• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 85 pages
Resume

Samenvatting Embryologie en Teratologie | UA | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 85 pages

Volledige samenvatting van het vak Embryologie, gegeven door Prof. Van Cruchten aan de UA. De samenvatting omvat alle lessen van Prof. Van Cruchten, inclusief placentatie. De samenvatting bevat veel foto's en schematische tekeningen ter verduidelijking van de leerstof.

Aperçu du contenu

Samenvatting embryologie


Trofoblast à chorion, (placenta)




1

, INLEIDING


de 5 basisprincipes

Er zijn 5 processen noodzakelijk voor de ontwikkeling van een bevruchte eicel tot individu.

1. celproliferatie à mitose
2. groei
3. differentiatie à totipotent naar pluri,…
4. celmigratie à neurale lijstcellen (vb. odontoblasten)
5. celdood à geprogrammeerde celdood, apoptose, vliezen tussen de vingers



Voortplantingscyclus

1. Bevruchting
2. Delingsfase (cleavage): morula à blastula
3. Gastrulatie :hypo- en epiblast à ecto-, meso- en endoderm
4. Organogenese
5. Geboorte
6. Gametogenese: rijping van gameten; eicellen en zaaadcellen



Spermatogenese

= de vorming van rijpe spermacellen (spermatozoa)

De spermatogenese vindt plaats in de testes/teelballen, in de zaadbuisjes/tubuli seminiferi. Een spermatozoa in de
testes is echter nog niet matuur, verdere maturatie gebeurt in de bijbal/epididymis, waar het sperma dan ook
opgeslagen wordt.

à wanneer we in vitro fertilisatie willen toepassen gaan we dus ook een spermacel uit de bijbal halen en niet uit de
teelbal/testis

Het zaadplasma, dit is het vocht in sperma, wordt aangemaakt door de accesoire geslachtsklieren.

De spermatogenese vindt dus plaats in de tubuli seminiferi in de testes. Als we in zo een zaadbuisje kijken dan vinden
we de stamcellen of spermatogonia terug aan de buitenkant, hoe dichter bij het lumen hoe verder gevorderd de
spermatogene cel is, zo vinden we aan het lumen de volwassen spermatozoa terug.

De spermatogenese begint met een spermatogonium, dit is een spermatogene stamcel. Deze spermatogonium
ondergaat mitose. 1 van de 2 gevormde dochter cellen is dan het primair spermatocyt, deze spermatocyt ondergaat
meiose I. Hieruit komen dan 2 haploide cellen voort, 2 secundaire spermtocyten, Deze secundaire spermatocyten
ondergaan meiose II. Hieruit komen dan 4 spermatiden voort, deze spermatiden rijpen tot spermatozoa.

1. Spermatogonium (ondergaat mitose)
2. Primaire spermatocyt (ondergaat meiose I)
3. Secundaire spermatocyt (ondergaat meiose II)
4. Spermatiden (ondergaat verdere rijping, geen deling meer)
5. Spermatozoa

2

, Spermiogenese is deel van spermatogenese waarbij spermatiden gaan rijpen tot spermatozoa


De rijpe zaadcel bestaat uit:

• Flagellum à microtubuli
• Opgehoopte mitochondria
• Centriool
• Nucleus
• Acrosoom met hydrolitische enzymen



Ovogenese (of oögenese)

= de vorming van rijpe eicellen of ova

De ovogenese vindt plaats in de ovaria/eierstokken. De ovogenese start pernataal en begint met een primaire oöcyt,
deze start de meiose I. Vanaf de puberteit zal tijdens elke ovulatie 1 primaire oöcyt meiose I afronden tot een
secundaire oöcyt. Bij eventuele bevruchting zal de secundaire oöcyt meiose II ondergaan tot een ovum/eicel. Indien
geen bevruchting plaatsvindt zal de secundaire oöcyt afsterven. Bij elke meiotische deling ontstaat er ook een
poollichaampjes

1. (Oögonium)
2. Primaire oöcyt (ondergaat meiose I)
3. Secundaire oöcyt (ondergaat meiose II)
4. Ovum/eicel

à Rondom de eicel zit een zona pellucida

De eerste meiotische deling gebeurt bij de ovogenese al prenataal, terwijl de eerste meiotische deling bij de
spermatogenese pas na de geboorte gebeurt

Folliculogenese is de vorming van het follikel rondom de oöcyt


Regulatie van de spermatogenese en ovogenese

De regulatie van de cyclus gebeurt als volgt:

1. De hypothalamus stelt GnRH vrij (Gonadotropin Releasing Hormone)
2. Dit stimuleert de Hypofyse om het volgende vrij te stellen:
a. LH (luteiniserend hormoon)
b. FSH (follikel stimulerend hormoon)

Bij vrouwen:

• FSH zorgt voor aanmaak oestrogeen
• LH zorgt voor aanmaak progesteron

Bij mannen:

• FSH zorgt dat de sertoli cel actief wordt
• LH zorgt dat de cellen van leydig testosteron gaan aanmaken

3

, Bevruchting

à door penetratie van zaadcel in eicel, dit vindt plaats in het eerste 1/3 van de eileider

De eicel heeft 2 lagen rondom zich, de buitenste laag is de corona radiata, gevormd door granulosa cellen. De
binnenste laag is de zona pellucida. Wanneer een acrosoomreactie plaatsvindt en een zaadcel de eicel binnendringt
verandert de zona pellucida van structuur (corticale reactie), die zorgt dat er geen andere zaadcellen meer kunnen
binnendringen à preventie van polyspermie (=wanneer meerdere zaadcellen éen eicel penetreren)

Ook membraan potentiaal verandert waardoor andere sperma cellen worden afgeketst (2de mechanisme tegen
polyspermie)

De zaadcel moet dus eerst de granulosa cellen, uit elkaar duwen om zo aan de zona pellucida te geraken. De zaadcel
zal dan aan de zona pellucida binden (receptor ligan binding) en zijn hydrolytishe enzymen vrijstellen om zo de
acrosoom reactie te starten. Op die manier zal de zona pellucida op die plaats verdwijnen en kan de zaadcel de eicel
binnendringen. Eens de zaadcel is binnengedrongen zal de eicel de meiose II afronden.

Het DNA van de zaadcel en het DNA van de eicel gaan versmelten. We hebben nu een zygote, nu beginnen de
klievingsdelingen (mitose).



MOGELIJKE AFWIJKINGEN BIJ DE BEVRUCHTING

1. Abnormale bevruchting
• Polyspermie
à meerdere zaadcellen dringen 1 eicel binnen
à triploid (van elk chromosoom 3 sets, niet levensvatbaar)

2. Aneuploïdie (van een bepaald chromosoom een of meerdere te veel of te weinig)
• Monosomie
• Polysomie (trisomie, tetrasomie)

à door disjunctie tijdens meiose I of II

à Trisomie kan ook door translocatie (zeldzamer dan door disjunctie)



euploid = van alle chromosomen zelfde aantal kopijen à monoploid/haploid = van elk chromoom 1 kopij (gameten)

aneuploid = van een bepaald chromosoom afwijkend aantal kopijen


aneuploïdieën:

• Autosomale trisomie:
o Syndroom van down – trisomie 21 (3 kopijen van chromosoom 21)

• Autosomale monosomie:
o Prader willi / Angelman syndroom – monosomie 15

• X/Y gebonden trisomie
o Klinefelter – XXY

• X/Y gebonden monosomie
o Syndroom van turner - X
4

Infos sur le Document

Publié le
14 juillet 2026
Nombre de pages
85
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
emmadesmet168
4,0
(1)
Vendu
5
Abonnés
0
Éléments
11
Dernière vente
3 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions