P 102
  44. 44 3. Toezicht op de Rijkswacht 103
  45. 45 4. Toezicht op de gemeentepolitie 103
  46. 46 5. Toezicht op de gerechtelijke politie 104
  47. 47 6. Toezicht vandaag 104
    1. 6.1 Comité P 104
    2. 6.2 Algemene Inspectie van de federale politie en van de lokale politie (AIG) 105
    3. 6.3 Overlap van taken 106
    4. 6.4 diensten Intern Toezicht 106
    5. 6.5 Controleorgaan op de politionele informatie (COC) 107
  48. 48 7. Evaluatie van toezicht 108
  49. 49 8. evolutie van toezicht (cijfers niet leren) 108
  50. 50 Tot slot 109
  51. 51 1. INLEIDING 111
  52. 52 2. RSZ-INSPECTIE 112
    1. 2.1 SITUERING 112
    2. 2.2 INTERNE ORGANISATIE 112
    3. 2.3 PARTNERS 114
  53. 53 3. WETGEVINGEN 115
  54. 54 4. BEVOEGDHEDEN 116
  55. 55 5. ONDERZOEKEN 118
  56. 56 6. PARTNER & SAMENWERKING POLITIE 120
  57. 57 7. BESLUIT 121

Infos sur le Document

Publié le
17 juillet 2026
Nombre de pages
121
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions